Psychose of verlichting.
Zegeningen en gevaren van het transpersoonlijke.
lezing op het symposium ‘Verlicht of verknipt’,
Rotterdam 14 december 2001
Norbert Scheepers, psychiater en psychotherapeut
“Man is not destroyed by suffering,
he is destroyed by
suffering without meaning.”
Victor
Frankl
Allereerst
wil ik de organisatie danken voor de uitnodiging om hier in dit selecte
gezelschap te spreken over dit onderwerp. Waar ik het met u over wil hebben is de vraag of er verschillen zijn aan te geven
tussen psychotische belevingen zoals we die kennen van de meest ernstige
psychiatrische ziektebeelden enerzijds en spirituele ervaringen anderzijds.
Voor een psychiater is dat geen gemakkelijk opgave omdat, sinds Freud religie en
spiritualiteit bij de psychiatrie eigenlijk in een wat twijfelachtig daglicht
staan. Wie zich verdiept in de hedendaagse psychiatrie ontdekt al gauw dat het
focus van de psychiatrie licht op de biologische aspecten van psychiatrische
ziektebeelden en de ontwikkeling van een objectieve “evidence
based” maatstaf om psychiatrische ziektebeelden in kaart te brengen en te
behandelen. Daar kan ik mij op zich ook heel goed in vinden. In deze psychiatrie
lijkt echter bij voorbaat geen plaats te zijn voor religieuze ervaringen, voor
zaken als transpersoonlijke ontwikkeling of andere vormen van bewustzijn,
hogere vormen van bewustzijn. Het volgroeide ego is het hoogst haalbare
ontwikkelingsniveau van de mens en daarmee houdt het verhaal van de reguliere
psychiatrie doorgaans op. Alles wat niet meetbaar is, is per definitie niet
verifieerbaar, dus niet wetenschappelijk aantoonbaar en dus niet waar. Het
beperkte dogma van die wetenschappelijke waarheid heeft daarmee een fors
stempel gedrukt ook op de psychiatrie. Het zal u niet verbazen als ik zeg dat
ik denk dat het tijd is voor een herwaardering. Het wordt tijd
dat we gaan inzien dat er verschillende domeinen waarbinnen wetenschap zich kan
ontwikkelen.
Collega Swaab sprak over het externe domein
van de materie, waarin alles objectief en waardevrij in maat en getal gekend
kan worden. In dit domein zijn geen waarden, intenties, diepten of betekenis te
vinden. Er is sprake van existentie zonder doel of plan. Kwaliteit wordt
gedegradeerd tot kwantiteit. Maar een ieder van ons, zoals we hier zitten, is
zich bewust van een subjectief innerlijk universum vol van waarden, normen,
zingeving en betekenis. Als we naar inhoud en betekenis willen kijken praten we
over een fundamenteel ander domein, een innerlijk domein dat bestaat naast het uiterlijk domein en niet hiertoe gereduceerd kan worden.
Over dat domein wil ik met u praten.
Gedachte:
Swaab refereert aan een platte uitgestrekte wereld zonder waarden en normen,
zonder betekenis en inhoud. Toch pretendeert hij dat deze
uiterlijk waarneembare wereld kwalitatief meer waar is en hoger aangeschreven
staat dan de wereld van het innerlijk. Hij denkt dus in kwaliteiten van het innerlijk universum waarvan het bestaan in zijn eigen
wereldbeeld zoniet ontkend dan toch wel ernstig geridiculiseerd wordt.
Ik zal de
laatste zijn om te ontkennen dat sommige mensen die over spirituele ervaringen
vertellen lijden aan een ernstige psychiatrische ziekte. Ik denk echter dat er
een kleine groep mensen is die spreekt over authentieke, verifieerbare
ervaringen die voortkomen uit wat genoemd kan worden hogere niveaus van
bewustzijn, vormen van bewustzijn die de beperkte grenzen van het alledaagse
rationele ego overschrijden zonder dat er sprake is van desintegratie van
psychische structuren. Hoe waanzin en verlichting als fenomeen van elkaar te
onderscheiden is onderwerp van deze lezing.
De
fenomenologie van de psychose
Eerlijk is eerlijk. Niet alles wat op
spiritualiteit of verlichting lijkt is dat ook. De grens tussen psychose en
verlichting is soms flinterdun. Om onderscheid te kunnen maken is het goed
eerst stil te staan bij wat men onder een psychose verstaat. Per definitie is
een psychose een staat van bewustzijn waarbij het contact met de werkelijkheid verstoort is geraakt. De realiteitstoetsing faalt. Dit kan
zich uiten de een van de twee meest kenmerkende symptomen van een psychose:
wanen en hallucinaties.
Meer in
detail is een waan een inhoudelijke denkstoornis (in tegenstelling tot de
formele denkstoornis zoals van de hak op de tak denken of vertraagd denken). De
inhoud van het denken wordt gekleurd door niet corrigeerbare irreële
gedachten over de persoon zelf of de omgeving om hem heen. Centrale vraag
daarbij is hoe ernstig de realiteitstoetsing gestoord is en wie dat bepaald.
Als iemand erover klaagt dat hij achtervolgd wordt door de BVD dan hoeft dat
natuurlijk geen waan te zijn. Als er infrarood camera’s in zijn huis zijn
aangebracht, de buren in werkelijkheid undercover agenten zijn die door de
muren kunnen kijken, voorbijgangers op straat met radarogen het lichaam scannen
en er een zendertje is ingebracht dat de seksuele organen prikkelt dan begin ik
persoonlijk wel te twijfelen aan de realiteit van deze gedachten. De niet
flexibele instelling en de oncorrigeerbaarheid van de dwaling in het denken
zijn meestal typerend voor een waangedachte. Dat op religieus of spiritueel
gebied de grenzen tussen waan en werkelijkheid moeilijker te trekken zijn zal
duidelijk zijn. De geschiedenis staat bol van religieuze denkbeelden die
grenzen aan het waanachtige.
Behalve
wanen kunnen ook hallucinaties onderdeel zijn van een psychose. Een
hallucinatie is een zintuiglijke waarneming zonder fysieke prikkel en kan elk
zintuig betreffen (horen, zien, ruiken, proeven, voelen). Het horen van stemmen
is de meest voorkomende hallucinatie. De stemmen worden als werkelijk beschouwd
en per definitie wordt er door degene die ze hoort niet getwijfeld aan de
echtheid van de waarneming. Hetzelfde geldt voor andere zintuiglijke
gewaarwordingen.
Het is
belangrijk in dit kader op te merken dat in psychiatrische zin het voorkomen
van wanen en/of hallucinaties verwijst naar een ernstige (vaak organisch
bepaalde) psychiatrische stoornis.
Persoonlijk ben ik het daar
volledig mee eens. De kans dat deze verschijnselen aan iets anders toe te
schrijven zijn dan een ernstige aandoening acht ik klein (maar niet
uitgesloten). Veel ernstige psychiatrische ziektebeelden kunnen gepaard gaan
met de aanwezigheid van wanen en/of hallucinaties. Het bekendste ziektebeeld is
schizofrenie, een hersenziekte met inmiddels
aantoonbare biologische beschadigingen die ernstige problemen veroorzaakt op
alle levensterreinen. Daarnaast kunnen wanen en hallucinaties voorkomen bij
ernstige depressies of manieën, bij dementie en andere organische
psychosyndromen.
De
fenomenologie van de verlichting
Om het
mezelf moeilijk te maken wil ik een poging wagen een aantal kenmerken van een
authentiek spirituele ervaring uitmondend in een toestand van verlichting te
beschrijven. Ik zal hiervoor gebruik maken van het spectrummodel van Ken Wilber
waarin de transpersoonlijke stadia van ontwikkeling uitvoerig in kaart zijn
gebracht.
Wilber
ziet de ontwikkeling en evolutie van het bewustzijn als een complex proces van
toenemende synthese en integratie van psychische structuren. Voor de mensen die
zijn werk niet kennen zal ik proberen twintig jaar theorievorming samen te
vatten in twee minuten.
De
ontwikkeling van het bewustzijn verloopt in stadia, vanuit elk stadium ziet de
wereld er anders uit en kijken we op een bepaalde manier naar onszelf en onze
omgeving. We beginnen het leven als kind in een ongedifferentieerde archaische
wereld waarin geen grenzen bestaan. Het fysieke zelf en de fysieke wereld
vormen nog een eenheid. Het duurt niet lang voordat het kind zich los maakt uit
die ongedifferentieerde matrix en ontdekt dat zijn fysieke zelf anders is dan
de omgeving. Het kind bijt in het laken en dat doet geen pijn. Het bijt in zijn duim dat doet wel pijn. Er is dus een
verschil, en rond het einde van het eerste jaar heeft de baby zich los kunnen
maken van zijn versmoltenheid met de fysieke wereld. Het kind heeft dan nog
niet de grenzen getrokken van het emotionele zelf, dat is de volgende stap. Zijn
eigen gevoelens zijn nog versmolten met die van belangrijke mensen in zijn
omgeving. Het kind denkt dat de wereld voelt wat hij voelt, dat de wereld wil
wat hij wil en dat de wereld ziet wat hij ziet (ik heb twee kleine zoontjes).
Het wereldbeeld is dus magisch. Het moet leren onderscheid te maken tussen het
emotionele zelf en de emotionele omgeving, leren duidelijke emotionele grenzen
te trekken tussen zichzelf en de wereld. Tegen het eind van het tweede jaar
moet normaal gesproken dit stadium bereikt zijn.
Tussen het
tweede en vierde jaar vindt de ontwikkeling plaats van het conceptuele zelf.
Piaget noemde dit het pre-operatione stadium. Het kind leert te
werken met beelden, symbolen en concepten. Het gaat zich langzaam maar zeker
vereenzelvigen met het mentale zelf. Het kind is geen bundel gewaarwordingen,
impulsen en emoties maar heeft dit omgezet een een
verzameling symbolen en concepten. Een belangrijk hulpmiddel daarbij is de taal
en met de ontwikkeling van de taal treedt het kind een nieuwe wereld binnen vol
met verhalen en mythen.
Deze
eerste drie stadia worden vaak pre-persoonlijk, narcistisch en egocentrisch
genoemd omdat het kind vooral op zichzelf gericht is.
Het
egocentrische perspectief ondergaat een radicale verandering bij het vermogen je
in te leven in een ander. Dat is de volgende ontwikkelingstap die gezet moet
worden. Deze ontwikkeling begint rond het 5de
–6de jaar en loopt door tot de puberteit. Belangrijk wordt in
deze fase niet hoe ik moet omgaan met mijn impulsen en emoties, maar hoe ik
mijn verschillende sociale rollen moet leren spelen. Hoe pas ik bij mijn groep,
mijn land, mijn volk. Nu ik me in de ander kan
verplaatsen wordt het belangrijk hoe ik mij tot die ander moet verhouden. Zelf-
en wereldbeeld worden bepaald door de groep waartoe je behoort. De identiteit
verschuift van egocentrisch naar sociaal, al is het sociale perspectief nog
vrij beperkt.
Rond het
11de tot 15de jaar verschijnt het vermogen tot
formeel-operationeel bewustzijn. We treden de wereld van ideeën binnen. Een
eindeloze wereld van mogelijkheden die in ons bewustzijn tot ontplooing komt.
Allerlei idealistische mogelijkheden doemen op, we kunnen dromen van dingen die
er nog niet zijn. Het is de leeftijd van redenatie en
revolutie. We kunnen gaan nadenken over het denken, de innerlijke wereld
verschijnt voor ons geestesoog. Het kritisch vermogen
komt tot ontwikkeling, waardoor je gaat nadenken over de regels en rollen die
tot dan toe je leven bepaalde. De exclusieve identificatie met de sociale
rollen die je speelt kun je langzaam loslaten. Je ontdenkt
dat jouw groep niet de enige is in het universum, dat jouw god niet de enige
is, dat jouw ideologie niet de enige is (ik heb het hier over de normale
gezonde ontwikkeling van het bewustzijn). Het perspectief wordt mondiaal,
divers en multicultureel.
Het
laatste ontwikkelingsstadium dat de orthodoxe westerse psychologie erkent is
het stadium van visioen-logica en brengt ons op de rand van de
transpersoonlijke stadia. Dit bewustzijn wordt gekenmerkt door een groot vermogen
tot integratie. Het zelf en de wereld worden gezien en ervaren als een
eindeloos interactief netwerk van mogelijkheden en ideeën. Het
observerende zelf begint zowel het denkvermogen als het lichaam te overstijgen
en kan naar beide kijken als objecten. Daarmee zijn we aan de grens belandt van
de transpersoonlijke stadia van ontwikkeling.
Het eerste
werkelijk transpersoonlijk niveau dat Wilber onderscheidt is het Psychische.
Op dit niveau veranderen iemands cognitieve en perceptuele mogelijkheden op een
dramatische manier. Het bewustzijn verbreed zich tot
ver voorbij de grenzen van het benauwende persoonlijke en individuele
perspectief. Het bewustzijn kenmerkt zich door inzicht in de veelvormigheid van
de wereld en in de universele wetten die hieraan ten grondslag liggen. Het is
het niveau van het innerlijke zien. Iemand op dit niveau kan een eenheid met de
hem omringende wereld ervaren zoals beschreven in de Natuur Mystiek. Stel u maakt een mooie
natuurwandeling, u bent ontspannen en ontvankelijk voor de indrukken uit de
omgeving., u kijkt naar een prachtige berg en wham… plotseling is er niet
meer iemand die kijkt…. Alleen nog de berg. De kracht van het innerlijk
zien is vele malen groter dan de kracht van het denken in begrippen en ideeën
op het vorige niveau. De wereld wordt directer en intenser ervaren. De
gedachtewereld van het concrete en abstracte denken (die nog steeds ter
beschikking staat) wordt aangevuld met de mogelijkheden van een directe
innerlijke waarneming en inspiratie.
Het
volgende niveau noemt Wilber het Subtiele. Dit is het niveau van de
transpersoonlijke archetypes, de platonische vormen, de Goddelijke vonk die in
ieder van ons brand (Ishtadeva in Hindoeïsme, Yidam in Mahayana Boeddhisme,
demiurge in Gnosticisme). Dit is het niveau van het Goddelijke Mystiek, de directe ervaring van het Goddelijke. Op dit
niveau is er nog altijd sprake van een dualisme tussen het Zelf, de eigen ziel
en de Ander (God of het Goddelijke). De ziel kan communiceren met God, de
vereniging met het Goddelijke zoeken en tijdelijk opgaan in het Goddelijke,
maar blijft een onderscheidde identiteit.
Het
laatste niveau is het niveau van de Nonduale
Mystiek. Wilber noemt dit het Causale, de basis of oorzaak of creatieve
grond van alle andere dimensies. Op het vorige niveau was nog steeds sprake van
een subject dat keek naar een ander, hoger object. Op het Causale niveau wordt
het subject-object dualisme uiteindelijk overstegen en wordt de ziel verlost
van het gevoel een afgescheiden Zelf te zijn. De ziel wordt verlost van pijn,
angst, tijd, lijden en dood. De ware Wijze wil God niet meer zien maar wil
verlost worden van het gevoel dat er überhaupt sprake is van iemand die
Ziet. Nog steeds volledig de beschikking hebbende over alle voorgaande niveaus
van ontwikkeling keert de Wijze terug van zijn ontdekkingsreis naar het
Nonduale. Hij of zij keert terug in de gewone wereld van gewone mensen in een
gewone alledaagse werkelijkheid, maar volledig bevrijdt van het pijnlijke besef
een afgescheiden Zelf te zijn. De ware Wijze is dan ook een gewoon mens met een
buitengewoon inzicht in de aard der dingen. Daarin ligt de essentie van de
Verlichting: het volledig doordrongen zijn van het Nonduale karakter van de
Werkelijkheid, het overstijgen van de dualiteit tussen subject en object,
tussen Zelf en Ander. Dat is de verlossing waar Boeddha ons over vertelt en
vanuit die wijsheid leven is echt iets heel anders dan het af en toe slikken
van een tabletje XTC.
De
verschillen tussen psychose en verlichting
Na het
bespreken van de fenomenologie van zowel de psychose als de verlichting is het
niet zo moeilijk een aantal verschillen tussen beide op te noemen. Misschien
wel het belangrijkste verschil tussen deze bewustzijnstoestanden is dat bij de
psychose sprake is van desintegratie van psychische structuren terwijl
verlichting gekenmerkt wordt door een hoge mate van integratie van diezelfde
structuren. Deze integratie maakt dat iemand ten alle tijden kan beschikken
over alle bewustzijnsniveau. Er is geen sprake van een chaotisch, incoherent
denkpatroon. Met name het logisch denken is volledig
intact, evenals de capaciteit om naar anderen te luisteren. Dit ontbreekt bij
mensen die lijden aan een psychose. De psychose kan gezien worden als een
mentale catastrofe waardoor de omgang met taal en de buitenwereld diepgaand
wordt veranderd .De desintegratie staat op de voorgrond. Het leven wordt
geregeerd door chaos en angst. Dit gaat vaak gepaard met vertwijfeling. Het
vermogen tot logisch redeneren is beperkt. De werkelijkheid en de
gedachtewereld worden doorgaans volledig beheerst door de waangedachten en de
hallucinaties. Vaak is het sociaal functioneren ernstig beperkt, hebben de
prestaties op het werk onder de psychose te lijden en vallen sociale contacten
weg.
Een ander
aspect dat kenmerkend is voor het verschil tussen psychose en verlichting is de
mate van mededogen en egocentriciteit van beide. De psychose wordt gekenmerkt
door een sterke gerichtheid op het eigen functioneren en de eigen omgeving. Het
gaat in de psychose om een volstrekt individuele beleving. Er is sprake van een
zeer egocentrische belevingswereld die vrijwel ondoordringbaar is voor anderen.
Het contact met het eigen denken, voelen en willen en daarmee het contact met andere
mensen raakt ernstig verstoord. Vaak vallen mensen terug op vroege narcistische afweermechanisme om zichzelf te beschermen
tegen de invloed van de buitenwereld. Mensen met werkelijke toegang tot de
transpersoonlijke domeinen zijn te herkennen aan hun
verminderde egocentriciteit en hen toegenomen capaciteit tot het tonen en uiten
van mededogen. Hoe minder het narcisme en hoe groter het mededogen, hoe
verlichter de persoon. De spirituele ervaring is ingebed in en wordt gedragen
door een religieuze spirituele traditie die een collectieve betekenis geeft aan
de ervaringen, anders dan bij de individuele chaos van de psychose.
De
gevaren van het zoeken naar verlichting
Om het
Nonduale te kunnen ervaren zal een ieder van ons de reis door de
transpersoonlijke niveaus moeten maken. Hoewel het gevoel van verlichting
feitelijk voor het oprapen licht (het is er altijd en overal, zelfs op het
moment dat u dit leest kunt u erover beschikken)
vraagt het toch training en een zekere mate van begeleiding door een gids die
het gebied reeds verkend heeft. Het beginnen aan deze reis zonder de nodige
voorbereiding is een hachelijke onderneming. Met name
op de Psychische en Subtiele niveaus liggen vele gevaren op de loer die voor
een onervaren of onrijp ego risico’s met zich meebrengen. Daarom adviseer
ik er niet aan te beginnen als u niet beschikt over een voldoende rijp en
volwassen mentaal ego.
Enerzijds
kunnen de verlokkingen op deze niveaus voor het ego of persoonlijke zelf zo
groot zijn dat men vast blijft houden aan de vermogens en vaardigheden die deze
niveaus in zich herbergen waardoor verdere ontwikkeling stagneert. Anderzijds
kunnen de ervaringen zo beangstigend en bedreigend zijn dat het niet goed
voorbereidde of begeleidde ego alsnog desintegreert. In dat laatste geval ligt
ook de psychose op de loer om toe te slaan.
In mijn
eigen praktijk ben ik diverse mensen tegen gekomen die overspoeld werden op het
moment dat de energie van de transpersoonlijke niveaus vrij kwam. Doordat het
ego onvoldoende gerijpt was en er nog te veel onverwerkte en gedissocieerde
thema’s waren die de basis van de ego-ontwikkeling hadden verzwakt,
konden zij de overweldigende mogelijkheden van het Psychische niveau niet
integreren. Chaos werd hun deel en zij moesten hun zoektocht staken. Het beste
advies wat ik kon geven was alle activiteiten met betrekking tot de
ontwikkeling van het transpersoonlijke (zoals meditatie, yoga e.d.)
onmiddellijk te staken en zich eerst maar weer eens richten op het aanbrengen
van structuur, rust en regelmaat in hun leven.
Een tweede
gevaar dat niet onderschat moet worden is dat vele methoden die worden genoemd
als wegen tot verder (transpersoonlijke) ontwikkeling dit feitelijk niet zijn. Met name binnen de New-Age wereld is het soms moeilijk
onderscheid te maken tussen stromingen en theorieën die werkelijk
spirituele groei en ontwikkeling nastreven en zij die dat in het gunstigste
geval niet doen en in het ergste geval ronduit regressieve tendensen vertonen.
Dat laatste heeft te maken met het feit dat de prepersoonlijke domeinen (de
archaïsche en magische niveaus van het jonge kind) nogal wat
overeenkomsten kunnen vertonen met de transpersoonlijke domeinen.
Een ieder
zal het hopelijk met mij eens zijn dat de archaïsche, niet
gedifferentieerde versmoltenheid van de pasgeboren baby heel iets anders is dan
de integratieve wijsheid van het Nonduale ook al ontbreekt bij beide het
bewustzijn van een afgescheiden zelf. Toch zijn er voldoende stromingen en
bewegingen binnen de New-Age wereld die aansturen op een terugkeer naar de
vroegere niveaus met verachting voor alles wat het rationele ego teweeg heeft
gebracht. Natuur Mystiek moet natuurlijk ook niet verward worden met de magie
van het praten tegen bomen of het lopen over vuur, net zo goed als de mythische
wereld van het kind in niets te vergelijken is met het de goddelijke
eenheidsbeleving van een mysticus als Johannes van het Kruis op het Subtiele
niveau. Zo ook is uiteindelijk de psychose niets meer of minder dan een
terugval naar de basale prepersoonlijke niveaus daar waar de verlichting het
eindpunt is van de reis naar het Nonduale.
Het
New-Age denken brengt helaas vele ideeën voort die niets met
transpersoonlijke ontwikkeling te maken hebben maar alles met
zelfverheerlijking en egocentrisme. Veel theorieën stellen de macht van
het ego vaak op een magische wijze centraal. Het gaat meer over het cultiveren
van het narcisme dan over compassie en wijsheid. En het grootste probleem is
misschien wel de blinde vlek die in deze wereld bestaat voor dit onderwerp. Dat
regressieve tendensen en de versterking van prepersoonlijke niveaus een
authentieke transpersoonlijke ontwikkeling in de weg staan moge duidelijk zijn.
Dat zij een ongezonde ontwikkeling kunnen versterken in de vorm van een
psychotische ontregeling ligt soms voor de hand. Al is voor een ernstige
psychose meestal ook een biologische kwetsbaarheid nodig.
Van
dissociatie naar integratie
In
bovenstaande heb ik getracht enige helderheid aan te brengen in het verschil
tussen psychose en verlichting. De moderne psychiatrie denkt zich te kunnen
permitteren om elke vorm van transpersoonlijke ontwikkeling te duiden als een
terugval naar kinderlijke fantasie. Binnen de alternatieve stromingen verenigt
in het New-Age denken zie je de omgekeerde fout. Regressieve ontwikkeling worden geduid als persoonlijke groei. De waarheid ligt zoals
gewoonlijk in het midden.
Verwijzend
naar de titel van dit symposium ben ik van mening dat je kunt zeggen dat
verknipt en verlicht goed van elkaar onderscheiden kunnen worden. Voorwaarde is
wel dat je je eigen referentiekader weet te verbreden door de hogere niveaus
van bewustzijnsontwikkeling te accepteren als reële mogelijkheid. Echte
persoonlijke groei is herkenbaar aan een afname van het narcisme en een toename
van mededogen en wijsheid. Met dat criterium in het achterhoofd is het niet
moeilijk om te zien dat in de huidige individualistische samenleving maar zeer
weinig mensen het niveau van het Nonduale hebben bereikt. Daar staat een grote
groep mensen tegenover die om wat voor reden dan ook te kampen hebben met een
terugval naar of het niet los kunnen komen uit de prepersoonlijke niveaus waar
primitieve emoties, magisch denken, narcisme, egocentrisme en in het ergste
geval psychose regeren. Aan de hand van de genoemde kenmerken heb ik hopelijk
duidelijk kunnen maken hoe beide groepen van elkaar onderscheiden kunnen
worden.
Het is de
hoogste tijd dat wij meer aandacht gaan besteden aan een integrale visie op
bewustzijn en ontwikkeling. Het ontwikkelingsmodel van Wilber kan daarbij een
goede eerste leidraad zijn. Het is gekoppeld aan vrijwel alle denkbare facetten
van het menselijk bestaan en houdt ter dege rekening
met de verworvenheden binnen de verschillende wetenschappelijke domeinen. Het
model biedt ongekende mogelijkheden om de dissociatieve wonden in ons eigen
denken te helen. Een integrale visie kan de deur openen naar een authentiek
spirituele transformatie. En het uiteindelijke doel van dat alles is de
ervaring van het Nonduale, de verlichting, om van daaruit terug te keren in het
volle besef een gewoon mens te zijn.
En
misschien dat we dan het antwoord weten op de vragen die Huston Smit zich stelt
aan het begin van zijn prachtige boek “The World Religions”:
Where are we?
Why are we here?
What does it all mean?
What, if anything, are we supposed to do?
Ik dank u
voor uw aandacht….
Zie ook: manie