The Malawi Story part 13, 20 oktober

 

Een kleine 3 weken geleden berichtte ik u uit het rustieke en o zo georganisseerde Zuid-Afrika. Thans bevindt uw reporter zich weer op het oude vertrouwde plekje aan de voet van die o zo mooie berg. Heerlijk is het om weer terug te zijn. Het voelt echt alsof we weer "thuis" zijn gekomen, grappig is dat. Vast een mooi voorproefje voor over een maand. Dan komen we echt naar huis. En daar is ook wel weer iets voor te zeggen. Niet dat ik er heel erg naar verlang om weer naar huis te gaan, maar ik zie er ook niet tegenop. Eerst nog even genieten van een paar weken hier en dan met veel zin weer naar ons koude kikkerlandje, waar het dan al aardig winter begint te worden. Van die mooie dagen waarop het guur weer is en er zo'n waterig zonnetje schijnt. De schaatsen stevig onderbinden. Warme chocolade-melk. Lekker gezellig binnen zitten rond de kachel, omdat het buiten te koud is. Het leuke van het Nederlandse klimaat is dat het altijd weer anders is en dat je eigenlijk nooit weet wat je te wachten staat. Elke keer weer anders. Ik was het Nederlandse klimaat aan het uitleggen aan een Nieuw-Zeelander en ik merkte dat ik helemaal enthousiast werd. Mensen, ik hou geloof ik van Holland!!

Op dit moment bevinden Job en Brechje zich op de Mulanje. Je kan natuurlijk niet een bezoekje afleggen aan Phalombe zonder de Mulanje te beklimmen. Ik had er niet zoveel zin meer in weer die berg op te gaan. Bovendien is het wel leuk voor die 2 om even met z'n tweetjes te zijn. Dus nu heb ik het rijk voor mij alleen! Dat vieren we door een klein griepje te verwerken. In Nederland schijnt het te heersen. Dus misschien is er een klein beestje met Brechje meegelift dat zich nu in mij uitleeft. Ben niet heel erg ziek, maar net zo'n zeurderig griepje. Veel slapen, rusten en meeltjes schrijven en dan gaat het wel weer over. Pleis (onze kok) zorgt goed voor me en heeft zojuist een overheerlijke fruitsalade voor me gemaakt, yummie! dan moet je wel beter worden.

Eergisteren waren we op de markt in Phalombe. Even

rondkijken, wat dingen kopen voor het avondeten en de Tinus ging naar de kapper. Dat is dus een hutje van 2 bij 2. Helemaal open. Dus eigenlijk een dak en muren van 1 meter hoog. Dus iedereen keek gezellig mee toen de kapper zich op mij uitleefde. De kapper beschikt alleen over een tondeuse. Gewapend met die tondeuse begon ie heel precies een kapsel te scheren. Ging nog best redelijk ook. Echter ik wilde eens een keertje proberen hoe het zou voelen en hoe het zou staan als ik m'n haar heel erg kort liet knippen, dus ik zeg tegen die knakker: "zet die tondeuse maar op 3 mm en scheer de hele zooi eraf" Zo gezegd, zo gedaan. De hele markt genoot mee en vond het prachtig. Hij is er zeker wel 3 kwartier mee bezig geweest. Heel precies en heel geconcentreerd. En nu ben ik dus hartstikke kaal! 3 mm is echt heel erg kort en helemaal als je hartstikke blond haar hebt. Ben nu echt "gabber Piet", "stuiter Harry" en "sportschool Barry" tegelijk! Job en Brechje hebben zich suf gelachen. Het voelt heerlijk, zulk kort haar. En het groeit allemaal wel weer aan, toch?

Afgelopen zondag

zijn we weer aangekomen in Phalombe. Laat ik het verhaal van onze fantastische trip door Mozambique (moz), Zuid Afrika (SA) en Zimbabwe (zim) maar vervolgen waar we gebleven waren. Laatste verslag kwam rechtstreeks uit SA uit Graskop, backpackerslodge "het groene kasteel". Heb ik al een keertje uitgelegd wat een backpackerslodge is? Gewoon nog een keer. Simpel gezegd kan je eigenlijk op 2 manieren reizen. 1 van hotel naar hotel met je eigen vervoer of met touringbus, is duur en 2. Rondreizen met openbaar vervoer en je grote rugzak en dan slapen op goedkope plekken. Dat zijn dus backpackerslodges (bp). bp's hebben meestal slaapzalen (dorms) met stapelbedden (net als jeugdherberg), maar vaak kan je er ook je tentje opzetten. Vaak verzorgen ze ook goedkope maaltijden en is er een bar. Zijn bijna altijd leuke en goedkope plekken om te blijven. Ze zijn eigenlijk opgezet voor de rugzaktoerist, omdat de goedkope plaatsen om te blijven eigenlijk altijd veel te smerig zijn. Een gat in de markt. Ze schieten dan ook als paddestoelen uit de grond.

De volgende dag hebben deze 2

kaaskoppies de ganze dag in mini-busjes gezeten op weg naar de grens met Zimbabwe. In elk dorpje heb je mini-bus-stationnen waar het een enorme chaos is, met marktkraampjes en een heleboel busjes. Een mini-bus is zo'n volkswagen busje maar dan helemaal volgestouwd met banken. Andere merken maken ook zulke busjes hoor. Naast de bestuurder 2 zitplaatsen en achterin 5 banken. Elke bank biedt plaats aan minimaal 4 personen. Om naar de achterste banken te kunnen komen kun je een deel van de banken opklappen. Goed je komt dus op zo'n busstation aan en als je niet wordt aangeschoten door een of ander mannetje, dan stap je maar eens op iemand af om te vragen welke minibus er naar jouw bestemming gaat, antwoord: "nee , meneer dan moet je eerst de mini-bus naar a nemen en dan de minibus naar b en daar gaat dan een busje naar c" Okay. Dus maar naar de minibus naar a. Heb je die minibus gevonden dan informeer je is naar de prijs (die trouwens hartstikke laag is) en stap je in. Dan is het wachten tot het busje vol is en vol is echt tjokvol! Eerder gaat het busje niet weg. Varieert ergens tussen de 10 minuten en een uur, voordat het busje eindelijk eens een keertje weggaat. In totaal moesten we 5 busjes nemen om bij het grensplaatsje Messina aan te komen. Daar hebben we ons kamp opgeslagen op een echte Franse camping. Ons laatste avondje "westers in Afrika". Vlak naast de camping een voortreffelijk restaurant, waar we een koningse maaltijd gegeten en fantastische wijn gedronken hebben voor nog geen 20 gulden de man. En een Heineken vooraf natuurlijk.

Volgende ochtend het

volgende project: de grens over. Kost je een halve dag! wachten, stempels, formulieren invullen, wachten, bagage bekijken, maar vooral wachten. Waarop? Geen idee. Om 1 uur stapten we dan eindelijk in de grote bus naar Masvingo, waar we om een uur of 5 helemaal gaar aankwamen. De backpackerslodge waar we daar terecht kwamen maakte alles goed, paradijselijk gelegen. Net op tijd voor sunset over stuwmeer, bossen, heuvellandschap en een serene rust. Ver van de bewoonde wereld. Heerlijk. Volgende dag bracht de eigenaar van de lodge ons naar Great Zimbabwe, wat ruines zijn van een vesting van een beschaving die hier ergens 1100 na C. gewoond heeft. Grootste overblijfselen van oude beschaving in Zuidelijk Afrika en heel imposant. Gelegen op een heuvel kijkt het paleis van de koning uit over het meer en de wijde omgeving. Beneden de "Great encounter" waar z'n vrouwen (200 in totaal) en kinderen woonden. Enige wat over is zijn de grote muren. Maar die muren van die "Great Encounter" zijn wel 11 meter hoog, 5-6 meter dik, puntgaaf en heel ingenieus gebouwd. Het getuigt van grote bouwkundige kennis. De blanken die hier kwamen rond het begin van deze eeuw troffen de stad verlaten aan. Het is heel lang onduidelijk geweest wie dit bouwwerk had gemaakt. De blanken vonden dat dit het bewijs was dat er al eerder blanken geweest moesten zijn, want ze achtten de zwartjes die ze hier aantroffen in hun primitieve modderhutjes niet in staat zo'n bouwwerk te bouwen. Heel lang is onduidelijk gebleven wie Great Zimbabwe gebouwd had en waarom ze ten onder zijn gegaan. Uiteindelijk bleken de bouwers toch te behoren tot de Shona-stammen (voorouders van de Zimbabweanen. Meeste Zimbabweanen horen ook tot de Shona-stam en Shona is de hoofdtaal) geholpen door Swahili-stammen. Het rijk is waarschijnlijk ten onder gegaan door uitputting van het omliggende land. Waar ze heen zijn gegaan is een raadsel. Ja, was een erg boeiende rondleiding.

's Middags zijn we

naar Harare gelift, de hoofdstad van Zim. De volgende ochtend zou Brechje daar namelijk aankomen, maar die kwam helemaal niet. Pas de volgende dag! Dus toen zijn we maar Harare een beetje gaan verkennen en dat is dus echt een wereldstad met grote brede straten, enorm veel verkeer, hoge gebouwen, kantoren, dure winkels, terasjes en heuse echte arregisjektuur. Een stad als Harare straalt zoveel meer ontwikkeling uit dan bijvoorbeeld Blantyre.

Volgende ochtend zat Brechje dan wel op het vliegtuig en een prachtige hereniging vond plaats. Was echt heel erg leuk. Die hadden elkaar en ik deed ook wel een beetje mee hoor, veel te vertellen en daar was gelukkig alle tijd voor want al gauw stapten we in de bus op weg naar de Victoria Falls. Een rit van zo'n 12 uur! Wel een degelijke en redelijk luxe bus, dus dat was goed. Om 12.30 kwamen we aan in Victoria Falls. Het dorpje bij de Falls heet ook zo. Dit dorpje is waarschijnlijk veruit de allertoeristische plek in heel Afrika en toch heeft het ook wel iets lievelijks. Gelukkig staan er geen grote (hotel)flats. Onze backpackers lag iets buiten het centrum en had een lekker zwembad, want het was daar goed heet, oei. Heb in Vic Falls misschien wel net zoveel toeristen gezien als in de rest van Afrika bij elkaar. Allerlei organisaties in de hoofdstraat organiseren allerlei activiteiten en excursies. De toeristen-industrie is er ge-explodeerd, maar eigenlijk niet vervelend, wel gezellig. Enige storende is dat er de hele dag een helicopter in de rondte vliegt, want voor 70 dollar kan je 15 minuten over de Falls heen vliegen. Ook in een vliegtuigje is mogelijk, parachute-springen, bungee-jumpen, abseilen (en allemaal van dat soort activiteiten) allerlei safari's, riverboarden, kayakken en natuurlijk niet te vergeten het raften! Allemaal op toeristen gerichte activiteiten en tippie-toppie georganisseerd hoor. We zijn in totaal 3 dagen geweest in Vic Falls. De eerste dag zijn we een beetje rond wezen wandelen door het dorpje, over de markt en richting de Vic Falls. Om de Vic Falls zelf te bekijken moet je het national park in (10 dollar pp) en dat stond voor de volgende dag op het programma. De eerste dag zijn we langs de Zambezi gewandeld stroomopwaarts van de Falls. Je kon het gedonder van de Falls heel goed horen en we liepen vlak boven de richel waar het water naar beneden stort. Vervolgens liepen we een mooi rondje langs de grootste baobab-boom van de wereld. De stam had een omtrek van 20 meter, ongeveer rond, dus 20 gedeeld door 2x3=6 ==> straal van 3 meter en dus doorsnede van 6 meter! Aardig groot dat boompie. Baobabs zijn hele eigenaardige bomen. Het lijkt net alsof ze verkeerdom in de grond staan, met hun wortels in de lucht dus. Het grootste deel van het jaar hebben ze geen blaadjes dus dan lijken het echt net wortels. Locaal verhaal is dat de baobab- boom zichzelf zo mooi vond en daar continu over opschepte dat iedereen er helemaal gek van werd. Op een dag kon god het echt niet meer aanhoren en heeft de baobab-boom met wortel en al uit de grond getrokken en hem er verkeerdom weer in geduwd. Grappig verhaal.

Volgende dag gingen we dan eindelijk de Victoria Falls bekijken. De Zambezi is voor de Vic Falls een langzaamstromende rivier die langzaam uitdijt totdat ie een breedte heeft van 1,7 km en een spleet tegenkomt die dwars op de rivier staat. Die spleet is zo'n 50-100 meter breed en 90-110 meter diep. De spleet is het begin van de Zambezi-gorge, waar de Zambezi verandert in een woeste rivier, waarop je dus fantastisch kan raften, maar daarover later meer. De Zambezi stort dus over een breedte van 1,7 km 100 meter naar beneden en dat is dus echt een FANTASTISCH mooie waterval! Ik geloof de grootste waterval na de Niagara Falls. Heel erg indrukwekkend! Je bekijkt de Fall vanaf de overkant van die kloof, wat een National Park is, omdat er door de continue waterdruppels die daar op de oever vallen een regenwoud is ontstaan. Door dit regenwoud hebben ze allerlei paadjes aanngelegd, die naar allerlei uitzichtpunten leiden, waar je de waterval kan zien en de kloof inkijkt. Prachtig. In deze (droge) periode van het jaar staat er niet zo heel erg veel water in de Zambezi, dus meer dan de helft van de waterval staat droog (het water stort alleen via de laagste punten naar beneden). Dit klinkt dramatisch, edoch dat is het niet. De Falls zijn nog steeds imposant en het fijne is dat je ze nu kan zien, want in de regentijd komt er zoveel water naar beneden dat allemaal opstuift dat er een enorme mistwolk in de kloof hangt en je eigenlijk heel weinig kan zien. Er komt nog altijd zo'n 9 miljoen liter water per seconde naar beneden! We hebben heerlijk een half dagje door het oerwoud gelopen, alle uitzichtpunten bekeken en "pikgenikt". 's Avonds zijn we gaan eten in een restaurant dat de "Carnivore" heet en waar je allerlei wilde beesten voorgeschoteld krijgt. (Je kan er nota bene ook vegetarisch eten, haha) vooraf wormen, biltong en vis. Hoofdgerecht krokodil kip en eland en van de gril: struisvogel, gnoe en kudu (soort antiloop). Heel erg lekker, onbeperkt en niet duur. Wat wil je nog meer? O ja, drank! Was ook inclusief! Maar niet teveel want de volgende morgen moesten we weer fit uit de veren, want RAFTEN!:

Een raft is zo'n opblaasboot, waarmee idioten allerlei snel-stromende rivieren en levensgevaarlijke stroomversnellingen (=rapids) afgaan. Iedereen krijgt een peddel (liefkozend teaspoon genoemd, want in zo'n stroomversnelling doe je er weinig mee) een helm en een zwemvest (de belangrijkste) Om 8 uur krijg je een breefing hoe de dag eruit gaat zien en dan begint de zware afdaling de kloof in. Op een rustig stukje rivier, noch geen 200 meter van de Falls vandaan, even het peddelen oefenen en de instructies die de guide geven kan, doornemen en je bent klaar voor een van de wildste rivieren van de wereld. De officiele definitie: "The Zambezi is classified as a high volume pool drop grade 5 river; extremely difficult, long violent rapids, steep gradients, big drops & pressure areas." Klinkt van de zotten, maar het belangrijke en veilige van de Zambezi is het "high volume"-gedeelte. Er stroomt een enorme hoeveelheid water door die gorge heen. Het is dus heel diep. Je knalt dus niet gauw met je kop op een steen. Op veel plaatsen is het wel 15 meter diep. Ook in de rapids. Voor de rest dat ie zo gevaarlijk en moeilijk en long en violent is, is alleen maar te gek en heel spectaculair! In de verte hoor je het gedonder van de volgende rapid, de guide legt uit hoe we hem gaan nemen en waar je heen moet zwemmen als we omgaan. Daar gaan we dan. Versnelling, eerste golf en dan opeens steil naar beneden en recht op een enorm steile staande golf af, die veel groter is dan jouw kleine bootje, dat eerst toch ook wel groot leek. Iedereen zet zich schrap en dan is het afwachten wat er gebeurt. Blijven we even steken, gaan we direct om of springen/stuiteren we er gewoon overheen? Alles hebben we een keertje gedaan. In totaal zijn we "slechts" 3 keer omgegaan en dat was nog hartstikke leuk ook. In je zwemvest zo'n rapid af, je heet dan een "longswimmer". Shortswimmer ben je als je het voor elkaar weet te krijgen om het touw aan de zijkant van de boot vast te blijven houden. Te gek. Je kan je alleen maar overgeven, want tegen zoveel natuurgeweld valt niets in te brengen. Als je ondergaat, ga je onder. Gewoon je adem inhouden en je komt vanzelf wel weer een keertje boven. En na de rapid verzamelen de troepen zich weer en kan de tocht verder. De dag van m'n leven! Het Zambezi Swimming Team heeft de Zambezi bedwongen. Klaar voor de rest van de wereld! Dat was dus dag 3 en tevens de laatste dag in Vic Falls. Na afloop van de rafttocht moet je dus ook weer die kloof uit en dat is even een zware klim! Maar..boven wacht een koelbox met ijskoude biertjes. Wat een genot en wat word je daar dronken van! Vervolgens zijn we het zwembad ingesprongen bij onze bp's, waar een raft en een kayak inliggen. En alsof ik nog niet genoeg in het water gelegen had en nog niet genoeg water had binnen gehad, heb ik me samen met een andere jongen toegelegd op het eskimoteren! Zonder peddel en zonder dekzeil. Na een uur ploeteren, waarvan het grootste deel onder water, is het gelukt! Mijn dag kon echt niet meer stuk. Wat een feest. Spierpijn en beurse plekken de volgende dag, oelala, maar dat mocht de pret niet drukken.

De volgende dag bracht de

bus ons naar het 100 km verderop gelegen Hwange (spreek uit "Wengkie"), een wildpark ter grootte van Belgie! Die middag stapten we gezapig in de safari-truck, een pick-up truck met achterop een stellage met banken. De guide bestuurt het vehikel, "spot" de meeste dieren en vertelt leuke weetjes. Klinkt verschrikkelijk toeristisch en

gezapig en dat is het ook, maar als je eenmaal in het park bent en tussen al die beesten staat kan je dat echt helemaal niets meer schelen en is het echt fantastisch! Zo mooi, zoveel lieve beestjes. Het is ook hartstikke spannend, want je rijdt door dat park heen en zit maar te speuren en te turen om iets te zien en dan opeens zie je daar een kudde olifanten, giraffen of een leeuw, ik noem maar wat. Op een gegeven moment kwamen we bij een paar meertjes aan en daar stonden ongelovelijk veel olifanten. Nadat de grootste verbazing over was heb ik een poging gedaan ze te tellen en het waren er zeker meer dan 100. En dat was nog niet alles: van alle kanten kwamen meer olifanten op het meertje af. Kudde van 25 olifanten van die kant, netjes in een rijtje, van een andere kant kwamen 20 olifanten aangerend. Er bleven maar nieuwe kuddes olifanten arriveren. Allemaal kwamen ze wat water drinken (gemiddeld 150 liter per dag!) en een beetje spetteren in het meertje. En dat zo dichtbij. Het dichtstbij gelegen meertje lag op nog geen 30 meter afstand van ons. De olifanten vonden het prima. Kleine olifantjes van 2 weken oud stonden er tussen, zo schattig. Het was niet te geloven! Toen het echt donker begon te worden en we ons moesten begeven naar de uitgang van het park, dit lieflijke tafereel in de steek latend, werden we nog even getracteerd op 3 heel grote olifanten. We moesten stoppen op de weg, omdat er een paar moeders met kleintjes overstaken (dieren hebben in zulke parken voorrang, belachelijk), komen er 3 enorme, dikke, grote mannetjes aangesjokt, recht op de auto af. Geheel niet boosaardig, maar wel op ons af, oei. Ze wijzigen hun koers een heel klein beetje en lopen op 4 meter afstand langs onze auto. Wat een magnifieke beesten! Toen werd het echt donker. Buiten het park kwamen we nog een cobra tegen, die zich kwaad zat te maken op de weg en een paar buffels in het struikgewas. Ja ja dat was me het safarietje wel.

De volgende dag ging de reis verder naar Bulawayo, de 2e stad van Zim. Ook een heuse wereldstad, maar iets rustiger dan Harare, waar het echt een chaos is. In Bulawayo hebben we die avond de nachttrein gepakt die ons de volgende ochtend op het station van Harare afleverde. Heel luxe (ex Zuid Afrikaanse) trein met mooie slaapcabines. Geslapen als een roos. Terug in Harare, visa regelen voor Mozambique, rondwandelen, winkeltjes en marktjes kijken, lunchje pakken, terrasje zitten. Afijn je kent het wel, gewoon een beetje de locale sfeer opsnuiven. Volgende ochtend vroeg met de "chicken-bus" naar Blantyre. duur: 13 uur! Een heel pittige zit, maar dan ben je wel thuis! terug in Malawi. Onderweg verloren we nog wat banden die op het dak waren vastgebonden en bij de grens van Malawi moesten we anderhalfuur wachten omdat een of andere prutser de invoerbelasting niet betalen kon. Iedereen gaat namelijk allemaal boodschappen doen in Zim, als ze daar toevallig zijn. Dus die hele bus zit helemaal vol gestouwd met allemaal troep. Zelfs pakken boter nemen ze mee! Die lag na de halve reis over de hele vloer van de bus, want die houdt het natuurlijk niet zolang vol in een bus waar het 40 graden is. Die gaat dan lekker aan de wandel!

Het openbaar vervoer bracht ons terug naar

Phalombe de volgende dag op de oude vertrouwde manier. De bus kwam niet om 8 uur ("wacht maar op de bus van 10 uur, misschien komt die wel", daar gaan wij niet op wachten) We zijn toen met mini-busje naar Limbe gereden en vandaar ander mini-busje naar Mulanje. Die kreeg een lekke band en guess what? Geen reserve wiel ==> einde mini-bus-trip. Een uurtje later zaten we in de achterklep van een grote vrachtauto, hetgeen ook dienst doet als openbaar vervoer, alleen heet het nu matola. Op een gegeven moment zag Job iemand met handboeien de bak inklimmen en toen dagiedus: "krijg nou wat?" Klom er even later ook een mannetje van het leger de bak in! Alles wordt vervoerd in zo'n bakkie, zelfs gevangenen. (De "matola" van SA heet trouwens ook gewoon "bakkie", lachen he?) De matola van

Mulanje naar Phalombe bleef dit keer heel en zo kwamen we om 2 uur dodelijk vermoeid edoch helemaal voldaan na zo een te gekke reis door Mozambique, Zuid Afrika en Zimbabwe aan in ons eigen huisie. Wat een

indrukken, avonturen en

onverwachte dingen maak je mee als je gewoon ergens heen gaat, niet wetend hoe en waar je precies heen gaat. Je ziet het allemaal wel. En juist als je het "allemaal wel ziet" maak je de meeste dingen mee. Niet altijd leuke dingen (meestal wel), maar dan toch zeker goede, interessante en leerzame dingen om een keertje mee te maken. Vooraf hadden we de vage contouren van dit rondje in ons hoofd, we zouden wel zien hoe het lopen zou. Het liep gesmeerd! Wist je dat we 6500 km hebben afgelegd! De reis naar Zambia met paps en mams nog niet eens meegerekend. 6,5 duizend, openbaar vervoer in Afrika en weet je wat, het was nog niet eens zo zwaar. Het was te gek!

Mensen de groeten,

ik zie jullie over een maandje weer! Kus van Martijn en namens Job en Brechje die hoog op de berg zitten te ploeteren ook eentje natuurlijk.

ciao