Malawi Story part 8, uit Tom 10/7/99, uit Blantyre

 

Lieve mensjes, trouwe lezertjes en overige individuen. Vandaag vanuit een geheel ander locatie uw verslaggevers. Te weten Blantyre. En wel via "Malawi.net" We hebben zelfs de beschikking over accenten, trema's en al dat soort hoogstaande snufjes. Lekker belangrijk!? We zijn nu al 2 weken uit ons eigen vertrouwde Phalombe, ons "thuis" hier in Malawi. Hals over kop zijn we vertrokken uit Phalombe op de dag nadat we ons laatste meeltje gestuurd hebben. De dag nadat alle journalisten vertrokken zijn. Het ging zo:

De auto van Evelyn moest even voor de Malawische "APK", vóór donderdag, anders straf.

Bovendien moesten er dinsdagmiddag 2 Ierse studenten van het vliegveld gehaald worden.

Job en ik wilden inventariseren of het in Mlambe-Hospital, nabij Blantyre mogelijk was nog wat extra patiënten-gegevens te verzamelen om aldus de resultaten van ons onderzoek wat significanter te krijgen. Hoe meer gegevens, hoe betrouwbaarder de resultaten.

Onze visa moesten hoognodig weer eens "ge-extended" worden.

Combineer je al deze punten dan bedenk je het volgende plan: J & M rijden maandag begin middag naar Blantyre, regelen visa, halen andere auto (de Subaru) op en crashen bij Karin. Volgende ochtend de Nissan (de 4WD) naar garage voor APK en met de andere auto naar Mlambe en vervolgens naar het vliegveld. Dan weer naar garage, auto omwisselen en terug naar Phalombe. Je ziet het al: veel en veel te strak dat schema. Veel te strak. Dat gaat natuurlijk nooit lukken. En dat ging het dus ook niet. Het was het begin van een eindeloze reeks tegenslagen en ongelukjes. Geen van allen groot of onoverkomelijk, dus we kunnen er nu wel om lachen. Het begon met de visa. Die konden niet zomaar "ge-extended" worden, we moesten "applyen" voor een temporary permit, hetgeen veel meer tijd (in totaal een hele dag) in beslag zou nemen. (Is inmiddels geregeld, dus we mogen nog blijven).

"De auto kon zo natuurlijk niet voor APK!!. Het was destijds met de dokter afgesproken dat ie eerst opgeknapt moest worden, want zo komt de auto natuurlijk niet door de APK." (Iets met voorste as niet goed, waardoor binnenkanten banden beetje afslijten) aldus broeder Harry, de eigenaar van de garage (maandag-middag). Dat zou dus minstens 2 dagen duren, doch wellicht wel 3. Gelukkig hadden we de andere auto nog, dus zijn we gewoon naar Mlambe gegaan en zouden wij blijven in Blantyre. Wel de Ieren ophalen, maar afzetten bij een afgesproken punt. Ander transport voor de Ieren naar Phalombe hadden we inmiddels geregeld. Mlambe ging voorspoedig dus wij naar dat vliegveld om de Ieren op te halen. Netjes op tijd, vliegtuig landt even later en vanaf zo’n vliegveldterras, waar alle ophalers staan heb ik mooi overzicht over het trappetje, waar alle mensen uit het vliegtuig stappen. We hadden geen flauw idee hoe die gasten eruit zagen, maar het kon niet missen toen ik een lange rooie en nog een mannetje met petje zag. Dat moesten ze zijn. Handig, konden we ze beneden als ze door de douane waren gelijk aanschieten, want zij wisten ook niet hoe en wat ze opgehaald zouden worden. Afijn, ze kwamen dus niet naar buiten?! Een uur later, kwam er eentje een beetje verdwaasd naar buiten. Ik herken hem: " he mate, wanna a lift to Phalombe?" Het was inderdaad de goede. Wat bleek nou: geen bagage! Was ergens in Johannesburg blijven steken. Zou morgen wsl wel meekomen. Fijn!! Allemaal papieren invullen, dat gaat allemaal niet zo snel. Maar goed, ze gaan toch maar naar Phalombe, dus wij naar de afgesproken plek, u raadt het al: geen transport!! Gelukkig konden we er allemaal de humor wel van inzien. We hadden eigenlijk ook niet anders verwacht na alle dingen die al mis waren gegaan. Dus Ieren ook slapen bij Karin, heel gezellig gegeten en veel biertjes gedronken. Erg gezellige avond en de Ieren vatten het erg goed op. Echt heel aardige gasten dus dat wordt wel gezellig als we straks weer in Phalombe zijn. Namen zijn trouwens Keeron en John. Volgende dag (woensdag) was de auto wonderbaarlijk genoeg klaar (Evelyn had even een hartig woordje met broeder Harry gewisseld). Moesten nog wel even de "road-tax" betalen, hetgeen natuurlijk ook weer over meer schijven gaat. Uiteindelijk Job met de Ieren naar Phalombe. Nog een meevaller: bagage kon ook nog net even opgepikt worden. Kwam het allemaal toch weer goed. Ik bleef in Blantyre, ben de donderdag in Mlambe aan het werk geweest. Mlambe is een groot ziekenhuis even buiten Blantyre, waar een ander Nederlandse arts gezeten had en die wist ons te vertellen dat gegevens zoals wij die zoeken in Mlambe heel gemakkelijk te vinden zouden zijn, want goed opberg-systeem en patiënten voldoen aan de eisen die wij gesteld hebben. Wij zijn dus de eerste dag is gaan kijken of dat inderdaad zo was en of het voor ons mogelijk zou zijn snel even wat extra gegevens te verzamelen. Dat was inderdaad zo en aangezien we toch blijven moesten zijn we dat gelijk gaan doen. We hebben onze data nu met 50 % uitgebreid in een 5 dagen. Ik bleef want we zouden het weekend weer de hort op gaan. Het plan stond al om op donderdag naar Blantyre te rijden. Job moest dus eigenlijk even Evelyn ophalen. Verder even een zooi kleren voor mij ingeladen. Hartstikke efficiënt dus allemaal. Donderdagavond kwamen Evelyn en Job inderdaad aan en hebben we fijn wat pizza’s gehaald in een of ander hartstikke westers pizzatentje. Wel erg lekker weer eens. Het plan van het uitje was inmiddels getrokken. We gingen naar het Nyika plateau, over hetwelk Job uitgebreid verslag gaat doen, danwel strax, danwel morgen of overmorgen, dan gooi ik deze meel vast de deur uit. Vrijdagochtend vroeg vertrek en woensdagavond waren we weer terug in Blantyre. Lekker weekendje de deur uit he?

Donderdag en vrijdag na terugkomst zijn Job en ik weer in Mlambe geweest en alles is nu verzameld en geregeld. We nemen alles mee naar Phalombe en gaan de boel daar is analyseren en kijken of we wat aardige conclusies trekken kunnen. Vanmiddag zijn Job en ik lekker rond gaan lopen door Blantyre. Er valt namelijk van alles te beleven, als je gewoon een beetje gaat rondlopen. Allemaal kraampjes met groente, fruit en veel souvenirs, mensen die je aanspreken, gewoon om gezellig een babbeltje te maken, leuke winkeltjes. We hebben ons weer verschrikkelijk laten verleiden tot het kopen van allemaal souvenirs. We konden het bijna niet meer dragen. Geval was namelijk dat al die "souvenirmannetjes" op vrijdag en zaterdag echt heel erg graag willen verkopen, omdat ze ‘s avonds bier drinken willen. Prijzen zakken gigantisch, ook al wil je het eigenlijk niet hebben, op een gegeven moment kan je het gewoon niet laten staan. Onderhandelt wel erg makkelijk. We konden alle rotzooi bijna niet meer dragen. Wel erg mooie dingetjes gekocht. Ja, was erg gezellig om een beetje rond te lopen door de stad. Leuke van Afrika zijn juist al die kleine dingetjes. Nog een paar dingetjes:

Wanneer je het benzinestation oprijdt hoef je nooit te wachten en staan er allemaal mannetjes je op te wachten en driftig te zwaaien bij welke je tank je moet komen tanken. Je zegt dan niet "vol", maar "bijna vol", want anders gaan ze heel precies proberen je tank nokvol te krijgen en ze gaan dan ook rustig aan de auto schudden om nog maar die ene milliliter benzine extra erbij te krijgen. Wat ik ook zo gaaf vind dat je niemand even iets kan vragen of hallo kan zeggen, zonder eerst even uitvoerig uit te wisselen hoe het met beide partijen gaat.

Nog een voorbeeld van een fijn gesprek dat we laatst voerden in een restaurant met de eigenaar:

Wij: "does it take long to prepare the food?"

Hij: "Yes"

Wij: "So it takes long?"

Hij: "No problem"

Tja wat moet je dan. Gewoon gaan zitten. Rara, binnen 3 minuten stond er een dampend bord eten op ons te wachten!

Gisteren hebben we een heel interessante nieuwe geldbron aangeboord. Via Evelyn zijn we in contact gekomen met een Indiër, die werkt bij een groot computerbedrijf, NCR, hier in Blantyre en hij "wisselt" geld tegen een gunstige koers. We zijn erheen gegaan, is even kijken of het wat is, want we hadden geen travellers cheques meer bij ons en de laatste kwacha was op. Laten we die Indiër maar eens een belletje geven. Zo gezegd zo gedaan. "Ja kom maar langs, hoeveel wil je hebben, 200 dollar?, geen probleem". Okay, dus wij daarheen. Heel slik kantoor met heel veel dure computers en knappe secretaresses, zoals dat hoort. Afijn, even wachten en daar is Salim, een heel nette aardige vent. We lopen zijn kantoor binnen en hij legt het systeem even uit. Hij geeft ons gewoon zoveel geld als we willen en als we de tijd in keertje rijp vinden, bijvoorbeeld bij 1000 dollar, dan maken we dat geld is een keertje over op z’n rekening in Engeland. Mag als we al lang en breed weer in Nederland zijn. Alles op basis van vertrouwen. Geen adres, geen paspoort, geen dreigementen, niks, nada, noppes!!?? Hij geeft ons zo 200 dollar aan kwacha’s mee en tot de volgende keer. "weten jullie zeker dat jullie niet meer willen?" Nu ik dit opschrijf, snap ik het nog steeds niet. Het vertrouwen in de mensheid is nog niet helemaal weg. Je moet wel geïntroduceerd worden door iemand met wie hij al zaken heeft gedaan en verder moet het gewoon een beetje klikken. Voor hem zit er natuurlijk een grote profit in als het systeem werkt. Alleen het wisselen van kwacha’s in willekeurig welke westerse munt is heel ongunstig, dus dat is natuurlijk heel handig om dat via dit systeem te doen en dan weet ik ook niet precies wat voor belastingtechnische onderduikvoordelen er voor hem verder nog aan vast zitten. Genoeg voordelen in ieder geval dat hij het kleine risico neemt dat we er met z’n centen vandoor gaan.

Als het echt heel erg onethisch is dan moet jullie dat maar even uit den doeken doen en dan zullen we is even heroverwegen of we er nog een keertje heen gaan, maar het is zeer zeker een stuk relaxter en sneller dan bij de bank en de koers is ook nog eens een stukkie gunstiger. Niets mis mee.

Nou luitjes dat deel over het Nyika-plateau van Job komt dus in een volgend meeltje dat als het goed is zeer spoedig volgt. Ik zal Job een beetje achter z’n broek zitten. De ellende en pech gaat namelijk ook daar verder. Het is een erg mooi verhaal. We hebben het zwaar te verduren gehad, maar het was wel erg leuk. Nou dat dus spoedig.

Voor nu, het nachtleven van Blantyre tegemoet.

Groeten van Job en Martijn.

Vervolg The Malawi-story 8, Job z’n deel

Ja ik mocht dus woensdag de Ieren naar metropool Phalombe brengen. en dan merk je aan al hun reacties onderweg dat je al aardig gewend bent. Je hebt het over goede wegen en dat zijn dan zandwegen die niet te veel kuilen bevatten en je toetert naar fietser die vervolgens een noodstop in de berm moeten maken omdat je ze anders overhoop zou rijden, want de meest linkse kant van de weg is het beste (je rijdt hier links). Het grappige is dat die Ieren dan reageren als wij 3 maanden geleden deden, maar nu vind je alles al zo gewoon, dat je pas aan de reactie van anderen ziet hoe je veranderd bent in de tijd dat je hier zit.

Donderdag was weer een vol dagje, en gelukkig was het een van de goede dagen deze twee weken. Het lijkt namelijk wel of deze twee weken maar twee typen dagen kende. nl dagen waarin alles lukt en dagen waarin alles verkeerd gaat. Donderdag lukte alles eerst moest de telefoon bij Rob in huis gerepareerd worden (anders doet de e-mail het niet en die loopt vast als er niet regelmatig berichten opgehaald worden). Nu kan je wel wachten op het telefoon bedrijf, mar dat duurt zeker enkele weken tot een half jaar !!! Dus zelf maar even geknutseld en met aanvaardbaar resultaat. Vervolgens de mail opgehaald en de correspondentie bij gewerkt. Vervolgens moest er van alles geregeld worden voor ons uitstapje naar Nyika, ons verblijf in Blantyre daarna. Tot slot nog even voor twee personen gepakt en toen was het al weer tijd voor de reis naar Blantyre, deze keer met Evelyn.

De vrijdag gingen we dan echt op weg naar Nyika (wat is dat nu dat Nyika???). Nyika is een Nationaal park in het Noorden van Malawi dat op 2000 meter hoogte ligt en bestaat uit glooiende graslanden, die begraasd worden door Zebra's, Bush bucks, Roan Antilopes en semi-wilde paarden. Klinkt erg mooi zult u zeggen en u heeft gelijk. De kleine lettertjes in deze reisfolder waarschuwen u echter voor een paar dingen. Te weten afstand Phalombe - Nyika is 1000km (A'dam-Bordeaux, hoezo Malawi een klein landje), het is winter en 2000 meter hoog en je gaat er kamperen en in de nacht is het er dus knetter koud, Hyena’s lusten echt alles, bovendien betekent Nyika in het Timbuku (dialect van Noord Malawi) volgens ons PECH.

Doch Donderdag was een goede dag, de afgelegde afstand Blantyre-Lilongwe-Mzuzu was een dikke zeven honderd kilometer. En dan te bedenken dat we die dag ook nog eens geld moesten wisselen (uur extra). We boften echter dat de weg geheel en al uit asfalt bestond en dat scheelt. Het blijft echter wel gevaarlijk op de weg, soms zit er een enorm gat in het asfalt of rijdt er op eens een auto voor je die maar 30 km/h kan, of er voegt een minibusje in dat niet goed kijkt of hij wel kan invoegen, werkende remlichten/ knipperlichten/uberhaupt lichten blijken een westerse luxe te zijn of er haalt iemand compleet onverantwoord in op de twee-baans A1 van Malawi. Het verkeer is hier dus ook een groter gevaar voor ons dan alle bacteriële/parasitaire/virale vriendjes, "armed robberies" en wild gedierte samen.

Om acht uur waren we in Mzuzu ( zeven uur 's ochtends vertrokken). Aldaar overvielen we een vriendin van Evelyn, waar we mochten blijven eten en slapen (terwijl we onverwacht binnenvielen om 20:00 uur). Voor haar bleek het ook nog eens handig dat we er waren. 'S nachts werd ze namelijk opgebeld of ze iemand van het busstation wilde halen en haar auto wilde niet starten, dus ging ze met de onze. Zaterdag was weer een slechte dag. We zouden Ingrid (want zo heet die vriendin van Evelyn) wel even helpen met het starten van haar auto. Maar het werd eerst sleutelen aan onze auto, want de band was lek!!!!! Vervolgens paste de krik niet en toen we wel een passende krik hadden paste het reserve wiel niet, maar gelukkig was er nog een tweede aanwezig, maar dit was dus wel ons laatste reservewiel (in Nederland misschien niet nodig, maar in Malawi wel). Het starten van Ingrids auto lukte niet en toen zijn we maar weggegaan, want het was al elf uur (zeven uur op) en we moesten de band nog laten pakken. In Mzuzu deden we wat inkopen in de Peoples Trading Centre = PTC, zoals de Malawiaanse AH-variant hier heet. Ondertussen werd de band geplakt en zo begonnen we aan de laatste 150 km over zandweg naar het Nyika park. Het was die dag overdag al hartstikke koud en dik grijs bewolkt (De thee was dan ook in de reclame als "Winter warm offer"). Om vier uur die dag kwamen we er achter dat de deur van de achterbak open was. De schade opnemend bleek dat we een guave-taart inclusief bakblik (geleend van de zusters) en een bananenbrood ook met bakblik hadden verloren. Op zich viel de schade nog mee, maar de deur stond op een kier van maximaal een centimeter of tien twintig dus het was toch wel even schunnig dat we door die kleine kier zoveel lekkers waren verloren.

Voordeel van dit alles was wel dat we vlak bij een groep zebra' s waren gestopt om de schade op te nemen. En bij verdere bestudering bleek de hele vallei vol te staan met allerlei beesten. Op de campsite bleek echter dat er nog een klein probleempje bij het pak met dekens en kussens plus warme lakenhoes van Tinus en mij zat niet in de auto. En het was toen al KOUD!!! Dus alternatief kampeerplan: Tinus en ik slapen in klein twee persoonstentje van Evelyn om de warmte zoveel mogelijk te concentreren en Evelyn en Karin slapen in de achterbak van de auto die om te bouwen viel tot slaapcabine. 'S avonds zouden we proberen bij de receptie een paar dekens zien te regelen maar eerst moest er nog even gekookt worden op een gezellig en warm houtvuurtje. We moesten bovendien bij het sprokkelen van hout wat extra takken verzamelen met veel zijtakken. Deze moest je dan tegen je banden zetten 's nachts zodat de hyena’s die langskwamen niet de banden kapot konden bijten. Zoals de nacht ervoor gebeurd was. Bovendien hadden ze toen ook een tentje van iemand aan gevallen dus we kampeerden weer eens avontuurlijk. Demonstratief zetten we ons tentje dan ook op onder het bordje: Don't leave anything outside your tent or car, hyena’s eat everything. Dat dit volkomen waarheid bleek 's nachts. Na een mislukte lobby-poging voor dekens bij het niet al te erg hulpvaardige management (gelukkig bleken andere gasten wel zo aardig ons iets van dekens te lenen). Kropen Tinus en ik maar dicht tegen elkaar (romantisch he) om het warm te houden. Om 2:30 werden we wakker van scheurende geluiden op een meter of tien van de tent. We overwogen even of het de tent zelf was, maar we zagen niets aan de tent en sliepen vervolgens weer in. De volgende ochtend bleken we een bankje van de auto buiten te hebben laten staan en van de bekleding was weinig over. Die dag besteedden we aan een wandel safari van 20 km (best een afstand als je wandelt en stopt voor ieder beestje, incl. vogels). Maar welde moeite waard (helaas geen luipaard gezien, maar wel een groep wilde paarden).

Die volgende nacht wilden we de hyena’s wel eens zien. Dus we legeden de resten van het bankje voor de opening van de tent en sliepen rustig in om 4:00 was het weer zover. Scheur scheur, dus wij voorzichtig de tent open en ja hoor twee enorm lelijke honden ontfermden zich over het bankje. Fototoestel voor Tinus en Zaklamp voor mij: een twee drie zaklamp aan foto maken en de rits dicht. Gelukkig schrokken de hyena’s toch wel van het licht en lieten ons met rust.

Maandag ochtend vertrokken de mensen van wie we de dekens hadden geleend. Zij gingen nog even paardrijden en dat leek ons ook wel leuk dus wij mee. Echter niemand van ons had ooit op een paard gezeten. De meest tamme paardjes waren voor ons opgezadeld en wij sprongen in de leren rijbroek en zetten de enorm schattige rijcaps op. En in een rijtje gingen we op weg. Die dag scheen de zon ook weer eens en het was echt erg mooi. Een soort geel groen grasachtig heuvellandschap schoof onder ons door het was lekker weer en paardrijden is dan echt heel stoer. Voordeel van de paarden is dat dit de wilde paarden zijn die we gezien hadden. Ze zijn namelijk compleet vrij. De hele dag rennen ze over de prairies en 's ochtends komen ze eten in de stallen als er dan klanten zijn dan wordt er op ze gereden en dan krijgen ze 's middags weer eten en dan zijn ze weer vrij. De rest van de dag rennen ze rond en grazen samen met alle andere dieren. Die dieren zien hen dus ook als normaal en herkennen hun geur. Als je dus als mens op een paard zit dan denken ze nog steeds dat ze met een mededier te maken hebben. Dus je kan tot op 10 meter van de enorm schuwe zebra’s komen (je kan ze dan nog net niet aaien, maar daar is dan ook alles mee gezegd). En zebra's zijn mooi! Als je aan Esscher had gevraagd of hij een mooie vacht had kunnen ontwerpen voor een paard dan was dat volgens mij nog lelijker geweest vergeleken bij een zebra.

Op de terugweg bleek hoe graag de paardjes terugwilden naar de stal en dus ETEN. Tinus ging namelijk in draf met zijn paardje, vervolgens schoot hij ook nog even in galop. Het paard van Karin ging erachter aan en toen die van mij dat zag, bleek het paard van mij aardig peper in zij kont te hebben. Kwam helaas een beetje onverwacht voor mij en voordat hij een beetje op gang was hing ik al half naast het paard. Ik trok dus stevig aan de teugels, maar in plaats van stoppen, begon hij te schudden met zijn hoofd en dreigde hij zelfs te bokken. Iets rechter op zag ik dus maar een mogelijkheid het paard te stoppen: DE ander twee paarden moesten stoppen, want daar wilden hij achteraan. Dus keihard riep ik dat ze voor mij moeten stoppen en dat duurde even, maar het lukte uiteindelijk wel. Licht geschrokken reden we weer naar huis. Bij e stal schoten de paarden ontdaan van zadel weer weg om te genieten van hun vrijheid.

Die nacht sliepen we in twee broeken vier T-shirts twee truien en drie paar sokken (onze dekens waren immers weg). De volgende dag was het weer tijd voor de terugreis. Een pechdag weer we verloren de deksel van de koelbox onze dekens bleken niet bij de niet thuiszijnde (kostte weer een uur) Ingrid te liggen, maar waren dus toch onderweg verloren en onze slaapplaats in Lilongwe bleek na lang zoeken al lang te zijn opgedoekt. Toen hebben we maar in een aanvaardbaar vies Malawiaans tentje geslapen. Vanaf Woensdag ging alles weer goed met ons en konden we alweer lachen om onze dure pech ( bakblik fl. 20, dekens twee keer fl. 20, - kussen idem en mijn lakenzak is onvervangbaar). Voor Evelyn was de pech echter nog niet over, want toen ze alleen naar Phalombe reed (wij blijven bij Karin in Blantyre) verloor ze onderweg de hele achterdeur van de Auto!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!! Die bij terugrijden waarschijnlijk al gerecycled was door de lokale bevolking.

tot zover Gijs en Tom, bedankt voor de moeite doei