Preken gehouden in de afgelopen periode in de wijk Westzaan:

 

zondag 25 november morgen leesdienst A. van Andel over Efeze 4: 17 - hft 5: 14 tekst; vers 14 Heb uw naaste lief.

                                        middag ds. Bikker over genesis 38 de moeders van Jezus: "Tamar"

zondag 17 november morgen ds Bikker over Psalm 150 "Prijst de Heere".

                                        middag ds. Carlier over Johannes 1: 1-1"8: "Wat betekent Jezus voor u"?    

zondag 11 november morgen ds. Fahner Jeremia 38: 1-13 en 39: 15 - 18 belofte en profetie voor Ebed Melech

's middags Professor Hofman over Openbaring 1: 9 - 20 de verschijning van de Here Jezus aan Johannes

 

zondag 4 november morgen ds. Bikker Pslam 86: 11:de weg bij God vandaan en naar God toe!

                                   middag student van Olst: Hosea 2: 13 en 14: "Gods onbegrijpelijke liefde". 

  

zondag 28 oktober morgen: ds. A. Bijkerk(!): Psalm 103: "vergeving is een weldaad van God".

                                   middag: ds. Bikker ober mattheus 20:1-16 en zondag 24 HC

 

zondag 21 oktober morgen ds. Bikker Psalm 110: 4b middag ds. Quant preekte over

 

zondag 14 oktober morgen:stud. W. Klaver Lukas 15: 1 - 7 gelijkenis van de herder

                                  middag: ds. Bikker zondag 23 en Efeze 2: 1-10 rechtvaardig voor God! 

zondag 7 oktober s'morgen ds. G. van 't Spijker over ?, 's middags ds. carlier hij preekte over Johannes 3: 16 GODS liefde:  Agapé/Filos/Eros

 

zondag 30 september morgendienst ds. Bikker preekte over psalm 42 en 43 een psalm  voor God zoekers 1) gedenken, 2)toewenden, 3) hopen

's middags las R. Weide een preek over Psalm 119: 1,2 en 3

 

zondag 23 september morgendienst: ds. Bikker preekte over 1 korinthe 15: 35 - 49 vanuit de Heidelbergse catechismus zondag 22, 's middags preekte ds. Wallet over 2 korinthe 7: 10 + 11 2x droefheid, en 2x vrucht.

 

zondag 16 september: morgendienst  bediening van het heilig avondmaal; vandaag 2 preken uit Psalm 22 eerst vers 27 honger van het hart, en 's middags over vers 32 opnieuw beginnen

 

zondag 9 september morgendienst ds. van Beek preekte over Abrahan die zijn overleden vrouw Sara beweende (genesis 23), 's middags preekte ds. Bikker over Psalm 22:22c."de Here God geeft antwoord!!"

 

zondag 2 september morgendienst leesdienst G. Bax over Jona 3, middag student Oosterbroek preekte over Psalm 67: 1+2 en 6+7

 

zondag 26 augustus

zondag 19 augustus

zondag 12 augustus

zondag 5 augustus

zondag 29 juli

 

 

 

zondag 22 juli:

ZONDAG 15 Juli; twee leesdiensten door Br. J. Dekker, en door Br. J. Hendrikse

 

ZONDAG 8 Juli''s morgens leesdienst door Br. r. Weide; 's middags preekte Ds. H. de Graaf in Westzaan

 

ZONDAG 1 juli  viering van het Heilig Avondmaal in Westzaan, ds. Bikker preekte 's morgens over Psalm 32: 7 en

's middags over Psalm 32: 8

 

ZONDAG 24 juni morgen leesdienst G. Bax leesdienst over Klaagliederen 3: 22 -24

                              middagdienst ds. Bikker voorbereiding voor het Heilig Avondmaal, preek uit Psalm 32

 

ZONDAG 17 Juni professor Peels gaat in beide diensten voor; 's morgens een preek over Lukas 12: 13 - 21 en 1 timotheus 6 : 17 - 19;"wat is de koers van jou leven?"

                            's middags over Psalm 63; "Veilig in Jezus armen".

 

ZONDAG 10 Juni morgendienst leesdienst Br. R Weide; preek over 1 Korinthe 2 "eeuwigheids beslissingen".

's middags belijdenisdienst in Beverwijk waar Bart Krab openbare belijdenis van zijn geloof aflegde,en zijn twee kinderen werden gedoopt

 

ZONDAG 3 JUNI  morgendienst G. Bax over Klaagliederen 3: 1-24 een leespreek van ds. Boot

                              middagdienst ds. H. de Graaf  over mattheus 5: 1 - 12 vers 10 - 12 was de preektekst

 

ZONDAG 27 Mei PINKSTEREN 's morgens een gezamenlijke dienst in Beverwijk, openbare belijdenis door John Zuyderduin en Natasja van Dijk, ds. Bikker preekte over handelingen 2: 1 - 39, het werk van Gods Geest word zichtbaar!

                                                     middags dienst door ds. Bikker, preek over  Psalm 126: 4      

 

2e PINKSTERDAG een gezamenlijke dienst in westzaan, ds. Bikker preekte over Johannes16: 5-15; 1 Korinthe 2: 6 - 16, en uit Zondag 20 VAN DE HEIDELBERGSE CATECHISMUS

 

ZONDAG 20 mei morgendienst ds. Bikker preekte overJohannes 21: 15 - 25 tekstkeuze uit vers 19b

                              middagdienst Ds. C.C. den Hertog, een preek over Openbaring 1: 17      

 

Donderdag 17 Mei Hemelvaartsdag gezamenlijke dienst; ds. Bikker preekte over psalm 110 en handelingen 1: 1 - 11

 

 

ZONDAG 13 Mei morgendienst student Huygen preekyte over 1 thessalonicenzen 5: 12 - 28; "Blijdschap, Gebed, Dank". 

                               middagdienst ds. van der Zwan preek over Johannnes 16: 5 - 16 + Johannes 20, tekst uit vers 17 

 

ZONDAG 6 Mei morgendienst ds. Brandsma preek over Psalm 77; "Asaf is God kwijt".

                            middagdienst ds. Bikker preek over "Petrus de visser" uit Johannes 21: 1 -14

 

ZONDAG 29 april: in de morgendienst leesdienst door ?

                              in de middagdienst preekte Ds. Bikker over zondag 18 van de heidelberger catechismus; met daarbij 2 Korinthe 5: 1- 10

 

ZONDAG 22 April morgendienst Ds. Bikker preekte over hebreen 12 vers 1 tot 10 tekst vers 2a

                                 middagdienst ds. Quant preekte over  Hebreen 2 vers 5 tot 5 met als tekst vers 8b en 9a

                                    

ZONDAG 15 April 2007 morgen leesdienst door J. Hendrikse preek uit LUKAS 24: 28 - 43; "Jezus verschijning aan Petrus".

                                         middag ds. Weststrate preekte over Johannes 11: 25 en 26  

 

ZONDAG 8 April 1e paasdag morgendienst Ds. Bikker preekte over Johannes 20 vers 1 - 17 " overwinnen van de dood!".

                                                   middagdienst ds. H. de Graaf preekte uit Lukas 24: 19 - 32 tekst ver 32 "brandde ons hart niet in ons??".

 

GOEDE VRIJDAG 6 April gez. dienst in Beverwijk ds. Bikker preekte over Marcus 15: 22 - 42, tekst vers 38, erbij lazen we Hebreen 10: 19 tot 22

  

ZONDAG 1 April morgendienst student B. Visser preekte over marcus 14 vers 38 / 41 `de verzoekingen aan Jezus in Gethsemané`.

                                middagdienst ds. P. den Hertog, een preek over Jesaja53 vers 5 - 12

 

ZONDAG 25 Maart morgendienst ds. Bikker preekte over Romeinen 6 vers 11 en uit de Heidelbergse Catechismus Zondag 16 2e deel.

                                  middagdienst ds.- d. quant preekte uit Mattheus 16 vers 21 / 23

   

ZONDAG  18 maart morgendienst leesdienst door G.bax preek over Johannes 12 vers 24 - 25

                                   middagdienst Ds. W. Nijdam; hij preekte over JOHANNES 14 vers 30

 

Biddag 14 maart, middag preek door ds. Bikker uit Handelingen 16: "Paulus en Silas gevangen genomen".

                              's avonds over Genesis 49: 18: "op Uw heil wacht ik HERE".

 

ZONDAG  11 maart viering Heilig Avondmaal ds. Bikker preekte 'smorgens over Lukas 22: 29 en 30: "jullie zullen eten aan MIJN TAFEL".

                                   middag preek uit Lukas 22: 31 en 32; "Ziften als de tarwe!"

 

ZONDAG 4 maart morgendienst ds. Bikker;  VBC themadienst, "ben jij een plaatje van Jezus?"

                                middag ds. Bikker preek over Mattheus 17: 1 - 8+ 2 petrus 1: 12-24; "DEZE IS MIJN ZOON"!

 

ZONDAG 25 februari 2007 morgen Br. A. van Andel leesdienst over 1 Timotheus 6: 6 - 11; Godsvrucht en geldzucht!

                                                middag ds. Bikker over .....

 

ZONDAG 18 FEBRUARI morgen ds. Bikker Zondag 16 Heoidelberger catechismus + Johannes 19: 30 - 42 en Hebreen 2: 14 - 18; "de trappen van vernedering die Christus heeft ondergaan".

 

middag Ds. D. Quant, Huizen; Mattheus 4: 12 - 22; vers 13 midden is de tekst"Jezus verhuizing".

 

ZONDAG 11 februari morgendienst: ds. Bikker preekte over Johannes 6: 41 -71 tekst uit vers 66 - 69 Crisispastoraat door Jezus.

                                      middag leesdiesnt door A. Flipse; 1 kronieken 16: 1 -13 + Psalm 150: 6; "Looft/prijst de Here"

 

 ZONDAG 4 FEBRUARI, 's morgens had Br. D. van Noord een preek uit Marcus2: 1-12 "De Naaste Nabij"(hulpverleningszondag)"draagt elkanders lasten!!

's middags preekte Ds. Visser uit Ouderkerk over Lukas 9: 37-62: "het volgen van Jezus". Chgristus volgen heeft de hoogste voorrang

Zondag 28 januari voorganger s morgens
ds. R. Bikker met een preek uit Lukas 5: 1 - 11; preektekst uit vers 8: "De Meester toont Zijn heerlijkheid*

's middags preekte ds. P. den Hertog over Romeinen 13 en 1 Petrus 2: 13 thema "ONDERWERPING".*

 

 Zondag 21 januari voorganger Br. R. Weide verkondiging over Psalm 130: Hoop op de Here!

 (Ver)wachten

 

In de nacht voor 1 augustus 1830 sliepen vele slaven in de Westindische kolonies niet of nauwelijks. Ze klommen ‘s nachts op de heuvels om te wachten op de dageraad, want bij het aanbreken van de dag zouden ze vrij zijn!

 

Bidden, (ver)wachten, hopen. Dat zijn de kernwoorden in dit lied. Een zondaar, terneergedrukt door eigen zonden, eigen schuld (v. 3), maar ook door die van zijn volk (v. 8), roept zijn Verlosser aan (v. 1) 1). Een menselijke stem roept het goddelijke oor aan (v. 2). Ja, noem Gods naam maar keer op keer in de diepten van je bestaan. Luid en aanhoudend. En vrijmoedig, omdat we dit heel zeker mogen weten: de HERE is een vergevend God (v. 3,4) 2). Hoewel wij door onze zonden schuldig voor Hem staan (elke afwijking in gedachten, woorden en daden van wat recht is in zijn ogen), belooft de Bijbel ons dat de HERE genadig met de zijnen omgaat 3).

 

Als een wachter wacht de psalmdichter op zijn Redder (v. 6). Wachters, dat waren Levieten die ‘s nachts de tempel bewaakten en uitkeken naar de nieuwe dag. Dan brachten de priesters het morgenoffer. Wachters, dat waren de bewakers van een stad die op de morgen wachtten om dan afgelost te worden. Wachters, dat waren mensen als Simeon en Hanna, die hun hele leven de Messias verwacht hadden 4). Wachten of verwachten, dat doe je intensief, volhardend. Dat vraagt veel geduld. Je ziet reikhalzend uit ... actief gelovend! Zo wacht de dichter op de HERE. Op zijn hulp en steun (v. 5).

 

Via de Israëliet komen we bij het volk Israël (v. 7,8). Kennis van God of zegen van God kun je haast niet voor jezelf houden. Dat wil je van harte met anderen delen. De wens van de individuele zondaar is dat het hele volk evenals hij op de HERE zal hopen. Want het is een blijde zekerheid: God is zeer goed. Bij Hem is verlossing. Niet maar een beetje. Nee, een overvloed aan verlossing. Méér dan genoeg om alle zonden van een heel volk te vergeven 5).

 

(Ver)wachten. Wat haken wij wat dat betreft soms snel af! Vanwege onze instant-maatschappij? Of is het ongeloof?

1) Mogelijk is deze psalm van Hizkia-vgl. Jes. 38. 2) Ps. 86:5 3) Vgl. Neh. 9:16-21. 4) Luc. 2:25-38 5) Matt. 1:21; Tit. 2:11-14

Kern: Omdat God is Wie Hij is, kunnen wij altijd hopen.

Vraag: Voor welke concrete zaak wilt u actief gaan geloven en hoe doet u dat?

Gebed: HERE, ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp!... Amen.

 

‘smiddags preekte ds. Bikker  over zondag 15 vanuit Galaten 3: 1 – 14

Alles alleen door genade < door > het lijden van Christus

 

Paulus is fel in zijn bestrijding van het ‘andere Evangelie’. Fel zowel naar de kant van degenen die het verkondigen 1) als nu ook naar de kant van degenen die het geloven. Hij zegt: ‘O, onverstandige Galaten...’ Dat is: ‘Wat zijn jullie toch domme, dwaze mensen...’ of ‘mensen die er waandenkbeelden op na houden’. Die felheid komt voort uit liefde tot zijn geestelijke kinderen 2). Het gaat tenslotte om hun eeuwig behoud! Hij beroept zich nu op hun eigen geestelijke ervaringen: de wonderlijke machtige werking van de Heilige Geest onder hen, waardoor zij tot geloof in Christus gekomen zijn en Hem zo hartelijk liefhebben (v. 3-5). Dit is toch het onbedrieglijk teken dat God hen in zijn genade had aanvaard.

 

De Geest heeft ook bewerkt dat ze niet meer ‘uit het vlees’ leven. Dat wil zeggen: hun oude mens is met Christus gestorven 3). Maar het schijnt dat ze nu weer naar hun oude mens willen leven, in plaats van uit het nieuwe leven dat Jezus, de opgestane Heer, hun gegeven had. Het lijkt wel of ze betoverd, ‘behekst’ zijn (v. 1). Verwachten ze nu hun heil van het naleven van wetten, regels en een Oudtestamentische ceremonie? En denken ze daardoor behouden te worden? Dan had Jezus niet hoeven te komen! Het is toch alléén zijn kruisoffer waardoor wij met God in het reine komen 4)? Het is dus niet èn-èn, maar òf-òf. Het is eens voor altijd dat wij gerechtvaardigd zijn door het geloof in Christus 5).

 

Dit is het oudste Evangelie, dat al bij Abraham, de vader van alle gelovigen, gold (v. 6) 6)! Dat geldt ook voor onze tijd, nu velen steunen op hun medemenselijkheid of kerkelijke activiteiten. Maar dáárdoor zijn we niet behouden! Onthoud dus goed: Christus heeft ons bevrijd van de ‘vloek’ van de wet, dat is van de dwang en van de veroordelende kracht van de wet van Mozes, die geen mens kan houden (v. 10,13)  7).

 

Paulus wil nooit, ook hier niet, de betekenis van de wet ontkennen. Hij wil alleen duidelijk maken dat we uit onszelf niet in staat zijn om voor de HERE te bestaan. We zijn slechts gerechtvaardigd door het geloof in Jezus (v. 11,14).

1) Vgl. Gal. 1:8,9. 2) Vgl. 1 Kor. 4:15. 3) Kol. 3:3 4) 1 Kor. 1:23,24 5) Rom. 3:28; 5:1; Hebr. 10:10 6) Gen. 15:6; Rom. 4:11b 7) Hebr. 8:9

Kern: Gods heil is alléén door genade en geloof.

Vraag: Hoe zou het komen dat men zo gemakkelijk het ‘doe het zelf’-Evangelie gelooft? (Vgl. Ef. 2:9 {#Eph 2.9}.)

Dank God dat u mag leven ‘door genade alleen’.

 

Zondag 14 januari 2007 morgendienst: ds. Bikker gaat een serie preken maken over het leven van Petrus; vanmorgen de eerste over de roeping van hem: Johannes 1: 35-43 en Mattheus 1:14 – 18:

Het Lam van God

 

Wie is Jezus Christus? Een vraag waar in de loop van de eeuwen heel wat antwoorden op gegeven zijn of worden, afhankelijk van de kijk die mensen op Hem hadden of hebben. Johannes de Doper antwoordt: ‘het Lam van God’ (v. 29).

 

Dat herinnert aan de instelling van het Pascha in Egypte. Elk Joods gezin moest toen een stuk kleinvee slachten en het bloed aan de beide deurposten en de bovendorpel strijken. Achter dat bloed was men veilig 1). Maar wat al die dieren niet konden bewerken, doet het Lam waar Johannes naar verwijst: de zonde van de wereld wegnemen. Door lijden en dood heen. Zonde is dat we van nature met de rug naar de HERE God toe staan en zo het doel van ons leven missen. Dit probleem kunnen we zelf niet oplossen. Maar Jezus brengt de grote verandering teweeg door zijn offer op Golgota en door de Heilige Geest te schenken, die ons leven vernieuwt 2).

 

Het woord van Johannes de Doper in vers 36 raakt het hart van twee van zijn discipelen (v. 37). Andreas is de ene (v. 41), de andere is waarschijnlijk de evangelist Johannes zelf. Achter hun gewone vragen naar Jezus’ verblijfplaats en adres gaat het eigenlijke schuil: hun verlangen naar contact met Hem (v. 39,40). Dit contact is beslissend voor de rest van hun leven. Johannes weet nog precies de tijd: omstreeks het tiende uur 3). Kent u in uw leven ook zulke momenten, waarop Christus bijzonder reëel voor u is?

 

Wie een discipel van Jezus wordt, wordt meteen een zendeling. ‘Gered om te redden’, zegt de soldaat van het Leger des Heils. En begin dan maar, zoals Andreas, dicht bij huis (v. 41-43a). Misschien is het daar wel het moeilijkst. Zijn er mensen voor wie u een gids naar Jezus mag zijn?

 

Het wonder van Jezus is dat Hij ons maakt tot wat wij uit onszelf niet zijn. Petrus, de onberekenbare 4), had meer van een riet dan van een rots, een petra. Maar door de genade van Christus zal hij een rots worden (v. 43b). Zo kan ook in uw leven het wonder gebeuren van ‘u bent’ naar ‘u zult heten’.

 

 

1) Ex. 12:1-13 2) 2 Kor. 3:17,18 3) Omstreeks 4 uur ’s middags 4) Joh. 13:37,38; 18:15-18,25-27

 

Kern: Wie Jezus leert kennen, verandert in een instrument in zijn dienst.

Vraag: Hoe ziet u uw taak ten opzichte van familieleden en vrienden die Jezus nog niet kennen? (Vgl. Hand. 1:8.)

Dank God dat u bruikbaar bent voor Hem door Jezus’ offer.

 

’s Middag verkondigde Prof. Maris het evangelie uit: Lukas 2: 40 -52 en Philippenzen 2: 5 – 11

 

Jezus, kind aan huis bij zijn Vader

 

Van Jezus’ jeugd wordt ons weinig verteld. Maar wàt verteld wordt, is heel veelzeggend. Opmerkelijk was dat Gods genade op Hem was en bleef. Jezus stond in de bijzondere gunst van zijn hemelse Vader en daarin nam Hij toe. Ook de mensen waren op Hem gesteld (v. 52). Hij nam toe in wijsheid, dat wil zeggen: Hij kreeg steeds meer inzicht in de waarheid en de wil van God, en tevens verstand om die toe te passen in het leven 1). Zo kon Hij op de goede manier handelen, ook ten opzichte van zijn aardse ouders (v. 51a) 2).

Een sterk staaltje van wijsheid blijkt als Hij 12 jaar is. In Israël werden jongens dan ‘zoon der wet’. Een keerpunt. Je overschreed in ‘kerkelijk’ opzicht dan de drempel naar de voorhof van de volwassenheid. Je was verplicht om op de drie grote jaarlijkse feesten mee te gaan naar de tempel 3). Als Jezus daar komt, herkent Hij het huis van zijn Vader. Hij gaat zijn speciale roeping zien als door God gezonden Redder.

Hier blijkt meteen zijn bijzondere interesse in de dingen van God. Dáár moest en wilde Hij zijn, waar alles sprak van Gods genade, van de offers om wille van de zonde, van de verzoening door het bloed en van de omgang met de Vader. Jezus vat het allemaal samen in het bedekte verwijt aan zijn aardse ouders: ‘Wisten jullie dan niet dat Ik bezig moet zijn met de dingen van mijn Vader?’ (v. 49).

Jezus onderscheidt Zich hier, hoe jong ook, al duidelijk van ons allemaal. Ook van de tempelleraren, die verbaasd waren over zijn wijze vragen en zijn verstandige antwoorden (v. 47). En van zijn ouders, die ten onrechte zo bezorgd en verdrietig Hem gezocht hadden en die zijn antwoord niet begrepen (v. 49,50).

Toch heeft dit gebeuren met name op zijn moeder diepe indruk gemaakt. Zij handelt voorbeeldig: het diepzinnige wat God openbaart, bewaart ze in haar hart (v. 51b) 4). Als wij over Gods Woord nadenken, het bewaren in ons hart, dan zullen we merken dat ons leven verandert 5).

1) Vgl. Ps. 19:8 ; Kol. 3:16   2) Vgl. Kol. 3:20 3) Ex. 23:14-17 4) Vgl. v. 19 5) Ps. 1:1-3; 119:9-11

Kern: Jezus’ aardse ouders moesten leren dat Hij niet in de eerste plaats hùn zoon, maar de Zoon van God was.

Vraag: Wat moet er in de opvoeding prioriteit krijgen?

Bid dat u steeds uw vreugde vindt in het bezig zijn met Gods Woord en dat u geestelijk groeit.

 

 

Zondag 7 januari, voorganger ’s morgens ds. G.van ’t Spijker uit Baarn; preek over Psalm 119:50

Een veelbelovend leven

 

Dit gebed is ook een belijdenis. De dichter wil de HERE graag vertellen hoe hij het leven met Hem opvat. Hij waardeert het positief. Dat is wel een keus 1). Want kijkt hij naar degenen die zonder God proberen te leven, dan is er een groot verschil, ja een tegenstelling. Het is ook pijnlijk te ervaren dat zij hem om dat anders zijn bespotten, zodat hij zich een vreemdeling in deze wereld voelt (v. 54). Toch brengt dat zijn overtuiging en levensopvatting niet aan het wankelen. Nee, hij wordt dan des te enthousiaster en standvastiger in zijn keus (v. 51). En hij ziet tegelijkertijd steeds duidelijker het waardeloze, ja het afschuwelijke van de tegengestelde keus in (v. 53).

 

Vóór alles doet hij een beroep op Gods hulp. Voor het leven met de HERE is hij immers afhankelijk van Gods belofte en van het waarmaken van die belofte. Daarom prijst hij voor Gods aangezicht de rijkdom die hij in die belofte gevonden heeft 2) en in de wet die de HERE daarbij gaf 3) (v. 50). Voor de Oudtestamentische gelovigen waren die beide onafscheidelijk. Door het onderhouden van Gods geboden gaven ze vorm aan het leven met de HERE. De psalmist ziet dit dan ook als een genadegave van God die hem ten deel gevallen is (v. 56a). Het versterkt hem in de zekerheid dat zijn geloof zuiver is, doordat het vruchten van goede werken voortbrengt (v. 56b).

 

Hoewel Gods belofte pas in het Nieuwe Testament veel duidelijker geworden is, kon men zich ook in het Oude Testament er al mee troosten (v. 50,52). Die belofte gaf hoop (v. 49b). En ‘hoop doet leven’. Daarom kan de psalmist zeggen dat Gods belofte hem levend maakt (v. 50b). Zo’n leven is een hoopgevend en veelbelovend leven, ook al zitten we uiterlijk midden in de ellende 4)! Als de dichter denkt aan degenen die zonder de HERE leven, grijpt verontwaardiging hem aan! Het voornaamste in het leven is niet ons menselijk lot of ideaal. Het ergste is dat mensen God door hun wandel teleurstellen en niet eren! Maar ook het omgekeerde is het geval: wie Gods geboden erkent en doet, wordt zó enthousiast dat hij dat ook midden in de nacht wil uiten (v. 55).

 

 

1) Vgl. Deut. 30:19,20 2) Vgl. Ps. 4:8 3) Ps. 19:8-12 4) Vgl. 1 Tim. 4:8

Kern: Het leven met God geeft hoop, troost, bevestiging, inzicht, vreugde.

Vraag: Wat denkt u van het streven een ‘macho’ te zijn? (Vgl. v. 51.)

Bid dat u de rijkdom van het leven met God beseft.

 

‘s middags las br. G. Bax een preek over  Marcus 1:1-8  

 

In oude tijden zagen de wegen er heel anders uit dan nu. Voor de aanleg ervan werden grote keien gebruikt. Als zo’n weg verwaarloosd werd, was hij in korte tijd niet meer te begaan. Grote gaten, losse keien... niet meer te gebruiken. Moest een koning langs zo’n weg komen, dan kwam er enige tijd van tevoren een voorloper langs. Die gebood de mensen de losse stenen weg te halen en de kuilen dicht te maken.

 

Dè Koning der koningen, Jezus Christus, de beloofde Verlosser, stond op het punt Zich aan zijn volk te openbaren. Maar vóór zij Hem als zodanig zouden kunnen aanvaarden, moesten hun harten daarvoor klaargemaakt worden. Johannes de Doper, de zoon van de priester Zacharias1), was de man die God voor deze taak bestemd had. Met zijn optreden neemt het Evangelie een aanvang (v. 1). Door vroegere profeten had de HERE hem al laten aankondigen als de wegbereider van de Messias die komen zou (v. 2,3) 2). En omdat er een belofte was, was er hoop. Toen Johannes zich dan ook bekend maakte als de voorloper van Christus, kwam het volk uit alle steden en dorpen toelopen om zijn boodschap te horen (v. 5).

 

Niet alleen wat betreft kleding en soberheid van leven was er overeenkomst tussen hem en de vroegere profeet Elia (v. 6) 3). Ook zijn boodschap werd met door God verleende kracht gebracht: blijf niet in je zonden voortleven! Keer het oude leven de rug toe en laat je dopen ten teken dat het je ernst is. God wil je zonden vergeven (v. 4)!

 

Johannes’ prediking wekte bij velen schuldbesef. In groten getale gaven ze aan zijn oproep gehoor. Daarbij wees hij op de Christus, die na hem zou optreden. Die zou, als het ware Offerlam, in hun plaats de straf dragen. In Hem moesten ze geloven 4). Johannes zei: ‘Na mij zal er iemand optreden die veel machtiger is dan ik. Ik ben niet eens goed genoeg om de minste slavendienst voor Hem te verrichten. Ik heb u gedoopt met water, maar Hij zal u dopen met de Heilige Geest’ (v. 7,8). Wie anders dan God Zelf zou daartoe in staat zijn?

 

 

1) Luc. 1:13-17 2) Jes. 40:3 3) 2 Kon. 1:7,8 4) Vgl. Hand. 19:1-7

Kern: Johannes de Doper bereidt Jezus’ komst voor en predikt de doop tot vergeving van zonden.

Vraag: Wat verstaan we onder de doop met de Heilige Geest? (Vgl. Hand. 10:44-46a.)

Dank de HERE voor de komst van zijn Zoon!

 

 

Op de nieuwjaars-morgen begonnen we het nieuwe jaar 2007 gezamenlijk met Beverwijk in Westzaan; Ds. Bikker preekte over:Exodus 33

De gemeenschap hersteld

Is het u echt om de HERE Zelf te doen of neemt u wel met minder genoegen?

De HERE houdt zijn woord. De Israëlieten zullen in het Beloofde Land terechtkomen. Alleen... God doet alsof zij een volk van Mózes zijn en alsof Mózes hen uit Egypte had geleid (v. 1). Hij wil Zelf niet met hen meereizen. Dan zou het slecht met hen aflopen. Het zou hun dood betekenen (v. 2,3).

De Israëlieten gaan erg gebukt onder deze reactie van God. Ze rouwen (v. 4, vgl. v. 5,6). Met een bezwaard gemoed zien ze hoe de HERE Zich uit de directe gemeenschap met hen terugtrekt. De tent van de ontmoeting, waar Hij met Mozes spreekt, wordt buiten de legerplaats opgetrokken (v. 7) 1).

In de vertrouwelijke omgang die Mozes en de HERE met elkaar in de tent hebben vanaf vers 11-een gesprek ‘van mond tot mond’ -, zien we Mozes opnieuw als pleitbezorger. Hij wil een volkomen verzoening voor de Israëlieten bewerken. Hij houdt niet op totdat God niet meer spreekt van ‘uw’ volk, maar van ‘mijn’ volk (v. 12-17) 2). De gemeenschap tussen de HERE en zijn volk is dan weer volledig hersteld.

Mozes verlangt ernaar de HERE Zelf te mogen zien. Hij wil heel graag doordringen tot in het diepste geheim van God. Hij wil de laatste grens overschrijden die het schepsel van de Schepper scheidt. Maar dat kan niet. Niemand kan God zien en dan blijven leven (v. 18-23). De mens moet mens blijven en als mens leven van alle Woord dat uit Gods mond uitgaat. Wie meer wil, zal zich eraan vertillen.

Toch heeft Mozes’ vraag een antwoord gekregen in de komst van de Here Jezus naar deze wereld. Want in Hem, die ons mensen gelijk is geworden 3), komen Gods Woord en Gods aangezicht, d.i. God Zelf, samen. ‘Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien’ 4). In Jezus mogen we God zien en... leven.

1) In de tabernakel zal de HERE wèl te midden van zijn volk wonen, maar dan moet de stam Levi, eerst zelf door God geheiligd, dienst doen als isolatiegordel tussen Hem, de heilige

  God, en het maar al te vaak ongehoorzame volk. Jezus is ònze isolatiegordel, 1 Joh. 1:5-7 2) Vgl. v. 1 en Ex. 32:7

3) Filipp. 2:5-7 4) Joh. 1:14,18; 14:6-9

Kern: Het moet ons echt om de HERE Zelf te doen zijn!

Vraag: Hoe legt u Johannes 14:6 uit aan anderen?

Gebed: HERE, ik dank U dat U Zich te kennen geeft in Jezus, uw Zoon. Ik loof U dat Hij mijn isolatiegordel is. Heilig mijn leven.... Amen.

 

Op oudejaarsdag las ´s morgens Br. J. Hendrikse uit Beverwijkeen preek over Openbaring 21:1-11

Een heerlijk perspectief

Johannes geeft ons hier als perspectief voor de grote toekomst onze vereniging met de HERE (v. 3). Dat is van het begin af Gods bedoeling geweest. Zó was het in het paradijs 1). Zó is het in Jezus, de Immanuël, de ‘God met ons’, zichtbaar geworden 2). Zó wordt het straks heerlijk werkelijkheid. ‘God bij de mensen’ betekent: totale vernieuwing, afwezigheid van alles wat maar herinnert aan het oude, aan de vloek, aan de zonde en de gevolgen daarvan. Alle zonden, verdriet, moeiten en pijn zijn dan voorbij (v. 4).

God heeft een volkomen vernieuwde schepping op het oog 3). In vers 1 gaat het niet om een nieuwe schepping, maar om een vernieuwde schepping. Bij de bekering tot God word je wel een ander mens, maar niet iemand anders. Zo zal de HERE straks zijn schepping ook niet vernietigen om dan iets nieuws te maken. Hij zal haar eenvoudig zuiveren van al de gevolgen van de zonden van haar bewoners. Met deze herschepping is Hij begonnen in Jezus Christus.

In het slot van vers 1 wordt gezegd dat de zee er niet meer zal zijn. De zee verbergt heel veel duistere diepten 4). Het begrip ‘zee’ is in het Oude Testament een aanduiding van de machten die Gods werk bedreigen en ook van het woelen van de volken 5). Maar al die gevaren en bedreigingen en al die onrust zullen er dan ook niet meer zijn.

In beginsel is het goddelijke Jeruzalem al aanwezig in de gemeente. Zij is nu de verloofde, die straks als vrouw totaal onafscheidbaar met God verenigd zal zijn (v. 2,3,9-14) 6). Ook is de heilige stad de toekomstige woonplaats van de gemeente en de residentie van de allerhoogste God.

Midden in dit visioen neemt de Almachtige Zelf het woord, om het voorgaande absolute geldigheid te geven (v. 5). Hij zweert dat het waarachtige leven de gemeente gegeven zal worden wanneer ze trouw volhardt in haar belijden (v. 6,7).

Maar wie door vrees Jezus verloochent, wie het geloof loslaat, wie christenen doodt bij vervolgingen, wie afgoderij of magie bedrijft en zich daarvan niet bekeert, kortom, wie leeft in de zonde, heeft geen toegang tot het nieuwe Jeruzalem (v. 8).

1) Gen. 3:8 2) Matt. 1:23; Joh. 1:14,18 3) Vgl. Jes. 65:17; 66:22; 2 Petr. 3:13. 4) Vgl. Op. 13:1. 5) Vgl. Ps. 65:8.

6) Vgl. Op. 19:6-9a.

Kern: De toekomst van de bruidsgemeente maakt heel blij.

Vraag: Hoe leeft voor u Gods Koninkrijk-in-heerlijkheid?

Gebed: HERE, laat uw Rijk spoedig voltooid zijn.... Amen.

 

´s avonds ging Ds. Bikker voor in een oudejaarsdienst, de verkondiging is genomen uit: Lukas 13: 1 – 17

Omkeer noodzakelijk!

 

Voortbordurend op het vorige gedeelte doordenken we eerst de gelijkenis van de verzen 6 t/m 9. Hier gaat het over Israël (de vijgeboom) 1), door ‘Iemand’ (de HERE) in zijn wijngaard (de wereld) geplant. Al 3 jaar had de wijngaardenier (Jezus) tevergeefs Gods volk tot bekering geroepen.

Een onvruchtbare vijgeboom roept Gods oordeel op 2). Zijn reactie is: ‘Hak hem om’, zoals de HERE ook reageerde op de aanbidding door Israël van het gouden kalf 3). Evenals Mozes toen voor het volk Israël pleitte 4), zo pleit Jezus in deze gelijkenis voor Gods volk: ‘Heer, laat hem nog dit jaar staan.’ Daarop volgt het voorstel van de Heiland om Israël nog een heel bijzondere kans te geven om ‘vrucht te dragen’ 5). Dit is vervuld met de uitstorting van de Heilige Geest in Jeruzalem. De vijgeboom is tenslotte toch omgehakt in 70 n. Chr.; de tronk is echter nooit gerooid 6).

In de verzen 1 t/m 5 worden Jezus twee voorvallen voorgelegd die opzien baarden. Toen enkele Galileeërs in de tempel een offer ter verzoening brachten, heeft Pilatus hen laten overvallen, hun offerbloed met hun eigen bloed laten verontreinigen en hen ter dood laten brengen. Ze waren dus onverzoend gestorven. Was dit indirect Gods oordeel? De toren bij Siloam in Jeruzalem viel zonder menselijk toedoen om. Het gevolg was dat achttien mensen gedood werden. Was dit Gods directe oordeel?

Jezus’ antwoord is duidelijk: ‘Nee!’ Echter met al dit getheoretiseer ontweken de mensen Gods duidelijke oproep aan hen allen om zich te bekeren, om Jezus, zijn Zoon, de Messias, aan te nemen. Maar zo hebt u toch niet gereageerd? Gods roepstem vindt bij u toch wèl altijd gehoor? Laat het zo zijn dat wat een ander overkomt, voor u een waarschuwing is. Net als in het verkeer: als ik zie dat de politie iemand bekeurt, ga ik zelf beter op de borden letten.

1) Hos. 9:10a 2) Vgl. Micha 7:1 3) Ex. 32:9,10 4) Ex. 32:11-14 5) Vgl. Jes. 5:1-7 6) Jes. 11:1

Kern:

a. De weigering om Jezus als Messias te aanvaarden heeft verreikende

  persoonlijke en nationale gevolgen.

b. Laten we Gods waarschuwingen ter harte nemen!

Vraag: Hoe laat u wat een ander overkomt, voor u een waarschuwing zijn?

Gebed: HERE, help mij niet anderen te beoordelen, maar uw roepstem te volgen.... Amen.

Maandag 1e kerstdag preekte ds. Bikker over Lukas 1: 26-35 en Romeinen 5:12-21 daarbij genomen zondag 14

Vraag 35: Wat belijdt u met de woorden: die ontvangen is van de Heilige Geest, geboren uit de maagd Maria?

Antwoord:  De eeuwige Zoon van God, die echt en eeuwig God is en blijft, heeft door de werking van de Heilige Geest echte menselijke natuur aangenomen uit het vlees en bloed van de maagd Maria, om het ware zaad van David te zijn, zijn broeders in alles gelijk, maar zonder zonde.

Vraag 36: Wat is voor u de waarde van de heilige ontvangenis en geboorte van Christus?                                                                                                         Antwoord: Zo is Hij onze Middelaar, die met zijn onschuld en volkomen heiligheid mijn zonde, waarin ik ontvangen en geboren ben, voor Gods aangezicht bedekt.  

 

Zondag 24 december: ’s morgens las br. J. Dekker uit Beverwijk een preek over Lukas 1: 37 en 38 “Maria ’s geloof”

’ Zie, de maagd zal zwanger worden en een zoon baren...’ Matt. 1:23a

Onbegrijpelijk wonder van genade... De Schepper van al wat leeft, laat Zich door zijn Heilige Geest als mens verwekken in een van zijn schepselen, een eenvoudige jonge vrouw. Als een hulpeloos kind werd Gods Zoon geboren om voor ons aan het kruis te sterven. Alleen langs deze weg van diepe vernedering kon Hij ons bevrijden uit de macht van de duivel. En ons doen delen in zijn heerlijkheid 1).

De komst van de engel brengt Maria in verwarring. Maar zij hoeft niet te vrezen, want haar heeft God uitgekozen om de beloofde Verlosser voort te brengen (v. 26 2), 28-30). Zijn naam moet zijn: Jezus (v. 31). Want Hij zal zijn volk redden, niet van hun politieke vijanden, maar van hun zonden 3). ‘Zoon van God’ zal Hij genoemd worden. En als nakomeling van David 4) zal Hij voor eeuwig regeren over degenen die Hem als hun Verlosser aannemen (v. 32,33) 5).

Bij Maria geen ongeloof. Zij vraagt alleen naar het hóe van de zaak (v. 34). En de engel laat haar weten: de Heilige Geest, God Zelf, zal de verwekker zijn. Het kind zal heilig, zonder zonde wezen: God èn mens (v. 35).

Maria onderwerpt zich nederig aan Gods wil. Maar zij heeft nu wel een probleem. Want hoe zal Jozef reageren als hij merkt dat ze een kind verwacht (v. 27)? Toch zet zij haar aardse geluk op het spel om God te gehoorzamen! En de HERE zorgt dat Jozef haar niet in de steek laat 6). God brengt het in orde voor degenen die Hem liefhebben 7).

Maria verneemt nu van de engel het nieuws van Elisabet, haar verwante (v. 36). Ook Elisabet zal merken dat de HERE al zijn woorden in vervulling doet gaan (v. 37). Maria’s antwoord aan God is: ik ben uw dienstmaagd, doet U maar zoals U gezegd hebt (v. 38a). Dat dit ook ònze houding mag zijn! Want wie zich aan Gods Woord onderwerpt, zal zijn zegen ervaren!

1) Hebr. 2:14,15; Ef. 2:4-6  2) De zesde maand van Elisabets zwangerschap 3) Matt. 1:21 Ps. 130:8 4) Maria was uit het geslacht van David: Rom. 1:3 5) Gal. 3:29 6) Matt. 1:18-25 7) Rom. 8:28

Kern: Maria ontvangt van de engel Gabriël de boodschap dat uit haar de Zoon van God geboren zal worden.

Vraag: Wat betekent de naam ‘Jezus’ voor u? (Vgl. Hand. 4:12.)

Dank God voor de gave van zijn Zoon!

 

‘s middags preekte ds. D. Quant over: Jesaja 35

Op weg naar Gods toekomst

 

Voordat God in vervulling doet gaan wat Hij voorzegd heeft over Jeruzalems nabije toekomst, gunt Hij de Judeeërs nogmaals een blik in de vèrre toekomst. Wanneer ze waarheid zien worden wat Hij door Jesaja over Assyrië heeft gezegd, dan mogen ze er heel zeker van zijn dat ook alles wat in de vèrre toekomst ligt, in vervulling zal gaan.

Reken maar dat de mensen in de tijd van Christus’ rondwandeling op aarde zaten te wachten op de vervulling van wat u net gelezen hebt! Zelfs Johannes de Doper had moeite om met zekerheid te zeggen dat Jezus de verwachte Messias was. Maar Jezus zei dat de verzen 5 en 6a van vandaag in Hem in vervulling gingen 1). Geen wonder dat men toen ook de vervulling van vers 4, dat God met zijn wraak zou komen, van Hem verwachtte! Maar die wraak zag Johannes niet 2).

Christus kwam echter niet met een wraakprogramma om zijn volk te verlossen van de Romeinen. Hij is gekomen om hen en ons te bevrijden van een veel grótere vijand: de zonde. Door zijn bloed. Zo mogen onreinen gereinigd worden. Dat is het fundament van het levensherstel 3). Waar de zonden niet vergeven worden, blijft het paradijs onbereikbaar en blijven de poorten van het nieuwe Jeruzalem gesloten (v. 8).

Maar daar blijft het niet bij. We worden niet alleen verlost van onze zonden, maar ook van de gevolgen van de zonde. En zo zien we uit naar de volkomen verlossing. Het paradijs, dat verloren is gegaan, komt weer terug. De aarde, die nu een woestijn is, wordt weer een tuin (v. 1, 2, 6b, 7). Daar wordt het geschonden leven weer helemáál hersteld (v. 5, 6a). Daar is geen plaats meer voor verdriet en tranen (v. 10).

En dan komt toch ook weer die wraak van vers 4 om de hoek. De HERE zal Zich namelijk straks met al zijn kracht keren tegen alles wat het leven knelt en kapotmaakt. Elke macht die daaraan schuldig is, zal Hij dan verbreken. Dat betekent tegelijkertijd de totale verlossing van zijn kinderen.

In Jezus hebben we al een stukje paradijs ontvangen. Garantie van wat komt. Dat geeft ons nu al troost en kracht.

 

1) Matt. 11:2-6 2) Vgl. Matt. 3:10-12. 3) Vgl. Matt. 1:21; Hand. 3:26.

Kern: God vergeeft onze zonden. Hij verlost ons ook van de gevolgen van de zonde. Dat zal eens totaal zijn.

Vraag: Hoe legt Johannes 17:3  de link tussen ons leven nu en straks?

Bid Psalm 119:33-40.

 

 

Zondag 17 december;  morgendienst; ds. Bikker preekte over Jesaja 26

Onverdiende genade

 

26:7a zegt dat het pad van de rechtvaardige effen is. We weten waarheen we op weg zijn. Het betekent niet dat we op die weg geen tegenslagen zullen ontmoeten. Maar Paulus zegt dat ook de ergste dingen in het leven ons niet kunnen scheiden van Gods liefde in Jezus: God baant dan onze weg (26:7b) 1). Van Hem mogen we en willen we altijd zijn (26:8,9).

 

Jesaja ontneemt ons in 26:10 de valse hoop dat de goddelozen Gods ingrijpen in de wereldgeschiedenis zouden erkennen 2). Maar eens zullen ze toch wèl besef van Gods grootheid krijgen. Dat zal zijn wanneer ze verslonden worden door het vuur dat zijn tegenstanders zal verteren (26:11).

 

Maar God geeft zijn vrede aan hen die het van Hem verwachten. Dat doet Hij niet omdat we dat verdiend hebben. Want het goede dat we gedaan hebben èn nog zullen doen, is zijn werk in ons leven (26:12) 3).

 

O ja, vanwege onze zonden verdienen we het dat we door de HERE getuchtigd worden (26:16). En uit onszelf zijn we totaal niet in staat om ook maar iets aan onze verlossing bij te dragen (26:17,18). Die wordt ons geschonken.  Door God. Echt helemaal zíjn werk. De vijanden zullen eens dood zijn en nooit meer tot leven komen (26:14). Maar gestorven heiligen zullen opstaan uit de dood. Zij zullen ‘herleven’ (26:19). Ja, ook de laatste vijand, de dood, zal worden onttroond 4).

 

Nog steeds leven we in een zondige wereld. Maar Gods oordeel zal zeker alle ongerechtigheid wegbranden. Wat moeten wij dan doen?  In onze binnenkamer gaan. In Egypte waren de Israëlieten veilig in hun huizen achter het bloed aan de deurposten en de bovendorpel 5). Wanneer Gods toorn over de aarde gaat, zijn wij volkomen veilig achter het bloed van Jezus (26:20,21).

 

Gods reddend handelen betekent ook een afrekenen met de satanische machten (27:1). Waar de HERE ook nog maar vijandige elementen zou vinden, zou Hij Zich ertegen inzetten en de zijnen tegen de vijand beschermen (27:2-5).

 

 

1) Rom. 8:35-39 2) Vgl. Op. 16:10,11; 22:11a, b. 3) Vgl. Ef. 2:8-10. 4) 1 Kor. 15:20-28 5) Ex. 12:1-13

 

Kern: Vertrouw op God. Dan kunt u met een gerust hart elke nood doorstaan, in afwachting van Jezus’ terugkomst.

 

Vraag: Voor veel christenen is het ‘lijdelijk ondergaan van onrecht’ taboe. Wat leert Jesaja hierover?

 

Bid Psalm 17:6-15.

 

’s Middags preekte ds. Wallet over Psalm 132: 17 en 18

 

’ En ik zag de heilige stad, een nieuw Jeruzalem...’ Op. 21:2a

Deze Psalm behoort tot de bedevaartsliederen. Zeer waarschijnlijk werden die gezongen bij een van de drie feesten waarop de mannen van Israël voor God in zijn heiligdom moesten verschijnen 1). Gebeden wordt voor de heersende koning over Juda, een nakomeling van David (v. 10). Daarbij pleit men op wat David voor de HERE verricht heeft (v. 1).

Wat had deze koning gedaan? Wel, de ark, het heiligdom van God, was eens in handen van de Filistijnen gevallen, maar door Gods ingrijpen weer teruggebracht. Ze had toen een plaats gekregen in het huis van Abinadab in Kirjat-Jearim, hier Jaär genoemd (v. 6) 2). Maar David vond dat de HERE op een eigen plek moest wonen te midden van zijn volk. Zijn eigen nieuwe huis wilde hij niet betrekken vóór de ark in Jeruzalem die plaats had gekregen (v. 2-5,8). Hij en zijn volk waren daarin één (v. 7,9) 3).

Nu had God aan David de belofte gegeven van een eeuwig koningschap. Als zijn zonen de HERE trouw zouden blijven (v. 11,12). Maar helaas, de meesten van hen weken van God af. En uiteindelijk was het gedáán met het koningschap van Davids huis. Maar de HERE had Jeruzalem tòch uitgekozen om er voor altijd te wonen (v. 13,14).

Ja, God houdt zijn belofte. Want de dichter ziet verder. Dè grote Koning, het Licht der wereld, uit het geslacht van David, zal Zich in Jeruzalem vertonen (v. 17) 4). Door zijn kruisdood zal Hij de duivel met zijn trawanten onttronen en openlijk te schande maken (v. 18) 5).

Deze Koning, onze Here Jezus Christus, woont niet in een tabernakel of tempel hier op aarde. Hij maakt woning in het hart van iedereen die zijn offer voor de zonde aanvaardt. Als u Hem om die reden liefhebt, dan woont God Zelf in uw hart. Vertrouw Hem daarvoor. Hij wil u blij en gelukkig maken (v. 15,16) 6).

1) Deut. 16:16a 2) 1 Sam. 7:1,2 3) 1 Kron. 13:1-8; 15:1-3; 16:1-3 4) Vgl. Op. 21:9,10 5) Hebr. 2:14,15 Kol. 2:15 6) Joh. 14:23

 

Kern: De HERE houdt zijn belofte aan David: Jezus Christus is tot in eeuwigheid Koning over zijn volk.

 

Vraag: Waarom moeten wij er zeker van zijn dat Jezus in ons hart woont? (Vgl. 2 Kor. 13:5 {#2Co 13.5}.)

 

Gebed: HERE, maak van mij een toegewijd christen.... Amen.

 

Zondag 10 december 2006, voorganger ds. Bikker morgendienst: bediening Heilig Avondmaal verkondiging uit: Jesaja 25: 6

 

Eeuwig feest!

 

De bevrijding die de HERE geeft door de ondergang van zijn vijanden, is niet te danken aan een toevallig ingrijpen van Hem. Nee, alles heeft te maken met zijn trouw aan zijn verlossingsplan dat Hij in een ver verleden heeft opgevat (25:1) 1). ‘God is getrouw, zijn plannen falen niet.’

 

Als het einde gekomen is, zullen niet alleen alle machtige aardse rijken plaats moeten maken voor het eeuwige Rijk van God.  Voor de machtige hoofdsteden geldt hetzelfde 2). Er zullen geen steden meer zijn van machtigen die vreemd zijn met God (25:2) 3). Dan zullen de grote steden bruisen van het geloof en niet langer de gruweldaad dienen (25:3), omdat God het machtsvertoon van mensen die Hem niet wilden kennen, breken zal (25:4c, 5).

 

Maar zijn volk, allen die door het geloof in Hem en in de naam van zijn Zoon op zijn komst gewacht hebben, dwars door de verdrukking van de wereld heen, díe zal Hij plaats geven in zijn stad. Het is weleens moeilijk je een voorstelling van Gods Rijk te maken. Er zal gewoon geleefd en gewerkt worden. Maar tegelijk is dat leven een feest (25:6)! De sluier die over de volken lag om God en zijn Zoon niet te kennen, zal er niet meer zijn (25:7). Maar wat is het verschrikkelijk jammer dat juist het volk voor wie deze woorden in de eerste plaats bestemd waren, zèlf door die sluier bedekt is 4)...

 

In 25:10-12 staat Moab, zoals elders Assyrië en Babel, symbool voor de antigoddelijke macht. Maar deze oervijand van Israël en de HERE 5) zal worden vernietigd.

 

Allen echter die tot God komen door het bloed van Jezus, hebben een sterke stad (26:1). Dat mag ook voor u gelden. Blijf op God vertrouwen (26:4). Dat is: waag het alleen met Hem. Koers alleen op zijn beloften. En als u dan zeker bent van uw plaats in die eeuwige stad, zou u dan niet des te meer de ongelovigen waarschuwen en niet in het minst het oude volk Israël, tot wie deze beloften het eerst gericht waren?

 

 

1) Gen. 3:15 2) Op. 17:18 3) Op. 21:27 4) Vgl. 2 Kor. 3:14-16. 5) Vgl. Num. 22-24

 

Kern: Wat zich tegen God verheft, gaat ten onder. Maar de HERE bewaart en verlost de zijnen.

 

Vraag: Ook als u het moeilijk hebt, mag u toch God danken vanwege de verlossing die Hij eens zal geven. Hoe bemoedigt Handelingen 16:25 u? (Zie ook v. 19-24.)

 

Bid Psalm 93.

 

’s Middag dankzegging en nabetrachting verkondiging over vers 9 van Jesaja 25;

 de troost uit vers 9: En men zal te dien dage zeggen: Zie, deze is onze God, van wie wij hoopten, dat Hij ons zou verlossen; dit is de HERE, op wie wij  hoopten; laten wij juichen en ons verblijden over de verlossing die Hij geeft.

 

 

 

Zondag 3 december morgendienst Br. G. Bax over Genesis 5: het advents geloof van Lamech!!

“s middag ging Br. Dick van Noord ons voor,  deze dienst was ook een voorbereiding op het heilig Avondmaal verkondiging uit:

1 Samuel 4: 12 – 22 en Jesaja 60: 1 -10 : “De Heerlijkheid des Heeren”.

 

Zondag 26 november Ds. Bikker ging voor in beide diensten en verkondigde het  evangelie uit:

’s morgens Spreuken 9

Twee dames nodigen ons uit om bij hen thuis te komen: Vrouwe Wijsheid en Vrouwe Dwaasheid. Over de uitnodiging van de eerste lezen we in de verzen 1 t/m 6 en over die van de tweede in de verzen 13 t/m 18. De verzen 7 t/m 12 vormen een tussenstuk.

 

Vrouwe Wijsheid bewoont een statig huis. Ze heeft het apart laten bouwen voor de ontvangsten die ze houdt. De zeven zuilen van het huis geven meteen aan dat iedereen er welkom is (vs. 1) 1). Haar welstand maakt het haar mogelijk dat zij een heerlijke maaltijd kan bereiden. Ze beschikt ook over dienstmeisjes, die ze rond laat gaan met de uitnodigingen. Op hooggelegen delen van de stad zijn de meeste mensen. Daar klinkt dus de nodiging namens

 

Vrouwe Wijsheid (vs. 2-5). Om er geloof aan te geven, is wel een omkeer nodig. Men moet zich afkeren van het onverstand en de weg van het verstand inslaan (vs. 6). Helaas is in dezelfde buurt als waar Vrouwe Wijsheid laat nodigen, ook haar tegenspeelster actief (vs. 14). Vrouwe Dwaasheid stuurt niemand erop uit met uitnodigingen. Gezeten voor haar huis schreeuwt ze naar voorbijgangers.

 

Dezen moeten van de rechte weg afbuigen om haar woning binnen te gaan (vs. 15,16). De maaltijd die zij biedt, heeft iets heimelijks (vs. 17). Helaas weten velen niet dat het huis van Vrouwe Dwaasheid het voorportaal is van het dodenrijk (vs. 18).

 

Tussen de twee uitnodigingen in wordt de ernst van de keus die we moeten maken, benadrukt. Er is een scherpe tegenstelling tussen de spotter en de wijze. De spotter wijst iedere oproep tot bekering af. Het is onbegonnen werk hem terecht te wijzen (vs. 7,8). Hij verhardt slechts in het kwaad. Ontvankelijkheid voor vermaning en onderwijs kenmerkt degene die wijs wil worden. Met name ontvankelijkheid voor wat de HERE ons zegt. Het ontzag voor Hem en de omgang met Hem openen de weg naar de ware wijsheid (vs. 9,10). Deze wijsheid is tot ons welzijn (vs. 11,12) 2).

 

‘Een rijke schat van wijsheid schonk God ons in zijn Woord. Hebt moed, gij die op reis zijt, want daarmee kunt gij voort’ 3).

 

 

1) 7 als getal van volheid  2) Zie verder over wijsheid bv. 2 Tim. 3:14-17 3) Gezang 326:1 Liedboek voor de kerken

 

 

Kern: Wijs is wie slechts ontvankelijk is voor wat de HERE zegt.

 

Vraag: Wat houdt Jakobus u voor in Jakobus 3:13-18 ?

 

Gebed: God, vervul me met uw wijsheid.... Amen.

 

’s Middags uit Romeinen 8: 1 – 17 en Hebreen 1: 1 -9: verkondiging over zondag 13 van de Heidelbergse Catechismus

Zondag 13  Vraag 33: Waarom wordt Christus de eniggeboren Zoon van God genoemd? Wij zijn toch ook Gods kinderen?

Antwoord: Omdat alleen Hij de eeuwige en natuurlijke Zoon van God is. Maar wij zijn om Christus' wil uit genade tot Gods kinderen aangenomen2.

Vraag 34: Waarom noemt u Hem onze Here?

Antwoord: Omdat Hij ons met lichaam en ziel, niet met goud of zilver, maar met zijn kostbaar bloed van al onze zonden vrijgekocht en uit alle macht van de duivel verlost heeft. Zo heeft Hij ons tot zijn eigendom gemaakt.

Kern: We mogen altijd onze hand leggen op de belofte van God, al steekt de zonde altijd weer de kop op!

 

Zondag 19 november voorganger in de morgendienst ds. Bikker; hij preekte over Efeze 2: 13 en 14

 

Gemeenschap en eenheid door Christus

 

De gelovigen in Efeze waren tevoren heidenen en daardoor arm, hoewel ze zich dat niet bewust waren (v. 11). Van nature zijn wij mensen vervreemd van de HERE en vreemd ten aanzien van wat God in zijn genade doet. De Efeziërs deelden niet in de verwachting van de komende Christus. Ze stonden buiten de verkiezing van het volk van het verbond, buiten het beloofde heil in Christus (v. 12). Een mens kan pas gelukkig zijn als hij is opgenomen in een zinvol levend verband en daarin tot zijn bestemming komt. De grote ellende die de zonde teweeggebracht heeft, is de scheiding van God en van elkaar: de mensheid is uiteengevallen in losse enkelingen die zichzelf zoeken 1). De HERE heeft in het volk Israël een begin gemaakt met het herstel. Maar voor de heidenen, die geen deel hadden aan dat herstel, kwam er daardoor als het ware een nieuwe scheiding bij: de kloof tussen Jood en heiden. Die kloof werd van weerskanten vaak als vijandschap beleefd.

 

Maar door Jezus’ komst is de werkelijkheid in wezen veranderd. Dat mag en moet nu ook zichtbaar worden. Zijn offer heeft wereldwijde betekenis. De HERE had aan Abraham, de vader van alle gelovigen, beloofd dat de hele wereld van hem uit gezegend zou worden 2). De scheiding tussen Jood en heiden is weggenomen, door Christus, die zijn bloed gegeven heeft tot verzoening en ten behoeve van de hele wereld (v. 14-18) 3).

 

Jood en heiden zijn tot elkaar genaderd, omdat ze samen, door Christus aan te nemen, genaderd zijn tot God 4). In Gods Zoon vinden alle gelovigen elkaar door de Heilige Geest (v. 18) en worden alle tegenstellingen overbrugd. De gemeente van Jezus geeft hier vorm en gestalte aan. In de verzen 19 t/m 22 worden heerlijke dingen gezegd van deze heilige gemeenschap. Daar woont Christus Zelf! Onthoud: Hij is onze Vrede, de Vredevorst 5), die de echte vrede en eenheid maakt en doet verkondigen!

 

 

1) Tit. 3:3 2) Gen. 12:3b 3) 1 Joh. 2:2 4) Vgl. Jak. 4:8a 5) Jes. 9:5

 

Kern: Jezus maakt vrede en sticht gemeenschap tussen God en de mensen onderling.

 

Vraag: Hoe bouwt u mee aan de gemeente, als levend onderdeel daarvan? (Vgl. v. 19-22; 1 Petr. 2:4-6.)

 

Gebed: Vader in de hemel, dank U dat U ook mij doet delen in de liefdevolle gezindheid van en de gemeenschap met andere gelovigen.... Amen.

 

 

 

’s Middag las Br. A. Flipse een preek over Numeri 20: 1 – 13

 

Het falen van Mozes en Aäron

 

Met een verongelijkt kind valt niet te praten. Het wil niet luisteren, maar blijft blèren.

 

Zo ongeveer was het gesteld met de Israëlieten toen ze bijna aan het eind van hun tocht door de woestijn opnieuw 1) geen water hadden. Elke redelijkheid is zoek. Mozes en Aäron, maar in wezen God Zelf, krijgen de schuld van alle ellende. Er ontstaat een volksoploop (v. 3-5,13) 2). Je zou als leider er bang van worden ...

 

Maar Mozes reageert op de juiste manier. Hij brengt met Aäron de nood van het volk dáár waar die zijn moet: bij de HERE. En God openbaart Zich aan hen (v. 6). Steeds als wij de HERE ernstig zoeken, zal Hij Zich ook aan ons openbaren 3).

 

Wat moet Mozes in opdracht van God doen? Hij moet zijn staf meenemen en tot de rots spreken (v. 7,8). Heel simpel toch? Maar Mozes is dan helaas niet gehoorzaam. Hij spreekt niet tot de rots, maar tot de Israëlieten. Hij richt hun aandacht niet op de HERE, maar stelt zichzelf en Aäron in het middelpunt (v. 10). Hij spréékt niet tot de rots, maar sláát erop, tweemaal zelfs (v. 11). Weliswaar komt er overvloedig water uit-God is zijn volk genadig, Hij laat het niet lijden onder eigen ondank of onder Mozes’ zonde-, maar de beide broers hebben gefaald.

 

God straft hen heel zwaar: zij mogen de Israëlieten niet in Kanaän brengen (v. 12). Is dit niet tè zwaar gestraft? Dat zouden wíj vinden. Maar we moeten hierbij wel bedenken dat Mozes en Aäron de leiders van Gods volk zijn. Als leiders hebben zij geen goed voorbeeld van geloof in en vertrouwen op God gegeven. God zegt in vers 12 dat ze Hem niet hebben geheiligd, dat wil zeggen: ze hebben Hem niet als de Heilige beschouwd en behandeld. In hun woord tot het vergaderde volk hadden ze van ‘wij’ gesproken (v. 10).

 

In Deuteronomium 32:3,4, {#De 32.3,4} vlak voor zijn dood, spreekt Mozes uit: ‘... geeft grootheid aan onze God, de Rots, wiens werk volkomen is, omdat al zijn wegen recht zijn; een God van trouw, zonder onrecht, rechtvaardig en waarachtig is Hij.’ Maar dit kun je pas doen als je je eigen onrechtvaardigheden gezien en beleden hebt, om dan alleen vanuit Gods genade te leven.

 

 

1) Vgl. Ex. 15:22; 17:1-7. 2) Zie bij v. 3 Num. 16:31,32,49. Meriba (v. 13) betekent: twist, strijd.

3) Hebr. 11:6

 

Kern: Wat is het geven van goede leiding toch belangrijk!

 

Vraag: Wat zegt Spreuken 3:5 over ‘vertrouwen op de HERE’?

 

Bid voor de leiders van uw gemeente.

 

Zondag 12 november voorganger in beide diensten Ds. R. Bikker; ’s morgens verkondiging over Efeze 1: 18

 

Leven uit Gods allesoverwinnende kracht

 

Het komt erop aan dat wij persoonlijk aan het heil in Christus deel hebben en dat wij dat heil bij ervaring kennen! Nu, dat is het geval bij alle gelovigen in Christus wier geloof bewijst levend en werkzaam te zijn in de liefde 1). Dat laat medegelovigen niet koud! Vooral degenen die geroepen zijn om Gods kinderen toe te rusten, dringt het, naar Paulus’ voorbeeld, tot dank aan de HERE en voorbede (v. 15,16). Die toerusting hebben we nodig, willen we met ons geloof dàt kunnen doen waartoe God het bestemd heeft. Paulus bidt om de doorgaande werking van God, om de gaven van zijn Geest: de hoop moet gewekt worden, we moeten de heerlijkheid van de komende eeuwige erfenis beseffen en vooral de kracht van God in ons dagelijks leven kennen (v. 17-20).

 

Hoe kan dat gebeuren? Wel, de eerste gave van de Heilige Geest is de bekering-een andere manier van denken, een nieuw inzicht, een andere kijk op het hele leven. De Geest verlicht ons verstand 2), zodat de ogen van ons hart opengaan. Echt zien, met name de diepere dingen en de onzichtbare, hogere werkelijkheid, doen we met het hart! Als we dan zo God leren kennen en de werkelijkheid van Christus in ons doordringt, dan gaan we daar ook uit leven.

 

Dan gaan wij de grote kracht ervaren die God getoond heeft bij de opstanding en de hemelvaart van Jezus (v. 19,20). Die kracht ervaren we als we Jezus’ naam aanroepen! Zijn naam, dat is zijn wezen: Hij is de levende en werkende Heer, die gezegd heeft: ‘Mij is gegeven alle macht in de hemel en op de aarde’ 3). Die kracht gaat alles te boven, is overweldigend groot (v. 21). Ze stelt ons in staat tot geestelijke prestaties. We zijn namelijk leden van Christus’ Lichaam: de gemeente, waar Gods Geest aan het werk is, die ons inschakelt. Het geheim is: Jezus, het levende Hoofd 4), die wil dat wij vol van Hem worden en die heenwerkt naar de volmaaktheid van heel Gods nieuwe schepping (v. 22,23) 5).

 

 

1) Vgl. Gal. 5:6, Jak. 2:17 2) Joh. 16:12-15 3) Matt. 28:18 4) Kol. 1:18a 5) 1 Kor. 15:28

 

Kern: Paulus bidt dat de rijkdom die we in Christus hebben, ook echt zichtbaar zal worden.

 

Vraag: Hoe wekt Filippenzen 4:11-13 u op tot méér in staat te zijn?

 

Gebed: Vader, laat uw licht schijnen in mijn hart. Dat ik vandaag leef uit uw kracht.... Amen.

 

‘s middags (ook Ds. Bikker) ging de verkondiging over de Heildelbergse Catechismus; zondag 12:

 

Vr.31. Waarom is Hij Christus, dat is een Gezalfde, genaamd?

Antw. Omdat Hij van God den Vader verordineerd is, en met den Heiligen Geest gezalfd, tot onzen hoogsten Profeet en Leraar, Die ons den verborgen raad en wil Gods van onze verlossing volkomenlijk geopenbaard heeft; en tot onzen enigen Hogepriester, Die ons met de enige offerande Zijns lichaams verlost heeft, en voor ons met Zijn voorbidding steeds tussentreedt bij den Vader; en tot onzen eeuwigen Koning, Die ons met Zijn Woord en Geest regeert, en ons bij de verworven verlossing beschut en behoudt.


Vr.32. Maar waarom wordt gij een Christen genaamd?

Antw. Omdat ik door het geloof een lidmaat van Christus en alzo Zijner zalving deelachtig ben, opdat ik Zijn Naam belijde, en mijzelven tot een levend dankoffer Hem offere, en met een vrije en goede consciëntie in dit leven tegen de zonde en den duivel strijde, en hiernamaals in eeuwigheid met Hem over alle schepselen regere.

 

De preek werd genomen vanuit Mattheus 3: 7 – 17 en Mattheus 12:15-21: Christus is de gezalfde van God, De Messias; in Christus word het verborgen raadsbesluit van Zijn Vader  bekent aan velen; ook is Christus de voorbidder bij de Vader!!

 

Zondag 5 november voorganger Ds. A. Versluis;

’s morgens een preek over Genesis 12: 1 – 4: “De Roeping van Abraham,

en ’s middags een preek over Genesis 13: 12: “de scheiding tussen Abraham en Lot”.

 

Zondag 29 oktober; ’s morgens ds. G van ’t Spijker een preek over Daniel 2: 29 en 30 “De angst van Nebukadnezar”

 

De Bijbel leert ons dat God ook dromen kan gebruiken om zijn wil bekend te maken, met name aan zijn profeten, die hebben te getuigen van zijn wijsheid en macht. Zo openbaart de HERE Zich ook hier.

 

Het gaat in de geschiedenis uiteindelijk om Gods wereldheerschappij en de plaats daarin van degenen die zijn eigendom zijn. De duivel is de grote tegenstander van Gods Koninkrijk. Maar hij moet het verliezen, omdat in het middelpunt van de geschiedenis Christus is verschenen, die overwinnen zou en sindsdien in principe overwonnen heeft

Ook in Daniël 1 en 2 zien wij dat God alle dingen zó bestuurt dat ze moeten meewerken aan de komst van zijn Rijk. Daniël moest aan het hof van de heidense Nebukadnessar terechtkomen om in die duisternis Gods licht te doen schijnen door middel van het uitleggen van een droom. Zo gebruikt de HERE ons gelovigen ook nu om het licht van Christus te laten schijnen in een ontredderde wereld en te profeteren van de toekomst van zijn Rijk.

 

De hofgeleerden kunnen uit zichzelf niet achter de inhoud van de droom van hun vorst komen. Zal dit hun dood betekenen? Wat zijn ze bang! Ook in de wereld van vandaag is overal onrust en spanning. De machthebbers weten vaak geen raad, ook de wetenschappers komen er niet uit. In die nood en verlegenheid moet alle aandacht gericht worden op het licht dat God doet schijnen in zijn profetisch Woord. Machtsgrepen, militair geweld en politieke beraadslagingen lossen niets op. En de volksmassa’s? Die leven er vaak maar op los, vanuit de noodlotsgedachte van ‘na ons de zondvloed’. Maar wij mogen, door genade, een woord voor de wereld hebben. Zie naar Daniël: hij weet, zonder dat het hem verteld is, precies wat Nebukadnessar gedroomd heeft en hij kan alles uitleggen ook (vs. 19a).  Gods boodschap geeft hier licht, dank zij de verhoring van de gebeden, het aanhoudend smeken van Daniël en zijn drie vrienden (vs. 16-18).

 

Daniël geeft de HERE voluit de eer (vs. 19b-23). Daarmee wordt de vlag van het Koninkrijk van God geplant in deze godloze wereld. Gods plan met de aarde staat al van eeuwigheid vast. Zijn Koninkrijk zal er eens in volle heerlijkheid zijn . Ja, de HERE, onze sterke God, overwint!

 

 

Kern: Gods wijsheid en Woord beschamen elke wereldse ideologie.

 

Vraag: Wat kunt u doen om de leugenpropaganda te weerstaan? (Vgl. 2 Kor. 10:3-5)

 

Bid dat God u de grote lijn van zijn wereldbestuur laat zien

 

’s Middags preekte ds. D. Quant over 1 Koningen 18: 21 + 39,

De HERE is God!

 

De Baälsdienaren zagen de berg Karmel als de heilige woonplaats van hun god. Een gunstiger plek voor Achab is niet denkbaar. Elia is in elk opzicht in het nadeel. Bovendien: hij was alléén, tegenover 450 Baälsprofeten (v. 22). Maar de strijdvraag: ‘Wie is God?’ moet niet opgelost worden met eindeloos touwtrekken over voordeelposities. Als God vóór ons is, dan kan niets tegen ons zijn!

 

Het volk zwijgt als Elia zegt dat ze moeten kiezen: ‘Kies òf voor de Baäl òf voor de HERE’ (v. 21). Ze nemen wèl zijn uitdaging aan: ‘De God die met vuur zal antwoorden, is God’ (v. 24). Dat is alweer een veeg teken. Beter zou het geweest zijn als ze gezegd hadden: ‘Elia, laat maar, we gaan naar Gods tempel om het verbond met de HERE te vernieuwen, want we hebben zijn wonderen al vaak meegemaakt.’ Nú is er wel sensatie, maar geen hartsbetrokkenheid.

 

De Baälsprofeten doen hun uiterste best. Maar hun god reageert niet (v. 26,28,29). Elia merkt spottend op dat-ie misschien met zijn gedachten er niet bij is of dat hij even ‘naar achteren’ is of een middagdutje doet (v. 27). Hoe anders is dan de HERE, de levende God, die ‘sluimert noch slaapt’ !

 

Elia herstelt het altaar met twaalf stenen naar de twaalf stammen (v. 30-32a). Alle stammen zijn hier dus bij betrokken, ondanks de scheuring van het rijk. De groeve die hij om het altaar maakt, is heel groot: nl.500 mý (v. 32b). Waarschijnlijk uit een bron wordt overvloedig water over het altaar gegooid (v. 34,35). Elia zal geen ‘foefjes’ gebruiken! Hij vraagt om een teken van Gods werkzaamheid. Vuur daalt uit de hemel neer. Nu kiest het volk vóór de HERE (v. 39).

 

Dan bidt Elia om de beloofde regen (v. 42b). Hij weet zich in alles afhankelijk van zijn Zender. Maar hij is niet passief. Net zoals Daniël pleit hij op wat de HERE beloofd heeft. Doet u dat ook? Algauw gaat het plenzen. Elia snelt vóór Achab uit (v. 46). Die handelwijze getuigt van eerbetoon voor de koning, die nu naar zijn overtuiging voor Gods zaak gewonnen is. Maar wat heeft hij zich daarop verkeken...

 

 

Kern: ‘Er is niemand aan U gelijk, HERE!’

 

Vraag: Wat betekent 1 Johannes 5:14,15 voor u?

 

Gebed: Vader, ik wil mijn keus voor U bevestigen. Ik bid U dat ook... duidelijk voor U kiest.... Amen.

 

 

Zondag 22 oktober; ’s morgens evangelist D. van Noord over ??

                        ’s middags las Br. Hendrikse een preek over “De roeping van Christus gemeente”

 

Zondag 15 oktober ’s morgens las Br. A. van Andel een preek over Jerenmia 35: 13 + 14 en 1 Kronieken 2: 55

’s middags preekte Ds. Bikker over Mattheus 1: 21 over de naam JHWH naar aanleiding van zondag 11,  vraag 30 van de Heidelbergse Catechismus

 

Zondag 8 Oktober ’s morgens las Br. R. Weide een preek over Psalm 102:, 1 - 13 en Psalm 25: 16 – 22; “eenzaam maar niet alleen”. ‘smiddags preekte ds. P.J. den Hertog over Lukas 18: 9 – 14; “In een goed blaadje bij God”.

 

Zondag 1 Oktober bediening van het heilig Avondmaal; ds. Bikker preekte daarbij over 1 Petrus 5: 6 en 7, ‘s middags een vervolg van dit hoofdstuk over “ik heb de Here Jezus nodig”.

 

Zondag 24 september : ds. B. Reinders, uit Zwaagwesteinde; ‘s morgens over Lukas 18: 1- 8; “Bid je nog?? “

                                      ’s middags over Exodus 12: 1 – 13 + 28; “Voelt u zich veilig achter het bloed?”

 

Zondag 17 september; Ds. Bikker ’s morgens over 1 petrus 4:7 – 19 “Leven met het einde voor ogen”.

                                                           ‘s middags over zondag 10 2e deel, daarbij 1 Corinthe 12: 1 -10        

 

Zondag 10 September; morgendienst een jeugddienst door ds. R. Bikker, verkondiging over “Discipelschap” n.a.v. Lukas 14: 16 – 35; ’s middag ds. D. Quant een preek over 1 Koningen 16: 29 tot 17: 6

 

Zondag 3 September Ds. G. Bijkerk preekte uit 2 samuel 24, de straf van God voor David en het volk van Israel; ’s middags preekte Ds. R. Bikker over 1 Petrus 3: 13 – 4: 6

 

Zondag 27 augustus Ds. G. van ’t Spijker, Br. D.B. van Noord

 

Zondag 20 Augustus Ds. Van Beek, een preek over Psalm 125: 1 en 2; ‘smiddags preekte ds. Van der Ham over spreuken 3: 6 en Mattheus 6: 24 - 34

 

Zondag 13 Augustus Ds. R. Bikker morgendienst 1 petrus 2:11 tot 3: 12, middagdienst genesis 22:1-14 zondag 10; “De Here zal erin voorzien”.

 

Zondag 6 Augustus Ds. H. H. de Haan, ’s morgens preekte hij over Romeinen 8: 18 – 39, Gods leiding ten goede

                                                                  ’s middags over handelingen 27:1 – 26 , de schipbreuk van Paulus                          

Zondag 30 juli Ds. R. Bikker over zondag 9 en daarbij Jesaja 40: 28

 

Zondag 23 juli leesdienst J. Dekker, Ds. D. Quant

 

Zondag 16 Juli Ds. R. Bikker

 

Zondag 9 juli  ’s morgens ds. R. Bikker

“s middags Student J. Oosterbroek

 

Zondag 2 juli ‘s morgens preekte ds. Bikker over 1 Petrus 1 van 1 – 12, ’s middags las br. G.  Bax een preek over Openbaring2: 18 -29, de brief aan de gemeente van Tyatira

 

Zondag 25 juni de dag waarop we als gemeente het Heilig Avondmaal met elkaar vierden. Ds. Bikker preekte ’s morgens over Lukas 15: 18 en 19 en ‘smiddags over vers 28 van dit hoofdstuk, uit Lukas; de gelijkenis van de verloren zoon.

 

Zondag 18 Juni ’s morgens ds P.J. de Hertog, en preek over Romeinen 8:26 en voorbereiding voor het Heilig Avondmaal

                            ’s middags Ds. H de Graaf uit Opperdoes, een preek over Hooglied 4: 16

           

Zondag 11 Juni voorganger ds. G. van Roekel uit Putten ’s morgens een preek  over Johannes 14: 15-20, ’s middags over Palm 143

 

 

Zondagmorgen 4 juni: “Pinksteren”

Ds. Rik Bikker preekte ’s morgens over Handelingen 2: 1 – 21 “Verlangen meer van Hem te zien door de heilige Geest”

‘s middags een preek over mattheus 8:8; “wat is geloof”.

 

5 juni 2e Pinksterdag las Br. L. Smits een preek over “Bidden in de binnenkamer”. Mattheus 6: 6

 

 

Zondagmorgen 28 mei ds. A van der Maarl uit Eindhoven, preek over Lukas 19: 11-27 de gelijkenis van de ponden.

Zondagmiddag preekte ds. Van der Maarl uit genesis 18: 1 – 15, “De christelijke gastvrijheid”.

 

Donderdag 25 mei Hemelvaartsdag, gezamenlijke dienst in Beverwijk

Voorganger Ds. R. Bikker, preek over Handelingen 2: 1 – 11, de tekst keuze was vers 6 : “Here, hersteld u het koninkrijk van Israel in deze tijd?”

De discipelen verwachten een aards koninkrijk, en Jezus moest hun wijzen op het hemelse!

 

Zondag 21 mei Ds. Rik Bikker morgendienst Johannes 21;8 en 19 thema “moederdag voor de discipelen”

Middagdienst Colossenzen 2: 1 – 15 + 2 Johannes 1: 7 - 13

 

Zondag 14 mei student R. den Hertog uit Apeldoorn

’s morgens over Johannes 20: 19 – 30; thema: “Jezus heeft geen deuren nodig“

‘s middags over 1 Samuel 3: 1-10:  “Samuels roeping”

 

Zondag 7 Mei morgendienst

Br. J. Hendrikse die een preek las van ds. P.J. den Hertog over het geloof van Abraham (Genesis 15), het geloof van Lydia (handelingen 16:14. e.v.) en de gevangenen bewaarder ook uit Handelingen 16 (vers 26 e.v.)

's middags preekte student Huijgen over Jeremia 32:

Jeremia zit in de gevangenis (v. 1-5). Ondertussen is Jeruzalem belegerd door de Chaldeeën, het volk van Babel. De situatie is hopeloos. De mensen zijn opgesloten in de stad, de voedselprijzen stijgen omdat er nauwelijks eten meer is nu dat niet meer van het land aangevoerd kan worden. Het lijkt nog maar een kwestie van tijd voordat heel Juda en Jeruzalem door de vijand in bezit genomen zullen worden. Om wanhopig van te worden!

Dan komt in vers 8 Chanamel, een neef van Jeremia, bij hem met een vraag: ‘Jeremia, wil je mijn akker kopen? Ik heb geld nodig en jij bent m’n naaste familie.’ In dit vers wordt het woord lossing gebruikt. Dat heeft te maken met de wetten die de HERE al ten tijde van Mozes had gegeven in verband met het grondbezit in Israël. Als een stuk land om de ene of andere reden verkocht moest worden, dan had de familie het eerste recht om het te kopen, zodat de grond in het bezit van de familie zou blijven. De HERE had immers het land onder de stammen en geslachten laten verdelen en die verdeling moest gehandhaafd blijven. De vraag van Chanamel is dus een vraag die helemaal in de lijn van Gods voorschriften ligt.

Jeremia gaat daarop in. Alles wat bij deze transactie hoort, wordt op de gebruikelijk manier gedaan (v. 9-12). De koopsom wordt vastgesteld, er wordt een contract opgesteld in tweevoud, ook worden er getuigen bij gevraagd-helemaal officieel. Alsof er geen sprake is van oorlog en bezetting en gevangenschap!

Wat maakt het uit van wie het land is als de vijand het toch in bezit zal nemen? Is Jeremia niet bezig zijn geld te verspillen? Hij zal toch nooit iets met die akker kunnen doen!

Met deze koop wil God iets zeggen (v. 8b). Zoals nu deze akker het eigendom van Jeremia is, zo zal eens heel het land weer van Gods volk zijn, waar het in vrijheid mag leven, zoals Hij het wil (v. 13-15)!

God heeft ook voor onze ten oordeel bestemde wereld een nieuwe toekomst. Van die hoop mogen wij ook nu spreken!

 

Zondag 30 April in beide diensten preekte ds. R. Bikker

                          Morgendienst Johannes 20:19-31 (vers 21 tekst) thema”Pasen en Pinksteren op één dag”

                          Middagdienst 2 Korinthe 5: 20 en zondag 5 van de HC “Wat hebben wij nu echt nodig? ”:  een MIDDELAAR!

 

Zondag 23 April morgendienst Ds. A. Hakvoort, Maarssen; Exodus 3: 1-10 en Marcus 12:18-27: de sadduceeen en Jezus

      Middagdienst: Ds. H. Fahner; Handelingen 9: 1 -6 en 1 Korinthe 15: 1 – 11 De verschijning van de levende Christus aan Paulus

 

Maandag 17 April 2e paasdag, Ds. R. Bikker; Johannes 20:16;  De verschijning van Jezus aan Maria1. Geen pasen voor Maria 2. Wel Pasen voor Maria

 

Zondag 16 April ’s morgens, Ds. G van ’t Spijker over Johannes 20: 1 – 9 (tekst vers 8) getuigenis van de opstanding van Jezus, 1: Waarnemen, 2: Geloven

 

’s middags student C. Legemaate over Lukas 24 vers 5b

 

Vrijdag 14 April; goede vrijdag Ds. R. Bikker

Zondag 9 april ’s morgens Student H.J. Vazquez, Marcus 10:17-31

 

God liefhebben boven alles...

 

Heel wat mensen willen wel gered worden, maar dan op hùn manier. Bijvoorbeeld door het doen van goede werken. Zij willen zichzelf redden en niet afhankelijk zijn van Gods genade. Zo blijven ze in het duister rondtasten. Tenzij ze zich bekeren, breekt bij hen nooit het ware Licht door.

 

De jongeman om wie het hier gaat, dacht ook dat hij iets moest doen om eeuwig leven te krijgen (v. 17). De Here Jezus bestrijdt dit niet (v. 19) -zegt God Zelf niet dat wie zich aan de wet houdt, daardoor zal leven 1)? Alleen... zonder liefde tot Hem is al ons werken waardeloos. God liefhebben boven alles is het voornaamste gebod 2).

 

Dat nu miste deze man. Van jongs af had hij geprobeerd om onberispelijk te leven (v. 20). Jezus waardeert dat. Nu moet hij ook nog inzien waarin hij zondigt. Namelijk hierin dat hij God niet de eerste plaats geeft in zijn hart (v. 21). We mogen aannemen dat hij bekend was met Jezus’ prediking en optreden. Hij benadert Hem vol eerbied en spreekt Hem aan met de titel die alleen aan de voornaamste rabbi’s toekwam (v. 17). Maar hoe ziet hij de Heiland? Slechts als mens? In dat geval mag hij het begrip ‘goed’ niet op Hem toepassen. Alleen God is goed (v. 18) ...

 

Jezus stelt hem voor de keus: kies je voor Mij of voor je geld? Door dit te doen toont Christus aan dat Hij niet alleen mens, maar ook God is. Het is immers: God liefhebben boven alles? Voor iemand die aan zijn bezit hangt, is de keus heel moeilijk. Deze jongeman liet het afweten. Helaas! Hij werd er niet echt opgewekt van (v. 22).

 

Rijkdom kan ook bestaan uit àndere dingen dan geld en goed 3). Wie of wat neemt in ons hart de grootste plaats in? De verandering van gezindheid die nodig is om voor God te kiezen, kan alleen Hijzelf bewerken (v. 23-27). Als wij Jezus vragen om voor ons te doen wat wij niet kunnen, zal Hij van ons volgzame discipelen maken. Hij zal ons al het nodige overvloedig schenken. Door Hem hebben wij dan vrede met God 4) en het eeuwige leven is ons deel (v. 28-31).

 

 

1) Lev. 18:5 2) Matt. 22:36-40 3) Vgl. Luc. 12:16-21. 4) Rom. 5:1-6

 

Kern: God liefhebben boven alles! Dat is de voorwaarde voor het verkrijgen van eeuwig leven.

 

Vraag: Wat beoogt Jezus met zijn advies (v. 21)? (Vgl. Joh. 3:17.)

 

Bid God om inzicht in uw eigen hart. (Vgl. Hebr. 4:1.)

 

‘s middags preekte ds. R. Bikker over Johannes 18:28- 19:16

 

Speelbal tussen Jood en heiden

 

Hoewel Jezus door de Joodse Hoge Raad wegens godslastering ter dood is veroordeeld, mochten de Joden het vonnis niet uitvoeren. Dat was het recht van de bezettende macht (vgl. v. 28a). Pilatus was gouverneur over Judea. Hij was volgens de Joodse geschiedschrijver Philo een hard en boosaardig man. Om eerlijke rechtspraak bekommerde hij zich niet zoveel. En zo werd Jezus een speelbal tussen Jood en heiden. Zo moest het ook geschieden 1). Maar wat een lage, verachtelijke vertoning! Ja echt, Jezus ‘was veracht en wij hebben Hem niet geacht’, zoals Jesaja al voorzegd had 2). Wat moeten we ons diep schamen voor dit toneelspel!

 

De Joden gaan het gerechtsgebouw niet binnen, want dan zouden ze zich verontreinigen (v. 28b). Het Pascha moest rein gegeten worden 3). Het doet ze niets dat Jezus onrein wordt. Een vraag aan u: denkt u wèl aan de belangen van anderen? Hebt u God lief èn uw naaste?

 

Pilatus wist dat Jezus Koning genoemd werd. Jezus ontkent het niet, al is zijn Koninkrijk van een ander gehalte dan een koninkrijk van deze wereld (v. 36). Hij is Koning van hart en leven. Hij kwam van de waarheid getuigen en degene die uit de waarheid is, hoort Hem (v. 37b). Maar Pilatus wil deze waarheid niet leren kennen. Hij kent alleen de waarheid van het recht van de sterkste. In een wereld van bedrog moet men zich handhaven en zich niet bezighouden met vage dingen, vindt hij. Het toetsen van de waarheid komt niet bij hem op. Door toetsing en beproeving en door oprecht onderzoek komt iemand achter de waarheid 4). De scepticus zal de waarheid niet vinden omdat hij alle geponeerde waarheden op één hoop gooit. God moet het ons ook openbaren-voor de oprechten gaat het Licht in de duisternis op 5). Pilatus is echter niet oprecht: hij vindt geen schuld in Jezus (v. 38), maar laat Hem toch niet vrij. Uit vrees voor het volk betrekt hij Hem in een koehandel. Het geschreeuw van het volk overwint (v. 39,40). Wat een onkunde! Maar God gebruikt alles om zijn heilsplan uit te voeren voor u en mij 6).

 

 

1) Vgl. Luc. 9:22; 18:32,33. 2) Jes. 53:3 3) Ex. 12:18-20; Deut. 16:4 4) Vgl. Mal. 3:10; Joh. 5:39. 5) Ps. 112:4

6) Hand. 2:22-24; 3:17-21

 

Johannes 19:1-16a

 

Keuze tussen recht en eigenbelang

 

Het moet gezegd worden: Pilatus doet zijn uiterste best om Jezus rij te krijgen. Driemaal erkent hij Jezus’ onschuld 1) (v. 4,6). Maar wie niet echt voor de waarheid kiest, voor dè Waarheid, Jezus, die wordt een speelbal van anderen. Pilatus laat het recht wijken voor zijn carrière (v. 12-16).

 

Eerst geeft hij Jezus over aan de ruwe soldaten. Sadisme is niet iets van deze tijd alleen. Zij mishandelen Jezus (v. 1-3). Dan probeert Pilatus het medelijden van het volk te wekken: ‘Zie, de mens!’ (v. 5). Maar ze houden hardnekkig vol aan hun wet, die zegt dat een godslasteraar-en ze vinden dat Jezus dat is-de dood verdient (v. 7).

 

Pilatus wordt nog banger als hij van de Joden hoort dat Jezus Zichzelf Gods Zoon heeft gemaakt (v. 7-9). Zo’n gegeven was in de heidense godenleer niet onbekend. Pilatus ondervraagt Jezus weer apart, maar Hij zwijgt. Dan wil Pilatus Hem imponeren met zijn macht (v. 10). Maar Jezus is daarvan niet onder de indruk. Hij zegt dat macht door de HERE gegeven moet worden (v. 11). Anders zijn de machten machteloos 2). De almachtige God gebruikt de machten voor zíjn doel 3). Uit het kwade doet Hij het goede voortkomen 4). God zet alles naar zijn hand. Pilatus is onder de indruk en verdubbelt zijn pogingen Jezus los te laten. De Joden schreeuwen hem toe dat hij zijn vriendschap met de keizer op het spel zet (v. 12). Hij weet dat zij hem zwart zullen gaan maken bij de oude, achterdochtige keizer Tiberias. Ondanks de waarschuwingen van zijn vrouw 5) besluit hij ten einde raad tot Jezus’ kruisiging (v. 16a).

 

Het spel van de overpriesters is niet fraai. Zij zien er helemaal geen been in nationale zelfmoord te plegen door de keizer als soeverein te erkennen (v. 15). We kunnen natuurlijk heel erg kwaad worden dat het recht zó verkracht wordt. Maar laten we liever de hand in eigen boezem steken: ‘Ja, ik kost Hem die slagen, die smarten en die hoon. Ik doe dat kleed Hem dragen, dat riet, die doornenkroon. Ik sloeg Hem al die wonden, voor mij moet Hij daar staan. Ik deed door al mijn zonden Hem al die jamm’ren aan.’

 

 

1) Joh. 18:38 2) Vgl. Dan. 4:35. 3) Vgl. Op. 17:17. 4) Vgl. Gen. 50:20. 5) Matt. 27:19

 

Kern: Hoe diep kan iemand zinken voor zijn positie!

 

Vraag: Wat vraagt God van u in Micha 6:8?

 

Gebed: HERE, laat oprechtheid en vroomheid mij behoeden, want ik verwacht U.... Amen.

 

Zondag 2 April morgendienst Ds. R. Bikker: een preek over Johannes 18: 1- 17 (tekst vers 5)

                        Middagdienst Zondag 4 van de Heidelbergse catechismus, + Ezechiel 18: 32c preektekst

 

 

Zondag 26 maart kandidaat N. Vennik

 

Zondag 19 Maart Ds. G. Bijkerk, Br. L. Smits: een preek over Mattheus 26: 47 – 56 het woord “Vriend”

 

Zondag 12 maart ds. R. Bikker HA preek over Johannes 13: 33 – 14: 14

 

Zondag 5 maart leesdienst G. Bax, Middag ds. P.J. den Hertog

 

Zondag 26 februari ds. R. Bikker ’s morgens een dienst met kinderen die de Vakantie Bijbel club hebben bijgewoond, preektekst uit Lukas 17 :11- 19”De tien melaatsen”

smiddags preekte Ds. Bikker over zondag 3 van de Heidelbergse catechismus en uit Romeinen 8: 12 -30

 

Zondag 19 februari Ds. H.K. Sok uit Drogeham

Morgendienst Mattheus 4: 18-25, tekst vers 18-20; De roeping van de discipelen drie punten 1) wie 2) wanneer 3)doel

 

Middagdienst Psalm 27:10 ; uiteen gevallen in stukjes verdriet, maar de Here raapt mij bijelkaar > Job 19, hebreen 12 en Psalm 9; toch zal de Here mij aannemen!!!

 

 

Zondag 12 februari Ds. Bikker ging ons in beide diensten voor;

‘smorgens een preek over Lucas 5:17-26,

Jezus’ macht om zonden te vergeven

 

Op twee manieren kunnen we ons opstellen tegenover Jezus: met vertrouwen op Hem òf met zelfhandhaving. Wie op Hem vertrouwt, gaat leven. Wie zichzelf handhaaft, bevindt zich op een weg die naar de dood leidt.

 

Het eerste wat ons in deze verzen opvalt, is dat er nu ook Farizeeën en wetgeleerden onder Jezus’ gehoor zijn. Van heinde en ver zijn ze gekomen. Uit heel Israël (v. 17a). Ze doen een marktonderzoek naar zijn kwaliteit. Om na te gaan of Hij wel het goede leert. Het zal blijken dat dat onderzoek niet vanuit nederigheid plaatsvindt, maar vanuit zelfhandhaving. Maar zo moeten we niet met Jezus omgaan 1).

 

De vrienden van de verlamde man laten ons zien hoe we wèl naar Jezus toe moeten gaan: met geloof (v. 20a). Zij geloven in zijn autoriteit. Daarom zetten ze door en laten ze zich niet door de scharen afhouden van een ontmoeting met Hem (v. 18,19). Na zijn genezing gelooft en gehoorzaamt de verlamde man óók. Hij weet van Wie de kracht om te genezen gekomen is, want hij dankt en looft God (v. 24b, 25). Geloven we, dan zal ons hele leven daarvan getuigen.

 

Hier laat Jezus zien dat Hij volmacht heeft om op aarde zonden te vergeven. Wat de HERE in de hemel doet, namelijk zonden vergeven, dat doet de Zoon des mensen door Gods volmacht op aarde (v. 24a). Zo openbaart Jezus dat Hij méér is dan een gewoon mens, ja dat Hij Zelf God is. Dat wordt door de schriftgeleerden en de Farizeeën hier ook zo opgevat (v. 21). Maar zij willen niet onderzoeken of Jezus dan mogelijk niet naar de Schrift God is.

 

Wat hier gebeurd is, het zijn dingen die tegen het menselijke verwachtingspatroon ingaan. Het is een klinkklaar wonder en toch echt waar. De omstanders prijzen God (v. 26). De genezen man zelf ook (v. 25). Jezus spreekt de mensen de les der bevrijding. Hij spreekt het verlossende woord. Door Gods bijstand. Door in totale afhankelijkheid van zijn hemelse Vader te leven (v.

17b) 2). De Farizeeën spreken níet het verlossende woord. Hun woorden werken juist verslavend. Omdat ze niet vanuit een open relatie met God leven.

 

 

1) Vgl. Luc. 11:23. 2) Vgl. Joh. 4:34; 5:19,30; 6:38

 

 

Kern: Jezus toont dat Hij méér is dan een gewoon mens- Hij is God. Daarom doet Hij ook zoals God doet.

 

Vraag: Wat leert u van de verzen 18 t/m 20?

 

Dank God voor het ongelooflijke van Jezus.

 

’s Middags een catechismus preek over zondag 2 met daarnaast Mattheus 5: 17 – 48

 

Ga er maar aan staan!

 

De Farizeeën hadden 248 geboden en 365 verboden. En Jezus zegt dat onze gerechtigheid nog overvloediger moet zijn (v. 20). Ga er maar aan staan! Hier wordt toch van ons het onmogelijke gevraagd?

 

Let erop dat Jezus niet eerst zegt wat wíj moeten doen, maar wat Híj doen zal. Hij zal de wet en de profeten vervullen (v. 17). Als je Hem in vers 3 van dit hoofdstuk hoort zeggen dat het hele hemelse Koninkrijk voor de mensen is die met lege handen voor de HERE staan, zou je denken dat het onderhouden van Gods geboden blijkbaar helemaal niet meer van betekenis is. Maar dat is dus een vergissing. Jezus schaft niets af, maar zal de gehoorzaamheid aan Gods geboden tot in de puntjes werkelijkheid maken (v. 17,18).

 

Dat doet Hij op twee manieren. In de eerste plaats heeft Hij Zelf God en de mensen volmaakt lief. ‘Wie overtuigt Mij van zonde?’ kan Hij vrijmoedig vragen 1). Het was zijn eten en drinken om Gods wil te volbrengen 2). Maar Jezus realiseert niet alleen Zèlf de gehoorzaamheid aan Gods geboden. Hij is naar de aarde gekomen om deze gehoorzaamheid ook in ons leven tot werkelijkheid te maken 3). De HERE had beloofd dat dit gebeuren zou 4). De bergrede is vergeleken met een troonrede. In een troonrede maakt de regering haar programma bekend. Zo zegt Jezus dat Hij van plan is om in ons leven de echte bedoeling van Gods geboden te realiseren.

 

Daarvan geeft Hij ook enkele voorbeelden. Het gebod ‘Gij zult niet doodslaan’ 5) hebben we natuurlijk niet alleen maar overtreden als we wegens moord voor de rechter verschijnen moeten. De bedoeling van dit gebod is dat elke vorm van haat uit ons hart gebannen wordt. Elk conflict moet zo snel mogelijk de wereld uit (v. 21-26).

 

Gods geboden zijn niet in uiterlijke rechtsregels te vangen, maar ze raken ons hart. Zijn Geest wekt daar echte, oprechte liefde. De wetsbetrachting van de schriftgeleerden en de Farizeeën bleef in vergelijking daarmee aan de buitenkant. Gods geboden zijn radicaal. Jezus vernieuwt ons leven daarom ook volledig.

 

1) Joh. 8:46a 2) Joh. 4:34  vgl Joh. 5:36; 17:4; 19:30 3) Rom. 8:3,4 4) Jer. 31:31-34/Hebr. 8; Ez. 36:25-27 5) Ex. 20:13/Deut. 5:17

Kern: Gods Geest leidt ons bij een leven naar zijn geboden.

 

Vraag: Wat zegt 2 Korintiërs 5:11-21 u?

 

Bid dat u een leven van verzoening leidt.

 

 

Zondag 5 februari, ’s morgens Ds. R. Bikker preek over Genesis 3:

 De val van de schepping

 

Genesis 3 is een leerboek op zich over de duivel, over de mens èn over Jezus. Over alle drie een paar opmerkingen.

 

In dit hoofdstuk is sprake van een slang (v. 1-5, 13-15). Maar dat het niet om dat dier gaat, is wel duidelijk. De duivel verschijnt hier in de gedaante van een slang 1).

 

De duivel was niet de eerste de beste engel. Dat blijkt wel uit het feit dat zijn woorden in vers 5 waarheid worden in het vervolg: de ogen van Adam en Eva gìngen open (v. 7) en God erkènde dat de mens Hem gelijk was geworden in kennis van goed en kwaad (v. 22a). Maar de mens ìs niet God dat hij die weelde zou kunnen dragen. En zo werd ook waarheid wat Gòd gezegd had: de mens zou zéker sterven 2) (v. 22b).

 

Eva antwoordde eerst naar Gods wil op de list van de slang (v. 2,3. Maar al snel gaf zij toe aan haar inwendig gerichte organen: de buik, het oog en het verstand (v. 6). Laten we dus beseffen dat deze drie organen zwak zijn in het weerstaan van verleidingen en liever stevig vasthouden aan Gods wil! Adam stond erbij en keek ernaar. Nalatigheid is óók zonde 3). En dan het afschuiven (v. 12,13)... Herken uzelf!

 

De oorspronkelijke opdracht was: het bewerken en het bewaren van de hof 4). Na de zondeval wordt de opdracht: het bewerken van de aardbodem (v. 23), wat met moeiten en tegenslagen gepaard zal gaan (v. 17-19).

 

Is het u opgevallen dat God hier met de mens spreekt, terwijl niemand ooit de Vader heeft gezien 5)? Het is dan ook steeds de Zóón als God in het Oude Testament verschijnt.

 

Ook vers 15 spreekt over Jezus. Hij zal strijden tegen de duivel. Dat zal voor Gods Zoon lijden met zich meebrengen (’ de hiel vermorzelen’). Maar Hij zal Gods tegenstander overwinnen (’ de kop vermorzelen’). Dit vers is het eerste evangeliewoord in de Bijbel!

 

De weg terug naar het paradijs is door cherubs voor de mens afgesloten (v. 23,24). Cherubs waren ook afgebeeld op het voorhangsel in de tabernakel en de tempel. Maar toen Jezus zijn werk volbracht had, verdwenen ze van voor de ingang van het paradijs. De weg naar God is weer open 6)!

 

 

1) Vgl. Op. 12:9; 20:1,2. 2) Gen. 2:16,17 3) Hebr. 10:39 4) Gen. 2:15 5) Joh. 1:18

6) Matt. 27:50, 51a; Hebr. 10:19-22

 

Kern: Door opstand valt de schepping, maar God redt.

 

Vraag: Wat doet u met deze kennis in uw dagelijks leven?

 

Bid het ‘Onze Vader’ -Matteüs 6:9-13

 

’s middags ging ds. D. Quant ons voor en in deze dienst is Maria Bikker gedoopt!

Ds. Quant preekte over de doop van Jezus uit Marcus 1:9-13

 

’ Zie, hier ben Ik om uw wil te doen’. Hebr. 10:9a

 

Het is wonderlijk om te zien hoezeer de Here Jezus Zich voor ons vernederd heeft. Dat werd al duidelijk toen Hij Zich door Johannes de Doper liet dopen (v. 9). Als er één die doop niet nodig had, dan was Hij het wel, Hij die nooit zondigde. Geen wonder dat Johannes er moeite mee had om Hem hierin te gehoorzamen. Maar Jezus verklaarde dat dit tot zijn werk als Verlosser behoorde 1).

 

Door Zich te laten dopen erkende Hij namelijk dat Hij wel degelijk met zonden beladen was. Het waren niet de zijne, maar die van de hele wereld. Want Hij nam onze zonden over en gaf ons in ruil daarvoor zijn gerechtigheid, dit is: zijn zondeloosheid. Wie dit gelooft, is één met zijn Verlosser. Voor hem is er geen veroordeling meer 2).

 

Toen Jezus in gehoorzaamheid de wil van de Vader volbracht, daalde de Heilige Geest op Hem neer. En werd Hij door God Zelf in zijn roeping bevestigd en toegerust om zijn taak te volbrengen (v. 10,11). Ook voor Johannes was deze gebeurtenis van grote betekenis. Feilloos wist hij nu dat deze Jezus Degene was voor Wie hij de weg had moeten banen: de beloofde Messias, Gods Zoon 3).

 

Door de Heilige Geest werd Jezus nu naar de woestijn gezonden. Daar zette de satan zijn aanvallen op Hem in door te proberen Hem tot zonde te verleiden (v. 12, 13a) 4). Maar door de Geest, die tijdens de waterdoop op Hem neergedaald was, hield Hij stand. Al die dagen hadden de wilde dieren Hem geen kwaad gedaan. En toen de overwinning over de satan een feit was, kwamen de engelen Hem dienen (v. 13b).

 

Ontelbare malen probeert de duivel ook ons tot ongehoorzaamheid te brengen. Efeziërs 6:10-18 {#Eph 6.10-18} leert ons hoe we de vijand moeten weerstaan. Daarbij hebben we de hulp nodig van onze Heer en Heiland, die nooit voor een verzoeking bezweek 5). Vraag Hem of Hij u wil leren uw wapenrusting op de goede manier te gebruiken.

 

 

1) Matt. 3:13-15 2) 2 Kor. 5:21; Joh. 5:24; Rom. 8:1  3) Joh. 1:29-34 4) Zie ook Matt. 4:1-11. 5) Hebr. 2:14-18

 

Kern: In gehoorzaamheid aan de Vader laat Jezus Zich met de zondaren dopen, hoewel Hij Zelf zonder zonde is.

 

Vraag: Op welke manier heeft God tot òns gesproken? (Vgl. Hebr. 1:1-4.)

 

Bid God dat Hij u laat zien waar de duivel u belaagt.

 

Zondag 28 januari voorganger ’s morgens Evangelist D. van Noord, een preek over Exodus 33

 

De gemeenschap hersteld

 

Is het u echt om de HERE Zelf te doen of neemt u wel met minder genoegen?

 

De HERE houdt zijn woord. De Israëlieten zullen in het Beloofde Land terechtkomen. Alleen... God doet alsof zij een volk van Mózes zijn en alsof Mózes hen uit Egypte had geleid (v. 1). Hij wil Zelf niet met hen meereizen. Dan zou het slecht met hen aflopen. Het zou hun dood betekenen (v. 2,3).

 

De Israëlieten gaan erg gebukt onder deze reactie van God. Ze rouwen (v. 4, vgl. v. 5,6). Met een bezwaard gemoed zien ze hoe de HERE Zich uit de directe gemeenschap met hen terugtrekt. De tent van de ontmoeting, waar Hij met Mozes spreekt, wordt buiten de legerplaats opgetrokken (v. 7) 1).

 

In de vertrouwelijke omgang die Mozes en de HERE met elkaar in de tent hebben vanaf vers 11-een gesprek ‘van mond tot mond’ -, zien we Mozes opnieuw als pleitbezorger. Hij wil een volkomen verzoening voor de Israëlieten bewerken. Hij houdt niet op totdat God niet meer spreekt van ‘uw’ volk, maar van ‘mijn’ volk (v. 12-17) 2). De gemeenschap tussen de HERE en zijn volk is dan weer volledig hersteld.

 

Mozes verlangt ernaar de HERE Zelf te mogen zien. Hij wil heel graag doordringen tot in het diepste geheim van God. Hij wil de laatste grens overschrijden die het schepsel van de Schepper scheidt. Maar dat kan niet. Niemand kan God zien en dan blijven leven (v. 18-23). De mens moet mens blijven en als mens leven van alle Woord dat uit Gods mond uitgaat. Wie meer wil, zal zich eraan vertillen.

 

Toch heeft Mozes’ vraag een antwoord gekregen in de komst van de Here Jezus naar deze wereld. Want in Hem, die ons mensen gelijk is geworden 3), komen Gods Woord en Gods aangezicht, d.i. God Zelf, samen. ‘Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien’ 4). In Jezus mogen we God zien en... leven.

 

 

1) In de tabernakel zal de HERE wèl te midden van zijn volk

  wonen, maar dan moet de stam Levi, eerst zelf door God

  geheiligd, dienst doen als isolatiegordel tussen Hem, de heilige

  God, en het maar al te vaak ongehoorzame volk. Jezus is ònze

  isolatiegordel, 1 Joh. 1:5-7

2) Vgl. v. 1 en Ex. 32:7

3) Filipp. 2:5-7

4) Joh. 1:14,18; 14:6-9

 

 

Kern: Het moet ons echt om de HERE Zelf te doen zijn!

 

Vraag: Hoe legt u Johannes 14:6 uit aan anderen?

 

Gebed: HERE, ik dank U dat U Zich te kennen geeft in Jezus, uw Zoon. Ik loof U dat Hij mijn isolatiegordel is. Heilig mijn leven.... Amen.

 

‘s middags ging Br A van Andel ons voor, hij las een preek over: Genesis 32:1 - 32

De gestreden strijd

 

Misschien dacht Jakob nu rust te krijgen. Misschien dacht hij dat hij nu veilig is: Laban ging naar zijn woonplaats terug (31:55). Maar... gaat Jakob niet juist nu een nog veel groter gevaar tegemoet? Hij zal zijn broer Esau ontmoeten!  De angst overvalt hem. Laat hij zich daardoor verlammen? Nee:

 

-hij treft voorzorgsmaatregelen: hij verdeelt mensen en dieren

 in twee groepen-indien de ene groep door Esau verslagen

 wordt, kan de andere ontkomen (32:7,8);

-daarna smeekt hij tot de HERE in gebed: hij beroept zich op

 Gods bevel om terug te keren en op Gods belofte (32:9-12);

-vervolgens treft hij weer voorzorgsmaatregelen: een deel van

 zijn bezit gaat vooruit als een cadeau voor Esau (32:13-21);

-tenslotte volgt een gebedsworsteling (32:22-32).

 

 

Bij Pniël 1) worstelt Jakob in die donkere nacht met een man. Het is alsof hij worstelt om het recht van zijn bestaan. De strijd duurt voort en de man slaat hem op zijn heupgewricht. Jakob gaat mank. Maar dit belet hem niet God, want Hij is die man, aan te spreken. Jakob laat Hem niet los vóórdat hij Gods zegen ontvangt. Daarop krijgt hij een andere naam. ‘Uw naam zal niet meer Jakob luiden, maar Israël 2), want gij hebt gestreden met God en mensen, en gij hebt overmocht’ (32:28).

 

Dit is het hoogtepunt en het keerpunt in Jakobs leven. Hij vreesde voor mensen (Laban en Esau) -nu leert hij God te vrezen. Vroeger dacht hij de zegen door bedrog of door eigen inspanning te verkrijgen-nu wordt zijn lichaamskracht gebroken om de zegen van God Zelf te ontvangen. Zo leert hij heen te leven naar de belijdenis van Genesis 49:18 {#Ge 49.18}: ‘Op uw heil wacht ik, o HERE.’

 

Misschien staat u voor een heel moeilijk kruispunt in uw leven. Bid dan dat de HERE u de weg wijst. Bidden is ook strijden met God. Hij vraagt u dan uw diepste motieven bloot te leggen. ‘Wilt u voor uzelf zorgen of mag Ik voor u zorgen?’ Jakob smeekt om Gods zegen. Bij die zegen krijgt hij van God een nieuwe naam. God wil ook u zegenen om te overwinnen.

 

Jezus heeft aan het kruis de grootste strijd gestreden èn heeft overwonnen. Zijn naam mag ook vandaag op u zijn.

 

 

1) ‘Gods aangezicht’ 2) ‘Moge God (voor hem) strijden.’

 

 

Kern: Verwacht het niet van uzelf, verwacht het van God.

 

Vraag: Niet altijd luistert God naar uw gebed. Wat zegt Jesaja 59:1-3 {#Isa 59.1-3} daarover?

 

Dank de HERE dat Hij nederige mensen zegent.

 

Zondag 22 januari, voorganger in beide diensten Ds. R. Bikker

’s morgens een preek over: Openbaring 3:14-22

 

Brief aan de gemeente van Laodicea

 

De laatste van de zeven brieven is aan de gemeente van Laodicea gericht 1). Een stadje dicht bij Hiërapolis, waar heetwaterbronnen werden gevonden. Ook lag het gunstig aan een knooppunt van handelswegen. Het bankwezen floreerde er. Verder was het wereldberoemd vanwege de textielindustrie. De zwarte wol was van topkwaliteit. Ook was Laodicea bekend om z’n ogenzalf. Daarvoor was zelfs een medische kliniek opgericht. Kortom, één en al welvaart.

 

Dat geldt ook voor de gemeente hier: ‘Er is aan niets gebrek.’ Deze christenen zijn dan ook zelfvoldaan en geweldig tevreden. Maar Jezus denkt daar heel anders over. Terwijl ze zoveel hebben, stelt dit in zijn ogen totaal niets voor (v. 17). Ook hun werken zijn beneden de maat. Christus walgt er zelfs van (v. 14-16). Lauw zijn heeft te maken met ‘het wel kennen van de waarheid, maar er niet naar handelen of er niet genoeg mee bezig zijn’. Het is ‘hinken op twee gedachten’. God wat en de wereld veel. De gemeenteleden kiezen niet tégen Christus, maar ook niet echt en voluit vóór Hem. Ze gaan met de dienst aan en voor Hem heel slapjes om. Het is als lauw water.

 

Voor deze gemeente is wel duidelijk wat Jezus ermee bedoelt. Vlak bij waren heetwaterbronnen. Het water stroomde door smalle beekjes naar de stad toe. Maar daar aangekomen was het al flink afgekoeld. Bah, niet om te drinken!

 

Vanwege dit alles raadt Christus met een toespeling op het bankwezen, de kledingindustrie en de ogenzalf aan van Hem zuiver goud, witte kleren en ogenzalf te kopen (v. 18). Het zuivere goud betekent geestelijke goederen-het goud van deze wereld is toch niet de grootste schat. De witte kleren wijzen heen naar de zondenvergeving en naar de heiligmaking die Christus geeft. En ogenzalf betekent een juist zicht op God en op zichzelf. Als een koopman staat Jezus zijn waar aan te bieden. Met een hart vol liefde (v. 19) 2). Natuurlijk kunnen we zijn gaven niet kopen.  Wellicht wijst Hij hier heen naar Jesaja 55:1 {#Isa 55.1} :’... komt, koopt zonder geld en zonder prijs...’ Om zijn gaven te ontvangen is niets anders nodig dan Hem heel eerlijk en met verwachting erom vragen (v. 20). Wees niet lauw, maar vurig.  Alleen dat geeft een goede toekomst (v. 21).

 

 

1) Vgl. Kol. 2:1-3; 4:12,13,15,16. 2) Vgl. Hebr. 12:4-11, met name v. 6.

 

 

Kern: Alleen het rijk-zijn-in-God heeft toekomst.

 

Vraag: Wat zegt Psalm 19:8-15 daarover?

 

Belijd dat u alleen dàt wilt ‘kopen’ wat echt waarde heeft.

 

’s Middags een catechismuspreek over zondag 1 met daarbij teksten uit: Mattheus 6: 19-21 en Romeinen 10: 1 -14

 

De juiste kijk op wat nodig is in leven en in sterven

 

Iedereen heeft geld en goederen nodig. We moeten immers eten en een plaats hebben om te wonen. We werken daarvoor en zorgen ook voor onze toekomst. Jezus Zelf heeft jarenlang als timmerman gewerkt 1).

 

Maar van geld en goed gaat een vreemde bekoring uit. Je gaat erop vertrouwen. Geld geeft je een gevoel van zekerheid en rust. We kunnen ertegen. We verwachten het van onze schatten op aarde. Geld wordt tot een god, waarop wij vertrouwen (v. 21,24).

 

Omdat iedereen blootstaat aan deze verleiding, komt Jezus ons te hulp. Hij geeft ons de juiste kijk op geld, goed en God. We moeten goed zien dat het gevoel van zekerheid dat geld geeft, vals is 2). Bezit is immers altijd wankel. De waarde ervan is heel onzeker en het kan ons zelfs ontnomen worden (v. 19). Ons vertrouwen moet zich daarom niet richten op geld, maar op God (v. 20) 3). Want Hij is onze hemelse Vader! Zijn schatten staan ons ter beschikking.

 

Alles hangt inderdaad af van de juiste kijk. Ofschoon ons oog geen licht verspreidt, maar licht ontvangt, stelt het ons lichaam juist hierdoor in staat zich te bewegen (v. 23a). Met ‘wat licht in u is’ (v. 23b) worden weer onze ogen bedoeld. Als zij niet functioneren, dan tasten wij volkomen in het duister.

 

Laat ons oog en ons hart daarom gericht zijn op God. Hij zorgt zelfs voor de vogels en de bloemen, hoeveel te meer voor ons (v. 25-30)!

 

Maar zo’n volstrekt onbekommerd leven kan toch niet? We kunnen er toch niet luchthartig van uitgaan dat alles wel op z’n pootjes terecht zal komen? Nee, maar zoals de vogels en de bloemen alleen maar doen wat van hen verwacht wordt, zo moeten ook wij mensen binnen onze grenzen blijven. Probeer niet te doen wat u niet kunt (v. 27). Tob u niet af alsof er geen God is. De rolverdeling is als volgt: wij zijn er voor de HERE en Hij is er voor ons (v. 31-33). Niet in geld of goed, maar in God ligt onze zekerheid, ook voor morgen (v. 34).

 

1) Marc. 6:3a, b 2) Vgl. 1 Tim. 6:9,10 3) Vgl. 1 Tim. 6:17-19.

Kern: Het leven uit de hand van God is een ontspannen en rijk leven.

 

Vraag: Hoe laat 1 Timoteüs 6:7,8 u zien dat alleen in de HERE echte zekerheid ligt?

 

Gebed: HERE, geef dat ik niet innerlijk verdeeld zal zijn, maar alleen U zal dienen.... Amen.

 

Zondag 15 januari , ‘smorgens voorganger ds. G. van ’t Spijker uit Baarn met een preek uit Handelingen 4:1-22

 

Er is geen houden meer aan!

 

De genezing van de verlamde heeft nog een staartje. Zoals zoveel gebeurtenissen in ons leven gevolgen hebben. Het ene roept het andere op. Zo ontstaat er een kettingreactie die niet te stoppen is.

 

Petrus en Johannes krijgen kritiek van o.a. de Sadduceeën. Hoe durven ze te beweren dat er een opstanding uit de doden is (v. 1,2 1)? En hoe durven ze dit bovendien te illustreren door in de naam van Jezus een verlamde te genezen? De eerste botsing van de apostelen met de Joodse leiders. Petrus en Johannes komen in de gevangenis terecht. Maar... Gods Woord is niet te binden 2): van het volk komen velen tot geloof (v. 4) 3). Gods Woord is krachtig en werkt door!

 

Toen Petrus en Johannes voor de Hoge Raad moesten verschijnen (v. 5-7), hadden ze kunnen zeggen dat alles een vergissing was. Dan was de zaak misschien wel in de doofpot gegaan. Maar ze grijpen de gevangenneming juist aan om opnieuw de naam van Jezus, de naam boven alle naam, groot te maken. Hij is de enige Redder (v. 8-12).

 

Hier wordt in hun leven de belofte van Lucas 12:11,12  vervuld: de Heilige Geest zal je op dat moment de juiste woorden geven (vgl. v. 8a). Ook een belofte voor òns 4). Petrus en Johannes getuigen met veel vrijmoedigheid (v. 13). Een vrijmoedigheid die standhoudt ondanks alle bedreigingen van de Joodse leiders (v. 15-18 5), 19,20 6)). Grijpt Gods Woord je aan, dan kun je er niet meer omheen om ervan te vertellen. Hoe dit komt, weet je niet precies, maar diep van binnen zit een ongekende kracht die je leven de weg wijst. De kracht van de Heilige Geest. Hij spreekt van de naam van Jezus.

 

Misschien moet u vandaag een moeilijke beslissing nemen of staat u voor een heel zware klus. Hebt u al gebeden of Gods Geest u helpt? Laat Hem voorgaan. Dan komen de woorden vanzelf. Laat Hem werken. Dan gaat u aan de slag.

 

 

1) Vgl. Luc. 20:27; Hand. 23:6-8 2) 2 Tim. 2:8,9 3) Vgl. Hand. 2:41 4) Vgl. ook Luc. 21:12-15 5) Onbedoeld betuigen ze de waarheid: deze genezing is een teken (v. 16), dat verwijst naar de naam Jezus, naar het Koninkrijk dat in Hem nabijgekomen is.

6) Vgl. Hand. 5:29.

 

 

Kern: Tegenover toenemend verzet geeft de Heilige Geest vrijmoedigheid om te blijven getuigen van Jezus.

 

Vraag: Hoe bent u een getuige van de Here Jezus? (Vgl. v. 8a, 13a en 1 Petr. 3:13-16.)

 

Dank dat Gods Geest u vrijmoedig maakt om te getuigen.

 

’s Middags een gezamenlijke dienst in Beverwijk, waarin ds. R. Bikker de doop bediende aan Charlotte van Andel

Ds. Bikker preekte uit Psalm 139

 

Wie is als God?

 

Dit is een psalm die op bijzondere wijze de aard van de HERE beschrijft. Als in een tweegesprek: U en ik.

 

Eerst wordt Gods alwetendheid beschreven (v. 1-5). De HERE kent ons door en door. Hij kent ons als wij op ons best zijn, maar ook in al onze zwakheden. Hij kent ons doen en laten, evenals onze verborgen verlangens, gedachten en motieven. Hij heeft zelfs weet van datgene wat nog in ons in wording is aan woorden of gevoelens. Hij was bij ons. Hij is bij ons. En Hij zal er zijn. We zijn altijd geborgen, want zijn hand is op ons. Een Vaderhand! Leidend, soms afremmend, soms een duwtje gevend, maar altijd beschermend en steungevend. Onbegrijpelijk, maar een heerlijke realiteit (v. 6)!

 

De tweede strofe van deze psalm zegt dat God ook alomtegenwoordig is. Je kunt (als je dat al zou wensen) niet van Hem wegvluchten (v. 7-10). Hoe ontoegankelijk, eenzaam of donker een plek op aarde ook is-de HERE is er (v. 11,12). Hoezeer ons gevoel ook mag zeggen of schreeuwen: ‘Ik voel God niet. Hij is er niet’, Hij is er wèl! Altijd en overal. Niets, maar dan ook niets kan ons scheiden van zijn liefde 1).

 

Het derde deel gaat over de almacht van de HERE. In het bijzonder als Schepper. Heel teer en fijngevoelig wordt het prille begin van een mens beschreven. Als een mooi mysterie, waar alleen Gods hand aan te pas komt (v. 13-16). God is aan het begin van elk leven. De evolutietheorie gaat daaraan voorbij. Maar het geloof aanvaardt die openbaring als absolute waarheid. Ook aan het begin van elk wedergeboren leven staat de HERE. Want Hij reikt het heil aan. Hij denkt ons het goede toe (v. 17,18) 2).

 

De laatste verzen spreken vooral over de heiligheid van de HERE. Een heiligheid die geen zonden kan dulden. God (en daarom ook de psalmist) haat dan ook de zondaar die van zijn zonden houdt (v. 21,22). Maar Hij haat niet de zondaar die vergeving zoekt. Die vindt altijd gehoor bij Hem met een gebed als in de verzen 23 en

24. Een gebed van iemand die zich wil laten bijsturen, laten leiden. Om te leven zoals de HERE het bedoelt. Zoals Hij het Zich gedroomd heeft!

 

 

1) Rom. 8:31-39 2) Vgl. Jer. 29:11.

 

Kern: De HERE kent mij door en door, Hij is overal, Hij is mijn Schepper, Hij is de Heilige, die mij genadig is.

 

Vraag: Welke betekenis hebben de verzen 23 en 24 voor u?

 

Dank voor het mogen kennen van deze enige, ware God.

                 

Zondag 8 januari, ‘smorgens preekte Ds. W van ’t Spijker uit: Matteüs 2:1-12 

 

Buitengewoon

 

Buitengewoon betekent: wat van het gewone afwijkt. De wijzen die we hier ontmoeten, zijn buitengewone mensen (v. 1). Wetenschappers. Onderzoekers op allerlei gebied. De Bijbel vermeldt dat zij uit het Oosten kwamen. Uit Perzië of Babylonië waarschijnlijk. Zoekende heidenen.

 

Buitengewoon was ook de ster (v. 2). Zó opvallend dat de wijzen ervoor op pad gingen. Deze ster was een middel in Gods hand om heidense mannen op een bijzondere manier te leiden (v. 9,10).

 

Herodes is een buitengewoon huichelachtige koning (v. 3,7,8). Al 35 jaar aan de macht, ziet hij zijn positie in het geding komen. Vandaar zijn hypocriete gedrag.

 

Buitengewoon eensgezind is het antwoord dat de Joodse geestelijke leiders aan de wijzen geven (v. 4-6). In Betlehem, wat ‘Broodhuis’ betekent, zal het Brood des levens op aarde komen-het ware Manna, dat eeuwig leven geeft 1).

 

Buitengewoon bedroevend eigenlijk is de reactie van de Jeruzalemmers. Ze ontstelden (v. 3). Waarom? Waarom verheugden zij zich niet nu eindelijk de langverwachte Messias geboren zou zijn? Omdat ze misschien toch wel een tamelijk gemakkelijk (geestelijk) leventje leidden?

 

Buitengewoon is de vreugde van de wijzen als ze de ster weer zien (v. 10). Wat een bevestiging van Godswege 2) dat ze op de goede weg waren! Valt het u op dat de ster hen alleen dàn leidde als zij zelf niets konden doen?

 

De wijzen waren gekomen voor dat buitengewone Kind (v. 11). Die Zoon van God, die de heerlijkheid van de hemel verlaten had en mens geworden was op aarde. Mens zoals wij. Die ons zó liefhad dat Hij dit voor ons overhad 3). Met grote eerbied knielen ze voor Hem. Ze geven eigenlijk eerst zichzelf aan Hem 4). Ze verootmoedigen zich voor Hem en eren Hem en geven Hem vervolgens hun geschenken (v. 11).

 

Op een buitengewone manier waarschuwt God dan de wijzen voor Herodes (v. 12).

 

Dit overbekende bijbelgedeelte is bij nader onderzoek toch niet zo gewoon. Een goddelijke hand heeft het allemaal zo laten geschieden. Mag de verwondering daarover blijven.

 

1) Joh. 6:29-35 2) Vgl. Jes. 64:5. 3) 2 Kor. 8:9 4) Vgl. Rom. 12:1.

 

Kern: Alles in dit bijbelgedeelte is bijzonder!

 

Vraag: Wat verwondert u hier het meest en waarom?

 

Gebed: HERE God, hoe groot bent U!... Amen.

 

’s Middags preekte Ds. J. van Dijken (Ridderkerk) uit Marcus 1:9-13

 

’ Zie, hier ben Ik om uw wil te doen’. Hebr. 10:9a

Het is wonderlijk om te zien hoezeer de Here Jezus Zich voor ons vernederd heeft. Dat werd al duidelijk toen Hij Zich door Johannes de Doper liet dopen (v. 9). Als er één die doop niet nodig had, dan was Hij het wel, Hij die nooit zondigde. Geen wonder dat Johannes er moeite mee had om Hem hierin te gehoorzamen. Maar Jezus verklaarde dat dit tot zijn werk als Verlosser behoorde 1).

 

Door Zich te laten dopen erkende Hij namelijk dat Hij wel degelijk met zonden beladen was. Het waren niet de zijne, maar die van de hele wereld. Want Hij nam onze zonden over en gaf ons in ruil daarvoor zijn gerechtigheid, dit is: zijn zondeloosheid. Wie dit gelooft, is één met zijn Verlosser. Voor hem is er geen veroordeling meer 2).

 

Toen Jezus in gehoorzaamheid de wil van de Vader volbracht, daalde de Heilige Geest op Hem neer. En werd Hij door God Zelf in zijn roeping bevestigd en toegerust om zijn taak te volbrengen (v. 10,11). Ook voor Johannes was deze gebeurtenis van grote betekenis. Feilloos wist hij nu dat deze Jezus Degene was voor Wie hij de weg had moeten banen: de beloofde Messias, Gods Zoon 3).

 

Door de Heilige Geest werd Jezus nu naar de woestijn gezonden. Daar zette de satan zijn aanvallen op Hem in door te proberen Hem tot zonde te verleiden (v. 12, 13a) 4). Maar door de Geest, die tijdens de waterdoop op Hem neergedaald was, hield Hij stand. Al die dagen hadden de wilde dieren Hem geen kwaad gedaan. En toen de overwinning over de satan een feit was, kwamen de engelen Hem dienen (v. 13b).

 

Ontelbare malen probeert de duivel ook ons tot ongehoorzaamheid te brengen. Efeziërs 6:10-18  leert ons hoe we de vijand moeten weerstaan. Daarbij hebben we de hulp nodig van onze Heer en Heiland, die nooit voor een verzoeking bezweek 5). Vraag Hem of Hij u wil leren uw wapenrusting op de goede manier te gebruiken.

 

 

1) Matt. 3:13-15 2) 2 Kor. 5:21; Joh. 5:24; Rom. 8:1  3) Joh. 1:29-34 4) Zie ook Matt. 4:1-11. 5) Hebr. 2:14-18

 

Kern: In gehoorzaamheid aan de Vader laat Jezus Zich met de zondaren dopen, hoewel Hij Zelf zonder zonde is.

 

Vraag: Op welke manier heeft God tot òns gesproken? (Vgl. Hebr. 1:1-4 .)

 

Bid God dat Hij u laat zien waar de duivel u belaagt.

 

Zondag 1 januari 2006 ‘smorgens voorganger Br. A. Flipse een preek over Psalm 121

 

Bewaring

 

Deze psalm is een bedevaartslied. Iedere mannelijke Israëliet was verplicht om driemaal per jaar voor de HERE God in het heiligdom te verschijnen: bij het Pascha, het Wekenfeest en het Loofhuttenfeest 1). Toen koning Salomo de bouw van de tempel in Jeruzalem had voltooid, was dàt de plaats waarheen de bedevaartsgangers moesten gaan 2).

 

De pelgrims zongen dit lied vóór ze de bergen rondom de stad introkken 3). Die bergen waren een gevarenzone. Daar konden rovers verscholen zitten. De man in de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan werd daar in elkaar geslagen 4). De wegen voerden soms langs diepe afgronden en uitglijden kon dan rampzalige gevolgen hebben. De gelovigen konden ook door stenen getroffen worden. Overdag was het vaak erg heet. Dan liepen ze ook het gevaar van een zonnesteek. Sommigen waren zelfs bang voor occulte krachten die ‘s nachts van de maan uit zouden gaan. Hoe zouden ze veilig in Jeruzalem kunnen aankomen (v. 1)?

 

De pelgrims wisten het: de HERE, die hen opriep om voor Hem te verschijnen, die zou hen overal bij helpen (v. 2) 5). God zou ervoor zorgen dat ze hun voet niet zouden verstuiken op de losse stenen (v. 3). Hij zou overdag en ‘s nachts over hen waken (v. 4,5. Hij zou hun tegemoetkomen en ze zouden nóóit bang hoeven te zijn-ook niet voor zon en maan (v. 6). De HERE is de almachtige Beschermer. Het hele leven met alles wat het meebrengt, ligt veilig in zijn handen (v. 7,8).

 

Laten we in deze wetenschap ook in dit nieuwe jaar rustig schuilen bij onze hemelse Vader 6). Tob niet over allerlei gevaren die op u af kunnen komen. Vanuit het geborgen zijn in Hem hoeft u niet bang te zijn. Geen angsten op uw dagelijkse tochten en geen vrees op uw tocht naar de eeuwigheid. De HERE wil dit hele jaar uw Bewaarder zijn. Overdag en ‘s nachts. Nu en voor altijd. Een geweldig fijne zekerheid op onze vaak moeilijke levensreis op weg naar het nieuwe Jeruzalem!

 

 

1) Ex. 23:14-17; Deut. 16:16a 2) 2 Kron. 6:1-6; Ps. 132:13,14 3) Vgl. Ps. 125:1,2. 4) Luc. 10:30 5) Vgl. Ps. 124:8. 6) Vgl. Ps. 91.

 

Kern: De HERE belooft ons zijn bescherming op onze reis naar het nieuwe Jeruzalem.

 

Vraag: Wat is het directe gevolg van het feit dat de HERE aan onze rechterhand staat (v. 5)? (Vgl. Ps. 16:8-11.)

 

Gebed: Dank U, HERE, dat U zo enorm om me geeft. Dank voor uw bewaring ook in dit nieuwe jaar.... Amen.

 

‘smiddag voorganger br. L. Smits met een preek over: Psalm 31

 

 Vertrouwen

 

‘Bij U, HERE, schuil ik’ (v. 2a). Wat een ontroerende opmerking! Het roept het beeld op van een kuikentje onder de vleugels van de moederkip, of van een kindje bij zijn vader op schoot. En zo is het ook bedoeld: vol vertrouwen steun zoeken bij de HERE. Want waar God is, is veiligheid; Hij is een rots en een vesting (v. 3b-5). Aan Hem kun je je veilig toevertrouwen. ‘Ik laat het aan U over, HERE, want U zult mij bevrijden’, zegt David in vers

6. Dat getuigt van rusten aan Gods hart.

 

En terecht! David, de dichter van deze psalm, weet heel goed over Wie hij het heeft als hij Gods naam noemt. De HERE is een God om op te vertrouwen. Iedere andere god is niets, lucht, leegte (v. 7a). Je bent enorm stom als je op zo’n god je vertrouwen stelt! En denkt u dan maar gerust aan de afgoden van onze tijd: de tv of werk of... Alleen de HERE is ons vertrouwen waard, bij Hem zijn we veilig (v. 7b-9).

 

Dat lijkt gemakkelijk gezegd, maar uit de verzen 10 t/m 14 blijkt wel dat David het helemaal niet gemakkelijk heeft. We weten niet precies wat er aan de hand is geweest, maar er zijn moeilijkheden genoeg te bedenken. David heeft zijn portie echt wel gehad!

 

En toch blijft hij vertrouwen op God. Steeds opnieuw komen in deze psalm vertrouwen en overgave naast elkaar voor (zie ook v. 15-17) 1). De HERE zal doen wat goed is. Dat is Hij aan Zichzelf verplicht: Hij kan de goddelozen toch niet toestaan met Hem of zijn dienaren te spotten (v. 18,19)?!

 

Dat geldt niet alleen voor David zelf. De verzen 20 t/m 25 zijn een lofprijzing en een aansporing voor anderen om óók op de HERE te vertrouwen. Want God belooft heel wat goeds! Wie op Hem zijn vertrouwen stelt, mag heel wat verwachten. Bijvoorbeeld bescherming tegen vijanden en onrust (v. 21). De HERE verhoort en redt. Iedereen die bij Hem hoort, mag daarop vertrouwen: God zorgt voor wie Hem liefhebben (v. 24) 2).

 

Daarom mogen we ook vol vertrouwen zijn. Daar roept David in vers 25 ook toe op: ‘Wees sterk en geef de moed niet op, jullie die naar God uitzien, want Hij laat je niet vallen!’ 3).

 

 

1) Vgl. bij v. 17a Num. 6:22-27  2) Vgl. Rom. 8:28. 3) Vgl. Ps. 27:13,14

 

Kern: Ondanks moeilijke omstandigheden kunnen we op de HERE vertrouwen. Altijd is Hij ons vertrouwen waard.

 

Vraag: Hoe zou u met deze psalm iemand in moeilijkheden kunnen bemoedigen?

 

Bid voor iemand in uw omgeving in (geestelijke) nood.

 

Op oudejaarsavond 31 december preekte ds. R. Bikker uit 2 petrus 3: 9 en Psalm 126

 

Wend ons lot

(2 petr. 3)

Een gevaar dat ons allemaal steeds weer bedreigt, is dat we geestelijk indommelen. Petrus wil ons ook hier wakker schudden. Hoe blijven we wakker? Door voortdurend met een open hart te luisteren naar de boodschap van het Oude en het Nieuwe Testament. En vanuit die boodschap te leven (v. 1,2). Dan kunnen we de waarheid van God en de leugen van de duivel onderscheiden.

 

Wie vast blijft houden aan de belofte van de HERE, die heeft het niet gemakkelijk. Velen zullen lachen om de uitspraak dat God eens zal komen om gericht te houden en dat Jezus zal verschijnen (v. 3,4). Maar met de Bijbel in de hand kun je dat weerleggen. Door Gods spreken bij de schepping was het water boven, in de wolken, gescheiden van het water onder, het water onder het aardoppervlak en in de oceanen en zeeën. Deze scheiding werd opgeheven door het spreken van God bij de zondvloed (v. 5,6). Er is dus wèl wat veranderd. Even zeker zal er een wereldbrand komen (v. 7). Alles wat de mensen verricht hebben, zal dan in het licht gesteld en beloond of gestraft worden (v. 10).

 

Met hun spot spelen de dwaalleraren handig in op de twijfels die er in de gemeente gerezen waren ten aanzien van Jezus’ terugkomst. Petrus gaat hier heel pastoraal om met die twijfels.  De tijdrekening van God is een àndere dan die van ons. Waarom vervult de HERE nog niet de belofte van Jezus’ terugkomst? In zijn grote geduld geeft Hij de mensen nog de tijd om tot bekering, tot geloof te komen (v. 8,9). Er kunnen nog mensen toegebracht worden tot zijn troon.

 

Wij leven vanuit het einde onder Gods geduld. Dat is een geweldige troost. Al was het om één mens, God wacht. In die tussentijd moeten wij waakzaam blijven en onze taak vervullen: mensen tot bekering roepen.

 

(psalm 126)

In Tel-Aviv woont een weduwe van boven de 90 jaar. Ze is een Jodin uit Polen en stamt uit een destijds daar welvarende familie. Ze heet Rachel. Kort na 1920 trok ze met haar man als jong echtpaar te midden van een groep jonge Joodse mensen te voet van Polen naar Palestina, een reis van ongeveer 2500 km. Toen ze uiteindelijk door Turkije en Syrië op de Golanhoogte stonden en uitzagen over het Jordaandal, schreeuwden, huilden, baden, juichten en dansten ze.

 

Zó kwamen in 538 v. Chr. Joodse ballingen uit Babel in hun vaderland. Ze meenden dat ze droomden. Maar toch was hun droom werkelijkheid. Ze lachten en juichten (v. 1,2). Hun conclusie was: ‘De HERE heeft grote dingen bij ons gedaan’ (v. 3).

 

Maar op het ogenblik dat deze Psalm gedicht werd, was de situatie totaal anders. Het volk voelt zich als ‘het Zuiderland’ (v. 4). Eigenlijk ‘het dorre land’, dat ten zuiden van Juda de overgang vormt naar de woestijn. Het is het minst vruchtbare gedeelte van Kanaän, waar in de zomer maar heel weinig regen valt. Dan is het er dor en kaal. Zo voelt het volk Israël zich nu. Uitzichtloos? Nee, want de dichter weet ook dat de winterregens de beekbeddingen weer zullen vullen met water. Dan wordt alles weer groen (v. 4). Zo kan en zal de HERE een keer ten goede brengen in het lot van zijn volk.

 

Boeren hadden het ook toen niet gemakkelijk. Droogte kon de oogst vernietigen. Sprinkhanen konden alles opeten. Daarom was het zaaien een ‘zaaien met tranen’ (v. 5a, 6a, b). Maar hoe vaak heeft God de zorgen van de boer veranderd in vreugde door een goede oogst te geven (v. 5b, 6c, d)!

 

In onze tijd trekken veel Joden uit Rusland naar Israël. Daar krijgen ze het niet gemakkelijk. Ze ‘zaaien met tranen’. Bid voor hen dat ook zij en de andere Joden, via de liederen van de opgang die in hun bezit zijn, tot een rijke oogst van vrijheid en gerechtigheid zullen komen. Maar bovenal dat ze allemaal op zoek gaan naar de Messias, Jezus. En dat ze Hem straks bij zijn terugkomst op de Olijfberg 1) blij zullen begroeten. Ook in Israël wil de HERE grote dingen gaan doen.

 

 

1) Hand. 1:9-11; {#Ac 1.9-11} Zach. 14:3-7 {#Zec 14.3-7}

 

 

Kern: Als God met zijn zegen komt, verandert alles.

 

Vraag: Hoe ziet u de toekomst van Israël? (Vgl. Rom. 11:25-36. {#Ro 11.25-36})

 

Gebed: HERE, zegen uw oude volk Israël.... Amen.

 

Zondag 25 december 1e kerstdag, ‘s morgens voorganger Br. G. Bax met en preek over Lukas 2: 1-7 en Johannes 3:16

 

Ere zij God!

 

In het gebeuren in de stal van Betlehem zien wij door het geloof het grote wonder van Gods liefde. Hij is bewogen met ons zondige mensen en wil de kloof die er tussen Hem en ons is, overbruggen. Híj heeft daartoe het initiatief genomen. Alles gaat van Hèm uit en alles staat onder zíjn bijzondere leiding en zorg (v. 1-7) 1).

 

De HERE maakte gebruik van gewone en eenvoudige mensen. Dat is voor ons natuurlijke verstand onbegrijpelijk en aanstootgevend. Gods wegen zijn zo ànders dan onze wegen. Van de kant van ons mensen spreekt hier alles van soberheid en armoede. Denkt u ook maar aan de eerste getuigen, de herders (v. 8). God heeft het zwakke van de wereld uitgekozen om zijn macht en majesteit te openbaren 2) in een volkomen nieuw begin 3).

 

Het teken van de kribbe (v. 12) doet wat pijnlijk aan. Het is voor ons beschamend dat de Messias, de Koning van het Rijk der genade, de grote Heilbrenger, op deze wijze, in die plaats en in die omstandigheden, geboren moest worden. Achteraf beseffen wij dat de kribbe al heenwees naar het kruis dat eens Gods Zoon dragen zou. Het was Gods wijs bestel, de uitvoering van zijn eeuwige raad tot onze verlossing 4). Hij maakte plaats voor zijn Zoon in een wereld die geen plaats voor Hem had (v. 7). Alle lof komt de HERE toe (v. 14)!

 

Zo alleen valt alle aandacht op Gods doen en op de belichaming van het volle heil in dit Kind. Alles ligt in Jezus besloten en zal eens in volle heerlijkheid openbaar worden. Daarom geeft dit prille begin steeds reden tot grote vreugde (v. 9-11). De hemel getuigde ervan (v. 13,14).

 

Bewonder de oneindige liefde van de Vader, die Jezus schonk: het allergrootste geschenk voor een wereld verloren in schuld 5). En bezing de genade van de Zoon, die arm werd om ons zondaren rijk te maken 6). Geef de Vader en de Zoon de ereplaats in uw hart en leven!

 

 

1) Gal. 4:4,5 2) Vgl. 1 Kor. 1:26-31 3) Joh. 1:14-18 4) Vgl. Hand. 2:22-24 5) 1 Joh. 4:9,10 6) 2 Kor. 8:9

 

Kern: De Heiland van de wereld werd in armoede geboren. In Hem alleen is er behoud voor mens en wereld.

 

Vraag: Wat is uw positie in de Here Jezus? (Vgl. Joh. 1:11-13; 1 Kor. 1:30.)

 

Gebed: Vader, doe mij door uw Geest de rijkdom van het heil in Jezus zien, verstaan en genieten.... Amen.

 

’s Middags preekte ds. R. Bikker uit: Lucas 2:15-20

 

“En zij gingen haastig”.

 

De aarde neemt nu de lofzang van de hemel over. Dat was ook de bedoeling van de HERE: het met Jezus’ geboorte verschenen heil is voor de aarde bestemd. Na de engelen komen de mensen in beweging. De boodschap uit de hemel wekt geloof 1). In vol vertrouwen gaan de herders op pad. Ze wekken elkaar daartoe op. Aardse herders zoeken de echte, hemelse Opperherder! Ze verlangen ernaar te zien wat hun in woorden is verkondigd (v. 15). Dáártoe ook is het Woord vlees geworden: zichtbaar en tastbaar 2). Wie goed gehoord heeft, gaat ook gehoorzamen. Die voegt de daad bij het woord. Zo’n geloof wordt nooit beschaamd (vgl. v. 16) -een profetie dat eens het geloof volledig zal overgaan in aanschouwen 3).

 

Wat doen wij bij dit wonder van Gods genade? Het enige en het beste wat we kunnen doen, is: aanbidden. Want méér dan het begrijpen vervult ons ten opzichte van het goddelijke: de eerbiedige toewijding en de verrukking! Zo ontmoet ons hart de heilige God en ervaren we zijn goedheid. We worden ons ook bewust van eigen kleinheid en zondigheid. Die doen ons buigen en knielen. Tegelijkertijd mogen we ons dan tot de HERE opheffen in de heerlijkste omgang met Hem 4).

 

En na het beleven hiervan, geldt: waar het hart vol van is, loopt de mond van over! We maken het Blijde Nieuws bekend. Zo’n vrijmoedig en eerlijk getuigen wekt verbazing, net zoals hier (v. 17,18). Men voelt: dit is echt, daar moet een werkelijkheid aan ten grondslag liggen. Leven we vanuit de band met de Here Jezus, dan zullen anderen ook onder de indruk komen van zijn heil en zijn Woord.

 

Wat is het kenmerk van een echte gelovige? Dit: wat de HERE in zijn Woord zegt, laat een diepgaande en blijvende indruk achter. Let u op het ‘bewaren’ en het ‘overwegen in haar hart’ in vers 19! We worden ook gedrongen tot een blij en dankbaar loven en prijzen van God 5) (vgl. v. 20). Dàt is de blijvende zegen van het Kerstfeest ook bij ons. Dan pas komt God ten volle tot zijn eer: als Hij niet slechts door de feiten, maar ook door òns verheerlijkt wordt. Daar heeft Hij recht op.

 

 

1) Vgl. Kol. 1:5b, 6  2) Joh. 1:14; 1 Joh. 1:1-3 3) 2 Kor. 5:7; 1 Joh. 3:2 4) Joh. 4:24 5) Vgl. Ps. 98:1-3.

 

 

Kern: De juiste reactie op Jezus’ geboorte is: de HERE aanbidden, getuigen, mediteren en God loven.

 

Vraag: Hoe is uw reactie op het Evangelie?

 

Aanbid de Here Jezus om het wonder van zijn menswording.

 

Zondag 18 december, ’s morgens ds. R. Bikker, preek uit  Genesis 49 en Hebreeën 11:1, 18 en 21

 

De verwachting van de stervende Jakob uit Genesis 49

 

Voordat Jakob gaat sterven, wil hij zijn kinderen nog zegenen. Stel u het tafereel voor. Jakob ligt op zijn sterfbed en om hem heen staan zijn twaalf zonen. Voor elk van hen heeft hij een woord. Dat moet heel indrukwekkend zijn geweest. Als stamvader van Israël, Gods volk, zegent hij zijn nageslacht. Zegent u uw kinderen weleens? Dat kwam in Israël regelmatig voor Of zegent u anderen? Ook dat was in Israël een goede gewoonte. 

 

Het zegenen van Jakob is echter méér dan zegenen alleen. Hij profeteert ook! Dat wil zeggen: hij maakt aan zijn zonen bekend wat voor hen en hun nakomelingen te ervaren zal zijn (v. 1). Als stamvader van het volk Israël gaat hij in de naam van God voor hen de toekomst openleggen.

 

Sommige zonen kunnen niet zoveel meer verwachten. Zonden doen de zegen verminderen. Voor hen een weinig hoopvolle profetie (v. 3-7). Maar één profetie springt er wel boven uit. Die geeft zelfs een geweldig wijds perspectief. Juda wordt gezegend vanwege Gods beloften aan Abraham en zijn nageslacht, ook voor de wereld 4). Met daarbij de belofte dat uit zijn stam het koningschap voor Israël zal voortkomen (v. 10a). Met andere woorden: uit de stam van Juda zal het koningshuis van David voortkomen. Maar tegelijkertijd zal deze profetie boven alles de vervulling zijn van Gods moederbelofte voor Israël en de wereld 5): uit Juda zal de Messias voortkomen, die hier Silo wordt genoemd, de langbeloofde Verlosser 6). In Jezus is deze belofte heerlijk vervuld. Zijn Koningschap zal er zijn voor altijd en Hem zullen de volken gehoorzamen (v. 10b).

 

Leeft u als onderdaan van deze grote en machtige Koning, die niet wilde heersen, maar dienen? Zijn heerlijkheid heeft Hij afgelegd om voor de zonden van de wereld te sterven aan het kruis van Golgota. ‘Hij kwam bij ons, heel gewoon, de Zoon van God als mensenzoon. Hij diende ons als een knecht en heeft zijn leven afgelegd.’ Om zo, door het geloof in Hem, ons tot zegen te zijn

 

Wordt ons geloof beproefd, dan kunnen we daarop reageren met verbittering, maar ook met overgave aan God.

 

De HERE heeft bijvoorbeeld Abrahams geloof verschillende malen op de proef gesteld. Eerst door hem uit zijn vaderland te roepen naar een vreemde omgeving. Daarna door hem een zoon te beloven terwijl hij en Sara al heel oud zijn. Maar de grootste beproeving komt tot hem als hij nog ouder is en nog meer gerijpt in het geloof. Dan moet hij zijn enige zoon gaan offeren 1). Zo moet hij al zijn hoop en verwachtingen weer uit handen geven. Wie van ons zou tot zoiets bereid zijn wanneer God het vraagt? Dan blijkt hoeveel ons geloof waard is.

 

Abraham heeft zijn zoon niet hoeven te geven. De HERE zag dat hij bereid was alles wat hij bezat aan Hem terug te geven. Maar Abraham had het vertrouwen dat God Isaak van dood weer levend zou kunnen maken (v. 17-19).

 

De Bijbel weet dat de laatste woorden van een vorst die op de drempel van de eeuwigheid staat en die in het geloof gesproken zijn, van bijzondere betekenis zijn. Aan het einde van hun aardse leven hebben Isaak, Jakob en Jozef van hun geloof getuigd en met de vervulling van Gods beloften gerekend (v. 20-22) 2).

 

Jakob heeft een paar maal zijn gebrek aan vertrouwen op de HERE laten zien:

1. hij maakte zijn broer Esau diens eerstgeboorterecht afhandig;

2. hij ontstal samen met zijn moeder zijn broer de vaderlijke zegen 3). Maar op zijn sterfbed heeft hij de zegen doorgegeven aan zijn zonen. Hij steunde daarbij op zijn staf (v. 21), een teken van zijn zwervend bestaan. Ook Jozef heeft van de toekomst gewaagd, door te geloven dat de Israëlieten eens uit Egypte zouden weggaan, de grootste redding in de geschiedenis van Gods volk (v. 22) 4).

 

Egypte had Jozef macht en rijkdom gebracht, maar die hebben de vlam van het verlangen naar het Beloofde Land niet kunnen doven. Wat geeft uw positie in deze wereld ú? Dooft die het verlangen naar Jezus’ terugkomst? Staar u niet blind op aardse zaken! Wees gericht op wat God doet komen!

 

 

1) Gen. 22:1 e.v. {#Ge 22.1}; vgl Jak. 2:21 2) Gen. 27:26-29,38-40; 49:1-28; 50:22-26  3) Gen. 25:29-34; 27:1-40 4) Gen. 50:22-26

 

 

Kern: Geloven is: Gods beloften betrouwbaar achten.

 

Vragen:

 

a. Wat is uw meest recente geloofsbeproeving?

b. Wat deed/doet u ermee? (Vgl. Jak. 1:2-8.)

 

 

Bid dat God u helpt Hem, ondanks alles, vast te houden.

‘smiddag wasd ds. C. Droger uit Vlaardingen onze voorganger, hij preekte uit Matteüs 25:1-13

 

Wijs of dwaas?

 

Toen Jezus op aarde was, was het de gewoonte dat bruidsmeisjes naar het huis van de bruid gingen. Wanneer de bruidegom zijn bruid kwam ophalen, ging men hem feestelijk tegemoet om dan met elkaar naar het huis te gaan waar de bruiloft zou zijn. Het kan zijn dat de bruidegom overdag nog het een en ander moest regelen. Hij kwam weleens later dan verwacht was en moest dan met de nodige op olie brandende fakkels èn reserve-olie tegemoetgegaan worden. Men kende geen straatverlichting zoals wij.

 

Hier zijn helaas vijf bruidsmeisjes die de komst van de bruidegom niet goed voorbereid hebben. Ze hebben verzuimd reserve-olie mee te nemen. Als ook zij hem tegemoet willen gaan, weigeren hun fakkels hun dienst. De bruidsmeisjes die wèl zorgvuldig waren, moeten noodgedwongen weigeren hen te voorzien -er is niet genoeg olie voor alle tien (v. 8,9).

 

De vijf onzorgvuldige bruidsmeisjes halen olie bij de verkopers, maar komen dan te laat aan bij de bruilofszaal. Ze mogen niet meer naar binnen. Waarom niet? Omdat ze geen hartsrelatie met de bruidegom hadden (v. 11,12)!

 

Deze gelijkenis wijst ons erop bedacht te zijn op de voorbereidingen, om klaar te zijn als onze Bruidegom komt, de Here Jezus. Waken is één, maar klaar zijn is een tweede en eveneens nodig 1). Als het erop aankomt wakker te schrikken en dan niet gereed te zijn..., dat is rampzalig.

 

Het is niet voldoende fakkels te hebben. Belijdenis alleen is niet genoeg. Er moet olie zijn van de Heilige Geest. Bekering, wedergeboorte, geloof en verzegeling met de Heilige Geest 2). Het bleef bij de dwaze meisjes aan de buitenkant. Wel een groene boom, maar zonder vruchten 3). Aan de buitenkant oogde alles goed, maar in hun hart kenden ze niet het leven met God. Maar zo hoeft het bij u en mij niet te zijn. Wij mogen en kunnen door Gods genade een weltoegerust volk zijn 4). Het echte doen van de woorden van Jezus is een heel persoonlijke zaak. Huichelarij kan nooit door een ander, maar alleen door iemand zelf doorbroken worden (vgl. v. 8,9).

 

1) Matt. 24:44 2) Ef. 1:13,14 3) Vgl. Joh. 15:6 4) Vgl. Luc. 1:17

Kern: Bereid de weg van de Heer, maak zijn paden recht!

 

Vraag: Wat vindt u nodig om vurig van geest te blijven, brandend voor Gods zaak? (Vgl. Ef. 5:18.)

 

Gebed: Dank U, Here Jezus, dat ik gered ben en klaar mag zijn om uw komst tegemoet te zien.... Amen.

 

Zondag 11 december, voorganger ds. J.W. Van Pelt uit Oud- Beijerland ’s morgens een preek over: Micha 5

 

Niet Jeruzalem, maar Betlehem

 

Wij hebben vaak oog voor grote, spectaculaire zaken. Maar God kiest uit wat zwak en onaanzienlijk is 1). Niet een van Davids stoere broers werd koning, maar de kleine David 2).

 

Juda was maar een kleine stam. Betlehem was een klein plaatsje in die kleine stam. Je zou kunnen zeggen: ‘Het minste van het minste.’ En juist dáárvoor heeft God aandacht! Ruim 700 jaar voor de geboorte van Jezus profeteert Micha al dat Jezus in Betlehem geboren zal worden. Opnieuw komt een reddende heerser uit Betlehem, zoals eens David (v. 1).

 

God zal zijn volk prijsgeven aan lijden en verdrukking totdat Jezus geboren zal worden. Het volk van de Messias zal bestaan uit het overblijfsel van het Tweestammenrijk Juda en het Tienstammenrijk Israël (v. 2). Wij kunnen er een profetie in horen van het ene volk van God aan het eind van de tijden.

 

Gods volk zal een rijke zegen zijn voor andere volken, en dat niet door eigen menselijke inspanning, maar doordat men het van de HERE verwacht (v. 6). Het wordt als een leeuw tussen wilde dieren, als een jonge leeuw tussen de schapen. Een schaap is absoluut geen partij voor een leeuw. God geeft zijn volk de overwinning (v. 7,8). De Messias zal staan en zijn volk weiden. Hij zal niet gaan zitten op de troon, Hij zal staan. Hij zal als Herder actief bij de kudde betrokken zijn (v. 3) 3).

 

Micha maakt mee dat de gewelddadige Assyriërs zich opmaken om de wereld te veroveren 4). Dat proberen ze ook met Juda te doen (v. 4a). Beeld van antigoddelijke machten de hele geschiedenis door. Maar de Messias, Jezus, overwint elke macht die zich tegen God verheft (v. 4b, 5) 5).

 

Bij het aanbreken van het Koninkrijk van de Messias zal God alle eigen, militaire, macht waarop de joden zouden kunnen vertrouwen, wegdoen-alleen op de HERE zullen ze dan vertrouwen (v. 9,10). Ook in geestelijke zin zal God alles wegdoen waarop zij hun vertrouwen zouden kunnen stellen (v. 11-13).

 

Dit wil God ook nu in ùw leven doen. Alleen dàn hebt u vandaag een fijne dag èn een goede toekomst (vgl. v. 14).

 

 

1) 1 Kor. 1:26-29 2) 1 Sam. 16:6-13b 3) Vgl. Ez. 34:23; Joh. 10:1-16 4) Vgl. bij v. 5a Gen. 10:8-12; 1 Kron. 1:10

5) Ps. 2 ;1 Kor. 15:25-28

 

Kern: God zoekt wat zwak is uit om zijn werk te kunnen doen. Zo komt Hij tot zijn eer en doel.

 

Vraag: De HERE heeft oog voor het zwakke. Wat leeft bij u?

 

Dank voor Jezus’ geboorte en dat Hij zal terugkomen.

 

‘middags een preek over Filippenzen 4:10-23

Voldaan...

 

Aan het eind van zijn brief komt Paulus terug op de reden van zijn schrijven. De gemeente van Filippi heeft hem in zijn gevangenschap geld en voedsel gestuurd als materiële ondersteuning, en Epafroditus om hem geestelijk tot steun te zijn (v. 18) 1). Paulus bedankt de Filippenzen voor die steun. Of eigenlijk niet: hij bedankt zijn Heer, die hen bereid maakte om hem te helpen (v. 10). Geen verheerlijking van mensen, maar van Jezus!

 

De reden waarom Paulus zich verblijdde over het meeleven van de Filippenzen lag niet in het feit dat hij gebrek leed. Hij heeft geleerd om tevreden te zijn met de situatie waarin hij verkeert (v. 11,12). Paulus heeft dat geléérd. Tevredenheid moeten we leren. En dat kunnen we slechts leren van Jezus (v. 13). Laten we dat bedenken in een tijd waarin alles zo draait om het materiële!

 

Juist omdat Paulus door Gods kracht heeft geleerd tevreden te zijn in alle omstandigheden, kan hij ook zo blij zijn met het extraatje dat hij van de Filippenzen kreeg (v. 14). Een knipoog van de HERE. De Filippenzen hebben Paulus àltijd al trouw gesteund (v. 15,16) 2). Dat spreekt van hun geloof. Paulus is blij met hun meeleven, niet omdat hij er beter van wordt, maar omdat het voor henzelf vrucht zal afwerpen (v. 17). Zien wij onze offers ook als offers aan God, waaraan Hij een plezier beleeft 3)? Die Hij dan ook zal belonen?

 

Aan wie geeft, zal gegeven worden. Hebben we dezelfde houding als de Filippenzen, dan zal God in al onze behoeften voorzien (v. 19). Zo’n God, die onze God en onze Vader wil zijn, is het waard geprezen te worden (v. 20).

 

Paulus besluit met de groeten van hemzelf, van zijn medewerkers en van de gelovigen in Rome 4) over te brengen (v. 21,22). De gemeenschap der heiligen reikt over alle landsgrenzen en alle geografische afstanden heen. We delen allemaal in de genade van dezelfde Heer en Heiland (v. 23). Vanuit die genade kunnen we in blijdschap leven.

 

 

1) Filipp. 2:25 2) Vgl. 2 Kor. 11:8,9. 3) Vgl. Ex. 29:18. 4) Als Paulus hier gevangenzat, vgl. de Inleiding op blz. 25.

 

 

Kern: Paulus is blij dat de Filippenzen leven zoals God dat van hen vraagt. Dat leven wordt door God gezegend.

 

Vraag: Welke motivatie hebt u om voor Gods zaak te offeren? (Vgl. Luc. 6:38; Ef. 5:1,2; 2 Kor. 9:6-8.)

 

Loof de HERE om Wie Hij is.

 

Zondag 4 december voorganger Ds. R. Bikker, ’s morgens bediening van het Heilig Avondmaal. Met een preek over:

1 Korintiërs 1:18-31

 

Gods maatstaven zijn anders!

 

De boodschap van overwinning door het kruis van Jezus past niet in het denken en doen van mensen. Ze vinden het heel ongerijmd dat lijden en dood winst op kunnen leveren. Maar toch ligt juist daar de kracht van Gods redding voor de mens (v. 18,19) 1).

 

De mensen gaan ervan uit dat ze alleen iets kunnen bereiken door middel van een weldoordacht plan en een goed opgezette organisatie. Ze proberen zoveel mogelijk risico uit te schakelen en tot maximaal succes te komen. Maar als de Heer de mensen zo bezig ziet, dan ‘lacht Hij erom’ 2)! Hij vindt deze wijsheid van mensen dwaasheid (v. 20). Zelfoverschatting en blindheid zijn kenmerken van degene die God niet nodig heeft. Wie zegt heil te geven, moet zich bij de joden legitimeren met indrukwekkende tekenen 3) en bij mensen uit de Griekse wereld met indrukwekkende wijsheid (v. 22). Daarom struikelen joden over Jezus en is Hij voor Grieken een lachertje (v. 23). Hij past in geen enkel menselijk patroon of systeem. Maar wie wèl naar God luistert en het waagt met de naar menselijke maatstaven zo dwaze Jezus, zal ondervinden dat Hij door zijn zwakheid de Enige is die sterk genoeg is om hem te verlossen (v. 24,25).

 

De namen van de gelovigen in Korinte zullen wel nooit in de geschiedenisboeken terechtkomen: ze horen niet tot de ‘upper ten’ en nemen geen sleutelposities in in de samenleving (v. 26). Maar ze zijn nu net wèl het materiaal waarmee God in deze wereld aan het werk gaat. Hij heeft hèn uitgekozen om alle menselijke wijsheid en kracht te beschamen (v. 27-29) 4).

 

De HERE houdt niet van degenen die het van zichzelf verwachten. God zoekt juist degenen die het níet zelf redden 5). Met welk doel? Dat zíjn liefde, zíjn kracht en zíjn redding tot hun recht kunnen komen. Alles wat we als gelovigen zijn, is uit God. Het vindt zijn oorsprong in Hem en we ontvangen het in Jezus. In Hem is alles tot ons gekomen wat we nodig hebben: wijsheid 6), rechtvaardigheid (onze rechte verhouding tot God). heiliging (ons toebehoren aan de HERE) en verlossing (ons onttrokken-zijn aan het verderf). Daarom is er geen ruimte voor eigen roem, maar alleen voor roemen in Jezus (v. 30,31)!

 

 

1) Vgl. Jes. 52:13-53:12 2) Vgl. Ps. 2:1-4 3) Vgl. Matt. 12:38,39 4) Vgl. Spr. 3:5-8 ;Matt. 5:3-12 5) Luc. 5:31,32 6) Matt. 12:42

 

Kern: In Jezus heeft Gods wijsheid gestalte gekregen.

 

Vraag: Hoe geeft u vorm aan uw leven? (Vgl. 2 Kor. 5:17.)

 

Gebed: Niet ik, maar Jezus zij geëerd, geprezen!... Amen.

 

 

’s Middags nabetrachting en dankzegging.

1 Johannes 4:7- 21

De volmaakte liefde drijft de vrees uit.

 

Johannes spreekt hier over het leven uit God en over de liefde als het kenmerkende en allesbeheersende in zo’n leven. Hij stijgt meteen op tot de bron van de christelijke liefde, de agapè. Dat is de HERE, die Zelf liefde is (v. 16b). Maar die liefde daalt neer: God is de oorsprong ervan (v. 9a, 16a), Jezus haar openbaring (v. 9b, 10,14), de broederliefde haar vrucht (v. 7,8,11,12,19-21).

 

Vers 18 is een opmerkelijke uitspraak. Vrees en liefde verdragen elkaar niet. Welke vrees bedoelt Johannes? Vrees voor straf op de oordeelsdag (v. 18b). Die dag is de dag van de grote scheiding, waarop de definitieve schifting van de mensen zal plaatsvinden 1).

 

Wie echter werkelijk uit en in Gods liefde leven mag, die hoeft niet meer te vrezen 2). Nu niet en nooit. In het begin van je leven als christen kun je nog wel gevoelens van angst en beven kennen, maar naarmate Gods liefde in je groeit, en je zelf in zijn liefde groeit, verdwijnt de vrees (v. 17, 18a).

 

Weer herinnert Johannes ons aan Jezus. Hoe Hij in zijn leven (in het vlees) 3) liefde gegeven heeft voor mensen. Dit zullen wij geloven, en daarom spoort Johannes ook ons aan om echt als bevrijde, begenadigde mensen te leven, vrij voor Gods aangezicht en open tegenover anderen. Zèggen: ‘Ik heb God lief’, is niet voldoende. Het bewijs ligt in de actieve liefde (v. 20,21).

 

Zullen wij zo omgaan met elkaar? Leven zonder vrees voor God maakt dit aardse leven open voor anderen. Dit kan en mag, want Jezus Christus heeft alle vrees voor hier en nu èn later, waar de mens zo mee kan tobben, in liefdevolle ontferming weggenomen.

 

 

1) Vgl. Matt. 10:28; 13:24-30,36-43,47-50 2) Rom. 8:15-17 3) Opnieuw, in v. 15a: de mens Jezus is de Zoon van God.

 

 

Kern: God is de oorsprong van de agapè, de goddelijke liefde, Jezus haar openbaring, de broederliefde haar vrucht.

 

Vraag: Hoe wordt Gods liefde door u heen concreet? (Vgl. Matt. 22:37-40; {#Mt 22.37-40} Rom. 13:8-10; 5:5; Gal. 5:22)

 

Gebed: Vader, dank U wel dat U mij liefde leert.... Amen.

 

‘Zo blijven dan: Geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de meeste van deze is de liefde’ (1 Kor. 13:13)

 

 

Zondag 27 november, de eerste preek van Ds. R. Bikker als eigen predikant in onze gemeente

Hij preekte over Zefanja 3, tegelijk een voorbereiding voor het Heilig Avondmaal van volgende week

 

De woorden van Sefanja zijn als welgerichte zweepslagen. Na een uitstapje naar de volken richt hij nu zijn striemende woorden weer tot Jeruzalem. Je merkt in alles hoe groot de teleurstelling van de HERE is in deze stad. De aankondiging van het oordeel over de volken in hoofdstuk 2 zou je zakelijk kunnen noemen, de verzen van vandaag zijn erg emotioneel.

 

God is door de goddeloosheid van Jeruzalem tot in het diepst van zijn hart gekwetst.

 

Juist in deze woorden van boosheid kom je Gods grote liefde tegen. Want wat is de oorzaak van zijn boosheid?

 

Onbeantwoorde liefde. God heeft altijd van Jeruzalem gehouden en ervoor gezorgd (vs. 5). Maar de Jeruza-lemmers, vooral de leiders en de voornamen, hebben in geen ding aan de HERE gedacht. Ze zijn alleen uit geweest op eigen winst en genot (vs. 3,4).

 

Van de heidenen kon de HERE niet veel verwachten, maar van de Jeruzalem-mers wel. Zij hadden de oordelen waarmee God goddeloze volken gestraft heeft (vs. 6) en de liefdevolle straffen waarmee ze zelf getuchtigd zijn (vs. 7), moeten opmerken, maar ze hadden er geen oog voor.

 

‘Wacht maar op Mij’, zegt de HERE in zijn teleurstelling om al het onrecht. ‘Wacht op Mij, want Ik zal het hele goddeloze zooitje op de vuilnisbelt bijeenvegen en de fik erin steken’ (vs. 8).

 

Maar dan krijgt het ‘wacht op Mij’ opeens een andere, een nieuwe betekenis. Gods gerichten over deze goddeloze wereld zijn onvermijdelijk, maar door die gerichten heen tekent zich toch een hoopvolle toekomst af. Het is of de HERE vanaf vers 9 zegt: ‘Wacht op Mij, want Ik ga het anders doen! Ik ga de volken veranderen. Ze krijgen van Mij lippen die Mij aanroepen en aanbidden. Ook Israël zal Ik veranderen. Voor wie niet op eigen macht en rijkdom, maar op Mij vertrouwen, is er een grootse toekomst’ (vs. 9-13).

 

Met deze laatste vijf verzen laat God Zich diep in het hart kijken. Hij is rechtvaardig, het kwaad kan Hij niet over zijn kant laten gaan. Maar er is een weg ter ontkoming. Zijn oordeel heeft Hij in zijn grenzeloze liefde op een Ander laten neerkomen, zijn eigen Zoon 1). Er is een uitweg voor zijn volk Israël en voor de heidenen. Mensen mogen met de ellende van hun zonde schuilen bij de Zoon. En er zal leven zijn.

 

Kern: Door de gerichten heen biedt de HERE uitzicht op een nieuw en goed leven voor Israël en de volken.

 

Na de woorden van oordeel hebben we dan hiervoor gelukkig nog vijf verzen mogen lezen van vreugde en uitkomst. Hoewel Hij niet genoemd werd, geloof ik dat wij bij die omslag niet kunnen zwijgen van Gods Zoon. Door- dat Hij onze zonde op Zich nam, mogen wij in een nieuwe gemeenschap met God leven. Het loflied van deze laatste zeven verzen van Sefanja kan in elk geval niet zonder Messias bestaan. We komen Hem dan ook tegen als de bron van vreugde die komen zal: de Koning van Israël (vs. 15).

 

God kondigt niet alleen oordeel aan. Mensen hebben het dan wel verprutst, Hijzelf gaat een nieuw begin maken. Hij is de Verlosser, die de gerichten wegnemen zal. Er was in Sefanja’s tijd een grote dreiging van vijanden. Assur was nog machtig, Babel kwam spoedig op, Egypte was er ook nog. Jeruzalem zat ingeklemd tussen de wereldmachten. En in 586 v.Chr. heeft God de stad ook aan de Babyloniërs overgegeven. Maar voordat de straf komt, geeft Hij al de garantie dat het weer goed komt. De HERE geeft hier al een blik over de verlossing van Jezus heen in het komende Vrederijk.

 

Het nieuwe Jeruzalem zal een grote vreugde zijn voor iedereen die er wonen zal (vs. 14-16). Maar niet alleen voor de mensen. De HERE Zelf zal Zich verheugen. Dat is nog eens een garantie van een goede toekomst. God gaat het zó maken dat Hij er Zelf over juichen zal (vs. 17)!

 

Het komende Vrederijk is een troost voor iedereen die het moeilijk heeft op aarde. Want de HERE zal omzien naar de verdrukten, naar de verstrooiden, naar de armen, de mensen die het niet goed redden (vs. 18,19). God gaat de rollen omkeren 1).

 

Door het boekje Sefanja heen hebben we al gezien dat dit nieuwe Vrederijk niet voor een beperkte groep zal zijn. De HERE zal omzien naar Israël en de volken. Wij mogen nu weten dat Hij dat in Jezus gedaan heeft en doet. Hij heeft niet zomaar zijn gerichten aan de kant geschoven. Hij heeft ze over zijn eigen Zoon heen laten gaan. Daarom kan die omkering van oordeel naar bevrijding ook zo radicaal zijn. Aan alles is voldaan. Door het geloof in Jezus mogen we uitzien naar wat in deze laatste verzen van Sefanja is beloofd. Hij komt met haast. Nu mogen we er al van zingen.

 

Kern: God belooft een nieuwe tijd van grote vreugde.

 

Vraag: Wat is vervuld van deze profetie, wat moet nog komen?

 

Bid dat Jezus spoedig komt om te geven wat Hij heeft beloofd en dat Hij de zwakken helpt om nu nog vol te houden.

’s Middags ging ds. Van der Ham ons voor, hij preekte over Zacharia 4

 

Ontspannen de toekomst in!

 

De toekomst is voor ons verborgen, maar voor God niet. Hij voorziet alle tijden en plaatsen; zijn ‘ogen doorlopen’ de hele aarde (v. 10c). Als beeld hiervan krijgt Zacharia opnieuw een visioen (v. 1). Hij ziet een kandelaar. Een wonderlijk soort. Deze kandelaar is niet gelijk aan die uit de tabernakel 1). Ook niet aan de kandelaren uit de tempel van Salomo 2). Het is een kandelaar die alleen in een visioen gezien kan worden.

 

Deze luchter is het beeld van de zichtbare, concrete dienst van Gods volk midden in deze donkere wereld. Hij is het beeld van de gelovigen, de gemeente 3); de wereld wordt erdoor verlicht met de kennis van God 4).

 

De kandelaar in de tabernakel en die in de tempel moesten dagelijks door de priesters van olie worden voorzien. In dit visioen krijgt de luchter die vanzelf, volautomatisch (v. 2,3 {#Zec 2.3})! De olie is het beeld van de Heilige Geest (v. 6), die van de HERE uitgaat naar ons toe 5).

 

We hoeven niet bang te zijn olie te kort te komen als we Gods kandelaarlampje zijn. Hijzelf zorgt voor de olie, dompelt ons onder in en doordrenkt ons met zijn Geest 6). Dat maakt ons ontspannen en gelukkig!

 

Zerubbabel 7) had dat ook heel hard nodig, zo lezen we in vers

6.  Deze Joodse gouverneur was de tempelbouw begonnen.  Maar zou dat kolossale bouwwerk ooit klaarkomen? Als hij op het tempelplein die enorme berg gehavende stenen zag liggen (v. 7a), ontzonk hem de moed bijna. Die puinhoop, die tempelruïne-wie zou die ooit weer vlak krijgen? Zacharia moet hem bemoedigen: ‘Het zàl gebeuren (v. 7b, 8,9) 8), je zult het paslood hanteren bij het plaatsen van de grote gevelsteen ter voltooiing van de hele tempelbouw!’ (v. 7c, 10a, b).

 

Zacharia kon het weten, want hij wist wat hij mocht zien en horen. Laten wij ook weten wat de HERE òns toonde 9)!

 

 

1) Ex. 25:31-40 2) 1 Kon. 7:49 3) Op. 1:20 4) Matt. 5:14-16; Joh. 3:19-21 5) Joh. 14:21,23,26 6) 1 Kor. 12:13 7) Een verre nakomeling van David, Matt. 1:12 8) Vgl. Marc. 11:23 9) 1 Kor. 2:6-12

 

Kern: God voedt de zijnen met zijn Geest, dag en nacht. Hij zorgt Zelf voor de vervulling van zijn beloften.

 

Vraag: Begrijpt u Zacharia’s houding in de verzen 4,5 en 11-13? Vergelijk ze met Lucas 24:25-27.

Gebed: HERE, ik geloof dat U heel mijn toekomst in uw almachtige handen hebt.... Amen.

 

Zondagmorgen 20 november ging ds. D. van der Zwaag ons opnieuw voor, nu preekte hij over: Genesis 31:1-21

 

De vlucht; terugtocht uit de emigratie

 

Hoe kan Jakob met goed fatsoen het huis van Laban verlaten? Labans zonen zeggen dat Jakob diens hele bezit gestolen heeft (v. 1). De spanning tussen het huis van Laban en dat van Jakob wordt met de dag groter (v. 2).

 

Het is duidelijk dat deze spanning meespeelde bij Jakobs besluit naar Kanaän terug te keren. Echter... niet menselijke overwegingen, maar Gods opdracht en belofte gaven uiteindelijk de doorslag voor deze terugkeer (v. 3). Jakob ziet in zijn leven de rode draad van Gods leiding. De HERE is echt nagekomen wat Hij bij Betel hem beloofd had: Hij zou bij Jakob zijn (v.  4-12) 1). Is Jakobs leven bij Laban vlekkeloos geweest? Nee, bepaald niet. Vaak ging hij heel listig te werk. Maar dwars daardoorheen ging de HERE zijn weg met hem, zoals Hij ook ons leven leidt, vaak ondanks onszelf. Hij, ‘de God van Betel’, wil dat Jakob nu teruggaat naar het Beloofde Land (v. 13). Jakob licht zijn twee vrouwen in en vertelt zijn plannen. Ze zijn het volledig met hem eens. Ze voelen zich door hun vader in de steek gelaten (v. 14-16).

 

Het scheren van de schapen (v. 19a) was altijd een feestelijke zaak 2). Maar Jakob is daarbij nu niet door Laban uitgenodigd. Hij maakt van die gelegenheid gebruik om te kunnen vluchten (v. 20,21). Ook hier zien we weer hoe Jakob listig te werk gaat. En opnieuw kunnen we ons afvragen: is dit bedrog gerechtvaardigd? Kan daar zegen op rusten?

 

Deze vraag is evengoed in ons persoonlijk leven actueel. Kunnen we door slimheid en een leugentje om bestwil onze gang maar gaan?

 

De geschiedenis van Laban en Jakob-vanuit de mens bezien vaak één groot spel van bedrog en list van beide kanten. Wie zo in zijn leven bezig is, vindt nooit rust. Hij moet steeds op z’n hoede zijn.

 

Vóór de vlucht steelt Rachel de terafim, de afgoden 3), van haar vader (v. 19b). Zij hinkt nog op twee gedachten. Haar toewijding aan de HERE is nog niet volkomen. Ook Jakob moet nog veel leren. En wij? Laten we ervoor kiezen ook vandaag in Gods leerschool te zijn!

 

 

1) Gen. 28:15; de ‘Engel Gods’ (Gen. 31:11 = God Zelf.)  2) Vgl. 1 Sam. 25:4-8  3) Vgl. v. 30.

 

Kern: Alleen in Gods leerschool leren we onze zonden af.

 

Vraag: Hoe ervaart u Gods leiding? (Vgl. Spr. 3:5-8.

 

Bid om echt vertrouwen op de HERE.

 

 

Zondag middag, voorganger Ds. T. van der Wekken uit Leusden , preek over Lukas 21:28

 

Wees waakzaam!

 

‘Waakt’ (v. 36). Daarop loopt deze rede van Jezus uit. Het gaat Hem er niet om dat wij een soort journalistiek verslag zouden krijgen van wat er allemaal zal gebeuren. Hij wil ons voorbereiden op wat komen gaat. Hij wil niet dat we door wat dan ook overvallen zullen worden.

 

De eerste verzen van vandaag hebben betrekking op de gebeurtenissen in het jaar 70 n. Chr., als de Romeinen het beleg voor Jeruzalem slaan. De val van Jeruzalem is een oordeel van God over Israël, maar dit heeft geen definitief karakter. Het is een tijdelijk oordeel, zolang de HERE het de heidenen toestaat (v. 20-24). In het verlengde van deze gebeurtenissen ligt Gods gericht over de volken. Er staat de wereld, ja de hele schepping, voor Jezus’ terugkomst nog zeer veel te wachten. Christus spreekt van tekenen aan zon, maan en sterren 1), van radeloze angst onder de volken 2), van het wankelen van de machten van de hemelen (v. 25,26). Alle houvast zal de mens op aarde ontnomen worden. En dan zal de Zoon des mensen komen (v. 27).

 

Zullen we bang zijn voor de toekomst? ‘Ga rechtop staan en kijk omhoog! Want je verlossing is niet ver meer!’ (v. 28). Door alle rampen en verschrikkingen heen baant Jezus Zich een weg. Hij komt om de aarde te richten, en door het oordeel heen zal God alles nieuw maken.

 

Slechts één gevaar bedreigt ons: dat wij ons door de moeiten van het leven laten kleineren. Dat gebeurt wanneer wij die moeiten verdringen door op te gaan in de dingen van deze wereld (’ roes en dronkenschap’) 3), of wanneer wij ons laten beheersen door de zorgen voor ons levensonderhoud (v. 34) 4). Dan raken wij de verwachting van Jezus’ terugkomst kwijt.

 

‘Waakt’, zegt Jezus (v. 36). Dat is: kijk omhoog. ‘Mijn terugkomst staat vast en is ophanden’ (v. 29-33). We mogen met vreugde uitzien naar zijn komst. Alleen in die verwachting is kracht te vinden om staande te blijven 5).

 

 

1) Vgl. Hand. 2:19,20. 2) Omdat men het geloof in Hem niet kent. 3) Vgl. Rom. 13:13. 4) Vgl. Luc. 8:14; 12:13-34. 5) Vgl. 1 Tess. 5:1-11.

 

Kern: De dag van Jezus’ terugkomst zal òf een verschrikking zijn òf een geweldig blijde dag.

 

Vraag: Hoe bereidt u zich voor op Jezus’ terugkomst? (Vgl. 2 Petr. 3:10-14)

 

Dank God voor de betrouwbare belofte van Jezus’ terugkomst.

 

Zondag 13 november 2005, ‘s morgens ging ds. D. van der Zwaag uit Veenendaal ons voor en ‘smiddags Ds. W.N. Middelkoop uit Rijnsburg

Ds. Middelkoop preekte over Zacharia 4

 

Ontspannen de toekomst in!

 

De toekomst is voor ons verborgen, maar voor God niet. Hij voorziet alle tijden en plaatsen; zijn ‘ogen doorlopen’ de hele aarde (v. 10c). Als beeld hiervan krijgt Zacharia opnieuw een visioen (v. 1). Hij ziet een kandelaar. Een wonderlijk soort. Deze kandelaar is niet gelijk aan die uit de tabernakel 1). Ook niet aan de kandelaren uit de tempel van Salomo 2). Het is een kandelaar die alleen in een visioen gezien kan worden.

 

Deze luchter is het beeld van de zichtbare, concrete dienst van Gods volk midden in deze donkere wereld. Hij is het beeld van de gelovigen, de gemeente 3); de wereld wordt erdoor verlicht met de kennis van God 4).

 

De kandelaar in de tabernakel en die in de tempel moesten dagelijks door de priesters van olie worden voorzien. In dit visioen krijgt de luchter die vanzelf, volautomatisch (v. 2,3 {#Zec 2.3})! De olie is het beeld van de Heilige Geest (v. 6), die van de HERE uitgaat naar ons toe 5).

 

We hoeven niet bang te zijn olie te kort te komen als we Gods kandelaarlampje zijn. Hijzelf zorgt voor de olie, dompelt ons onder in en doordrenkt ons met zijn Geest 6). Dat maakt ons ontspannen en gelukkig!

 

Zerubbabel 7) had dat ook heel hard nodig, zo lezen we in vers

6.  Deze Joodse gouverneur was de tempelbouw begonnen.  Maar zou dat kolossale bouwwerk ooit klaarkomen? Als hij op het tempelplein die enorme berg gehavende stenen zag liggen (v. 7a), ontzonk hem de moed bijna. Die puinhoop, die tempelruïne-wie zou die ooit weer vlak krijgen? Zacharia moet hem bemoedigen: ‘Het zàl gebeuren (v. 7b, 8,9) 8), je zult het paslood hanteren bij het plaatsen van de grote gevelsteen ter voltooiing van de hele tempelbouw!’ (v. 7c, 10a, b).

 

Zacharia kon het weten, want hij wist wat hij mocht zien en horen. Laten wij ook weten wat de HERE òns toonde 9)!

 

 

1) Ex. 25:31-40 2) 1 Kon. 7:49 3) Op. 1:20 4) Matt. 5:14-16; Joh. 3:19-21 5) Joh. 14:21,23,26 6) 1 Kor. 12:13 7) Een verre nakomeling van David, Matt. 1:12 8) Vgl. Marc. 11:23 9) 1 Kor. 2:6-12

 

 

Kern: