Ede stad en ruimte logo0001.tif (2240459 bytes)

De Geschiedenis van Ede

 

Mesolithicum, de oude steentijd

Het Mesolithicum duurde van circa 8000 v.Chr. tot 3000 v.Chr. Er waren twee klimaatfasen, het Boreaal en het Atlanticum. De bevolking leefde van de jacht, de visserij en van het verzamelen van natuurproducten. De Veluwe was in die tijd meer of minder bebost. De mensen leefden in een open boslandschap aan de rand van veentjes en gelegen tussen de stuwwallen. Later zijn deze terreinen onderstoven. Ze vormen de ondergrond van de zandverstuivingen.

De mensen leefden waarschijnlijk in hutkommen. Deze kuilen hadden een dak in tentvorm. In het Roekelse Zand zijn 25 van deze woonkuilen bij elkaar gevonden. Sommige kuilen hadden een vuurhaard en een stenen vloer.

Neolithicum, de jonge steentijd

Het Neolithicum, de jonge steentijd duurde van circa 3000 v.Chr, tot circa 1500 v. Chr. De Veluwe had toe een zeer samengestelde bevolking van diverse culturen. Het was bovendien een doortrekgebied. De stuwwal van Wageningen naar Lunteren is smal en verheft zich tot 54,3 meter boven het zeeniveau en wordt in het zuiden begrensd door de Rijn. De jong-steentijdmensen hadden hun nederzettingen op de hellingen der stuwwallen, vooral op de 20 meter hoogtelijn. Hier was de overgang tussen lichter en zwaarder bos. Lichter bos kan men gemakkelijker afbranden voor de landbouw. Het zwaardere bos gaf voedsel en dekking aan het wild.

Klokbekers en touwbekers

Vanaf circa 1500 v. chr. wordt de Veluwe bewoond door het zogenaamde klokbekervolk. Zij worden genoemd naar de potten die op diverse plaatsen gevonden zijn en die de vorm hadden van een omgekeerde kerkklok. De bewoners hadden hier een relatief stabiele woonomgeving. Het waren waarschijnlijk jagers en verzamelaars. De mannen jaagden, terwijl de vrouwen bessen, vruchten en aren van diverse graansoorten verzamelden. Later worden het meer boeren die ook jagen. De hutten worden dan vlakbij elkaar gebouwd. De klokbeker heeft zich in deze omgeving tot een geheel eigen Veluws type kunnen ontwikkelen, een bewijs van een langdurige ongestoorde bewoning van een bevolkingsgroep.

Daarnaast zijn er diverse zogenaamde touwbekers gevonden. Er is een grote verscheidenheid aan vormen en versieringen van zowel klok- als touwbekers. Op de touwbekers komen ruwe gerst en tarwekorrelmotieven voor. Dit duidt op eerste vormen van landbouw.  Het volk van de klokbekers is waarschijnlijk afkomstig uit Midden Spanje. Het volk van de touwbekers is waarschijnlijk afkomstig uit Saksen en Thuringen.

Deze volkeren begroeven hun doden in 'koepelgraven'. Er zijn diverse van deze zogenaamde 'koepelgraven' rond Ede. Dit zijn lage heuvels van circa 1 a 2 meter hoog met een middellijn van 15-20 meter. Omdat er veel houtresten in deze graven aangetroffen zijn, denkt men ook wel dat het met balken opgebouwde ruimten zijn waarin de overledenen bijgezet werden. De heuvels werden bedekt met zand en plaggen. De heuvels waren in eerste instantie waarschijnlijk een stuk hoger, maar zijn ingestort toen de balken het begaven. Op de Ginkelse hei, aan de rand van het Edese Bos is nog een koepelgraf te vinden. Naast klokbekers zijn er ook stenen messen, pijlpunten en hamers in deze graven gevonden. In een latere tijd komen ook bronzen en koperen voorwerpen voor. Er zijn ook diverse solograven gevonden die gekenmerkt worden door een centrale bijzetting van de dode, als regel in hurkhouding. Er waren ook hier diverse grafgiften zoals bijlen, pijlen en messen.

klokbeker.JPG (77211 bytes)

klokbeker

De klokbekerheuvel bij Bennekom is eigenlijk een combinatie van graven. Het eerste graf is uit de steentijd, bevatte de klokbekers bevatte en was vrij klein. Het werd omgeven door een cirkelvormige greppel en na de bijzetting afgedekt met aarde. Zo ontstond een kleine heuvel die uiteraard langzaam met vegetatie werd bedekt. Later kwam op deze heuvel een tweede graf, dat waarschijnlijk dateert uit de late steentijd of vroege bronstijd. De oorspronkelijke heuvel werd hoger en groter. Ook nu werd hij afgesloten met een ringsloot. In latere tijd volgde nog een derde begraving op de beide andere. In de bronstijd (1600 v.chr-500 v.chr. zijn er waarschijnlijk nog bijzettingen geweest.

Bronstijd

De bronstijd was van circa 1500 v.Chr tot 500 v.Chr. De grafheuvels worden dan afgedekt met heideplaggen. De heidevegetatie is dan uitgebreid als gevolg van klimaatverandering en van de groeiende bevolking. Het vee wordt dan gebruikt voor de mestwinning.

Van de Kelten zijn nog sporen tussen Lunteren en Wekerom gevonden. Zij legden kleine rechthoekige stukjes akker aan met aarden wallen tegen het stuifzand. De weilanden kenden een soort houten omheining. Bij Lunteren is een reconstructie van deze "celtic fields "te bekijken.

Germanen

Van 500 v.Chr. tot 50 v.Chr is de ijzertijd. De bevolking is dan vooral Germaans. Rond 500 voor Christus komen de eerste Germaanse stammen vanuit het oosten naar de Veluwe en verdrijven de oorspronkelijke bevolking. Zij begraven niet, maar verbranden hun doden. De urnen worden bijgezet in kleine grafheuveltjes. In de omgeving van Ede zijn veel van deze urnen gevonden, vooral die van het zogenaamde Halstattype.

urn.JPG (35149 bytes)

Het zijn boeren die runderen, schapen, geiten en varkens houden. Ze hebben de hond getemd en houden paarden. Ze teelden graan en kweekten groenten en hadden appel- en andere vruchtbomen. Bij Lunteren is een reconstructie van een Germaanse put te bezichtigen.

Romeinen

De Romeinse bezetting van de Veluwe was niet groot. Er zijn weinig sporen van gevonden. Een Romeinse handmolen is gevonden in Bennekom (1860) en scherven van aardewerk uit de 2e eeuw op het landgoed Quadenoord bij Renkum. Uit de Rijn zijn wel diverse voorwerpen opgebaggerd. Bij Doorwerth zijn in 1895 bronzen schalen, kannen en versierselen van vijf paarden uit de Rijn opgevist. Dit waren bezittingen van de Romeinse officier. Zijn boot is waarschijnlijk vergaan bij een tocht over de rivier. De Romeinen hadden diverse wachttorens langs de hoge Rijnoever. Van hieruit maakten zij waarschijnlijk jachtritten naar de Veluwe. Dit zou de verspreid voorkomende vondsten kunnen verklaren.

 

Terug naar:

Beginpagina Geschiedenis Ede

Reacties.gif (2194 bytes)