Ede stad en ruimte logo0001.tif (2240459 bytes)

De Geschiedenis van Ede

 

Buurschappen

In de middeleeuwen werd in de Hof (woning) van de Landheer de administratie gevoerd. Hier werd ook met de bijbehorende mensen vergaderd en gehandeld over hun rechten en plichten. Ook werden hier de belastingen betaald. Diverse kleinere hoven of "villas" ontwikkelden zich tot buurten. Van de buurten Doesburg, Laar, Harskamp, Deelen, Dolre, Bennekom is de aanwezigheid van een Hof zeker. Deze buurten verkregen vaak grond door deze van de heer te kopen tegen een vaste belasting (tijns). Zo verkocht Graaf Reinoud II rond 1335 uit geldgebrek vele van de uitgestrekte gronden op de Veluwe aan de boeren in de buurten Ede-veldhuizen, Maanen, Lunteren, Otterlo en Harskamp. In Ede- Veldhuizen is overigens geen spoor van een Hof gevonden. Deze buurt was namelijk een mark uit de Saksische tijd en dus van veel oudere datum. Terwijl de boeren uit andere buurten gronden in cijns kregen, heeft Ede-Veldhuizen de meeste gronden reeds "van olds". Deze buurt heeft daarmee een eerbiedwaardige ouderdom en gaat ongetwijfeld "in beginsel" de duizend jaren verre te boven.

Buurspraak

In een buurt vond er jaarlijks een zogenaamde buurspraak plaats. Op deze buurspraak werden de voor dorp en buurt nodige werkzaamheden besproken, ook verordeningen tegen misbruiken werden vastgesteld. Het gebruik van de gezamenlijke gronden, het afgraven van zand en grind, het onderhouden en schoonhouden van de buurtwegen, het onderhoud van de wildwal, de voorziening van de waterafvoer waren onderwerpen die tijdens de buurspraak aan de orde konen komen. De buurspraak was de wetgevende macht van de buurt, zorgde voor algemene belangen en de gemeenschappelijke eigendommen. De eigenaars, de boeren, legden boeten op aan wie hun besluiten overtrad en inden deze. Ze hadden het recht het verschuldigde bij executie binnen te halen. Alleen behandelden ze geen misdaden, die werden door de Graaf, later Hertog van Gelre (hertog sinds 1339) en diens bestuur berecht. Zo had de buurschap eigen bestuur, eigen wetten, eigen rechten en eigen inkomsten.

Lange tijd werden de voorstellen slechts met eenparigheid van stemmen aangenomen. Eerst in 1804 begin men In Ede-Veldhuizen besluiten te nemen met meerderheid van stemmen. Alleen bij aanvragen om iets van de buurt te kopen bleef de eenparigheid geleden. Oorspronkelijk kwamen ter buurspraak niet alleen de geërfden, maar ook de belanghebbende inwoners, de naburen. Zij namen deel aan de besprekingen en de stemmingen. De buurspraak was immers een volksvergadering. In 1846 mochten alleen zij aan de stemmingen deelnemen die in het bezit waren van land, dat in 1832 (bij de invoering van het kadaster) belastbaar was gemaakt. Wie dus alleen land bezat dat na 1832 was aangemaakt, viel er buiten.

De verordeningen en besluiten van de buurt worden vastgelegd in een "buurtboek". Het eerste buurboek van de buurt Ede-Veldhuizen dateert uit 1596. Of er nog oudere buurboeken zijn geweest is onbekend.

Buurtbestuur

Het buurtbestuur bestond uit een buurrichter en buurmeesters. In de buurt Ede-Veldhuizen waren er twee buurmeesters, een uit het dorp, en een uit Veldhuizen. Deze werden aangewezen uit een kleine kring van vooraanstaande hoeven. De buurmeesters hadden uitvoerende macht en moesten zorgen dat besluiten werden uitgevoerd. In de buurt Ede-Veldhuizen was er in eerste instantie geen buurrichter. De schout van Ommeren werd in 1667 de eerste. Na zijn dood in 1682 werd de heer van Kernhem tot buurrichter gekozen. De heren van Kernhem of hun vertegenwoordigers zijn tot 1876 buurrichters geweest. Daarna werd de buurrichter voor 6 jaar benoemd en niet meer voor het leven. De positie van buurschrijver werd lange tijd door de koster-schoolmeester-doodgraver waargenomen. Hij moest de notulen stellen en schrijven, de publicaties tweemaal aflezen enz. Voorts had het buurtbestuur een of meer scheuters in dienst. De schutter, scholter of scheuter, was de man die de overtreders der buurtwetten bekeurde. Verder deed hij ook dienst als Bode. Hij was dus zoveel als veldwachter en gemeentebode tegelijk. In 1690 is er reeds sprake van een klepperman, of nachtwaker, als dienaar van de buurt. De meeste woningren in het dorp waren met stro of riet gedekt, zodat ze gemakkelijk brand vatten. Blussen was onmogelijk en de buurt stelden daarom strenge bepaling in. De klepperman ging samen met de scheuter op stap en moest ver nauwlettend op toezien op het storten van as met vuur op mestvaalten, zonder het te doven. Er stonden forse boetes op.

De vergaderplaats Buurschap Ede-Veldhuizen

De vergaderingen van het buurschap Ede-Veldhuizen vonden plaats in het koor van de Hervormde Kerk. In het koor van de kerk werd ook de buurtkist bewaard met de papieren van de buurt. De afkondigingen en mededelingen werden door de koster in de kerk gedaan, later op het kerkplein. Reeds in 1635 sprak men daarover als van een oude gewoonte. Begin 1900 kwam er aan deze eeuwenoude gewoonte een eind. In 1913 werd, op verzoek van de hervormde kerk, besloten om niet meer in 't koor van de Kerk te vergaderen. Vanaf 1914 werd in het logement de Posthoorn vergaderd, eerst op de kegelbaan, later in het logement zelf. In 1941 brandde het logement tot de grond toe af. De buurspraak werd daarna gehouden in het café "marktzicht".

Bezit

In 1832 had de Buurt Ede-Veldhuizen een oppervlakte van 1128 hectare op haar naam staan. Het terrein was voor het grootste gedeelte onbebouwd: heide (1079 ha), zandverstuivingen (83 ha), moeras (16 ha), weiland (4 ha) bos (3,2 ha) en diversen (1,6 ha). Nog in 1852 was het oppervlakte 1069 ha.

In 1932 werd besloten aan de gemeente de buurtwegen in eigendom en onderhoud over te dragen. Eveneens werd aan de gemeente afgestaan het terrein op de Klinkenberg, de Buurtdenne en het Zandgat. Hier werd later het openluchttheater aangelegd. De gemeente stelde een terrein aan de Doesbu8rgse Heide beschikbaar voor het halen van zand. De graverij zou door de buurt geëxploiteerd worden.

In 1947 was er nog over aan eigendommen: de weg op de Langeberg (buurtweg), een uitweg aan de Bergstraat, twee strookjes grond aan de Kade en een gedeelte Kievitsmeent.

Voorbeelden van activiteiten van de Buurt in deze eeuw

De vereniging Oud-Ede bezat in de Driehoek een oud Saksisch boerderijtje dat als museum was ingericht. Het huisje was echter danig in verval, het strodak was totaal versleten en lekte als een zeef. De vereniging was niet bij machte een nieuwe deken aan te schaffen. Op de buurspraak van 1952 werd voorgesteld Oud-Ede financieel steun te verlenen. Er werd 1000 gulden beschikbaar gesteld om het vervallen boerderijtje te herstellen.

Ter gelegenheid van het 40-jarig jubileum van Graaf Bentinck werd een comité opgericht om de graaf een monument6ale bank aan te bieden te plaatse in het Edese bos. Dit als dank van de edele burgerij voor het feit dat steeds zijn uitgestrekte bosbezit om Ede voor vrije wandeling toegankelijk was. Op Sint Hubertusdag (3 november). 1953 werd de bank aan Graaf Bentinck van Waldeck-Limpurg aangeboden.

Het eind van de buurten Doesburg en Manen

Na een meer dan duizendjarig bestaan zijn de buurten Doesburg en Manen uit het maatschappelijk leven verdwenen. Eeuwenlang hadden de buurtgenoten de gemeenschappelijke belangen tezamen behartigd. De komst van de burgerlijke gemeente ontnamen haar op en duur de reden van het bestaan.

Doesburg

De doesburgerheide was tot voor 1900 onverdeeld bezit van de buurt Doesburg. Er was een buurtbestuur bestaande uit een buurtrichter en drie buurtmeesters. De buurtspraak werd gehouden in het huis van een buurmeester. Elke geërfde had recht op steken van plaggen en op het weiden van schapen. De heide werd verder verhuurd voor de jacht. De buurt had verder inkomsten uit de verkoopv van hout en grind. De Doesburgse Heide, groot 442 ha werd in 1902 verdeeld en verkocht. De buurschap hield op te bestaan. De laatste buurtrichter was Notaris W.F.J. Fischer.

Maanen

De heide ten westen van de Sijsselt en ten noorden van de spoorlijn werd rond 1900 door het Rijk voor fl100,00 gekocht. Hier werden twee kazernes gebouwd. De fa. Cruijff en co kocht vervolgens de grond ten zuiden van de spoorlijn. Hier verrees het Park de Manen. De buurt verloor door verkoop langzaam al haar gronden. De ontvangen gelden werden onder de geërfden verdeeld. Het onderhoud va de buurtwegen werd door de gemeente overgnomen. Op 16 november 1911 het buurtbestuur een schrijven aan B&W waarbij verklaard werd dat de Buurt de Manen had opgehouden te bestaan door verkoop van "gemenen" gronden.

 

Terug naar:

Beginpagina Geschiedenis Ede

Reacties.gif (2194 bytes)