Print
   
 


Verschenen in:

Computer!Totaal

 
 

0

 


 
Links
   
 

 


 
 

 

 

  t  

 

 

 

        
 

'Mag het een aansluitinkje meer zijn?'
De waarheid over USB


Nu USB volledig is ingeburgerd in computersystemen, wordt het tijd om eens wat meer aandacht te besteden aan het protocol dat oudere standaarden simpelweg lijkt 'op te slokken'. Na het lezen van dit artikel zult u voorlopig geen brandende vragen meer hebben over USB. Ook USB 2.0, dat ondertussen de standaard is geworden, komt natuurlijk aan de orde.

Hoewel er steeds meer aandacht wordt besteed aan een frisse vormgeving van de computerkast, is de achterkant van een pc nog altijd het aanzien nauwelijks waard. De toewijzing van felle kleurtjes aan de connectors verzacht het leed slechts ten dele. Hier komt de grote belofte van de USB-techniek om de hoek kijken. USB staat voor 'Universal Serial Bus' en is een innovatie van Compaq, DEC, IBM, Intel, Microsoft, NEC en Northern Telecom. Door middel van deze techniek kunnen randapparaten op eenvoudige wijze communiceren met een host-pc. Waar bijvoorbeeld PCI en ISA de regel volgen: 'één apparaat, één poort', brengt USB verschillende apparaten tezamen, want elk USB-apparaat kan nieuwe aansluitmogelijkheden ('hubs') bevatten.

Einde aan verwarring
USB is niet ontwikkeld om computers mooier te maken, maar wel om paal en perk te stellen aan al die verschillende aansluitmogelijkheden. Zowel producenten als consumenten hebben immers baat bij een gestandaardiseerd protocol. Zo is bijvoorbeeld het aanschaffen van een 'simpele' muis geen sinecure voor de onervaren consument, omdat muizen in maar liefst drie smaken verkrijgbaar zijn: de seriële, de PS/2 en de USB-modellen. Te verwachten valt dat de eerste twee langzaam maar zeker van het toneel zullen verdwijnen. De bekendste apparaten die via USB-poort kunnen worden aangesloten, zijn printers en scanners. Wat weinig gebruikers weten, is dat bijna elk randapparaat tegenwoordig in een USB-variant verkrijgbaar is. Probleem is wel dat de oudere moederborden slechts over twee USB-poorten beschikken.

Ondanks het vertakte netwerk dat ontstaat door het gebruik van hubs, communiceert elk USB-apparaat met de hostcomputer alsof het direct aan de rootpoort is verbonden.


Meer USB-aansluitingen
Extra USB-ingangen verkrijgt u via zogeheten hubs. Een hub zorgt ervoor dat de keten van USB-toestellen kan worden uitgebreid. Deze kastjes zijn los te koop, maar worden soms ook geïntegreerd in monitoren, toetsenborden en zelfs geluidskaarten. Er bestaan computer-powered hubs en self-powered hubs. Computer-powered hubs krijgen stroom via het USB netwerk, terwijl self-powered hubs met een stroomkabel worden gevoed. De meeste apparatuur functioneert prima met de beschikbare stroom in het USB-netwerk, maar voor 'zware jongens' (behalve hubs ook printers, scanners en digitale camera's) is dit niet voldoende. Zij beschikken daarom over een eigen stroomkabel en adapter.



Het doet toch wel een beetje pijn om het zogeheten 'Fast USB 1.1'
vernederd te zien worden door het antieke ISA-protocol.



Philips ToUcam Pro
Webcams kunnen een USB-systeem danig op de proef stellen, door de continue aanvoer van beeldwisselingen. Een mooie gelegenheid om eens naar het topmodel van Philips te kijken, de ToUcam Pro. Het eerste dat ons opvalt is het woordje '60 fps' op de verpakking. Gezien de magere resultaten op videocapture-gebied van andere webcams, nemen we deze claim aanvankelijk niet echt serieus. Maar we worden in positieve zin verrast. Met een resolutie van 640x480 'schampt' de ToUcam 15 frames per seconde bij het opslaan van video, dit is een voortreffelijke score. De door Philips beloofde 'megapixel resolutie' voor foto's lijkt echter via een softwarematige truc tot stand te komen. De afbeeldingen van 1280x960 pixels laten kwalitatief te wensen over. De besturingssoftware van Philips werkt iets minder intuïtief dan die van de Logitech Quickcam 3000, maar de softwarebundel is net zo goed. Met de spelletjes van Reality Fusion, PhotoExpress 2 van Ulead en de Spotlife-software (waarmee u in een mum van tijd online bent met de webcam) beschikt u over voldoende mogelijkheden.

Belkin USB Videobus II
Met dit grappige kabeltje kan het beeld van een videocamera of televisie door de USB-poort worden weggeschreven naar de harde schijf. Het beeldtransport verloopt via composiet of S-Video. De beeldkwaliteit is boven verwachting. Ook de prestaties zijn prima, we noteerden een gemiddelde framerate van 23 fps bij de standaardresolutie van 320x240. Met de meegeleverde software is het mogelijk om uw camcorder als 'gewone' webcam te gebruiken. Jammer genoeg kunt u voor de prijs van de Videobus II ook een goede webcam kopen. Dan is de keus snel gemaakt.

Hoe werkt USB?
USB ondersteunt het datatransport tussen een hostcomputer en een waaier van maximaal 127 randapparaten per USB-poort. De aangesloten apparaten delen de USB-bandbreedte op basis van door de host bepaalde toegangsrechten. USB dirigeert datasignalen en vermogen over een vier-draadskabel, die volgens de specificaties niet langer mag zijn dan 5 meter.
Er bestaan twee datastromen: 12Mbit/s en 1.5Mbit/s, ofwel in bytes 1,5 MB/s en 187 KB/s. Een USB-poort kan beide snelheden synchroon ontvangen. Een kabel, die loopt van het randapparaat naar de computer of hub, bestaat uit twee soorten connectoren. Type A (upstream) is de 'dunne' en Type B (downstream) de 'dikke' variant. Op het USB-apparaat wordt Type B aangesloten, terwijl de computer of hub aansluitingen van het Type A herbergt.
De belofte van 'Plug & Play' wordt grotendeels waargemaakt door USB. De bus laat toe dat apparaten worden aangesloten, geconfigureerd, gebruikt en losgemaakt wanneer de host en andere apparaten in werking zijn. Terwijl de computer aanstaat kunnen stekkers worden aangebracht of verwijderd. Nieuwe uitbreidingen worden automatisch herkend.



De platte connector is Type A, de dikke connector Type B.

De waarheid
Een goed ontworpen USB-apparaat gaat zorgvuldig om met de beschikbare bandbreedte. Ontwikkelaars van USB-producten worden door de uitvinders van USB aangemoedigd om niet boven de 40% van de totale bandbreedte uit te komen, zodat in ieder geval nog één andere grootverbruiker kan worden aangesloten op dezelfde USB-poort, naast kleinverbruikers zoals muizen of toetsenborden. De uiteindelijke doorvoersnelheid van USB is van veel variabelen afhankelijk. Theoretisch is een snelheid van 1,5 MB/s mogelijk, maar voor afzonderlijke apparaten geldt een grens van 900 KB/s. Het aansluiten van een extra apparaat op de USB-poort kan in sommige gevallen zelfs snelheidswinst opleveren, omdat er dan meer bandbreedte wordt vrijgemaakt. Van deze extra bandbreedte zal vooral worden geprofiteerd door hongerige USB-devices zoals webcams en xDSL-modems.

Creative Nomad II MG (Limited Edition)
Een mp3-speler doet (evenals een PDA of digitale fotocamera) alleen tijdens het overzetten van bestanden een beroep op de USB-bus, en zal dus doorgaans weinig bandbreedte in beslag nemen. Wij bogen ons over de Nomad II MG 'Limited Edition' met 256 MB geheugen, waarvan er wereldwijd slechts 800 worden gemaakt. Het zal u niet vreemd in de oren klinken dat er voor exclusiviteit flink in de buidel moet worden getast. U beschikt dan wel over een FM-radio, mp3-speler en voice-recorder in één. Met de prettige hoeveelheid geheugen heeft u uiteraard voldoende speelruimte voor uw mp3'tjes. Ongeveer vijf cd's kunnen worden geupload, wanneer u een compressie-bitrate van 128 kbps gebruikt. Geoefende luisteraars die hun mp3's encoderen op 256 kbps kunnen nog altijd 30 nummers in het geheugen van de speler plaatsen. Het overzetten van een groot mp3-bestand (128 MB) duurt bijna zes minuten. Een kleine rekensom leert dat er zuinig wordt omgesprongen met bandbreedte: de doorvoersnelheid is ongeveer 370 KB/s, ruim onder de 'aanbevolen' 600 KB/s per apparaat. Playcenter biedt de mogelijkheid om mp3's te encoderen met EAX-functionaliteit. Naast de extra opties voor ruimtelijke weergave kunnen dan ook de hoge en lage tonen worden aangepast. Bovendien beschikt deze speler over flash-rom, waarmee de ondersteuning voor toekomstige compressieformaten is gewaarborgd. Samenvattend: de Nomad II MG Limited Edition biedt veel multimediaal genoegen. Deze mp3-speler zal echter, behalve in uw oren, ook nog lang nadreunen in uw portemonnee.

Zeven in één
Van fabrikant Belkin ontvingen we een aantal USB-uitbreidingen, die ons in staat stellen een uit de kluiten gewassen USB-systeem te bouwen. We zijn vooral benieuwd naar hoe zeven USB-toestellen zich gedragen, wanneer ze allen op dezelfde USB-poort op het moederbord zijn aangesloten. We plaatsen eerst een 7-poorts hub, die zeven verschillende apparaten kan verbinden met de hostcomputer. Nieuwe kastjes kunnen eenvoudig aan de hub worden toegevoegd. Om het allemaal wat ingewikkelder te maken, nemen we een parellelle printer, een PS/2-toetsenbord en het seriële docking-station van een Palm V, die allen via speciale adapters op de USB-hub worden aangesloten. Voorts plaatsen we een muis, de Philips ToUcam en de docking-station van de Nomad II MG mp3-speler. Als zevende apparaat nemen we de USB Videobus II. Meteen wordt echter duidelijk dat de ToUcam en de Videobus II elkaar niet goed verdragen op één USB-poort. Windows meldt dat de bandbreedte wordt overschreden, en stelt voor om een van beide toestellen uit te schakelen. Maar alle andere apparaten functioneren probleemloos op de volle poort. Wel heeft de mp3-speler enigszins te lijden onder het videogeweld, want het uploaden van een mp3-bestand gaat bijna twee keer zo traag wanneer de ToUcam of Videobus II actief zijn.



Apparaatbeheer houdt netjes bij welke toestellen op de hub zijn aangesloten.



Het gebruik van twee videotoepassingen op één USB-poort leidt gegarandeerd tot problemen.

USB-adapters
USB slokt de oudere standaarden op, dat is een gegeven waar u niet omheen kunt. Maar wat is nu eigenlijk het nut van al die adapters? In de eerste plaats is het natuurlijk prettig om te weten dat uw oude muis, printer en PDA nog zonder problemen kunnen worden gebruikt in combinatie met uw eerstvolgende moederbord, waarop eventueel geen seriële, parallelle of PS/2-poorten meer te vinden zijn. Een ander voordeel van deze oplossing ligt in de afwezigheid van IRQ-gerelateerde problemen. Dat betekent: nooit meer last van relschoppende hardware in een systeem, omdat de 'getransformeerde' USB-apparatuur vredig naast elkaar kan bestaan. Daarnaast claimt Belkin hogere printsnelheden, wanneer de parallelle USB-adapter (opvallend genoeg geen kastje maar een kabel) wordt gebruikt in plaats van de normale parallelle poort. Wij constateerden echter geen noemenswaardige tijdwinst bij het afdrukken van pagina's. Ook het synchroniseren van de Palm V gaat niet sneller via de USB-adapter dan via de seriële poort. Behalve de door ons bekeken adapters levert Belkin ook nog een SCSI-adapter en een ethernet-adapter, waarmee laptops en desktopcomputers via de USB-poort op een netwerk kunnen worden aangesloten.

De meest radicale oplossing voor het bandbreedte-probleem van USB wordt geboden door de '4-Port PCI Card' van Belkin, die ook nog eens relatief goedkoop is. Een groot voordeel van deze oplossing is dat de 4 poorten tegelijkertijd de volle bandbreedte van 1,5 MB/s kunnen genieten, waar apparaten die op externe hubs zijn aangesloten de bandbreedte met elkaar moeten delen. Een nadeel van deze constructie is uiteraard wel dat er een PCI-slot op het moederbord moet worden opgeofferd.

Koffiedik kijken
USB 2.0 biedt zeker perspectieven, maar de ontwikkelingen gaan een beetje traag. Bovendien timmert het Firewire-comité hard aan de weg. Terwijl u dit leest heeft een 'ballotage-commissie' belangrijke knopen doorgehakt over 1394a, de opvolger van Firewire. Het nieuwe protocol 1394a kan overweg met doorvoersnelheden tot 400 MB/s (waar USB 2.0 maximaal 60 MB/s bereikt). Er moet dan wel glasvezelkabel in plaats van koperdraad worden gebruikt. Daarnaast wordt de maximale lengte van de kabel vergroot van 5 naar 100 meter. Kortom, niet mis te verstane specificaties. Ondanks de gewichtige inbreng van Intel en Microsoft zal het USB-platform dus voorlopig met serieuze concurrentie rekening dienen te houden. Het is moeilijk te beoordelen welke techniek de langste adem zal hebben. Eventueel blijven ze naast elkaar bestaan. Gezien het grote aantal USB 1.1-producten dat op dit moment te koop is, zetten we ons geld behoedzaam in op USB 2.0.

Reeds in 1998 werden de definitieve specificaties van USB 2.0 vastgelegd. Sindsdien werden mondjesmaat producten geïntroduceerd, hoewel er recent verbetering in lijkt te komen. Voor deze test konden we beschikken over hubs, PCI-kaarten en randapparatuur in de vorm van cd-branders en harde schijven. Er staan voorlopig nog geen producten op stapel die een ander doel dan opslag dienen. Microsoft doet in ieder geval z'n best voor USB 2.0: ondertussen zijn de langverwachte gecertificeerde drivers beschikbaar voor Windows 2000 en XP.

USB 2.0 of Firewire?
Op het gebied van digitale video is concurrent Firewire nog steeds heer en meester. De voorsprong is dusdanig navenant, dat we ons moeten afvragen of USB hier nog wel iets in de melk te brokkelen krijgt. Bijna alle DV-videocamera's zijn voorzien van een Firewire-poort, waarmee de beelden en het geluid zonder kwaliteitsverlies kunnen worden 'gecaptured' (overgezet) naar de harde schijf van een desktopcomputer. Tenminste, als u beschikt over een Firewire-kaart of een Creative Audigy die onder de noemer 'SB1394' ook met Firewire overweg kan. De duurdere Macs hebben zo'n aansluiting standaard aan boord, maar op de pc is dit een zeldzaamheid. Een ander voordeel van Firewire is dat u zeer eenvoudig een netwerk kunt bouwen, waar bij USB 2.0 hubs nodig zijn om computers met elkaar te verbinden. Het belangrijkste nadeel van Firewire is dat 'tragere' apparatuur, zoals printers, scanners of webcams nauwelijks in dit formaat verkrijgbaar zijn. De immense ondersteuning van fabrikanten voor USB wordt veelal als argument gebruikt bij de vraag welke standaard uiteindelijk overwint. Maar hoogstwaarschijnlijk zullen ze naast elkaar blijven bestaan. Een goed voorbeeld hiervan is de PocketDrive van LaCie, een externe harde schijf die in het bezit is van zowel een Firewire als een USB 2.0 aansluitmogelijkheid.


Het gebruik van een hub wordt door fabrikanten van USB 2.0-randapparatuur afgeraden

USB 2.0 uitbreidingen
Diverse fabrikanten leveren PCI-kaarten die uw computer met USB 2.0 uitbreiden. In deze test gebruikten we een 5-poorts model van Belkin. Het aansluiten van de kaart op een ASUS CU4VX-moederbord mislukte jammerlijk. Windows 98SE weigerde op te starten, ongeacht in welk PCI-slot de kaart werd aangebracht. De oorzaak van dit probleem hebben we niet kunnen achterhalen. We probeerden de kaart met meer succes op een systeem met een Asus i845D-moederbord, draaiend op Windows XP. Vervelend was wel dat de zogeheten 'auto-update' functie van XP niet de juiste drivers binnenhaalde. Aanvankelijk werden de poorten herkend als USB 1.1, zodat de transmissiesnelheden rond de 1 MB/s bleven steken. Pas nadat handmatig speciale USB 2.0-drivers, onder meer te vinden op de website van Freecom, werden geïnstalleerd beschikten we over volwaardige 2.0-functionaliteit. Tot overmaat van ramp kregen we tijdens het opstarten van Windows XP het beruchte blauwe scherm met onbegrijpelijke informatie voorgeschoteld. Na al deze problemen functioneerde de kaart gelukkig vlekkeloos, ook met oudere USB-toestellen. Een ToUcam webcamera van Philips en een HP Deskjet 930C printer werden direct herkend en werkten prima op de USB 2.0-poort. We testten de randapparaten tevens op een hub van Belkin, die één poort uitbreidt met vier nieuwe aansluitingen. Over het gebruik van hubs kunnen we kort zijn: ze lijken de voordelen van de verhoogde bandbreedte danig de vernieling in te helpen. Diverse fabrikanten van randapparatuur raden het gebruik van hubs dan ook af. Het overzetten van een bestand van 1,6 GB op de externe harde schijven van Iomega en Lacie duurde meer dan twintig minuten via de hub, terwijl dit met een directe verbinding ongeveer twee minuten in beslag nam. Wie ooit een parallelle Zip-drive heeft gebruikt, beseft terdege hoe lang twintig minuten kunnen duren. Vreemd genoeg zorgde het kopiëren van kleine bestanden nauwelijks voor vertragingen. In ieder geval kunt u vooralsnog beter investeren in een PCI-kaart met voldoende poorten, in plaats van een USB 2.0-hub aan te schaffen.

Cd-branders
Voor externe cd-branders betekent de overgang naar USB 2.0 een ware revolutie. Voorheen waren ze beperkt tot 4x speed (schrijven), 4x speed (herschrijven) en 6x speed (lezen), vanwege de limiet van USB 1.1 die op 1,5 MB per seconde ligt. Wie een mobiele oplossing zoekt voor de opslag van data zal verheugd zijn om te constateren dat met USB 2.0 op 40-voudige snelheid of zelfs hoger gebrand kan worden. Het mooie is dat de nieuwe apparaten ook via USB 1.1 werken, alleen zakt de brandsnelheid dan naar 4x speed. In ieder geval doet u een goede investering, want uw volgende moederbord of laptop is wellicht wel uitgerust met USB 2.0 en zodoende kunt u alsnog op 40x speed branden. We bekeken de nieuwste externe branders van Plextor en LaCie. De twee modellen zien er compleet verschillend uit, met uitzondering van de zilveren kleur. Een streven naar robuustheid kan Plextor niet worden ontzegd De PlexWriter 40/12/40U oogt als een 1x speed brander uit het jaar 1995 en is behalve groot ook nog eens opmerkelijk zwaar. Jammer, want dit beperkt het mobiliteitsvoordeel behoorlijk. In de doos vinden we vijf cd-r's en één cd-rw-schijfje. Opvallend zijn de twee tulp-aansluitingen, voor wie de PlexWriter ook als mobiel muziekstation wil gaan gebruiken. Met 4 MB buffer en Burnproof aan boord zult u het wel heel erg bont moeten maken, wil het branden van een cd mislukken. Prettig aan Plextor is de goede ondersteuning, bijvoorbeeld via regelmatig aangeboden firmware-updates. Op het gebied van DAE (digitale audio-extractie) doet Plextor van oudsher mee in het topklassement. Maar het gewicht van dit apparaat blijft ons een doorn in het oog. De veel kleinere LaCie Fusion weegt ongeveer een vijfde van de PlexWriter. De maximale brandsnelheid voor cd-recordables is 'slechts' 24x speed (beide apparaten pieken op 12x speed met cd-rw's). Het branden van een volle cd-recordable duurt grofweg een minuut langer dan bij de PlexWriter, niet echt een hinderlijke vertraging dus. De verpakking meldt een buffer van 2 MB, maar op de website wordt gewag gemaakt van liefst 8 MB. Navraag bij LaCie leert inderdaad dat het om 8 MB gaat. Zeer royaal, aangezien dit model net als de Plextor over Burnproof beschikt. Helaas is de Fusion luidruchtig en ontbreken een koptelefoonuitgang en een volumeregelaar. Wie op veilig wil spelen doet er goed aan om de PlexWriter te kiezen, maar voor een flinke groep gebruikers is de LaCie Fusion wellicht een betere optie. Deze presteert prima en is veel handzamer dan de brander van Plextor.


Harde schijven
Om de capaciteit van USB 2.0 ten volle te kunnen testen, moeten we de prestaties van externe harde schijven in ogenschouw nemen. Met het branden op 40x speed wordt immers de maximale doorvoersnelheid bij lange na niet gehaald: het betreft 6 MB per seconde (40x150 KB/s), en dat is slechts één tiende van de theoretisch beschikbare bandbreedte. Van Iomega bekeken we de HDD 20 GB en fabrikant LaCie stuurde een 60 GB PocketDrive ter evaluatie. Helaas kwam de fonkelnieuwe FDH-1 van Freecom, met een opslagcapaciteit van 120 GB, te laat binnen om mee te nemen in deze test. U kunt er in een volgende editie van Computer!Totaal meer over lezen. De externe harddisks blijken een toonbeeld van 'plug & play'. Direct na het aansluiten zijn ze benaderbaar onder 'deze computer' als extra schijf, en beide doen hun werk fluisterstil. Het is ook mogelijk om ze op een USB 1.1-poort aan te sluiten, dus u kunt vrijwel overal terecht met uw data. Om de prestaties te meten kopieerden we vanaf de desktopcomputer een groot bestand van 1,6 GB en een directory van 20 MB met 1078 kleine bestanden. De Iomega deed dit in respectievelijk 1:40 minuten (test 1) en zes seconden (test 2), waar de LaCie tijden klokte van 2:05 minuten (test 1) en vijf seconden (test 2). De leessnelheden liggen hier nog iets onder. Wie veel met grote bestanden werkt zal wellicht de Iomega prefereren, maar de verschillen zijn eigenlijk te klein om hierop uw oordeel te baseren. Een belangrijk voordeel van de PocketDrive is dat hij ook via Firewire communiceert, waar de Iomega een aparte (niet meegeleverde) kabel nodig heeft om dit te bewerkstelligen.

Het overzetten van grote bestanden verloopt relatief snel met de Iomega HDD 20 GB

De PocketDrive 60 GB van LaCie kunt u zowel via USB 2.0 als via Firewire aansluiten op een desktopcomputer

Firewire: bij lange na niet verslagen door USB 2.0
De harde schijf van LaCie hebben we ook op een Firewire-kaart aangesloten, om te testen of er snelheidsverschillen zijn tussen USB 2.0 en Firewire. Windows XP biedt 'native' ondersteuning voor Firewire, het is niet nodig om aparte drivers te installeren. Zeer comfortabel, we ondervonden op beide testcomputers geen installatieproblemen zoals met USB 2.0 het geval was. Het overzetten van de directory met kleine bestanden duurde vier seconden, en de kopie van het grote bestand nam één minuut en 50 seconden in beslag. Data-overdracht via de Firewire-interface verloopt dus iets sneller. De grote vraag is natuurlijk waardoor dit snelheidsverschil wordt veroorzaakt, aangezien USB 2.0 op papier betere specificaties heeft. Een technicus van LaCie licht een tipje van de sluier op. De theoretische snelheid van de USB-bus en de Firewire-bus wordt afgeremd door een zogeheten 'bridge', die de signalen converteert naar IDE. De bridges voor USB 2.0 zijn nog steeds niet geoptimaliseerd, vandaar dat deze als flessenhals kunnen optreden. De huidige USB-bridge van LaCie piekt op 16 MB/s, maar een nieuwe versie met als werktitel 'Fast USB 2.0' is in ontwikkeling en zal op het moment dat u dit artikel leest in nieuwe producten het levenslicht zien. De maximale doorvoersnelheid stijgt daarmee in één klap naar 28 MB/s. Dit is overigens nog steeds minder dan de Firewire-bridge van LaCie, die 35 MB/s kan doorsluizen. In de praktijk worden deze waarden echter nooit bereikt, de hoogst gemeten snelheid in deze test ligt rond de 16 MB/s.

USB On-The-Go
Veel randapparatuur die gebruikmaakt van USB is draagbaar. Er ontstaat steeds meer behoefte om zulke toestellen direct met elkaar te laten communiceren, in plaats van indirect via een hostcomputer. De originele specificaties van USB laten dit echter niet toe. Daarom is USB On-The-Go ontwikkeld, een soort supplement bovenop het standaard protocol.

De techniek voorziet in drie nieuwe features:

* Beperkte host-functies voor onderlinge communicatie tussen USB-apparatuur
* Een kleinere USB-connector voor aansluiting op mobiele toestellen
* Gereduceerd stroomverbruik voor het besparen van batterijkracht

Wanneer twee toestellen met elkaar worden verbonden via een kabel, bepaalt de kabel welk apparaat als host functioneert. Indien een applicatie vereist dat de rollen worden omgedraaid, dan zal het zogeheten 'Host Negotiation Protocol' daar zorg voor dragen. Deze wisseling van de wacht voltrekt zich zonder dat de gebruiker er iets van merkt. Tijdens het 'USB plugfest' in mei 2002 (een festijn waar USB-ontwikkelaars elkaar ontmoeten en experimenteren met nieuwe producten) werden met succes de eerste OTG-controllers getest. Maar het zal nog wel even duren voordat het systeem op de consumentenmarkt zijn intrede doet. Het gevaar van zo'n tussentijdse uitbreiding schuilt in het feit dat het de basis van USB probeert te omzeilen via een kunstmatige host. Beschouw het als een soort 'poets en lap' oplossing die eigenlijk buiten de specificaties van USB valt. Het blijft daarom onzeker welke toestellen uiteindelijk met elkaar kunnen samenwerken. Dit zal mede afhangen van de afzonderlijke implementatie van het protocol door de diverse fabrikanten.

Conclusie
In het beloofde land van USB 2.0 is het nog niet allemaal rozengeur en maneschijn. We ondervonden te veel problemen om het protocol met razend enthousiasme te omarmen. Vooral het gebruik van hubs is een afrader, een gegeven dat wordt onderkend door fabrikanten van randapparatuur. Uit de test blijkt dat het overzetten van grote bestanden ernstige vertragingen oploopt via een hub.
Met de compatibiliteit zit het wel snor. Oudere USB 1.1-toestellen functioneren prima op de nieuwe interface. Ook de geteste USB 2.0 branders en harde schijven doen hun werk snel en feilloos. Maar de slag met Firewire is nog lang niet gewonnen. Wellicht de meest verstandige optie is om te kiezen voor een PCI-kaart die zowel USB 2.0- als Firewire-aansluitingen bevat, voor wie volledige compatibiliteit nastreeft. Deze combi-kaarten worden onder meer geleverd door Belkin, Sitecom en Adaptec. Bijkomend voordeel is dat u met zo'n oplossing slechts één PCI-slot opoffert.

Tekst: Olaf Bloemberg

Naar boven!

einde