naar hoofdpagina geluk kun je maken veranderen meer oefeningen boeken
Inhoud:
1. Hoe ontstaat een depressie?
3. Wat kunt U
aan een depressie doen?
4. Een spirituele blik op depressie
1. Hoe ontstaat een depressie?
Het blijkt dat de
neiging tot depressief reageren vaak is ontstaan door het klimaat waarin men is
opgegroeid. Er blijkt telkenmale sprake te zijn van een niet onderkennen of
sterker nog, afwijzing van de gevoelens en wensen van een kind door zijn
opvoeders. Dit kan heel subtiel gaan. Een kind kan bijv. vragen om een
koekje en als antwoord van moeder krijgen: "Hoe kun je nu een koekje
willen, we gaan zo eten". Op het eerste gezicht lijkt de gedachtegang van
moeder logisch: als ik mijn kind nu een koekje geef, heeft het straks geen
honger meer. Maar bekijken we de zin nauwkeuriger, dan geeft moeder te kennen
dat het "zin in een koekje hebben" een rare wens is, eigenlijk een
wens die op dat moment helemaal niet kan en mag bestaan. (Een beter antwoord
zou zijn geweest: ik kan me voorstellen dat je trek hebt, we gaan zo eten.)
Behalve behoeftes
kunnen ook gevoelens ontkend worden. Stel dat Jantje tegen pappa zegt
als die hem naar bed heeft gebracht: "Mag het licht aanblijven, ik ben
bang in het donker" en pappa reageert met: "maar je hoeft toch
helemaal niet bang te zijn, er is niets om bang voor te zijn" wat gebeurt
er dan? Pappa probeert vanuit de beste bedoelingen Jantje gerust te stellen,
maar ondertussen seint hij ook uit dat het gevoel van bang zijn onzin is. Als vader het
gevoel van Jantje serieus had genomen en bijv. had gevraagd: waar ben je dan
bang voor?, had Jantjes gevoel mogen bestaan en had hij misschien een antwoord
kunnen geven trant in de van: Er zit zo'n eng beest in de kamer. Bij doorvragen
naar wat voor beest, wordt misschien duidelijk dat het een beeld is uit een
droom die Jantje de afgelopen nacht heeft gehad, en dat nu weer boven komt, nu
hij opnieuw moet gaan slapen.
Duidelijker ziet
men de afwijzing doorgaans nog op het terrein van het gedrag en het denken.
We horen dan zinnetjes als: Waarom ga je niet met Pietje spelen (op verwijtende
toon); Ben je nú al klaar met je huiswerk?; Ik kan jou ook nooit om een boodschap
sturen; Doe toch niet altijd zo verlegen; Hoe kóm je op het idee; Nee, dat zie
je verkeerd.
Deze en
soortgelijke opmerkingen keuren niet alleen het gedrag en het denken van het
kind af, ze zijn een uiting van een klimaat van controle en bedreiging. Het
kind wordt scherp in de gaten gehouden en kan elk moment kritiek verwachten.
Niet het niet voldoen aan bepaalde normen, of eisen van de ouders vormen
hier de bron van kritiek, maar de kritische instelling van de ouders. Daarom
kun je sommige depressieve mensen horen vertellen dat ze helemaal geen strenge
ouders hadden, tolerant zijn opgevoed.
In feite hadden
ze geen duidelijke richtlijnen over wanneer ze iets goed of fout deden. Het
ontbreken van normen geeft dan het gevoel van tolerantie terwijl er tegelijk
wel een klimaat van bezorgdheid en
kritiek bestond.
Men bedenke dat
de ouders waar we hier over spreken vaak in het geheel geen slechte
bedoelingen hebben, maar in tegendeel erg betrokken kunnen zijn bij hun
kinderen, en zelf vaak bang zijn dat ze het naar hun kinderen toe fout doen.
Hier speelt een psychologische wet die vrij vaak opgaat: datgene wat je is
aangedaan, doe je vervolgens jezelf en anderen weer aan. Ben je zelf met
kritiek opgevoed, dat heb je hoogstwaarschijnlijk snel kritiek op je zelf, en
op andere mensen.
Hoe werkt dit
opvoedingsklimaat nu uit op het kind? Het kind dat in zo'n sfeer opgroeit,
wordt bang voor de kritiek op zijn gedachtes, zijn wensen, zijn gedrag
en zijn gevoelens. Om dat te vermijden zal hij zoveel mogelijk zijn eigen
wensen en gevoelens wegstoppen (ook voor
zichzelf) en zo weinig mogelijk van zichzelf laten zien.
Daarenboven zal
hij in een poging toch de waardering van zijn ouders te verkrijgen, zijn ouders
gelijk geven. Je kunt het bij jonge kinderen constateren in de vorm van
"Jantje stout, hè pappa?" Als Jantje pech heeft zal de kritische
houding van zijn vader hem dwingen om het ook nu weer met Jantje oneens te
zijn: "Stout, nee hoor, hoe kom je daar nu bij, maar je had misschien beter
wel... " Ontkenning en afkeuring zijn opnieuw Jantjes deel.
We zien bij
depressies (het doorgaans niet veel meer voelen dan "mist" en
dufheid), dan ook de volgende verschijnselen: afkeuring en verdringing. Afkeuring
in de vorm van zichzelf verwijten maken, bezorgd zijn over de consequenties van
het eigen handelen, wat kan uitmonden in faalangst. Verdringing zorgt
ervoor dat het contact met de eigen gevoelens goeddeels verloren gaat. Er zijn extremere prikkels nodig, willen
gevoelens door het pantser van de depressie heenbreken en herkenbaar worden
voor de persoon zelf.
Men bedenke dat
deze manier van met zichzelf omgaan (nl. afkeuring en verdringing) een
ingeslopen gewoonte is geworden en tevens een systeem om te proberen, zoals
vroeger bij de ouders, om de waardering van anderen te verkrijgen. Dit is dus
meer dan alleen maar het voorkómen van kritiek door anderen, door het voor te
zijn, het zelf maar vast te denken en evt. te zeggen, maar een poging om te
proberen, zoals vroeger bij de ouders, om de waardering van anderen te
verkrijgen.
Dat er sprake is
van een gewoonte in het denken blijkt vaak uit het feit dat de inhoud,
datgene waarover de depressieve mens zich verwijten maakt, makkelijk kan
wisselen; als zich iets nieuws voordoet waarover hij zich verwijten kan maken
dan is het oude probleem vaak uit de gedachten verdwenen. Het proces van
zelfverwijt hecht zich makkelijk aan een nieuw onderwerp. Zolang dat nieuwe
onderwerp er nog niet is, is het vaak moeilijk om je van het getob over de
vermeende fout los te maken. Het tobben lijkt voorrang te krijgen boven alle
andere dingen, waardoor iemand die depressief is er vaak weinig voor voelt om
een of andere activiteit te gaan ondernemen.
Soms is het voor
de depressieve mens zelf ook duidelijk dat hetgeen waarover hij zich drukt
maakt, niet zo'n enorm naar gevoel zou hoeven op te leveren, in wezen niet zo
belangrijk is, en dat andere mensen zich over veel grotere "fouten"
nauwelijks schijnen op te winden. Dit besef kan dan opnieuw reden zijn voor
zelfverwijt. De buitenwereld constateert dit vaak ook. Als de depressieve mens
al durft te vertellen waarover hij zich druk maakt, krijgt hij vaak te horen:
maak je je daar nu druk over?! En daarmee is onbegrip en afkeuring opnieuw zijn
deel.
Het tweede
verschijnsel is het verdringen van spontane gevoelens en wensen. Om
afkeuring van anderen en zichzelf te vermijden heeft de depressieve mens de
neiging zijn spontane impulsen scherp te controleren en dat kan leiden tot het
totaal niet meer herkennen van de eigen gevoelens en wensen. Hij voelt zich dan
vervreemd van zichzelf, alsof hij niet echt iemand is, alsof hij niet echt
leeft. Alle zin in het leven in de betekenis van "plezier hebben" en
in de betekenis van "een doel hebben", ontbreekt.
Deze verdringing
van gevoelens verklaart ook waarom het voor depressieve mensen vaak moeilijk is
om de oorspronkelijke oorzaak van hun depressie, de afkeurende en
onderdrukkende houding van hun ouders, te onderkennen. Dit, als kind, in te
zien zou gevoelens van boosheid kunnen oproepen en met een dergelijk gevoel
naar zijn ouders is de kans op hun afwijzing wel heel erg groot. Ook de directe
aanleiding tot een nieuwe depressieve stemming is vaak verdrongen.
De (soms kleine)
aanleiding wordt niet opgemerkt omdat het spontane gevoel dat als reactie op
die aanleiding zou kunnen komen, door de depressieve mens niet bij zichzelf
wordt herkend. Het gevolg is dat een depressie, voor iemand die hieraan lijdt
"uit de lucht kan komen vallen", onverklaarbaar lijkt. Zowel de
oorspronkelijke oorzaak als de directe aanleiding zijn onherkenbaar geworden.
Met het woord "depressief
karakter" wordt bedoeld: iemands neiging om op situaties vaker en
eerder met een depressie te reageren, dan
anderen. Wanneer dit aanhoudend het geval is kun je spreken van een depressieve
grondstemming.
Er zijn ook
mensen die misschien een of twee keer in hun leven een depressieve periode
doormaken, naar aanleiding van vaak een ernstig verlies zoals van een dierbaar
persoon, of arbeidsplek. We spreken dan van een situationele depressie.
Het mechanisme is hier hetzelfde: het wegstoppen, verdringen van gevoelens,
omdat die in eerste instantie te overweldigend zijn. Het lijkt een prima
regeling van de natuur om er voor te zorgen dat het verdriet niet in een klap
iemand totaal van de kaart veegt, maar dat het later, beetje bij beetje boven
kan komen en langzamerhand verwerkt. De
tijdelijke depressie heeft hier dus een hele nuttige functie.
3. Wat kunt U aan een
depressie doen?
De strategie die
U kunt hanteren om Uw depressies de baas te worden richt zich op vier punten:
A. Inzicht in het ontstaan en de functie van
de depressie.
B. Het aanpakken van het zelfverwijt.
C. Het veranderen van gedrag.
D. Herstel van contact met de eigen
gevoelens.
A: Ontstaan en funktie.
Over de rol van de opvoeding bij
het ontstaan van een depressie zijn m.i. de boeken van Ronald Laign: 'Het verdeelde zelf' en Alice Miller: 'Het drama van het
begaafde kind' zeer verhelderend.
Overigens heeft U
alle kennis over Uw eigen depressie zelf in huis.
Uw
depressie zelf kan U alles vertellen wat U wilt weten. Wat moet U daarvoor doen?
Ga rustig zitten
met een lege stoel tegenover U. Zet Uw depressie in Uw fantasie in die stoel
neer. Kijk welke vorm of gedaante hij heeft.
Als het niet meteen lukt, blijf dan even zoeken tot U een beeld van de
depressie, hoe vaag ook, hebt. U kunt
ook een symbool bedenken, waarvan U vindt dat het Uw depressie goed
weergeeft.
Ga in Uw
fantasie, of beter nog, hard op, een gesprek aan met het beeld dat U zich zo
gevormd hebt. Zeg hem wat U op dat moment tegen hem wilt zeggen of vraag wat U
wilt vragen en luister naar de antwoorden. U zult merken dat hoe meer U zich
hierin oefent, hoe makkelijker het gaat.
Wanneer U het gevoel hebt dat U wat contact krijgt met die depressie
daar tegenover U, stel hem dan ook vragen als: wat kom je doen, waarom plaag je
me, waarom ga je niet weg, wat wil je van me?
Wat denk je dat je vóór me doet?
Als U rond deze
vragen een gesprek kunt hebben met Uw depressie, let er dan vervolgens op hoe U
zich voelt bij wat hij zegt. Misschien maakt hij U boos of verdrietig, of voelt
U zich klein en machteloos gemaakt. Welk
gevoel het ook is, vertel het aan Uw depressie.
Let er ook op of Uw depressie eigenlijk wel luistert, zo niet, vraag hem
dan waarom hij zich doof houdt voor Uw opmerkingen.
Wilt U meer
over deze techniek weten dan kunt U terecht bij John Steven's boek: Awareness.
B: Het aanpakken van het zelfverwijt.
Het zelfverwijt,
of twijfel zit in het denken. Als U daar
last van heeft, heeft U hoogstwaarschijnlijk een denktrant ontwikkeld waarbij U
zinnetjes tegen Uzelf zegt als: dat was stom, hoe heb ik dat kunnen doen, had
ik maar niet..., kortom allerlei negatieve gedachtes. U kunt die veranderen
door bewust positief te gaan denken. Ook
op dat terrein bestaan een aantal goede boeken bijv.: De kracht van positief
denken van Norman Vincent Peale.
Een
techniek kan zijn om elke avond tien keer de zin af te maken: ik ben trots op
mezelf omdat ik .... (bijv.) de boodschappen heb gedaan (hoewel ik er geen zin
in had ).
Een tweede is U
aan te wennen om als U iets vertelt het
positiever te vertellen. Dus in
plaats van: wat een rot weer, kunt U bijv. zeggen: ik ben blij dat ik lekker
droog binnen zit. In het begin zal dit heel onecht voelen, maar bedenk dat de
tot nu toe gebruikte inwendige taal (waarmee U zichzelf toespreekt) alsook de
uitwendige taal, die U naar een ander toe gebruikt, ook maar een taalvorm is
die U toevallig hebt aangeleerd.
Een derde
techniek is Uzelf concrete doelen te stellen
en van tevoren met Uzelf af te spreken wanneer U daarover tevreden zult
zijn. Stel Uw eisen zo laag
mogelijk. Als U bijv. een telefoontje
moet plegen waar U tegen op ziet, kijk dan wat de laagste norm is waarbij U
tevreden over Uzelf kunt zijn. Misschien
het feit dat U gebeld heeft (dus los van het resultaat).
C: Het veranderen
van gedrag.
Er is een goede
kans dat U, als U in een depressie zit, overal tegen op ziet. U bedenkt
bijvoorbaat de nadelen of de zinloosheid van hetgeen U zou kunnen doen. Behalve
het aanpakken van het negatieve denken, door u voor te stellen wat voor leuks
of goeds een bepaalde activiteit kan overleveren, is het belangrijk om ook als
U zichzelf nog niet volledig hebt overtuigd van het plezierige of nuttige van
een bepaalde handeling deze toch te doen, Uzelf een beetje te forceren. Met
name geldt dat voor lichaamsbeweging.
Door U zelf lichamelijk moe te maken komt er vaak psychologische energie vrij.
Over het breken met gewoontes, zoals iets niet doen, of ergens
tegen opzien kunt U het boek van G.Weinberg, Kom tot je zelf, raadplegen.
D: Herstel van
contact met de eigen gevoelens.
Gevoelens zitten opgeslagen in Uw lichaam. Verdriet voelt U achter
Uw ogen, boosheid kunt U als spanning in Uw handen ervaren. Van dit gegeven kunt
U gebruik maken door via de omgekeerde weg uw gevoelens te achterhalen. M.a.w.
Uw lichaam kan U vertellen wat U voelt.
Ga zo ontspannen mogelijk zitten en ontdek welk deel van Uw lichaam de meeste aandacht
vraagt. Observeer, van binnenuit, zo goed mogelijk wat U daar voelt. Probeer
zoveel mogelijk aspecten op te merken: grootte, vorm, constant of variabel,
hard of zacht etc.
Benoem het lichamelijke en het psychologische gevoel. Bij spanning
in Uw handen kan dat het lichamelijk gevoel zijn van: het trekt mijn handen
samen tot een vuist. Kijk welk psychologisch gevoel erboven komt. Dat zou bijv.
kunnen zijn: ik ben boos, of: ik wil iets vastpakken. Of: ik hou mezelf
gesloten. Wanneer U het juiste psychologische gevoel te pakken hebt zult U een
verandering opmerken in het lichamelijke gevoel.
Deze methode vindt u o.a. beschreven bij E.T. Gendlin, in het boek
“focussen” (Haarlem, de Toorts, 1978, België: Beveren-Melsele:
Orbis en Orion). Zie ook www.home.zonnet.nl/berhen/foc.htm
Een eenvoudiger
hulpmiddel kan de volgende oefening zijn
Maak en aantal zinnen over hetzelfde onderwerp die achtereenvolgens
beginnen met: het is, ik denk, ik voel.
("Het" is in dit geval de buitenwereld,
alles wat niet ik is, dus ook jij, zij, jullie)
Een aantal
voorbeelden:
A) Het is mooi weer, ik denk: ik wil naar buiten, ik
voel me opgesloten.
B) Het is vreselijk dat ik zo'n rot baas heb;
ik denk: zulke mensen zouden niet mogen
bestaan; ik voel me woedend.
C) Marietje is
een moordgriet; ik denk: ik wou dat ze mij ook maar aardig vond; ik voel
me ... (bijv.:) jaloers of ..verliefd
of... verlegen.
De Combinatie.
Aangezien de drie
genoemde aspecten, nl. het denken, het gedrag en het gevoel elkaar rechtstreeks
beïnvloeden, is het meeste resultaat te verwachten als U alle 3 aspecten
tegelijk aanpakt, zoals Linda in het volgende voorbeeld doet.
Linda was 24, had
een goede baan, en woonde alleen. Ze had een oude computer, waarop ze alleen
Windows 3.1. kon draaien en een losse c.d. rom. Ze wilde eigenlijk graag op
internet. Ze dacht er al een tijdje over om een nieuwe computer aan te
schaffen. Het geld had ze er wel voor, maar strikt genomen had ze dat nieuwe
ding niet echt nodig. Op een zonnige vrije middag, stapte ze in een opgewekte
bui, eigenlijk “zo maar” een computerzaak binnen. Ze hadden een
mooie aanbieding, een korting van € 200 op een apparaat van € 1200. Linda ging er op in en liep fluitend de winkel uit,
tevreden over zichzelf dat ze zo snel had weten te beslissen en zich in de
winkel heel zelfverzekerd had weten te gedragen. Maar nadat ze ongeveer een uur
thuis was, constateerde ze dat haar goede humeur verdwenen was, ze had het
gevoel dat ze “er niet meer bij was”. Dat was voor Linda het
signaal om bij zichzelf na te gaan wat er precies gebeurd was. Ze realiseerde
zich dat ze in oude kranten was gaan kijken naar advertenties over computers.
Waarom had ze dat gedaan? Dat wist ze wel, ze wilde er achter komen of ze toch niet teveel had betaald, of
er geen betere aanbiedingingen waren geweest. Er moest toch een reden zijn voor die
prijsverlaging, misschien was het wel een oud model, of misschien had iemand
hem al teruggebracht, was hij kapot geweest. Wat een uilskuiken was ze geweest
om niet een fabrieksnieuwe verpakking te eisen. Linda, die geleerd had om naar
haar eigen gedachten te luisteren vroeg
zich af: wat betekenen deze ideeën in mijn kop?
Als ik het
samenvat, wat is het dan? Ze wist het,
ze beschuldigde zichzelf ervan dat ze het fout had gedaan. Wanneer was dat begonnen? Ze was eerst toch in zo'n goed humeur
geweest! Ze zocht haar herinneringen af
en ontdekte toen dat ze zich had afgevraagd wat haar moeder wel zou zeggen als
die op bezoek kwam en die mooie computer zag staan. En in gedachten had ze haar moeder horen
zeggen: tweehonderd euro eraf, dan is er vast wat mee aan de hand. Linda haalde diep adem, dat was in ieder
geval duidelijk. Nu moest ze kijken hoe
het met haar gevoel stond. Ze voelde een enorme "knoop" in haar
maag. Met haar gedachten tastte ze die
knoop af en terwijl ze daar mee bezig was merkte ze dat ze haar maag als het
ware hard maakte, om zichzelf te beschermen tegen iets van buitenaf. Ineens
flitste het door haar heen: ik ben bang.
Ze voelde dat de spanning in haar maag afnam, maar hij was nog niet
helemaal weg. Ze bleef zich op de
spanning concentreren en ineens, als vanzelf stootte ze de woorden uit: sla
niet zo hard en toen stroomden de tranen over haar gezicht. Uitgehuild voelde ze zich enorm
opgelucht. De spanning in haar maag was
verdwenen. Zo dat was dat. Nu kijken
naar de andere aspecten: het gedrag en het denken. Wat had ze gedaan? Ze had oude kranten en reclamefolders
tevoorschijn gehaald om haar eigen beslissing te verifiëren. Daarmee had ze toegegeven aan de twijfel over
zichzelf. Door zich te gedragen vanuit
die twijfel, had ze haar eigen twijfel versterkt. Ze besloot om onmiddellijk de kranten en
folders weer op te ruimen. Nu nog het
denken. Linda ging rustig in haar stoel
zitten en fantaseerde dat een goede vriend van haar tegenover haar zat. Ze dwong zichzelf om hem het verhaal van de
koop positief te vertellen: dat ze trots was op haar snelle beslissing, dat ze een
voordelige koop had gesloten, dat het apparaat dat ze gekocht zo snel was en
zoveel mogelijkheden had, dat ze nu in haar eenzame uren kan gaan emailen en
chatten en dat ze haar broertje blij zou
kunnen maken met haar oude computer.
Linda had haar depressieve stemming overwonnen.
4. Een spirituele blik op depressie
5. Depressieve mensen zijn realisten
Gedraag je iets krachtiger dan je je voelt.
©:
Drs. Bert Hendriks, klinisch psycholoog. Verspreiding toegestaan mits onder vermelding van www.openoog.tk