|
|
Vervoer Spoorweg Een gebeurtenis van belang voor Ede was de aanleg van de spoorweg tussen Utrecht en Arnhem in 1840. Er kwam een onaanzienlijk station dat in de volksmond "de Keet " heette. Deze naam wist zich nog lang te handhaven. Het ging nog niet vlot met de ontwikkeling. In 1877 stopten er pas 4 treinen in elke richting. In 1900 kwam de stoomtram tot Nijkerk gereed. In 1903 gaat de Nederlandsche Centraal Spoorwegmaatschappij de tramweg Barneveld -Ede exploiteren als een spoorweg. De man met de bel die de stoomtram voorafging kwam te vervallen en slaghekken op de overwegen doen hun intrede.Toen ontstond ook het station Ede-Centrum. Plannen die in de pen zijn blijven steken:
Wegen Over de heide liep de belangrijke Hessenweg. Deze liep van Arnhem naar Amersfoort maar kwam niet door Ede. De weg boog bij Ginkel af en passeerde Lunteren op enige afstand. Ook de postkoets, die tevesn reizigers vervoerde, kwam normaal gesproken niet door het dorp Ede. De koets volgde vanaf Arnhem de Hessenweg tot bij Lunteren en reed via Lunteren naar Amersfoort. De kronkelende Postweg, herinnert hier nog aan. Alleen op speciaal verzoek werd Ede aan gedaan. In 1828 werd de straatweg Arnhem-Amersfoort aangelegd en ging wel door het dorp Ede. De eenvoudige Edenaar die vroeg wat een straatweg was kreeg een eenvoudig antwoord: een muur op zijn kant! De weg werd aangelegd over wat nu de Arnhemsestraat en de Amsterdamseweg zijn en maakte een diepe doorsnijding in de Paasberg noodzakelijk, waardoor de Paasberg a.h.w. in tweeën werd gesneden. Op het stuk door het dorp kwam een bestrating met keien die gemakkelijk op de hei te vinden waren. Ervaringen met wegaanleg had men nog niet en het bleek dat sommige gedeelten al snel geheel vernieuwd moesten worden. In 1830 moest de dorpstraat aan het zogenaamde Maandereind opnieuw gelegd worden. Door het passeren van zware koetsen, postwagens en vrachtwagens waren de keien totaal uit elkaar gewerkt. Repareren hielp niet meer. De weg kostte veel onderhoud en koetsiers en voerlui klaagden over de slechte gedeelten, die zij vaak moesten passeren en de aanwonenden over de vervaarlijk snelheid waarmee de voertuigen door het dorp reden. "De huizen dreunden ervan, de koffiekopjes stonden te bibberen op de tafel en het gedaver was niet om aan te horen. Het was bovendien gevaarlijk op straat". De gemeenteraad besloot toen dat er stapvoets gereden moest worden. Op overtreding stond een boete van f6,-, bij herhaling f12. Bovendien kon er vervolging wegens schade ingesteld worden (1855). In 1857 kwam er een klinkerstraat. De overige straten bleven nog geruime tijd met keien geplaveid of waren grindwegen. Het Torenstraatje behield het langst de keibestrating met een klinkerpaadje in het midden. De verharde wegen bleken als snel een succes. In 1846 werd de weg van Wageningen via Ede en Lunteren naar Barneveld aangelegd. Rond 1870 werd ook de weg van Lunteren naar De Klomp verhard. Bennekom krijgt in dan ook een klinkerstraat. In Lunteren komt die in 1888. De Grintweg (nu stationsweg) werd in 1886 een straatweg. In 1929 worden er 200 km verharde wegen en evenveel km zandwegen verzorgd door gemeente Wegonderhoud Tot in de 19e eeuw onderhielden de buurten de wegen in hun gebied de wegen terwijl de schout ingezetenen opriep voor herstel van de verbindingswegen met andere dorpen en gemeenten. Rond 1820 stelde de gemeente een reglement voor de wegen op. Hierin werd bepaald dat de wegen "tonrond" moest liggen, in het midden het hoogst, voor de afwatering. Het houtgewas langs de wegen moest worden gekapt voor het uitzicht. In het voorjaar en najaar werden de mannen opgeroepen om de wegen te herstellen. Er stonden boetes op te laat komen en niet verschijnen. De sporen in de (zand)wegen moesten tweemaal per maand worden dichtgemaakt. In de buurt Ede-Veldhuizen bestonden reeds lang voor 1795 voorschriften om de straten vrij te houden van vuil, hout e.d. In 1856 maakte de gemeente Ede een verordening waarin dit onderwerp geregeld werd. De aanwonenden werden verplicht om tweemaal per week de starten te reinigen, op dinsdags en op vrijdags. De straten moesten tot de helft van de breedte worden geveegd, moddeer en vuil verwijderd en de goten met water gespoeld. Driemaal per jaar moeste ieder zijn gedeelte van de straat wieden. Bij grote droogte en hitte moesten zij de straat met schoon water besprenkelen en bij gladheid met zand bestrooien. Tevens werd voorgeschreven dat ten behoeve van de grintwegen hierop geen eggen gesleept mochten worden etc. Fietsen De fiets en het rijwielpad gave de buurtbewoners gelegenheid het verenigingsleven in het dorp mee te maken. Men kon "even" naar 't dorp gaan om een vergadering, lezing, uitvoering enz. bij te wonen. Jong en oud begin zich te organiseren. Dit gebeurde eerst wat schuchter in een zangverenigingen en jongelingsvereniging en later in een sneller tempo in allerlei andere verenigingen. Was vroeger de afstand een belemmering, met de fiets kwam de mogelijkheid om mee te doen. Het gaf een hele ommekeer in het dagelijkse leven. De radio, waarvan stad en land, arm en rijk gebruik kon maken bracht nieuws, uitvoeringen, lezingen en muziek in de huiskamer van de dorpeling en de boer. Het verschil tussen bewoners van het dorp en de bewoners van buurten Veldhuizen, Doesburg enz. verdween nagenoeg geheel. Post Reeds lang reden particulieren met vrachtwagens naar de voornaamste plaatsen in de omgeving als Arnhem, Wageningen Amersfoort. Voor een deel zullen het geregelde diensten geweest zijn, in het belang van de handel. Dit ging buiten de bemoeienis van het gemeentebestuur. Vanaf 1818 ging officiële correspondentie met een bode te voet naar Arnhem (gewestelijk bestuur) en Barneveld, (hoofdschout). Er ging viermaal per week een bode naar Wageningen om brieven te brengen en te halen Hij mocht ook voor particulieren brieven en pakjes meebrengen. In 1834 kreeg Ede een distributiekantoor van de posterijen. Toen vervielen ook de bodediensten. Telefoonweg Oorspronkelijk heette de Telefoonweg de Molenweg. Het was weinig anders dan een weg naar de molen. In 1865 kwam de nieuwe molen en in 1867 werd de molenberg afgegraven. Daarna wordt deze weg "achterdorpseweg" genoemd. In 1887 werd een telefoonlijn aangelegd van het hotel bij het station naar hotel de Posthoorn, zodat reizigers die per spoor aankwamen telefonisch om een rijtuig konden verzoeken. Deze lijn liep langs de "achterdorpsche weg" en de stationsweg. Sindsdien wordt de Achterdorpseweg de Telefoonweg genoemd. |
|