Bijzondere
ervaringen
Hieronder vind je een aantal verhalen die
boven het alledaagse uitstijgen. Het zijn ervaringen van lezers van Open Oog. Heb
je ook iets meegemaakt dat je hier aan toe zou willen voegen, dan houd ik mij
van harte aanbevolen: mailto Bert
Hendriks
Is er leven na de dood?
Bescherming door
overledene
Contact met overledene?
Geven dieren signalen?
Gedachten hebben kracht
Voorspellende
droom 1
De toekomst zien bij vol bewustzijn
Van boosheid naar waardering
Innerlijk kracht
Een kennis van
mij was op vrij jonge leeftijd overleden. Een goede vriendin zei tegen mij,
toen ik het haar vertelde: heb je al met hem gesproken? Ik vroeg kan dat dan?
Ja, hoor, zei ze alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Die nacht, de
nacht voor de begrafenis zei ik: Kees, ben je daar? En daar was ie, met een prachtig licht er om heen. Ik vroeg hem: Kees,
kan ik iets voor je doen. Nee, lachte hij, voor mij kun je niets meer doen , ik ben bij mijn koning, (ik had nooit met hem over
religie gesproken) maar kan ik misschien iets voor jou doen? Ja, zei ik,
kun je me op een of andere manier bewijzen dat dit geen halucinatie, geen
fantasie van mij is. Ja, zei Kees, morgen zul je bij de koffie een suikerzakje
krijgen met een kroontje erop.
De volgende dag, afgereisd naar een voor mij onbekende stad, Oisterwijk waar
de begrafenis zou zijn. Ik was onder de indruk en was raar genoeg dat verhaal
hierboven helemaal vergeten. Ik was uitgenodigd voor een koffietafel na afloop
van de begrafenis, maar kwam vrienden tegen die niet waren uitgenodigd en
besloot met hun mee te gaan om in de stad gezamenlijk een kop koffie te
drinken. Veel gelegenheden waren gesloten, het was maandagochtend, alleen 'Het
Swaentje' was open. Je begrijpt het al, op het moment dat ik de suiker in mijn
kopje wil doen, zag ik dat er op het suikerzakje een kroontje stond en
herinnerde ik mij het gebeurde van de afgelopen nacht. Kippevel.
↑ Bescherming door
overledene
Als vrijwilliger heb ik een tijdje een
gevangene bezocht, met wie ik intensieve gesprekken voerde. Eerst in een huis
van bewaring en later in de TBS kliniek te Groningen. Helaas heeft hij op een
bepaald moment suicide gepleegd.
De eerste jaren
daarna rook ik op bepaalde momenten in mijn leven wanneer er iets heftigs
speelde zijn aftershave. Zo zat ik een keer op een Amsterdams terras toen ik
bestormd werd door een groep wespen. Ik ervoer plots zijn geur en een onzichtbare hand verdreef
de wespen. De persoon die naast mij zat zag het ook gebeuren. Dit contact is er
nu niet meer, maar heeft een paar jaar geduurd. Ik denk dat hij een paar
niveau's gestegen is. Ik wens hem al het goede en de rust toe.
Contact met overledene?
Mijn
zus en ik hebben mijn moeder tijdens haar ziekbed en na haar overlijden
verzorgd.
We
namen afscheid van mijn moeder, haar achterlatend in een naargeestig ziekenhuis.
Voelde
mij overmand door zoveel emoties, verdriet, verslagenheid, en beschaamdheid.
Beschaamd
omdat ik niet de kracht kon opbrengen om te wachten op de mensen die het
lichaam van mijn moeder zouden verplaatsen. Bij mijn
zus aangekomen ontvouwde zich een koortsachtig gesprek over ziekte, geen strijd
en pijn meer.
Mijn
pijn en verdriet waren op dat moment zo onbeheersbaar, dat ik niet kon
deelnemen aan hun gesprek. Stilletjes keek ik naar mijn zus, haar man, en mijn
vriend.
Van
ver glimlachte mijn zus naar mij, het was alsof ik niet werkelijk aanwezig was.
Plotseling
voelde ik een golf van warmte mijn lichaam binnenvloeien, vanuit voeten mijn
naar mijn kruin. Het voelde alsof ik werd omarmd, zat in een omhulsel en werd
opgetild in een gelukzalige warmte, een droomachtige wereld. Een gevoel van
nabijheid, diepe vrede en kalmte in mij achterlatend.
Het
tweede moment was tijdens een les, in een klein gezelschap op mijn werk.
Iedereen van het gezelschap kreeg de opdracht zijn/haar ogen te sluiten en
proberen diep in zijn/haar hart te kijken.
Heel
direct weer die diepe gelukzalige warmte, een kortstondige diepe kracht dicht
in mijn nabijheid. De opdracht onze ogen te
openen deed ik met tegenzin.
De
kracht maakte iets in me los, te omschrijven als: “verlangen erin te
verblijven.” Ik opende mijn ogen omdat dit van mij gevraagd werd, het gevoel
was weg, mijn reactie was emotioneel. Hierna ben ik uit de groep gestapt.
Was bezig een brief
te schrijven. Nog op zo'n schrijfmachine van voor het
pc tijdperk. Had een poes te logeren. Zij ging voortdurend boven op mijn
schrijfmachine zitten, en ik werd steeds geïrriteerder. Uiteindelijk vroeg ik
me af waarom ze deed wat ze deed. Bleek in mijn brief iets geschreven te hebben
dat ik niet mocht doorgeven. Na een nieuw velletje, (zo ging
dat in die tijd…) er in gedraaid te hebben bleef poes gezellig op tafel zitten.
Johanna
Ik zat op een avond
in de trein een boek te lezen over parapsychologie, waarin werd beschreven dat
mensen vaak omkijken als ze strak in hun nek worden aangekeken. Het leek me
leuk om dat eens uit te proberen. In coupé tegenover de mijne
zat een mevrouw te lezen. Ze had handschoenen aan. Ik wilde kijken of ik haar
een prikkeling in haar duim kon bezorgen. Door uit het raam te kijken, kon ik
de dame door het spiegeleffect goed kon zien. Ik concentreerde me sterk op haar
duim, stelde me voor hoe het voelt als het daar gaat kriebelen, en op een
bepaald moment legt de mevrouw haar boek weg, doet haar ene handschoen uit, en
gekijkt aandachtig naar die bewuste duim. Sindsdien geloof ik echt dat
gedachten krachten hebben.
J. Hanssen
Ik weet het
nog precies, zat in de vierde klas van de lagere school. Een klas die bestond
uit hoofdzakelijk jongens, allemaal dol op voetbal, één grote club.
De 7 meisjes die erin zaten waren verdeeld in twee groepjes
die met elkaar optrokken. Het ene groepje bestond uit dametjes die erg gericht
waren op mode, make-up, jongens. Het andere groepje was wat “serieuzer”. Eén
meisje hoorde nergens bij, werd ook vaak gepest en was veel alleen. Ik dacht vaak, wat kan ik er aan doen, maar behalve dat ik haar
zelf niet negeerde en ook nooit heb gepest, was ik ook niet in staat haar er
wel bij te betrekken. Ik hoopte dat ze een vriendin zou tegenkomen,
waardoor ze zich minder ellendig ging voelen, al was het er maar één.
Op een nacht
vlak na de kerstvakantie had ik ’s nachts een droom. Daarin kwam ’s ochtends
een nieuw meisje onze klas binnen, een onopvallend typetje, lang, mager, donker
haar in een staartje. Ze mocht een plekje uitzoeken van de juf
die we hadden. Ze koos het plekje dat nog leeg was naast Petra (het meisje dat
“er niet bij hoorde”)
Logisch zul je
denken, waarschijnlijk ook het enige plekje wat over
was, maar dat was niet zo. Er waren in mijn droom nog twee lege plekken naast
andere meisjes.
De volgende
ochtend ging ik naar school, ik haalde mijn vriendin op, maar ze ging niet mee,
ziek…
Toen we in de
klas zaten, bleek ook een ander meisje ziek. Twee extra lege plekken…
Toen ging de
deur open, en daar was ze, het meisje dat ik in mijn droom had gezien! En ze
koos het plekje naast Petra.
Ze zijn niet
echt vriendinnen geworden, Petra is altijd het vreemde eendje in de bijt
gebleven. Maar voor mij is dit een gebeurtenis die ik nooit ben vergeten!
Tjitske
Een prachtige
zomerse zaterdag. Lekker vrij en mijn moeder en ik zouden een dagje gaan
winkelen en daarna lekker uit eten.
We vertrokken
vroeg om de dag mee te kunnen pikken en om een uur of 10 waren we in Groningen.
We moesten onze auto kwijt in een parkeerkelder en toen bleek dat er meer
mensen waren die het zelfde idee hadden opgevat. Er stond een gigantische rij!
En er kon pas iemand naar binnen als er iemand naar buiten ging, dus het ging
erg traag.
Ik zei: “dat
wordt nog wat, dachten we lekker vroeg te zijn, nu moet je ook nog maar net een
plekje kunnen vinden als je binnen bent..”
En
toen zag ze het, een stukje vooruit in de tijd waarschijnlijk. Ze
vertelde dat ze ons door de slagboom zag rijden en daarna was gelijk het eerste
plekje rechts vrij en daar konden we mooi staan. We lachten er om, zo van: ja,
dat zou mooi zijn…, maar dat kan niet!
Tot we aan de beurt waren en een kaartje
pakten, de slagboom ging omhoog, en het eerste plekje rechts vrij was…….
Tjitske
↑ Van boosheid naar
waardering
Het lezen van
het Open Oog van vandaag (29-4-07/ nr. 17. b.h.) over boosheid
was een bijzondere ervaring voor mij. Ik was net door een hele cyclus gegaan van
verontwaardiging, het opstellen van een aanvallend ingezonden stuk en tenslotte het zitten mediteren en uiteindelijk een
vriendschappelijke verbindende e-mail versturen. De aanleiding was dat een
vrouw in een kopieerwinkel weigerde mijn affiche voor meditatieve bijeenkomsten te kopiëren omdat ze de inhoud gevaarlijk
vond! Het woord meditatie kwam er in voor en daardoor kon je kwade geesten
aantrekken... evenals door healing (wat er niet in voor kwam). Uiteindelijk kon
ik de angst zien in deze vrouw, maar ook haar liefde om te verhinderen dat
andere mensen en zelfs ikzelf geestelijk beschadigd konden worden. Ik had haar
net een begrijpende en verzoenende e-mail verstuurd, toen ik eerste zin las:
"Wat zeg je tegen jezelf, nadat je
boos bent geweest?"
Het
antwoord op die vraag dat nu spontaan in me opkwam was: "weer wat geleerd" of: "dank je voor de les". Daarna
las ik het citaat van Paul Ferrini : “Een Spirituele beoefening is om elke
negatieve gedachte die je over anderen of over jezelf hebt uit te dagen en te
laten vallen. Zolang deze gedachten bestaan, voel je je afgescheiden van je
ware Zelf en het ware Zelf van anderen.” Vooral deze laatste zin trof mij,
ik ervoer dat gevoel van herstelde harmonie in mijzelf.
Waterland is van een betoverende ontroerende schoonheid, hier
beweegt kleine Jasmijn in harmonie, in verbinding tot haar koninkrijk, het is
er gelukzalig, en rustig vertoeven.
Zij is in alles voorzien, verbonden met haar moeder, omgeven
door zachte klanken van het deinende warme water.
Jasmijn slaapt de slaap der gelukzaligen, dan eensklaps wordt
zij opgeschrikt, een kleine rilling van onbehagen over haar ruggetje.
Geluiden vanuit de buitenwereld, harde naargeestige klanken die
haar rust verstoren en pijn in haar vingertjes veroorzaken, beschermend sluit
ze haar verkrampte handjes.
Jasmijn heeft in het geheel geen zin in het bezoek dat voor haar
ligt. Maar op een koude winterdag een paar dagen voor Kerstmis verlaat zij na
veertig weken beschermend waterland.
Angstig en gekweld komt zij in buitenwereld aan, iedereen is
bedroefd over haar komst, er is geen feest, geen gejuich, geen warmte. Weer voelt
kleine Jasmijn die bekende kleine rilling van onbehagen, nu begint het besef
haar te verontrusten, zij had een domme fout had gemaakt. Beschermend balt ze
haar handjes tot vuistjes. Dit is een vergissing, Jasmijn voldoet niet aan de
kenmerken die men van haar verwacht en het lijkt of zij in een boos hoorspel is
terecht is gekomen.
Jasmijn schijnt niet gezien te worden, dan ligt zij uren te
luisteren naar geluiden en klanken om haar heen, in gedachte wandelt zij door
de velden. Soms droomt zij het lievelingskind te zijn dan slaat zij haar oogjes
naar binnen, naar Godsvonkje, en weet daar heel diep van binnen, haar binnenste
–binnenste, daar is harmonie en eenvoud, daar is haar koninkrijk.
Jasmijn’s geest wordt zwakker en machtelozer, haar lichaam ziek
door uitputting van onophoudelijk grof geweld. Verstoten, verwaarloosd loopt
zij brede stenen trappen op, een poort sluit
zich achter haar. Overmand door paniek huilt en schreeuwt zij om vergeving, ze
zou nooit meer kwetsen door een onnadenkend woord. Echter haar pleidooi om
vergeving is vergeefs, wordt niet gehoord en zo blijft Jasmijn moederziel
alleen, in pijn en verlaten achter.
Niet meer in staat te vechten, verminkt en door angst gedreven
komt zij tot een besluit. Niemand heeft haar ooit gezien, niemand zou ooit meer
toegang krijgen, zij sluit haar vingertjes, balt haar vuistjes.
Haar binnenste –binnenste, word afgesloten.
Zij
schenen haar niet te zien noch haar hand te voelen ,
haar
geloten vuistjes beschermde haar innelijke kracht, in haar hart bewaarde
zij de ware Jasmijn, want Jasmijn weet Nu, er is niets dat een
ander je kan ontnemen.
Want op een
dag viel de mogenschemering in haar vuistjes,
haar handjes opende niet vanzelf, doch zonnige
waterdruppels wilde niet wijken, streelden haar natuurlijke hart.
In vele
ogen nam Jasmijn edelstenen waar.
Jasmijn wandelt vervult van de dageraad temidden van overvloed
en rijkdom, zij treurt niet meer over voorbije pijn.
een innerlijke drang die
voortdrijft
het wonderlijke trof
alleen die diepte kan bekennen
niets is afgesloten,
mijn zonen vroegen ,
“mam kun je dit aan, dit is een klooster”
ik nam in hun gelaat edelstenen waar
daar oneindig ver, zo dichtbij
tussen ruiten het ontwaken, mijn zachte kern ik zucht,
de middagzon boog haar hoofd en begroette tranen
de kloosterpoort geopend
in de palm van mijn hand staat geschreven
Jasmijn ik houd van je
Jasmijn
Voorspellende droom 2
Het is gebruikelijk
dat bloemen, die tijdens een dienst de kerk sieren, na de viering bij mensen
worden bezorgd die een steuntje in de rug goed kunnen gebruiken. In alle
gevallen is er bij die mensen meer aan de hand dan een gewoon griepje. Het eerste
deel van het volgende verhaal wist ik omdat ik het een paar weken eerder in een
droom had beleefd. Ik wist toen nog niet dat ik voorspellende dromen had.
In mijn omgeving is een echtpaar waarvan
de vrouw regelmatig ziek is. Nu de man ziek is, vraag ik me af wat er aan de
hand is. Ik zou eigenlijk eens moeten informeren hoe het met hem gaat, of
gewoon aanwippen, maar het komt er niet van. Druk, druk, druk (en wat was dat
deze keer een geluk) Wat me ook niet lekker zit is dat ik de bloemen die na de
kerkdienst bij hem zouden worden bezorgd, niet heb
gebracht. Terwijl ik toch degene ben die voor hun huis langs rijdt. Stom van
mezelf dat ik niet heb aangeboden om dat te doen, ik snap daar absoluut niets
van.
Een paar weken later zit ik zondags (echt)
in de kerk. Aan het eind van de dienst doet een diaken de afkondiging. Ze zegt:
“De bloemen gaan deze week naar de heer …. , wie wil ze brengen.” Van schrik
zit ik verstijfd op m’n stoel. Mijn schuldgevoel begint zich te roeren: waarom
heb ik ze nooit gebeld, ben niet langsgegaan, dit is helemaal foute boel, twee
keer bloemen binnen een paar weken, wat is daar wel
niet voor ergs aan de hand”. Terwijl in mijn verbijstering dit allemaal door
mijn hoofd spookt, is er iemand anders die door middel van hand opsteken aangeeft
de bloemen wel te willen bezorgen. Ik voel me een beetje raar.
Als de man in kwestie een paar weken later
zelf weer in de kerk zit, en er ook nog gezond uitziet, weet ik niet meer wat
ik er van moet denken. Ik spreek later voorzichtig zijn vrouw aan, die verteld
dat hij een paar weken eerder ziek uit het buitenland is teruggekomen, en ze
hebben maar één keer bloemen ontvangen. Het begint bij mij langzaam duidelijk
te worden wat er aan de hand is geweest, waarom ik niet aanbood om die bloemen
te bezorgen (omdat ik verbijsterd was). Ben blij dat ik niet eerder naar zijn
gezondheid had geïnformeerd, hij moest toen immers nog ziek worden. Achteraf had ik als kind al korte
momenten die ik al eens eerder beleefd had. Ik stond er nooit bij stil wat dat
was, het hoorde gewoon bij mij.
N.N.