Nu
USB volledig is ingeburgerd in computersystemen, wordt het
tijd om eens wat meer aandacht te besteden aan het protocol
dat oudere standaarden simpelweg lijkt 'op te slokken'. Na
het lezen van dit artikel zult u voorlopig geen brandende
vragen meer hebben over USB. Ook USB 2.0, dat ondertussen
de standaard is geworden, komt natuurlijk aan de orde.
Hoewel
er steeds meer aandacht wordt besteed aan een frisse vormgeving
van de computerkast, is de achterkant van een pc nog altijd
het aanzien nauwelijks waard. De toewijzing van felle kleurtjes
aan de connectors verzacht het leed slechts ten dele. Hier
komt de grote belofte van de USB-techniek om de hoek kijken.
USB staat voor 'Universal Serial Bus' en is een innovatie
van Compaq, DEC, IBM, Intel, Microsoft, NEC en Northern Telecom.
Door middel van deze techniek kunnen randapparaten op eenvoudige
wijze communiceren met een host-pc. Waar bijvoorbeeld PCI
en ISA de regel volgen: 'één apparaat, één
poort', brengt USB verschillende apparaten tezamen, want elk
USB-apparaat kan nieuwe aansluitmogelijkheden ('hubs') bevatten.
Einde
aan verwarring
USB is niet ontwikkeld om computers mooier te maken, maar
wel om paal en perk te stellen aan al die verschillende aansluitmogelijkheden.
Zowel producenten als consumenten hebben immers baat bij een
gestandaardiseerd protocol. Zo is bijvoorbeeld het aanschaffen
van een 'simpele' muis geen sinecure voor de onervaren consument,
omdat muizen in maar liefst drie smaken verkrijgbaar zijn:
de seriële, de PS/2 en de USB-modellen. Te verwachten
valt dat de eerste twee langzaam maar zeker van het toneel
zullen verdwijnen. De bekendste apparaten die via USB-poort
kunnen worden aangesloten, zijn printers en scanners. Wat
weinig gebruikers weten, is dat bijna elk randapparaat tegenwoordig
in een USB-variant verkrijgbaar is. Probleem is wel dat de
oudere moederborden slechts over twee USB-poorten beschikken.

Ondanks
het vertakte netwerk dat ontstaat door het gebruik van hubs,
communiceert elk USB-apparaat met de hostcomputer alsof het
direct aan de rootpoort is verbonden.
Meer USB-aansluitingen
Extra USB-ingangen verkrijgt u via zogeheten hubs. Een hub
zorgt ervoor dat de keten van USB-toestellen kan worden uitgebreid.
Deze kastjes zijn los te koop, maar worden soms ook geïntegreerd
in monitoren, toetsenborden en zelfs geluidskaarten. Er bestaan
computer-powered hubs en self-powered hubs. Computer-powered
hubs krijgen stroom via het USB netwerk, terwijl self-powered
hubs met een stroomkabel worden gevoed. De meeste apparatuur
functioneert prima met de beschikbare stroom in het USB-netwerk,
maar voor 'zware jongens' (behalve hubs ook printers, scanners
en digitale camera's) is dit niet voldoende. Zij beschikken
daarom over een eigen stroomkabel en adapter.

Het doet toch wel een beetje pijn om
het zogeheten 'Fast USB 1.1'
vernederd te zien worden door het antieke ISA-protocol.

Philips
ToUcam Pro
Webcams kunnen een USB-systeem danig op de proef stellen,
door de continue aanvoer van beeldwisselingen. Een mooie gelegenheid
om eens naar het topmodel van Philips te kijken, de ToUcam
Pro. Het eerste dat ons opvalt is het woordje '60 fps' op
de verpakking. Gezien de magere resultaten op videocapture-gebied
van andere webcams, nemen we deze claim aanvankelijk niet
echt serieus. Maar we worden in positieve zin verrast. Met
een resolutie van 640x480 'schampt' de ToUcam 15 frames per
seconde bij het opslaan van video, dit is een voortreffelijke
score. De door Philips beloofde 'megapixel resolutie' voor
foto's lijkt echter via een softwarematige truc tot stand
te komen. De afbeeldingen van 1280x960 pixels laten kwalitatief
te wensen over. De besturingssoftware van Philips werkt iets
minder intuïtief dan die van de Logitech Quickcam 3000,
maar de softwarebundel is net zo goed. Met de spelletjes van
Reality Fusion, PhotoExpress 2 van Ulead en de Spotlife-software
(waarmee u in een mum van tijd online bent met de webcam)
beschikt u over voldoende mogelijkheden.
 |
Belkin
USB Videobus II
Met dit grappige kabeltje kan het beeld van een videocamera
of televisie door de USB-poort worden weggeschreven naar
de harde schijf. Het beeldtransport verloopt via composiet
of S-Video. De beeldkwaliteit is boven verwachting. Ook
de prestaties zijn prima, we noteerden een gemiddelde
framerate van 23 fps bij de standaardresolutie van 320x240.
Met de meegeleverde software is het mogelijk om uw camcorder
als 'gewone' webcam te gebruiken. Jammer genoeg kunt u
voor de prijs van de Videobus II ook een goede webcam
kopen. Dan is de keus snel gemaakt. |
Hoe werkt USB?
USB ondersteunt het datatransport tussen een hostcomputer
en een waaier van maximaal 127 randapparaten per USB-poort.
De aangesloten apparaten delen de USB-bandbreedte op basis
van door de host bepaalde toegangsrechten. USB dirigeert datasignalen
en vermogen over een vier-draadskabel, die volgens de specificaties
niet langer mag zijn dan 5 meter.
Er bestaan twee datastromen: 12Mbit/s en 1.5Mbit/s, ofwel
in bytes 1,5 MB/s en 187 KB/s. Een USB-poort kan beide snelheden
synchroon ontvangen. Een kabel, die loopt van het randapparaat
naar de computer of hub, bestaat uit twee soorten connectoren.
Type A (upstream) is de 'dunne' en Type B (downstream) de
'dikke' variant. Op het USB-apparaat wordt Type B aangesloten,
terwijl de computer of hub aansluitingen van het Type A herbergt.
De belofte van 'Plug & Play' wordt grotendeels waargemaakt
door USB. De bus laat toe dat apparaten worden aangesloten,
geconfigureerd, gebruikt en losgemaakt wanneer de host en
andere apparaten in werking zijn. Terwijl de computer aanstaat
kunnen stekkers worden aangebracht of verwijderd. Nieuwe uitbreidingen
worden automatisch herkend.

De platte connector is Type A, de dikke
connector Type B.
De
waarheid
Een goed ontworpen USB-apparaat gaat zorgvuldig om met de
beschikbare bandbreedte. Ontwikkelaars van USB-producten worden
door de uitvinders van USB aangemoedigd om niet boven de 40%
van de totale bandbreedte uit te komen, zodat in ieder geval
nog één andere grootverbruiker kan worden aangesloten
op dezelfde USB-poort, naast kleinverbruikers zoals muizen
of toetsenborden. De uiteindelijke doorvoersnelheid van USB
is van veel variabelen afhankelijk. Theoretisch is een snelheid
van 1,5 MB/s mogelijk, maar voor afzonderlijke apparaten geldt
een grens van 900 KB/s. Het aansluiten van een extra apparaat
op de USB-poort kan in sommige gevallen zelfs snelheidswinst
opleveren, omdat er dan meer bandbreedte wordt vrijgemaakt.
Van deze extra bandbreedte zal vooral worden geprofiteerd
door hongerige USB-devices zoals webcams en xDSL-modems.
 |
Creative
Nomad II MG (Limited Edition)
Een mp3-speler doet (evenals een PDA of digitale fotocamera)
alleen tijdens het overzetten van bestanden een beroep
op de USB-bus, en zal dus doorgaans weinig bandbreedte
in beslag nemen. Wij bogen ons over de Nomad II MG 'Limited
Edition' met 256 MB geheugen, waarvan er wereldwijd slechts
800 worden gemaakt. Het zal u niet vreemd in de oren klinken
dat er voor exclusiviteit flink in de buidel moet worden
getast. U beschikt dan wel over een FM-radio, mp3-speler
en voice-recorder in één. Met de prettige
hoeveelheid geheugen heeft u uiteraard voldoende speelruimte
voor uw mp3'tjes. Ongeveer vijf cd's kunnen worden geupload,
wanneer u een compressie-bitrate van 128 kbps gebruikt.
Geoefende luisteraars die hun mp3's encoderen op 256 kbps
kunnen nog altijd 30 nummers in het geheugen van de speler
plaatsen. Het overzetten van een groot mp3-bestand (128
MB) duurt bijna zes minuten. Een kleine rekensom leert
dat er zuinig wordt omgesprongen met bandbreedte: de doorvoersnelheid
is ongeveer 370 KB/s, ruim onder de 'aanbevolen' 600 KB/s
per apparaat. Playcenter biedt de mogelijkheid om mp3's
te encoderen met EAX-functionaliteit. Naast de extra opties
voor ruimtelijke weergave kunnen dan ook de hoge en lage
tonen worden aangepast. Bovendien beschikt deze speler
over flash-rom, waarmee de ondersteuning voor toekomstige
compressieformaten is gewaarborgd. Samenvattend: de Nomad
II MG Limited Edition biedt veel multimediaal genoegen.
Deze mp3-speler zal echter, behalve in uw oren, ook nog
lang nadreunen in uw portemonnee. |
Zeven
in één
Van fabrikant Belkin ontvingen we een aantal USB-uitbreidingen,
die ons in staat stellen een uit de kluiten gewassen USB-systeem
te bouwen. We zijn vooral benieuwd naar hoe zeven USB-toestellen
zich gedragen, wanneer ze allen op dezelfde USB-poort op het
moederbord zijn aangesloten. We plaatsen eerst een 7-poorts
hub, die zeven verschillende apparaten kan verbinden met de
hostcomputer. Nieuwe kastjes kunnen eenvoudig aan de hub worden
toegevoegd. Om het allemaal wat ingewikkelder te maken, nemen
we een parellelle printer, een PS/2-toetsenbord en het seriële
docking-station van een Palm V, die allen via speciale adapters
op de USB-hub worden aangesloten. Voorts plaatsen we een muis,
de Philips ToUcam en de docking-station van de Nomad II MG
mp3-speler. Als zevende apparaat nemen we de USB Videobus
II. Meteen wordt echter duidelijk dat de ToUcam en de Videobus
II elkaar niet goed verdragen op één USB-poort.
Windows meldt dat de bandbreedte wordt overschreden, en stelt
voor om een van beide toestellen uit te schakelen. Maar alle
andere apparaten functioneren probleemloos op de volle poort.
Wel heeft de mp3-speler enigszins te lijden onder het videogeweld,
want het uploaden van een mp3-bestand gaat bijna twee keer
zo traag wanneer de ToUcam of Videobus II actief zijn.

Apparaatbeheer houdt netjes bij welke
toestellen op de hub zijn aangesloten.

Het gebruik van twee videotoepassingen
op één USB-poort leidt gegarandeerd tot problemen.
USB-adapters
USB slokt de oudere standaarden op, dat is een gegeven waar
u niet omheen kunt. Maar wat is nu eigenlijk het nut van al
die adapters? In de eerste plaats is het natuurlijk prettig
om te weten dat uw oude muis, printer en PDA nog zonder problemen
kunnen worden gebruikt in combinatie met uw eerstvolgende
moederbord, waarop eventueel geen seriële, parallelle
of PS/2-poorten meer te vinden zijn. Een ander voordeel van
deze oplossing ligt in de afwezigheid van IRQ-gerelateerde
problemen. Dat betekent: nooit meer last van relschoppende
hardware in een systeem, omdat de 'getransformeerde' USB-apparatuur
vredig naast elkaar kan bestaan. Daarnaast claimt Belkin hogere
printsnelheden, wanneer de parallelle USB-adapter (opvallend
genoeg geen kastje maar een kabel) wordt gebruikt in plaats
van de normale parallelle poort. Wij constateerden echter
geen noemenswaardige tijdwinst bij het afdrukken van pagina's.
Ook het synchroniseren van de Palm V gaat niet sneller via
de USB-adapter dan via de seriële poort. Behalve de door
ons bekeken adapters levert Belkin ook nog een SCSI-adapter
en een ethernet-adapter, waarmee laptops en desktopcomputers
via de USB-poort op een netwerk kunnen worden aangesloten.
De meest radicale oplossing voor het bandbreedte-probleem
van USB wordt geboden door de '4-Port PCI Card' van Belkin,
die ook nog eens relatief goedkoop is. Een groot voordeel
van deze oplossing is dat de 4 poorten tegelijkertijd de volle
bandbreedte van 1,5 MB/s kunnen genieten, waar apparaten die
op externe hubs zijn aangesloten de bandbreedte met elkaar
moeten delen. Een nadeel van deze constructie is uiteraard
wel dat er een PCI-slot op het moederbord moet worden opgeofferd.
Koffiedik kijken
USB 2.0 biedt zeker perspectieven, maar de ontwikkelingen
gaan een beetje traag. Bovendien timmert het Firewire-comité
hard aan de weg. Terwijl u dit leest heeft een 'ballotage-commissie'
belangrijke knopen doorgehakt over 1394a, de opvolger van
Firewire. Het nieuwe protocol 1394a kan overweg met doorvoersnelheden
tot 400 MB/s (waar USB 2.0 maximaal 60 MB/s bereikt). Er moet
dan wel glasvezelkabel in plaats van koperdraad worden gebruikt.
Daarnaast wordt de maximale lengte van de kabel vergroot van
5 naar 100 meter. Kortom, niet mis te verstane specificaties.
Ondanks de gewichtige inbreng van Intel en Microsoft zal het
USB-platform dus voorlopig met serieuze concurrentie rekening
dienen te houden. Het is moeilijk te beoordelen welke techniek
de langste adem zal hebben. Eventueel blijven ze naast elkaar
bestaan. Gezien het grote aantal USB 1.1-producten dat op
dit moment te koop is, zetten we ons geld behoedzaam in op
USB 2.0.
Reeds
in 1998 werden de definitieve specificaties van USB 2.0 vastgelegd.
Sindsdien werden mondjesmaat producten geïntroduceerd,
hoewel er recent verbetering in lijkt te komen. Voor deze
test konden we beschikken over hubs, PCI-kaarten en randapparatuur
in de vorm van cd-branders en harde schijven. Er staan voorlopig
nog geen producten op stapel die een ander doel dan opslag
dienen. Microsoft doet in ieder geval z'n best voor USB 2.0:
ondertussen zijn de langverwachte gecertificeerde drivers
beschikbaar voor Windows 2000 en XP.
USB
2.0 of Firewire?
Op het gebied van digitale video is concurrent Firewire nog
steeds heer en meester. De voorsprong is dusdanig navenant,
dat we ons moeten afvragen of USB hier nog wel iets in de
melk te brokkelen krijgt. Bijna alle DV-videocamera's zijn
voorzien van een Firewire-poort, waarmee de beelden en het
geluid zonder kwaliteitsverlies kunnen worden 'gecaptured'
(overgezet) naar de harde schijf van een desktopcomputer.
Tenminste, als u beschikt over een Firewire-kaart of een Creative
Audigy die onder de noemer 'SB1394' ook met Firewire overweg
kan. De duurdere Macs hebben zo'n aansluiting standaard aan
boord, maar op de pc is dit een zeldzaamheid. Een ander voordeel
van Firewire is dat u zeer eenvoudig een netwerk kunt bouwen,
waar bij USB 2.0 hubs nodig zijn om computers met elkaar te
verbinden. Het belangrijkste nadeel van Firewire is dat 'tragere'
apparatuur, zoals printers, scanners of webcams nauwelijks
in dit formaat verkrijgbaar zijn. De immense ondersteuning
van fabrikanten voor USB wordt veelal als argument gebruikt
bij de vraag welke standaard uiteindelijk overwint. Maar hoogstwaarschijnlijk
zullen ze naast elkaar blijven bestaan. Een goed voorbeeld
hiervan is de PocketDrive van LaCie, een externe harde schijf
die in het bezit is van zowel een Firewire als een USB 2.0
aansluitmogelijkheid.

Het gebruik van een hub wordt door
fabrikanten van USB 2.0-randapparatuur afgeraden
USB 2.0 uitbreidingen
Diverse fabrikanten leveren PCI-kaarten die uw computer met
USB 2.0 uitbreiden. In deze test gebruikten we een 5-poorts
model van Belkin. Het aansluiten van de kaart op een ASUS
CU4VX-moederbord mislukte jammerlijk. Windows 98SE weigerde
op te starten, ongeacht in welk PCI-slot de kaart werd aangebracht.
De oorzaak van dit probleem hebben we niet kunnen achterhalen.
We probeerden de kaart met meer succes op een systeem met
een Asus i845D-moederbord, draaiend op Windows XP. Vervelend
was wel dat de zogeheten 'auto-update' functie van XP niet
de juiste drivers binnenhaalde. Aanvankelijk werden de poorten
herkend als USB 1.1, zodat de transmissiesnelheden rond de
1 MB/s bleven steken. Pas nadat handmatig speciale USB 2.0-drivers,
onder meer te vinden op de website van Freecom, werden geïnstalleerd
beschikten we over volwaardige 2.0-functionaliteit. Tot overmaat
van ramp kregen we tijdens het opstarten van Windows XP het
beruchte blauwe scherm met onbegrijpelijke informatie voorgeschoteld.
Na al deze problemen functioneerde de kaart gelukkig vlekkeloos,
ook met oudere USB-toestellen. Een ToUcam webcamera van Philips
en een HP Deskjet 930C printer werden direct herkend en werkten
prima op de USB 2.0-poort. We testten de randapparaten tevens
op een hub van Belkin, die één poort uitbreidt
met vier nieuwe aansluitingen. Over het gebruik van hubs kunnen
we kort zijn: ze lijken de voordelen van de verhoogde bandbreedte
danig de vernieling in te helpen. Diverse fabrikanten van
randapparatuur raden het gebruik van hubs dan ook af. Het
overzetten van een bestand van 1,6 GB op de externe harde
schijven van Iomega en Lacie duurde meer dan twintig minuten
via de hub, terwijl dit met een directe verbinding ongeveer
twee minuten in beslag nam. Wie ooit een parallelle Zip-drive
heeft gebruikt, beseft terdege hoe lang twintig minuten kunnen
duren. Vreemd genoeg zorgde het kopiëren van kleine bestanden
nauwelijks voor vertragingen. In ieder geval kunt u vooralsnog
beter investeren in een PCI-kaart met voldoende poorten, in
plaats van een USB 2.0-hub aan te schaffen.
Cd-branders
Voor externe cd-branders betekent de overgang naar USB 2.0
een ware revolutie. Voorheen waren ze beperkt tot 4x speed
(schrijven), 4x speed (herschrijven) en 6x speed (lezen),
vanwege de limiet van USB 1.1 die op 1,5 MB per seconde ligt.
Wie een mobiele oplossing zoekt voor de opslag van data zal
verheugd zijn om te constateren dat met USB 2.0 op 40-voudige
snelheid of zelfs hoger gebrand kan worden. Het mooie is dat
de nieuwe apparaten ook via USB 1.1 werken, alleen zakt de
brandsnelheid dan naar 4x speed. In ieder geval doet u een
goede investering, want uw volgende moederbord of laptop is
wellicht wel uitgerust met USB 2.0 en zodoende kunt u alsnog
op 40x speed branden. We bekeken de nieuwste externe branders
van Plextor en LaCie. De twee modellen zien er compleet verschillend
uit, met uitzondering van de zilveren kleur. Een streven naar
robuustheid kan Plextor niet worden ontzegd De PlexWriter
40/12/40U oogt als een 1x speed brander uit het jaar 1995
en is behalve groot ook nog eens opmerkelijk zwaar. Jammer,
want dit beperkt het mobiliteitsvoordeel behoorlijk. In de
doos vinden we vijf cd-r's en één cd-rw-schijfje.
Opvallend zijn de twee tulp-aansluitingen, voor wie de PlexWriter
ook als mobiel muziekstation wil gaan gebruiken. Met 4 MB
buffer en Burnproof aan boord zult u het wel heel erg bont
moeten maken, wil het branden van een cd mislukken. Prettig
aan Plextor is de goede ondersteuning, bijvoorbeeld via regelmatig
aangeboden firmware-updates. Op het gebied van DAE (digitale
audio-extractie) doet Plextor van oudsher mee in het topklassement.
Maar het gewicht van dit apparaat blijft ons een doorn in
het oog. De veel kleinere LaCie Fusion weegt ongeveer een
vijfde van de PlexWriter. De maximale brandsnelheid voor cd-recordables
is 'slechts' 24x speed (beide apparaten pieken op 12x speed
met cd-rw's). Het branden van een volle cd-recordable duurt
grofweg een minuut langer dan bij de PlexWriter, niet echt
een hinderlijke vertraging dus. De verpakking meldt een buffer
van 2 MB, maar op de website wordt gewag gemaakt van liefst
8 MB. Navraag bij LaCie leert inderdaad dat het om 8 MB gaat.
Zeer royaal, aangezien dit model net als de Plextor over Burnproof
beschikt. Helaas is de Fusion luidruchtig en ontbreken een
koptelefoonuitgang en een volumeregelaar. Wie op veilig wil
spelen doet er goed aan om de PlexWriter te kiezen, maar voor
een flinke groep gebruikers is de LaCie Fusion wellicht een
betere optie. Deze presteert prima en is veel handzamer dan
de brander van Plextor.
Harde schijven
Om de capaciteit van USB 2.0 ten volle te kunnen testen, moeten
we de prestaties van externe harde schijven in ogenschouw
nemen. Met het branden op 40x speed wordt immers de maximale
doorvoersnelheid bij lange na niet gehaald: het betreft 6
MB per seconde (40x150 KB/s), en dat is slechts één
tiende van de theoretisch beschikbare bandbreedte. Van Iomega
bekeken we de HDD 20 GB en fabrikant LaCie stuurde een 60
GB PocketDrive ter evaluatie. Helaas kwam de fonkelnieuwe
FDH-1 van Freecom, met een opslagcapaciteit van 120 GB, te
laat binnen om mee te nemen in deze test. U kunt er in een
volgende editie van Computer!Totaal meer over lezen. De externe
harddisks blijken een toonbeeld van 'plug & play'. Direct
na het aansluiten zijn ze benaderbaar onder 'deze computer'
als extra schijf, en beide doen hun werk fluisterstil. Het
is ook mogelijk om ze op een USB 1.1-poort aan te sluiten,
dus u kunt vrijwel overal terecht met uw data. Om de prestaties
te meten kopieerden we vanaf de desktopcomputer een groot
bestand van 1,6 GB en een directory van 20 MB met 1078 kleine
bestanden. De Iomega deed dit in respectievelijk 1:40 minuten
(test 1) en zes seconden (test 2), waar de LaCie tijden klokte
van 2:05 minuten (test 1) en vijf seconden (test 2). De leessnelheden
liggen hier nog iets onder. Wie veel met grote bestanden werkt
zal wellicht de Iomega prefereren, maar de verschillen zijn
eigenlijk te klein om hierop uw oordeel te baseren. Een belangrijk
voordeel van de PocketDrive is dat hij ook via Firewire communiceert,
waar de Iomega een aparte (niet meegeleverde) kabel nodig
heeft om dit te bewerkstelligen.
|

Het
overzetten van grote bestanden verloopt relatief snel
met de Iomega HDD 20 GB |

De
PocketDrive 60 GB van LaCie kunt u zowel via USB 2.0
als via Firewire aansluiten op een desktopcomputer |
Firewire: bij lange na niet verslagen door USB 2.0
De harde schijf van LaCie hebben we ook op een Firewire-kaart
aangesloten, om te testen of er snelheidsverschillen zijn
tussen USB 2.0 en Firewire. Windows XP biedt 'native' ondersteuning
voor Firewire, het is niet nodig om aparte drivers te installeren.
Zeer comfortabel, we ondervonden op beide testcomputers geen
installatieproblemen zoals met USB 2.0 het geval was. Het
overzetten van de directory met kleine bestanden duurde vier
seconden, en de kopie van het grote bestand nam één
minuut en 50 seconden in beslag. Data-overdracht via de Firewire-interface
verloopt dus iets sneller. De grote vraag is natuurlijk waardoor
dit snelheidsverschil wordt veroorzaakt, aangezien USB 2.0
op papier betere specificaties heeft. Een technicus van LaCie
licht een tipje van de sluier op. De theoretische snelheid
van de USB-bus en de Firewire-bus wordt afgeremd door een
zogeheten 'bridge', die de signalen converteert naar IDE.
De bridges voor USB 2.0 zijn nog steeds niet geoptimaliseerd,
vandaar dat deze als flessenhals kunnen optreden. De huidige
USB-bridge van LaCie piekt op 16 MB/s, maar een nieuwe versie
met als werktitel 'Fast USB 2.0' is in ontwikkeling en zal
op het moment dat u dit artikel leest in nieuwe producten
het levenslicht zien. De maximale doorvoersnelheid stijgt
daarmee in één klap naar 28 MB/s. Dit is overigens
nog steeds minder dan de Firewire-bridge van LaCie, die 35
MB/s kan doorsluizen. In de praktijk worden deze waarden echter
nooit bereikt, de hoogst gemeten snelheid in deze test ligt
rond de 16 MB/s.
USB
On-The-Go
Veel randapparatuur die gebruikmaakt van USB is draagbaar.
Er ontstaat steeds meer behoefte om zulke toestellen direct
met elkaar te laten communiceren, in plaats van indirect via
een hostcomputer. De originele specificaties van USB laten
dit echter niet toe. Daarom is USB On-The-Go ontwikkeld, een
soort supplement bovenop het standaard protocol.

De
techniek voorziet in drie nieuwe features:
*
Beperkte host-functies voor onderlinge communicatie tussen
USB-apparatuur
* Een kleinere USB-connector voor aansluiting op mobiele toestellen
* Gereduceerd stroomverbruik voor het besparen van batterijkracht
Wanneer
twee toestellen met elkaar worden verbonden via een kabel,
bepaalt de kabel welk apparaat als host functioneert. Indien
een applicatie vereist dat de rollen worden omgedraaid, dan
zal het zogeheten 'Host Negotiation Protocol' daar zorg voor
dragen. Deze wisseling van de wacht voltrekt zich zonder dat
de gebruiker er iets van merkt. Tijdens het 'USB plugfest'
in mei 2002 (een festijn waar USB-ontwikkelaars elkaar ontmoeten
en experimenteren met nieuwe producten) werden met succes
de eerste OTG-controllers getest. Maar het zal nog wel even
duren voordat het systeem op de consumentenmarkt zijn intrede
doet. Het gevaar van zo'n tussentijdse uitbreiding schuilt
in het feit dat het de basis van USB probeert te omzeilen
via een kunstmatige host. Beschouw het als een soort 'poets
en lap' oplossing die eigenlijk buiten de specificaties van
USB valt. Het blijft daarom onzeker welke toestellen uiteindelijk
met elkaar kunnen samenwerken. Dit zal mede afhangen van de
afzonderlijke implementatie van het protocol door de diverse
fabrikanten.
Conclusie
In het beloofde land van USB 2.0 is het nog niet allemaal
rozengeur en maneschijn. We ondervonden te veel problemen
om het protocol met razend enthousiasme te omarmen. Vooral
het gebruik van hubs is een afrader, een gegeven dat wordt
onderkend door fabrikanten van randapparatuur. Uit de test
blijkt dat het overzetten van grote bestanden ernstige vertragingen
oploopt via een hub.
Met de compatibiliteit zit het wel snor. Oudere USB 1.1-toestellen
functioneren prima op de nieuwe interface. Ook de geteste
USB 2.0 branders en harde schijven doen hun werk snel en feilloos.
Maar de slag met Firewire is nog lang niet gewonnen. Wellicht
de meest verstandige optie is om te kiezen voor een PCI-kaart
die zowel USB 2.0- als Firewire-aansluitingen bevat, voor
wie volledige compatibiliteit nastreeft. Deze combi-kaarten
worden onder meer geleverd door Belkin, Sitecom en Adaptec.
Bijkomend voordeel is dat u met zo'n oplossing slechts één
PCI-slot opoffert.
Tekst:
Olaf Bloemberg |