3/8/99 uit meel aan Gijs, The Malawi-story 9

 

Dit is de algemene email, Malawi Sory part 9

Net als je denkt dat de email verbinding in Malawi te loor is gegaan aan een ebola of willekurig ander virusje, blijkt dat er weer een berichtje op je te wachten staat. Wat blijkt: deze keer was de telefoonkabel niet gestolen, was de ontvangst niet gecrashed door te grote berichten in de wachtrij, nee. Hou je vast. DE EMAIL PROVIDER HAD ZIJN TELEFOONREKENING NIET BETAALD. Dus onomstotelijk en wetenschappelijk is hier bewezen, met een p waarde die nog kleiner is dan het inverse promilage van marco bakker, dat er belgisch bloed in Malawi is. Evelyn was helemaal naar Zomba gegaan om dit uit te zoeken en zichzelf weer supervisor te maken van haar eigen emailnetwerk, hoort ze dit. Voordeel van deze aktie is wel dat we nu een eigen emailadres hebben in Malawi, met de welluidende naam Jobijn. Helaas is deze nog steeds van Afrikaanse kwaliteit dus de rest van het adres is niet relevant en jullie kunnen gewoon blijven mailen via de poortwachtersconstructie, die maar weer eens erg nuttig is gebleken (de email van Rob is nl onherstelbaar gecrashed). Maar de JC & Mr. Tiny hole-in-one resarch foundation, beschikt sinds kort niet alleen over een eigen emailadres, sinds kort heeft onze laptop gezelschap gekregen van een heuse computer met vette printer en minstens zo vette boxen, zodat ook de zusters aan de overkant kunnen meegenieten van iT 11. En wat natuurlijk niet kan ontbreken bij een onderzoeksbureau als de onze is een behoorlijk copieerapparaat, hetgeen dan ook ons huisje opleukt. Dus met recht kunnen we zeggen dat we het best uitgeruste onderzoek doen in Phalombe en omstreken. En waarschijnlijk ook het enige.

Hoe dit allemaal zo ver mocht komen: Rob is afgelopen maandag vertrokken en nu is dit apparatenpark, dat inmiddels aan het AIDS-project behoort, gestald alhier. Reden: het aidsproject beschikt niet over stroom en tevens nog niet over kennis van computers. Bij het laatste gaan wij een handje helpen, vandaar. Maar het is wel erg handig nu we het verslag aan het schrijven zijn.

Tot zover dit westerse intermezzo en dan gaan we nu weer over tot de Afrikaanse orde van de afgelopen dagen. Onze laatste wapenfeit was van drie weken terug toen we nog al wat pech hadden gehad in Nyika. Dat weekend ging de reis terug naar Phalombe. Eerst een stukje in onze eigen geleende auto, toen met een echt afrikaans minibusje en vervolgens in de auto bij de zusters. Dat minibussysteem is trouwens leuk. Het werkt als volgt: je neemt zo'n jappenbusje. Niet zo'n mooie nieuwe natuurlijk, maar zo eentje die eruit ziet of hij genomen is door een kudde olifanten en vervolgens is gerepareerd met een rolletje plakband en een klosje garen. Stop die vol met zoveel mogelijk mensen en laat hem wat rondjes rijden door de stad. Iedere willekeurige passant die zijn hand opsteekt mag instappen (ongeacht de bezetting op dat moment) en betaalt 8 kwacha (fl 0, 40) ongeacht bestemming en duur van de rit. Als hij uit wil stappen klopt hij op het raam en het busje stopt op dezelfde wijze als hij optrekt: zonder te letten op overig verkeer. Mooi systeem he! De rest van de week werd er weer gewerkt, met als vrolijk hoogtepunt het diner van dinsdagavond. De nacht van maandag op dinsdag hadden de honden van Evelyn namelijk de kippen/kalkoenren van een van de schoonmakers "bezocht". Resultaat een dode kip, dode kalkoen, een levensgevaarlijk gewonde kalkoen en nog wat lichter schaaf-, kneus- en bijtwonden. Om het gelede leed te verzachten hebben wij ons maar opgeofferd en een kalkoen gekocht. Met veel pijn en moeite de "genadesnee" toegebracht, rondom gebakken (vindt daar maar een pan voor), vier uurtjes in botersaus in de oven terwijl het buikje vol zat met rijst. En tot slot nog even oppeuzelen met de zusters. Het leven is hard in Afrika, maar de kalkoen gelukkig niet.

Om al dit overschot van kalorien weer te lozen hadden we een leuk plannetje bedacht om het weekend door te komen. Laten we de Sapitwa beklimmen. Fijn leuk goed zult u denken. Dachten we ook. Doch echter Sapitwa, Chichewa voor: Don't go there, is de hoogste piek in Centraal Afrika, 3002 meter boven de nog altijd stijgende zeespiegel. Het vergt een dag van 13 uur netto lopen, waarin je 1200 meter stijgt en daalt en is tevens je slaapplaats annex glijbaan als het gaat regenen. Bovendien beschrijft de guide het als very hard scrambling with steep rockfaces and a tortuous (=martelend) last part. Maar ja wel een uitdaging dus. Samen met de twee Ierse studenten ging het gebeuren. Helaas zat de dichtsbijzijnde hut vol dus we boekten er eentje vijf uur lopen verder. Vrijdag ging de wekker vroeg-vroeg en om 6:00 vertrokken we richting de likulezi rivier. Alhier namen we een duik in deze frisse bergrivier alvorens aan het eerste huzarenstukje te beginnen: de Elefantshead. De steilste en meest zware beklimming naar het plateau dat op zo'n 1800-2000 meter ligt. De vorige keer hadden we dit pad omhoog ook genomen en ons voorgenomen de volgende keer toch maar eens te zoeken naar een iets minder steile en uitputtende vriend, maar deze keer moesten we hem wel nemen om te zorgen dat we op tijd bij de hut zouden zijn. Extra handicap bleek echter de loodzware rugzak (15 kg= 25% extra zwaar) de hete middagzon en de Ieren. Eerst liepen we nog gelijk op, maar drie uur na start van de beklimming zaten we al een half uur boven van het zonnetje en het uitzicht te genieten, toen de Ieren puffend, steunend, krampend en vooral uitgeteld arriveerden. We lunchten snel bij de hut waar we hadden wilen slapen en om 13:45 moesten we weer verder. De volgende hut was nog 5 uur verder en het is hier om 18:00 compleet donker. We probeerden zo snel mogelijk te gaan, maar opeens was het toch 18:00 en wel heel donker, doch de hut was nog nergens te bekennen. Drie kwartier deden we ons best het pad te vinden in het donker. We wisten op het laatst niet meer of we nu in een brandgang, een droog gevallen rivierbedding, op een wildspoor of een pad liepen. We probeerden te roepen, te seinen met de zaklamp maar geen reactie. Moedeloos gingen met zijn viertjes op een grote rots zitten hopend iets te zien dat ons zou helpen. Zelfs het guidebook en de grillige chambe piek konden ons niet helpen, want we wisten niet wat noord zuid etc was. Toen maakte een van de Ieren de domste en meteen slimste opmerking van zijn leven: "Lets find the northstar". De poolster is nl allen zichtbaar op het Noordelijk Halfrond, dus niet op het zuidelijk. MAAR we hadden net geleerd dat je op het zuidelijk halfrond het zuiderkruis hebt. Dit geeft, geheel onverwacht, niet het Noorden maar het Zuiden aan. Zo gingen we met iets verfriste moed verder. We waren immers nog steeds verdwaald, maar we hadden een idee waar we verdwaald waren. Echter het pad werd steeds slechter, grote bomen lagen er dwars over en het beetje frisse moed verdween al snel. Onterecht, want als het huisje van de heks stond de Chambe hut opeens uit het niets voor ons!!!! Na dertien uur lopen hadden we de goede hut gevonden. En wat had de bwana watchman voor ons in een koude emmer staan...??? ja ja bier en cola!! Wat waren die lekker, ongelovelijk en zo verdiend. Moe en voldaan aten we onze macaroni op en gingen vroeg slapen. Kwart voor vijf ging de wekker weer en na een ontbijtje met eerder genoemde macaroni gingen we om 5:45 op weg. Ciaran = [keeron] bleef met pijnlijke knie op onze rugzakken passen en wij namen wat voedsel, water en noodartikelen mee omhoog. Eerst moesten we de weg terug die we de avond ervoor hadden gevonden in het donker. In het licht waren we er verbaasd over dat we dit gevonden hadden. Na 2,5 uur stonden we aan de voet van de Sapitwa en hadden toen al 400 meter geklommen. We vulden voor het laatst ons water bij in de beek en gingen snel door. John twijfelde nog even of hij wel mee omhoog zou gaan, maar hij kon het toch niet laten. We volgden zwijgend, puffend en zwetend het "pad" dat aan was gegeven met rode pijlen. Het pad werd steeds rotsachtiger en steiler. Van striemend grasland werd het een gladde en steile rotswand, die af en toe de 50% stijgingspercentage overschreed. Hierdoor had je steeds het idee dat de top wel dichtbij moest zijn, want de rots boven je stak af tegen de blauwe lucht, niet dus, nieuwe steenmassa's. We moesten klauteren van het ene enorme rotsblok naar het andere. Het laatste stuk was inderdaad martelend. Het spoor ging door nauwe spleten, onder dichte begroeing door en over diepe poelen. Piek een (denk de ees met streepjes er maar even bij) kwam in zicht, maar bleek slechts daar te liggen om piek twee te verbergen, piek twee had een dergelijk doel en piek drie was pas de onze, de onbereikbare, het heilige einddoel, hoogste der hoogsten. Nog een rondje erom heen en daar stonden we. #))@ (=3002 in hoofdletters) meter hoog en op het dak van centraal afrika. Een fantastisch uitzicht een koude wind en zelfs ijs!!! Wat waren wij blij toen we daar boven aankwamen, echt ongelovelijk :-) :-) :-) :-) :-) Zoooooo blij!!! Maar .....dat was de easy part. Want afdalen is veel moeilijker en gevaarlijker dan klimmen. Laverend daalden we af en afgezien van wat glij- en struikelpartijen ging alles goed. Martijn ging nog even over de kop, maar bleek bij inspectie gelukkig nog helemaal compleet. Tevreden gingen aan de voet weer wat drinken en liepen tenslotte de laatste twee en half uur naar huis waar we klokslag 18:00 aankwamen. Zo hadden we in twee dagen 25 uur gelopen en waren we dus best een beetje moe (wat een understatement!). Zondag sliepen we uit en gingen om 11 uur bij chambe naar beneden. Onderweg werden we ingehaald door mannen met 5 meter lange planken op hun hoofd. Zij leken zonder moeite af te dalen terwijl wij ons best deden om niet uit te glijden. Deze mannen kappen de bomen op de berg. Zagen hier met de hand planken van en brengen ze vervolgens een voor een in twee en half uur naar beneden. Het koste ze dus zeker acht uur om een zo'n plank van boom tot houthandel te brengen. Ze krijgen hiervoor fl 0,75, ongelooflijk he? Beneden wachtte ons het gevaarlijkste gedeelte van de rit. In een Matola (=zelfde als minibusje maar dan zit je in de bak van een lege pick- up) moesten we naar Phalombe. De bak leek al vol, maar we hebben hier in de afgelopen maanden geleerd dat er altijd en altijd is altijd nog veel meer bij kan. Die matola kwam dus stampvol aan, de Ieren en Job keken zeer bedenkelijk, Martijn twijfelde even en zei toen.. "mensen we proberen het gewoon, want het past altijd altijd en wonder boven wonder... alles schoof een beetje in en we pasten erbij. De bak was drie bij twee meter en bood plaats aan 18 mensen plus hun niet geringe bagage. We hingen dan ook meer buiten de bak dan erin en dan lekker met een kilometertje of 50-60-70 over de hobbelweg. Wel heel leuk, maar vast niet het keurmerk van de nederlandse vereniging van huisvrouwen waardig. Heel en klaar voor douche en bed kwamen we thuis en ...... weer een avontuur rijker.

Wat volgde is een gekke week: 2 feestjes, een afscheidsdiner, ziekte en een groot feest in 5 dagen!! Hoezo, lekker rustig in Malawi. Dinsdag was onze Ierse vriend John jarig en die wilde graag wat biertjes drinken op zijn verjaardag. Wij moesten hem daar een beetje bij steunen. Was erg gezellig. Volgende dag voelde ik me helemaal niet goed en probeerde me te herinneren of een kater zo voelde, maar dat was toch niet zo: misselijk, slap, diarree, koortsig en heel moe. Ik heb vervolgens de hele dag geslapen. 's Avonds hadden we een afscheidsetentje van Rob en Angelique. Ik ben er wel even geweest, maar veel waard was ik niet. Dus vroeg naar bed en weer heeeeeel lang geslapen. Ik geloof dat het op zich wel erg gezellig was. Volgende dag ook weer veel geslapen. Het was trouwens gewoon een soort griepje, helemaal niets engs. Afijn, het ging al wat beter, maar alles heel rustig aan. Probleem: 's avonds was het afscheidsfeest van Rob en dat zou echt een groot feest worden met Afrikaanse muziek en veel Afrikaanse dans, de kwasa-kwasa. Ik had het er al vaak met allemaal mensen van het Ziekenhuis over de kwasa-kwasa gehad en nu was het zover en was ik ziek. Oplossing: beter worden. Dus ik stapte om 17:00 duf onder de douche en zeide tegen de andere Jobijn "als ik uit de douche kom ben ik beter". Zo gezegd, zo gedaan. Het was een gaaf feest!! Echt verschrikkelijk gelachen. Er werden allemaal toneelstukjes gedaan door mensen van het ziekenhuis voor doketel Lobbie, speeches, dansjes en natuurlijk allemaal cadeautjes. Ondertussen werd er eten uitgedeeld aan alle om en nabij de 100 gasten. Iedereen zat een beetje te kletsen tijdens die toneelstukjes. Echt een onvoorstelbare, gezellige chaos was het. En toen, stoelen en tafels aan de kant en dansen maar. Niet voorzichtig de kat uit de boom kijken en een beetje rond de dansvloer hangen, maar iedereen ging meteen die dansvloer op, du moment dat er kwasa-kwasa gedraaid werd. We wisten niet wat ons overkwam. Het zag er echt te gek uit. Al die Afrikanen. Zo gek mogelijk doen, schudden met die heupen en knien heel snel heen en weer bewegen. Echter, perfect in de maat! De ziekte was opeens echt helemaal over en we hebben de gansche avond verschrikkelijke lol gehad op de dansvloer. De "Soukous Stars" zijn m'n nieuwe helden. Op zondagmiddag 13:00 uur deden we het alles nog een keertje over. Toen kwam namelijk de nationale trots, de "Allelujah-band" een concert geven in de plaatselijke hal (die bij de kerk hoort) Het bier had al rijkelijk gevloeid voordat ze uberhaupt begonnen te spelen. Een gezellige boel dus, iedereen dansen. Die Malawianen weten echt een feestje te bouwen en dat midden op de dag. Dus dat was weer even feest.

Heb ik in de gauwigheid de verjaardag

van die andere Jobijn even overgeslagen. Die was namelijk jarig op 23 Juli, de dag na het afscheidsfeest van Rob en Angelique. 's Ochtends had ik georganiseerd dat iedereen koffie kwam drinken bij ons in de achtertuin en zoals dat hoort op zijn verjaardag was het mooi weer, wat trouwens helemaal niet zo normaal is hier in deze tijd van het jaar. Afijn iedereen kwam koffie drinken, we hadden taarten gebakken, ik had 22 kaarsjes gekocht voor op de taart, slingers, balonnen en iedereen had allemaal pakjes meegenomen. Het was dus een heel feestelijke aangelegenheid geworden. Erg geslaagd. Evelyn had ook nog een aardig plannetje: Eind van de middag Job in de auto zetten en meenemen. We hadden bedacht om naar de Likulezi-rivier te rijden en daar een frisse duik te nemen en dan vervolgens daar te bbq-en. Dus dat hebben we even georganiseerd. Kebab (ookwel Hans-worstjes genoemd) gemaakt, fruitsalade in elkaar laten knutselen, verse avocado's met vurrukkulluk sausje en een krat koude biertjes in de rivier. Niet te vergeten de MGT (MALAWI-GIN- TONIC) om het feest compleet te maken. Al met al dus een erg feestelijke dag geworden, een echte verjaardag.

Heb ik jullie als laatste nog iets heel treurigs te melden, want het is hier niet alleen maar koek en ei. Mensen leven hier echt onvoorstelbaar dicht bij de dood, zo hebben we laatst ondervonden. Een "vriend" van ons, de eigenaar van het kleine winkeltje op de markt, waar we al onze kleine boodschappen doen en vaak even langs gaan om een biertje of een colaatje te drinken is vorige week overleden! We hadden hem al een week niet meer gezien, want hij was ziek. Hij had Malaria. Ach Malaria, dat hebben ze hier zo vaak, maar dan vergeet je even dat je er net zo makkelijk aan overlijden kan en dat deed hij dus. We waren echt diep geschokt, een drama hier in Holy Family. Iedereen kende hem en mocht hem graag. Geveld door cerebrale Malaria (Malaria dat de hersenen heeft aangetast) op nog geen steenworp afstand van het Ziekenhuis. Dat is nog het meest dramatische van het verhaal. Hij is dus niet naar het ziekenhuis gegaan, dan had hij nu nog geleefd. Mensen gaan hier nog steeds niet gemakkelijk naar het ziekenhuis. Pas als het echt heel erg is en niets gewerkt heeft, zelfmedicatie of locale medicijnenmannen, gaan mensen naar het ziekenhuis. Heel treurig, rede: geld. Mensen moeten wat betalen voor het ziekenhuis al is dat helemaal niet veel. Bovendien als ze het echt niet kunnen betalen dan hoeft het geen eens, maar toch is het voldoende aanleiding om het ziekenhuisbezoek zo lang mogelijk uit te stellen. Treurig ja. De regeringsziekenhuizen zijn allemaal gratis, maar daar zijn weer geen medicijnen en andere zaken aanwezig, omdat die allemaal gestolen of achterover worden gedrukt om te verkopen op de markt. Ja ja, zo zit de gezondheidszorg in Malawi in elkaar. Corruptie, corruptie, corruptie. Zo krijgen we hier in het ziekenhuis geen HIV-testen (voor het testen van donorbloed) meer van de Central Store. De Central Store distribueert alle medicijnen over Malawi. Medicijnen en in dit geval HIV-testen die Malawi in overvloed krijgt van buitenlandse donoren en programma's, gratis! Central Stores verkoopt ze echter aan bv prive-klinieken en vindt dat Phalombe er nu ook voor betalen moet en houdt de poot stijf. Schande. En heel frustrerend bovendien. Iedereen probeert op elk niveau een graantje (kwacha) mee te pikken, totdat er geen graantjes meer over zijn, daar waar het uiteindelijk terecht komen moet.

Zo nu zal deze Jobijn er maar eens echt een

einde aan breien. Het is een erg lange meel geworden geloof ik, deze keer. Ik weet niet of het je gelukt is hem in ene male te lezen. In ieder geval gefeliciteerd met het bereiken van het einde. Michiel kan in ieder geval een puntje zuigen aan deze meel, want dit gaat je echt niet lukken Michiel!, hoeveel onzin je ook opschrijft. We genieten wel erg van je meels. We hebben vanaf begin Juli niets meer ontvangen, dus ik ben benieuwd wat Gijs ons allemaal sturen gaat de komende week. Heb erg veel zin om al jullie verhalen te lezen. Blijf schrijven en tot gauw. Terugvliegdatum is trouwens wellicht de 21ste van de 11ste. Lator

Jobijn