Een kleine 3 weken
geleden berichtte ik u uit het rustieke en o zo georganisseerde Zuid-Afrika. Thans
bevindt uw reporter zich weer op het oude vertrouwde plekje aan de voet van die
o zo mooie berg. Heerlijk is het om weer terug te zijn. Het voelt echt alsof we
weer "thuis" zijn gekomen, grappig is dat. Vast een mooi voorproefje
voor over een maand. Dan komen we echt naar huis. En daar is ook wel weer iets
voor te zeggen. Niet dat ik er heel erg naar verlang om weer naar huis te gaan,
maar ik zie er ook niet tegenop. Eerst nog even genieten van een paar weken
hier en dan met veel zin weer naar ons koude kikkerlandje, waar het dan al
aardig winter begint te worden. Van die mooie dagen waarop het guur weer is en
er zo'n waterig zonnetje schijnt. De schaatsen stevig onderbinden. Warme
chocolade-melk. Lekker gezellig binnen zitten rond de kachel, omdat het buiten
te koud is. Het leuke van het Nederlandse klimaat is dat het altijd weer anders
is en dat je eigenlijk nooit weet wat je te wachten staat. Elke keer weer
anders. Ik was het Nederlandse klimaat aan het uitleggen aan een
Nieuw-Zeelander en ik merkte dat ik helemaal enthousiast werd. Mensen, ik hou
geloof ik van Holland!!
Op dit moment bevinden
Job en Brechje zich op de Mulanje. Je kan natuurlijk niet een bezoekje afleggen
aan Phalombe zonder de Mulanje te beklimmen. Ik had er niet zoveel zin meer in
weer die berg op te gaan. Bovendien is het wel leuk voor die 2 om even met z'n
tweetjes te zijn. Dus nu heb ik het rijk voor mij alleen! Dat vieren we door
een klein griepje te verwerken. In Nederland schijnt het te heersen. Dus
misschien is er een klein beestje met Brechje meegelift dat zich nu in mij
uitleeft. Ben niet heel erg ziek, maar net zo'n zeurderig griepje. Veel slapen,
rusten en meeltjes schrijven en dan gaat het wel weer over. Pleis (onze kok)
zorgt goed voor me en heeft zojuist een overheerlijke fruitsalade voor me
gemaakt, yummie! dan moet je wel beter worden.
Eergisteren waren we
op de markt in Phalombe. Even
rondkijken, wat dingen
kopen voor het avondeten en de Tinus ging naar de kapper. Dat is dus een hutje
van 2 bij 2. Helemaal open. Dus eigenlijk een dak en muren van 1 meter hoog. Dus
iedereen keek gezellig mee toen de kapper zich op mij uitleefde. De kapper
beschikt alleen over een tondeuse. Gewapend met die tondeuse begon ie heel
precies een kapsel te scheren. Ging nog best redelijk ook. Echter ik wilde eens
een keertje proberen hoe het zou voelen en hoe het zou staan als ik m'n haar
heel erg kort liet knippen, dus ik zeg tegen die knakker: "zet die
tondeuse maar op 3 mm en scheer de hele zooi eraf" Zo gezegd, zo gedaan. De
hele markt genoot mee en vond het prachtig. Hij is er zeker wel 3 kwartier mee
bezig geweest. Heel precies en heel geconcentreerd. En nu ben ik dus hartstikke
kaal! 3 mm is echt heel erg kort en helemaal als je hartstikke blond haar hebt.
Ben nu echt "gabber Piet", "stuiter Harry" en
"sportschool Barry" tegelijk! Job en Brechje hebben zich suf
gelachen. Het voelt heerlijk, zulk kort haar. En het groeit allemaal wel weer
aan, toch?
Afgelopen zondag
zijn we weer
aangekomen in Phalombe. Laat ik het verhaal van onze fantastische trip door
Mozambique (moz), Zuid Afrika (SA) en Zimbabwe (zim) maar vervolgen waar we
gebleven waren. Laatste verslag kwam rechtstreeks uit SA uit Graskop, backpackerslodge
"het groene kasteel". Heb ik al een keertje uitgelegd wat een
backpackerslodge is? Gewoon nog een keer. Simpel gezegd kan je eigenlijk op 2
manieren reizen. 1 van hotel naar hotel met je eigen vervoer of met touringbus,
is duur en 2. Rondreizen met openbaar vervoer en je grote rugzak en dan slapen
op goedkope plekken. Dat zijn dus backpackerslodges (bp). bp's hebben meestal
slaapzalen (dorms) met stapelbedden (net als jeugdherberg), maar vaak kan je er
ook je tentje opzetten. Vaak verzorgen ze ook goedkope maaltijden en is er een
bar. Zijn bijna altijd leuke en goedkope plekken om te blijven. Ze zijn
eigenlijk opgezet voor de rugzaktoerist, omdat de goedkope plaatsen om te
blijven eigenlijk altijd veel te smerig zijn. Een gat in de markt. Ze schieten
dan ook als paddestoelen uit de grond.
De volgende dag hebben
deze 2
kaaskoppies de ganze
dag in mini-busjes gezeten op weg naar de grens met Zimbabwe. In elk dorpje heb
je mini-bus-stationnen waar het een enorme chaos is, met marktkraampjes en een
heleboel busjes. Een mini-bus is zo'n volkswagen busje maar dan helemaal
volgestouwd met banken. Andere merken maken ook zulke busjes hoor. Naast de
bestuurder 2 zitplaatsen en achterin 5 banken. Elke bank biedt plaats aan
minimaal 4 personen. Om naar de achterste banken te kunnen komen kun je een
deel van de banken opklappen. Goed je komt dus op zo'n busstation aan en als je
niet wordt aangeschoten door een of ander mannetje, dan stap je maar eens op
iemand af om te vragen welke minibus er naar jouw bestemming gaat, antwoord:
"nee , meneer dan moet je eerst de mini-bus naar a nemen en dan de minibus
naar b en daar gaat dan een busje naar c" Okay. Dus maar naar de minibus
naar a. Heb je die minibus gevonden dan informeer je is naar de prijs (die
trouwens hartstikke laag is) en stap je in. Dan is het wachten tot het busje
vol is en vol is echt tjokvol! Eerder gaat het busje niet weg. Varieert ergens
tussen de 10 minuten en een uur, voordat het busje eindelijk eens een keertje
weggaat. In totaal moesten we 5 busjes nemen om bij het grensplaatsje Messina
aan te komen. Daar hebben we ons kamp opgeslagen op een echte Franse camping. Ons
laatste avondje "westers in Afrika". Vlak naast de camping een
voortreffelijk restaurant, waar we een koningse maaltijd gegeten en
fantastische wijn gedronken hebben voor nog geen 20 gulden de man. En een
Heineken vooraf natuurlijk.
Volgende ochtend het
volgende project: de
grens over. Kost je een halve dag! wachten, stempels, formulieren invullen,
wachten, bagage bekijken, maar vooral wachten. Waarop? Geen idee. Om 1 uur
stapten we dan eindelijk in de grote bus naar Masvingo, waar we om een uur of 5
helemaal gaar aankwamen. De backpackerslodge waar we daar terecht kwamen maakte
alles goed, paradijselijk gelegen. Net op tijd voor sunset over stuwmeer,
bossen, heuvellandschap en een serene rust. Ver van de bewoonde wereld. Heerlijk.
Volgende dag bracht de eigenaar van de lodge ons naar Great Zimbabwe, wat
ruines zijn van een vesting van een beschaving die hier ergens 1100 na C. gewoond
heeft. Grootste overblijfselen van oude beschaving in Zuidelijk Afrika en heel
imposant. Gelegen op een heuvel kijkt het paleis van de koning uit over het
meer en de wijde omgeving. Beneden de "Great encounter" waar z'n
vrouwen (200 in totaal) en kinderen woonden. Enige wat over is zijn de grote
muren. Maar die muren van die "Great Encounter" zijn wel 11 meter
hoog, 5-6 meter dik, puntgaaf en heel ingenieus gebouwd. Het getuigt van grote
bouwkundige kennis. De blanken die hier kwamen rond het begin van deze eeuw
troffen de stad verlaten aan. Het is heel lang onduidelijk geweest wie dit
bouwwerk had gemaakt. De blanken vonden dat dit het bewijs was dat er al eerder
blanken geweest moesten zijn, want ze achtten de zwartjes die ze hier
aantroffen in hun primitieve modderhutjes niet in staat zo'n bouwwerk te
bouwen. Heel lang is onduidelijk gebleven wie Great Zimbabwe gebouwd had en
waarom ze ten onder zijn gegaan. Uiteindelijk bleken de bouwers toch te behoren
tot de Shona-stammen (voorouders van de Zimbabweanen. Meeste Zimbabweanen horen
ook tot de Shona-stam en Shona is de hoofdtaal) geholpen door Swahili-stammen. Het
rijk is waarschijnlijk ten onder gegaan door uitputting van het omliggende
land. Waar ze heen zijn gegaan is een raadsel. Ja, was een erg boeiende
rondleiding.
's Middags zijn we
naar Harare gelift, de
hoofdstad van Zim. De volgende ochtend zou Brechje daar namelijk aankomen, maar
die kwam helemaal niet. Pas de volgende dag! Dus toen zijn we maar Harare een
beetje gaan verkennen en dat is dus echt een wereldstad met grote brede
straten, enorm veel verkeer, hoge gebouwen, kantoren, dure winkels, terasjes en
heuse echte arregisjektuur. Een stad als Harare straalt zoveel meer
ontwikkeling uit dan bijvoorbeeld Blantyre.
Volgende ochtend zat
Brechje dan wel op het vliegtuig en een prachtige hereniging vond plaats. Was
echt heel erg leuk. Die hadden elkaar en ik deed ook wel een beetje mee hoor,
veel te vertellen en daar was gelukkig alle tijd voor want al gauw stapten we
in de bus op weg naar de Victoria Falls. Een rit van zo'n 12 uur! Wel een
degelijke en redelijk luxe bus, dus dat was goed. Om 12.30 kwamen we aan in
Victoria Falls. Het dorpje bij de Falls heet ook zo. Dit dorpje is
waarschijnlijk veruit de allertoeristische plek in heel Afrika en toch heeft
het ook wel iets lievelijks. Gelukkig staan er geen grote (hotel)flats. Onze
backpackers lag iets buiten het centrum en had een lekker zwembad, want het was
daar goed heet, oei. Heb in Vic Falls misschien wel net zoveel toeristen gezien
als in de rest van Afrika bij elkaar. Allerlei organisaties in de hoofdstraat
organiseren allerlei activiteiten en excursies. De toeristen-industrie is er
ge-explodeerd, maar eigenlijk niet vervelend, wel gezellig. Enige storende is
dat er de hele dag een helicopter in de rondte vliegt, want voor 70 dollar kan
je 15 minuten over de Falls heen vliegen. Ook in een vliegtuigje is mogelijk,
parachute-springen, bungee-jumpen, abseilen (en allemaal van dat soort
activiteiten) allerlei safari's, riverboarden, kayakken en natuurlijk niet te
vergeten het raften! Allemaal op toeristen gerichte activiteiten en
tippie-toppie georganisseerd hoor. We zijn in totaal 3 dagen geweest in Vic
Falls. De eerste dag zijn we een beetje rond wezen wandelen door het dorpje,
over de markt en richting de Vic Falls. Om de Vic Falls zelf te bekijken moet
je het national park in (10 dollar pp) en dat stond voor de volgende dag op het
programma. De eerste dag zijn we langs de Zambezi gewandeld stroomopwaarts van
de Falls. Je kon het gedonder van de Falls heel goed horen en we liepen vlak
boven de richel waar het water naar beneden stort. Vervolgens liepen we een
mooi rondje langs de grootste baobab-boom van de wereld. De stam had een omtrek
van 20 meter, ongeveer rond, dus 20 gedeeld door 2x3=6 ==> straal van 3
meter en dus doorsnede van 6 meter! Aardig groot dat boompie. Baobabs zijn hele
eigenaardige bomen. Het lijkt net alsof ze verkeerdom in de grond staan, met
hun wortels in de lucht dus. Het grootste deel van het jaar hebben ze geen
blaadjes dus dan lijken het echt net wortels. Locaal verhaal is dat de baobab-
boom zichzelf zo mooi vond en daar continu over opschepte dat iedereen er
helemaal gek van werd. Op een dag kon god het echt niet meer aanhoren en heeft
de baobab-boom met wortel en al uit de grond getrokken en hem er verkeerdom
weer in geduwd. Grappig verhaal.
Volgende dag gingen we
dan eindelijk de Victoria Falls bekijken. De Zambezi is voor de Vic Falls een
langzaamstromende rivier die langzaam uitdijt totdat ie een breedte heeft van
1,7 km en een spleet tegenkomt die dwars op de rivier staat. Die spleet is zo'n
50-100 meter breed en 90-110 meter diep. De spleet is het begin van de
Zambezi-gorge, waar de Zambezi verandert in een woeste rivier, waarop je dus
fantastisch kan raften, maar daarover later meer. De Zambezi stort dus over een
breedte van 1,7 km 100 meter naar beneden en dat is dus echt een FANTASTISCH
mooie waterval! Ik geloof de grootste waterval na de Niagara Falls. Heel erg
indrukwekkend! Je bekijkt de Fall vanaf de overkant van die kloof, wat een
National Park is, omdat er door de continue waterdruppels die daar op de oever
vallen een regenwoud is ontstaan. Door dit regenwoud hebben ze allerlei paadjes
aanngelegd, die naar allerlei uitzichtpunten leiden, waar je de waterval kan zien
en de kloof inkijkt. Prachtig. In deze (droge) periode van het jaar staat er
niet zo heel erg veel water in de Zambezi, dus meer dan de helft van de
waterval staat droog (het water stort alleen via de laagste punten naar
beneden). Dit klinkt dramatisch, edoch dat is het niet. De Falls zijn nog
steeds imposant en het fijne is dat je ze nu kan zien, want in de regentijd
komt er zoveel water naar beneden dat allemaal opstuift dat er een enorme
mistwolk in de kloof hangt en je eigenlijk heel weinig kan zien. Er komt nog
altijd zo'n 9 miljoen liter water per seconde naar beneden! We hebben heerlijk
een half dagje door het oerwoud gelopen, alle uitzichtpunten bekeken en
"pikgenikt". 's Avonds zijn we gaan eten in een restaurant dat de
"Carnivore" heet en waar je allerlei wilde beesten voorgeschoteld
krijgt. (Je kan er nota bene ook vegetarisch eten, haha) vooraf wormen, biltong
en vis. Hoofdgerecht krokodil kip en eland en van de gril: struisvogel, gnoe en
kudu (soort antiloop). Heel erg lekker, onbeperkt en niet duur. Wat wil je nog
meer? O ja, drank! Was ook inclusief! Maar niet teveel want de volgende morgen
moesten we weer fit uit de veren, want RAFTEN!:
Een raft is zo'n
opblaasboot, waarmee idioten allerlei snel-stromende rivieren en
levensgevaarlijke stroomversnellingen (=rapids) afgaan. Iedereen krijgt een
peddel (liefkozend teaspoon genoemd, want in zo'n stroomversnelling doe je er
weinig mee) een helm en een zwemvest (de belangrijkste) Om 8 uur krijg je een
breefing hoe de dag eruit gaat zien en dan begint de zware afdaling de kloof
in. Op een rustig stukje rivier, noch geen 200 meter van de Falls vandaan, even
het peddelen oefenen en de instructies die de guide geven kan, doornemen en je
bent klaar voor een van de wildste rivieren van de wereld. De officiele definitie: "The Zambezi is
classified as a high volume pool drop grade 5 river; extremely difficult, long
violent rapids, steep gradients, big drops & pressure areas." Klinkt van de zotten, maar het belangrijke en veilige van
de Zambezi is het "high volume"-gedeelte. Er stroomt een enorme
hoeveelheid water door die gorge heen. Het is dus heel diep. Je knalt dus niet
gauw met je kop op een steen. Op veel plaatsen is het wel 15 meter diep. Ook in
de rapids. Voor de rest dat ie zo gevaarlijk en moeilijk en long en violent is,
is alleen maar te gek en heel spectaculair! In de verte hoor je het gedonder
van de volgende rapid, de guide legt uit hoe we hem gaan nemen en waar je heen
moet zwemmen als we omgaan. Daar gaan we dan. Versnelling, eerste golf en dan opeens
steil naar beneden en recht op een enorm steile staande golf af, die veel
groter is dan jouw kleine bootje, dat eerst toch ook wel groot leek. Iedereen
zet zich schrap en dan is het afwachten wat er gebeurt. Blijven we even steken,
gaan we direct om of springen/stuiteren we er gewoon overheen? Alles hebben we
een keertje gedaan. In totaal zijn we "slechts" 3 keer omgegaan en
dat was nog hartstikke leuk ook. In je zwemvest zo'n rapid af, je heet dan een
"longswimmer". Shortswimmer ben je als je het voor elkaar weet te
krijgen om het touw aan de zijkant van de boot vast te blijven houden. Te gek.
Je kan je alleen maar overgeven, want tegen zoveel natuurgeweld valt niets in
te brengen. Als je ondergaat, ga je onder. Gewoon je adem inhouden en je komt
vanzelf wel weer een keertje boven. En na de rapid verzamelen de troepen zich
weer en kan de tocht verder. De dag van m'n leven! Het Zambezi Swimming Team
heeft de Zambezi bedwongen. Klaar voor de rest van de wereld! Dat was dus dag 3
en tevens de laatste dag in Vic Falls. Na afloop van de rafttocht moet je dus
ook weer die kloof uit en dat is even een zware klim! Maar..boven wacht een
koelbox met ijskoude biertjes. Wat een genot en wat word je daar dronken van! Vervolgens
zijn we het zwembad ingesprongen bij onze bp's, waar een raft en een kayak
inliggen. En alsof ik nog niet genoeg in het water gelegen had en nog niet
genoeg water had binnen gehad, heb ik me samen met een andere jongen toegelegd
op het eskimoteren! Zonder peddel en zonder dekzeil. Na een uur ploeteren,
waarvan het grootste deel onder water, is het gelukt! Mijn dag kon echt niet
meer stuk. Wat een feest. Spierpijn en beurse plekken de volgende dag, oelala,
maar dat mocht de pret niet drukken.
De volgende dag bracht
de
bus ons naar het 100
km verderop gelegen Hwange (spreek uit "Wengkie"), een wildpark ter
grootte van Belgie! Die middag stapten we gezapig in de safari-truck, een
pick-up truck met achterop een stellage met banken. De guide bestuurt het
vehikel, "spot" de meeste dieren en vertelt leuke weetjes. Klinkt
verschrikkelijk toeristisch en
gezapig en dat is het
ook, maar als je eenmaal in het park bent en tussen al die beesten staat kan je
dat echt helemaal niets meer schelen en is het echt fantastisch! Zo mooi,
zoveel lieve beestjes. Het is ook hartstikke spannend, want je rijdt door dat
park heen en zit maar te speuren en te turen om iets te zien en dan opeens zie
je daar een kudde olifanten, giraffen of een leeuw, ik noem maar wat. Op een
gegeven moment kwamen we bij een paar meertjes aan en daar stonden ongelovelijk
veel olifanten. Nadat de grootste verbazing over was heb ik een poging gedaan
ze te tellen en het waren er zeker meer dan 100. En dat was nog niet alles: van
alle kanten kwamen meer olifanten op het meertje af. Kudde van 25 olifanten van
die kant, netjes in een rijtje, van een andere kant kwamen 20 olifanten
aangerend. Er bleven maar nieuwe kuddes olifanten arriveren. Allemaal kwamen ze
wat water drinken (gemiddeld 150 liter per dag!) en een beetje spetteren in het
meertje. En dat zo dichtbij. Het dichtstbij gelegen meertje lag op nog geen 30
meter afstand van ons. De olifanten vonden het prima. Kleine olifantjes van 2
weken oud stonden er tussen, zo schattig. Het was niet te geloven! Toen het
echt donker begon te worden en we ons moesten begeven naar de uitgang van het
park, dit lieflijke tafereel in de steek latend, werden we nog even getracteerd
op 3 heel grote olifanten. We moesten stoppen op de weg, omdat er een paar
moeders met kleintjes overstaken (dieren hebben in zulke parken voorrang,
belachelijk), komen er 3 enorme, dikke, grote mannetjes aangesjokt, recht op de
auto af. Geheel niet boosaardig, maar wel op ons af, oei. Ze wijzigen hun koers
een heel klein beetje en lopen op 4 meter afstand langs onze auto. Wat een
magnifieke beesten! Toen werd het echt donker. Buiten het park kwamen we nog
een cobra tegen, die zich kwaad zat te maken op de weg en een paar buffels in
het struikgewas. Ja ja dat was me het safarietje wel.
De volgende dag ging
de reis verder naar Bulawayo, de 2e stad van Zim. Ook een heuse wereldstad,
maar iets rustiger dan Harare, waar het echt een chaos is. In Bulawayo hebben
we die avond de nachttrein gepakt die ons de volgende ochtend op het station
van Harare afleverde. Heel luxe (ex Zuid Afrikaanse) trein met mooie
slaapcabines. Geslapen als een roos. Terug in Harare, visa regelen voor
Mozambique, rondwandelen, winkeltjes en marktjes kijken, lunchje pakken,
terrasje zitten. Afijn je kent het wel, gewoon een beetje de locale sfeer
opsnuiven. Volgende ochtend vroeg met de "chicken-bus" naar Blantyre.
duur: 13 uur! Een heel pittige zit, maar dan ben je wel thuis! terug in Malawi.
Onderweg verloren we nog wat banden die op het dak waren vastgebonden en bij de
grens van Malawi moesten we anderhalfuur wachten omdat een of andere prutser de
invoerbelasting niet betalen kon. Iedereen gaat namelijk allemaal boodschappen
doen in Zim, als ze daar toevallig zijn. Dus die hele bus zit helemaal vol
gestouwd met allemaal troep. Zelfs pakken boter nemen ze mee! Die lag na de
halve reis over de hele vloer van de bus, want die houdt het natuurlijk niet
zolang vol in een bus waar het 40 graden is. Die gaat dan lekker aan de wandel!
Het openbaar vervoer
bracht ons terug naar
Phalombe de volgende
dag op de oude vertrouwde manier. De bus kwam niet om 8 uur ("wacht maar
op de bus van 10 uur, misschien komt die wel", daar gaan wij niet op
wachten) We zijn toen met mini-busje naar Limbe gereden en vandaar ander
mini-busje naar Mulanje. Die kreeg een lekke band en guess what? Geen reserve
wiel ==> einde mini-bus-trip. Een uurtje later zaten we in de achterklep van
een grote vrachtauto, hetgeen ook dienst doet als openbaar vervoer, alleen heet
het nu matola. Op een gegeven moment zag Job iemand met handboeien de bak
inklimmen en toen dagiedus: "krijg nou wat?" Klom er even later ook
een mannetje van het leger de bak in! Alles wordt vervoerd in zo'n bakkie,
zelfs gevangenen. (De "matola" van SA heet trouwens ook gewoon
"bakkie", lachen he?) De matola van
Mulanje naar Phalombe
bleef dit keer heel en zo kwamen we om 2 uur dodelijk vermoeid edoch helemaal
voldaan na zo een te gekke reis door Mozambique, Zuid Afrika en Zimbabwe aan in
ons eigen huisie. Wat een
indrukken, avonturen
en
onverwachte dingen
maak je mee als je gewoon ergens heen gaat, niet wetend hoe en waar je precies
heen gaat. Je ziet het allemaal wel. En juist als je het "allemaal wel
ziet" maak je de meeste dingen mee. Niet altijd leuke dingen (meestal
wel), maar dan toch zeker goede, interessante en leerzame dingen om een keertje
mee te maken. Vooraf hadden we de vage contouren van dit rondje in ons hoofd,
we zouden wel zien hoe het lopen zou. Het liep gesmeerd! Wist je dat we 6500 km
hebben afgelegd! De reis naar Zambia met paps en mams nog niet eens
meegerekend. 6,5 duizend, openbaar vervoer in Afrika en weet je wat, het was
nog niet eens zo zwaar. Het was te gek!
Mensen de groeten,
ik zie jullie over een
maandje weer! Kus van Martijn en namens Job en Brechje die hoog op de berg
zitten te ploeteren ook eentje natuurlijk.
ciao