|

Sander Veeneman - bezoek
de website
 |
 |
"Fotograferen
zonder kleur is de kunst van het weglaten. Het is
een medium dat eenvoud aanbrengt."
|
|
"Ik
fotografeer uitsluitend in zwart-wit. Dit is geen principiële
kwestie, hoewel ik in het verleden wel eens opdrachten heb
geweigerd omdat ze in kleur moesten. Zwart-wit is zo'n mooie
en sterke vorm van fotografie, waarbij je eigenlijk tot de
essentie komt door zoveel mogelijk weg te laten. 'Groot in
het kleine worden', dat kan worden beschouwd als mijn
streven. Ik doe regelmatig reisverslagen voor bijvoorbeeld
Nieuwe Revue en Rails. Onderwerpen als AIDS en honger komen
zonder kleuren veel ruiger en krachtiger over. Volgens mij
droom ik zelfs in zwart-wit! Mijn foto's hebben als kenmerk
dat wit ook écht wit is, en zwart echt diepzwart. Veel
contrast dus. Op school werd juist geleerd dat zwart en wit
veel doortekening moeten hebben, maar daar ben ik ondertussen
wel vanaf gestapt.
Fotograferen zonder kleur is, zoals gezegd, 'de kunst van
het weglaten'. Het is een medium dat eenvoud aanbrengt. Een
mooie zonsondergang met wolkenlucht komt zelden goed over
op een zwart-wit foto. Het vereist een andere manier van denken,
waarbij het helpt wanneer je zelf al naar eenvoudige beelden
zoekt. Je moet niet teveel op je foto willen, daar draait
het om. Waarschijnlijk ben ik om die reden een fan van close-ups.
Natuurlijk moet je goed op het licht letten. In mijn studio
gebruik ik altijd slechts één lichtbron aan
de bovenkant, om een natuurlijk effect te creëren. Buiten
fotografeer ik nooit in keihard zonlicht, maar met indirect
licht. Bijvoorbeeld een persoon die in een deuropening staat,
net in de schaduw. Dan springen de ogen er mooi uit. Het mooiste
buitenlicht voor zwart-wit fotografie is een bewolkte lucht,
prachtig voor portretten en landschappen. Fotografeer bij
voorkeur niet met tegenlicht, omdat het teveel 'silhouetten'
oplevert.
De computer gebruik ik vooral als doorgeefluik, voor de distributie
van foto's. Heel soms pas ik softwarematig het contrast aan,
corrigeer ik foutjes of verleg ik de scherpte. Ik wacht geduldig
op een digitale camera die kwalitatief gelijkwaardige resultaten
levert als analoge modellen. Nog steeds kan niks tippen aan
het inscannen van een negatief. De warmte en het zilverachtige
van de fotokorrel is ongeëvenaard, die ontbreekt bij
digitale opnamen. Mijn analoge camera is een Mamiya RZ67,
en heel soms gebruik ik een technische camera, zoals destijds
voor de wekelijkse foto in het Parool. De uitdaging ligt meer
en meer in het 'zo weinig mogelijk opnames' maken, dus dat
hetgeen wat je fotografeert ook gelijk goed is. Ik train mezelf
daarin met een 4x5" camera, die een stuk statischer is
en waarmee je meer moeite moet doen om een foto te maken.
Maar de techniek is voor mij in feite ondergeschikt aan het
eindresultaat. Of hij nou scherp, onscherp, licht of donker
is, een foto moet je voelen, dat is het belangrijkste. Ik
irriteer me een beetje aan de huidige trend dat foto's vooral
een 'leuk' kleurtje en een 'leuk' beeld moeten bevatten. Een
intrigerend beeld, dat is waar het voor mij om draait."

Fjodor
C. Buis - bezoek
de website
 |
 |
"Je
moet een soort knopje in je hoofd omschakelen, dat
alles in grijstinten vertaalt."
|
|
"De
keuze voor zwart-wit is in deze tijd een zeldzame, voor wat
betreft het in opdracht werken. De meeste hedendaagse fotografie
is in kleur. Een trend die over een paar jaar wellicht weer
meer zwart-wit fotografie zal laten zien. Fotograferen in
zwart-wit of kleur is qua denkwijze heel verschillend voor
mij.
Kleuren kunnen erg afleiden van het onderwerp, ook al zien
onze ogen natuurlijk wel in kleur. Bij zwart-wit let ik veel
meer op het licht, contrast, compositie en de persoon of het
object. Je moet een soort knopje in je hoofd omschakelen,
dat alles in grijstinten vertaalt. Kleur heeft een duidelijke
functie en schept een sfeer.
Projecten die ik met opzet zonder kleuren heb gemaakt zijn
de 'De laatste Trabantbezitters' en een serie van Marten Toonder.
Bij de eerste serie koos ik voor zwart-wit omdat in het voormalige
Oost-Duitsland de omgeving al weinig kleur had, en juist die
grauwe, lege omgeving zo nog beter getoond kon worden. Bij
de serie van Marten Toonder was de voor de hand liggende reden
dat zijn tekeningen ook vrijwel allemaal zonder kleuren zijn
gemaakt. Ik wilde de sfeer van het donkere bos terug laten
komen in mijn foto's. Kleur had de serie te realistisch gemaakt,
en nu kon ik me concentreren op de persoon zelf, en naderhand
(met de gemanipuleerde serie) op de compositie. Tegenwoordig
is het natuurlijk heel makkelijk om met de computer kleuren
om te zetten in zwart-wit. Je mist dan echter de typische
korrelstructuur van een echte film, en later zelf afdrukken
op bariet is niet meer mogelijk. Wat ik soms wel doe, is van
een kleurloos beeld een RGB-afbeelding maken en vervolgens
alsnog een kleine, subtiele kleur aanbrengen. In de Marten
Toonder serie zit ook een heel kleine kleurtoevoeging, die
het pure beeld iets warmer maakt.
Een echt goede zwart-wit foto is moeilijker te maken dan het
lijkt. De belangrijkste uitdaging is om alle gradaties die
een film je te bieden heeft, in zoveel mogelijk tonen terug
te brengen in je afdruk. Van diep zwart tot wit en zoveel
mogelijk grijstinten ertussen. Het belangrijkste is hoe je
omgaat met licht. Is het bewolkt en is er haast geen contrast?
Dan oogt een landschap doorgaans als een groot grijs vlak.
En hard zonlicht is vaak niet de beste lichtsoort voor een
portret. Maar uiteindelijk zijn geen echte regels en wetten.
Soms kan een zwart-wit foto met weinig contrast toch een goede
foto zijn, als het onderwerp daar bij past. Gebruik bij voorkeur
één of twee types film, en laat ze in hetzelfde
lab ontwikkelen. Zo weet je steeds beter wat je de volgende
keer anders kunt doen om een nog beter resultaat te bereiken.
Wanneer je zelf ontwikkelt is standaardisering heel belangrijk.
Stem alles af op jouw omstandigheden, zoals het soort vergroter,
constante temperaturen bij het ontwikkelen, etc. Een losse
belichtingsmeter is ook een manier om later niet voor verrassingen
te komen te staan, omdat -hoe goed hedendaagse camera's ook
zijn - nog steeds weten ze niet wat tegenlicht is. Op die
manier houd je alles zelf in de hand en heb je altijd goede
en gelijkmatige contactsheets."

Erwin
Olaf - bezoek
de website
 |
 |
"Zwart-wit
is uitstekend geschikt voor naaktfotografie; puisten,
wangen of voetzolen verdwijnen als sneeuw voor de
zon."
|
|
"Tot halverwege de jaren '90 fotografeerde ik bijna alles
in zwart-wit. Het brengt je terug naar de essentie van vorm,
sfeer en licht. In die hoedanigheid is het een prima leerschool,
je kunt veel leren over composities in de doka. Het uitlichten
is ongenuanceerder dan bij kleurenfotografie: een korrel wordt
simpelweg zwart of wit,
er is geen tussenweg. Daarnaast legt het een goede basis voor
journalistieke fotografie, Wubbo de Jong is op dat gebied
een van mijn favorieten. Persoonlijk vind ik zwart-wit uitstekend
geschikt voor naaktfotografie. Het is goed voor de huid. Rode
puisten, wangen of voetzolen verdwijnen als sneeuw voor de
zon. Op dit moment loopt er een aanvraag voor een parfum-campagne.
Als je er goed over nadenkt, en dat blijkt ook uit de praktijk,
leent de geurensector zich uitstekend voor zwart-wit. Het
geeft een veel chiquer beeld en maakt het minder platvloers
dan wanneer je kleuren zou gebruiken.
Als je het hebt over de adaptie van nieuwe technieken, ben
ik een laatkomer. Ik wacht af tot iedereen iets heeft. Toen
de hype rond de paintbox aan de gang was, heb ik uit balorigheid
de rand van een serie kleurnegatieven in brand gestoken. Dan
krijg je een soort bubbelig effect, en het was mijn manier
om te 'protesteren' tegen digitale beeldmanipulatie. Nu is
de situatie helemaal anders, hoewel ik nog steeds niet in
het bezit ben van een digitale camera. Daarmee wacht ik totdat
bestanden van minimaal 200 MB mogelijk zijn, om bijvoorbeeld
foto's te kunnen aanleveren voor grote billboards. Sowieso
blijft een korrel prettiger voor het oog dan een blokje of
pixel. Bewerkingen op de computer, zoals het aanpassen van
kleurencurves of vervormingen, doe ik met de hulp van experts.
Het is overigens wel de hoogste tijd dat ik er zelf wat meer
over ga leren.
In tegenstelling tot wat sommigen misschien denken, is het
niet mijn bedoeling om te shockeren of confronteren. Ik zie
in mijn stijl een soort 'oprechtheid' terug, vooral in het
vrije werk, waar je geen rekening hoeft te houden met een
opdrachtgever of de overheid. Dit wordt versterkt door een
ongewone casting en enigszins macabere 'tongue-in-cheek' humor.
Niet om te lachen, maar om droevig van te worden. Een van
mijn meest opvallende zwart-wit series was 'Blacks', zeventien
portretten van zwart geschminkte mensen met geblindeerde ogen.
Zwarte kleding en zwarte decors maakten het plaatje compleet.
Vooraf had ik, lichtelijk onder invloed, bedacht dat je op
die manier een enorm zwart gat zou kunnen creëren. Maar
grappig genoeg bleek de reflectie van het licht uiteindelijk
de meest in het oog springende factor te zijn. Bij zwart-wit
naaktfotografie is het belangrijk dat je redelijk vlak uitlicht,
bijna saai zelfs. Het is niet nodig om veel schaduwen tot
stand te brengen, want die krijg je vanzelf in de afbeelding.
Tijdens het fotograferen knijp ik soms mijn ogen dicht, zodat
de wimpers een beeld alvast in zwart-wit vertalen. Je ziet
dan sneller of er iets schort aan de compositie. Verder gebruik
ik vaak baby-olie voor de huid, waarmee je een erg mooie reflectie
krijgt. Geen Johnson, die trekt te snel in. Zwitsal is stukken
beter."
©
Olaf Bloemberg
|