Scrollbar
close
redline

DEBAT: BEELDVORMING VAN BISNISJONGENS.

Met foto's van Rob Philip
Rob8
redline
"Heb je zin?" is een vertrouwde openingsvraag in de clubs, de bars, en de straten waar de discussie van vanmiddag over gaat. Het is de "zin" waar moraalridders hoog te paard op neerkijken. Zij minachten deze "zin" omdat er geld tegenover staat. Maar -of we het nu willen of niet- de commercie schiet steeds dieper wortel in de klei van de Nederlandse polder. Het paarse kabinet Kok heeft dit goed begrepen. Per 1 oktober 2000 is -na eindeloos politiek getouwtrek- het prostitutiebedrijf tòch een legale business geworden. En terecht. Want dàt deze bedrijfstak poen oplevert, dat ziet zelfs blinde Maupie aan de horden toeristen die op de Amsterdamse wallen langs de roodverlichte ramen gaan en komen. "Do yóu know the way to the red-light district?" In de talloze debatten over de wetswijziging kwamen de bisnisjongens amper in the picture. Discussies gingen bijna standaard over de vrouwen met de vaststelling "dat er ook nog jongens zijn". Voor de duidelijkheid: binnen het circuit -of zo men wil "het milieu"- is het de gewoonte om van "boys" of "jongens" te spreken. Deze "jongens" kunnen tieners en twintigers maar evengoed dertigers of veertigers zijn. Ik zal hier verder daarom ook van "jongens" spreken.
Rob8
Eén van de hamvragen of, om in stijl te blijven, "vlees-vragen" van vanmiddag is: Hoe komt het dat de heersende beeldvorming over jongensprostitutie zo eenzijdig, neerbuigend en zielig is? Ligt dat enkel aan het dubbele taboe, -op prostitutie en op homoseksualiteit? De homo-emancipatie begint intussen door te dringen tot in het burgerlijk huwelijk. Het prostitutiebedrijf is nu ook "geregeld". Maar met jongensprostitutie blijft het tobben. Oké, aan het vertellen van zielige verhalen, met "zielepoterij", valt ook geld te verdienen. Doorgewinterde straatjongens weten dat maar al te goed. Maar is dat nog wel prostitutie? Sommige jongens zal dat een worst wezen. Geld is geld. Andere jongens hechten sterk aan emancipatie. Ze hebben genoeg van het dubbelleven. Emanciperen betekent echter uit de kast komen, je stem roeren, je trots demonstreren. Maar tot dusver gingen heel weinig bisnisjongens op die politieke toer. Komt dat soms ook omdat het aantal jongens nogal beperkt is? Want zeg nou zelf, met zo'n 25 duizend (op jaarbasis) liggen hun vrouwelijke collega's een straatlengte voor. Over het aantal jongens bestaat grote onduidelijkheid, -mijn eigen schatting is dat het (op jaarbasis) om zo'n drieduizend jongens gaat. Maar, heel veel jongens doen het erbij of ze komen alleen even kijken.
Rob8
In de Nederlandse pers en media komen twee typen van "hoerejongens" opvallend in beeld. Gezichtsbepalend is ten eerste de drugverslaafde jongen op straat, vaak zonder een vast woonadres. Zijn animerende tegenhanger is de jong-ogende glamourboy, meestal poserend op het opgemaakte bed van een peeskamer. Het zijn de twee soorten van bisnisjongens die voor buitenstaanders het gemakkelijkst te bereiken zijn. Maar wie een beetje vertrouwd is met het circuit, weet gelijk dat deze tegenbeelden veel te stereotiep zijn. Ze komen weinig overeen met "hoe het leven werkelijk toegaat". De heersende clichés in het beleid, de politiek en de media over bisnisjongens lijken daarom mede ingegeven door onbekendheid met deze roze-rode tak van sport. Misschien dat de wetswijziging hierin inderdaad enige verandering gaat brengen. In ieder geval mag het bijzonder heten dat er op de foto-expositie in de Melkweg-galerie zoveel verschillende bisnisjongens frontaal in beeld komen.
Rob8
Anderhalf jaar geleden kwam fotograaf Rob Philip bij me langs, dat hij foto's van bisnisjongens in clubs en in de escort wilde maken. Ikzelf had net een studie over jongens in het buitencircuit afgerond, waarin opviel dat het dubbele taboe loodzwaar drukt. Onze ideeën over de beeldvorming sloten zo goed op elkaar aan, dat we besloten samen te werken. We wisten dat de toegang tot de clubs een probleem kon vormen. Maar de bereidheid van clubeigenaren en van jongens om mee te werken bleek bijzonder mee te vallen. Naast het winnen van vertrouwen in het fotoproject heeft het andere perspectief veel deuren geopend. Geen ranzige beelden, geen romantiek. Géén knapen die hun gezicht van de camera afwenden of groezelig in beeld komen. Nee, gewone binken die je recht in de ogen kijken. Een veel alledaagser beeld, dan de gespierde en supersexy pornosterren die je misschien zou verwachten.
Rob8
Vanuit deze toch wel neutrale, alledaagse registratie drong zich bij ons al snel ook de vraag op: Waaraan zie je op de foto dat een jongen in de bisnis werkt? Hoe weet je dat het eigenlijk om een bisnisjongen gaat? Vanuit die vraag besloot ik ook te kijken in de Nederlandse kranten en bladen van de afgelopen jaren, hoe eerdere fotografen bisnisjongens hebben neergezet. De allereerste foto's van bisnisjongens vond ik in de Nieuwe Revue van oktober 1978, dat is 22 jaar geleden. Op deze en ook alle latere foto's zie je opvallend genoeg nooit het geld, wat deze bisnis tot echte bedrijfstak maakt. In de clubs en privéhuizen zul je nog steeds nergens een kassa horen rinkelen. En dat het om seks gaat zie je op deze eerste foto's aan een jongen die in het halfduister in z'n nakie tussen de beddelakens naast een filmprojectie-toestel ligt.
Rob8
In de drukte van een stationshal werkt de contactlegging tussen jongen en klant het meest indirect. Er zijn geen tippelzones zoals bij de vrouwen. Dus moeten jongens en klanten eerst zien uit te vinden, wie er wèl voor deze bisnis komt en wie niet. Deze omwegen vinden we ook terug in de foto's van de afgelopen jaren. Je ziet jongens in hun gewone kloffie in de stationhal of bij een lantaarn hangen. Maar dat ze "bisnis" zijn moet je toch vooral uit de toelichting halen. Op geen enkele foto in al deze jaren is ook maar één klant te zien. Je zou zeggen, jongens, je kunt wachten tot je een ons weegt maar deze bisnis loont totaal niet!
Rob8
De foto's van de "boysclubs" bieden de duidelijkste aanknopingspunten over de inhoud van de geboden service. Opvallend zijn ook de vele spiegels. Dat heeft iets narcistisch en prikkelends maar het kan evengoed zijn dat de clubs hun veelal welgestelde klanten een spiegel willen voorhouden. Op enkele foto's zie je de jongens "nude" aan de bar van een club zitten. Erwin Olaf maakte die opnames ooit. Maar deze ogenschijnlijke vrijheid stamt van de eerste helft van de tachtig en slaat daarna om in zijn tegendeel. "Hoerejongens" komen dan veel eerder als slachtoffer of als "looser" in beeld. De aandacht van beleidsmakers en politici sindsdien nog steeds sterk gericht op de jongens die minderjarig zijn, die illegaal zijn of beter gezegd die geen geldige verblijfspapier hebben, en die misbruikt worden. Laat ik duidelijk zijn: misstanden moeten beslist worden aangepakt en zo goed mogelijk worden voorkomen.
Rob8
Maar we moeten niet vergeten dat de Nederlandse overheid jarenlang niet heeft geweten wat ze met de (jongens)prostitutie aan moest. Legaliseren bestaat niet enkel uit het trekken van strakke strepen tegenover een branche die vroeger alle gelegenheid kreeg om te rommelen. Dat rommelen bood de "vrije jongens" beslist ook autonomie en zelfstandigheid. Laten we dat niet vergeten. Voor deze "vrije jongens" betekent de legalisering dat ze worden gestroomlijnd, ze moeten zogezegd "in vakken" passen. In hoeverre is die invoeging eigenlijk te rijmen met emancipatie? Veel jongens, zeker als ze op straat werken, zijn niet geneigd om deze bisnis "als vak" al te serieus te nemen. Ook veel klanten staan hier onwennig tegenover. In mijn eigen uitgebreide veldonderzoek onder Nederlandse en migrantenjongens bleken jongens in het algemeen wel bereid om hun service "werk" te noemen of anders spraken zij van "bijverdienen". Hiermee wilden zij vooral beklemtonen dat het hùn niet om het spel maar om de ballen gaat. Maar van een "vak", nee, daar wilden velen nie van weten. En slechts een kleine minderheid van voornamelijk Nederlandse en Europese jongens wilde uitdrukkelijk van een "beroep" spreken. In advertenties van clubeigenaren worden zij aangeprezen als "klassejongens".
Rob8
Over wat nou eigenlijk "professioneel" mag heten bestaat in het circuit nog veel onduidelijkheid. Een erkende beroeps- of vakopleiding is er niet, want dat heeft politiek Den Haag niet bij de legalisering inbegrepen. Een dilemma is ook dat als het contact àl te professioneel wordt, het voor veel klanten niet meer hoeft. Veel mannen zoeken namelijk een gewone, betrouwbare, leuke jongen die het, net als zij, ook plezierig vindt om te seksen. Slechts een beperkt deel van de klanten heeft bijzondere wensen of wil een stijlvol contact. Aan deze meer specialiseerde service is voor beroepsjongens de meeste eer te behalen. Een van de meest opvallende bevindingen uit mijn eigen veldonderzoek vond ik wel het sterk wisselende zelfbeeld van de jongens om wie het uiteindelijk gaat. Het blijkt wel redelijk goed mogelijk om jongensprostitutie als circuit af te bakenen tegenover de vrouwenprostitutie, het homocircuit en de dopescene. Tegelijk kom je binnen het circuit de meest uiteenlopende jongens tegen, zeker onder de jongens die voor zichzelf werken. De ene jongen wil er echt wat van maken of zoals een jongen zei: "Ik doe dit vak niet voor niets." De ander loopt heel even langs bij het station of er wat te verdienen valt aan een vluggertje. De een noemt zich "honderd procent hetero", de ander is volmondig "gay". De een is hoogopgeleid, de ander heeft alleen een paar jaar koranschool gehad. De een gedraagt zich macho-mannelijk, de ander supervrouwelijk. De een is een aankomende tiener, de ander een doorknede dertiger. De een heeft een rijkeluisleventje, de ander kan zich vanwege drugs nauwelijks staande houden. Kortom, het circuit mag dan kleinschalig zijn maar het is bijzonder kleurig en bont. Daarom laten jongens in de prostitutie zich bijzonder moeilijk inpassen in de -veel te spaarzame- hokjes die instellingen en beleidsmaker voor hen in petto hebben.
Rob8
Waarover de Nederlandse politiek zich erg druk maakt is de identiteit van de jongens en vrouwen in het vak. De Tweede Kamer vond het zelfs nodig om snel nog even een identificatieplicht voor prostituté(e)s in te voeren tegenover "daartoe aangewezen gemeente-ambtenaren". Alsof er al niet genoeg mogelijkheden voor het vragen naar identiteitspapieren zijn. En nu de seksclubs legale werkplekken geworden zijn, wil de belastingdienst ook nog even het sofinummer van de boys weten. Nee, makkelijker kunnen we het niet maken. Op papier lijkt alles keurig geregeld. Maar in het Nederlandse poldermodel voor de prostitutie zijn opmerkelijk veel antieke, Hollandse molens blijven doordraaien. Dus is het maar de vraag, hoeveel jongens het zullen aandurven om werkelijk wit te werken. Kunnen de clubs het in dit volle licht nog wel bolwerken of ontstaat er een vlucht in de veel schaduwrijkere escortbranche?
Rob8
Veel jongens zijn, niet ten onrechte, als de dood dat zij hun leven lang bij instellingen als het arbeidsbureau en de belastingdienst in de computer als "hoerejongen" bekend zullen blijven. Welke "normale" werkgever wil hen dan nog? In mijn eigen gesprekken met jongens viel me op hoe vaak zij de woorden "gewoon" en "normaal" in de mond namen. Veel jongens geven blijk van een behoefte om hun bezigheden zo gewoon mogelijk voor te stellen. Het is nu al te voorspellen dat de legalisering, vanwege het blijvend taboe, met name migrantenjongens en jongens uit etnische minderheden naar de rafelrand en in de slagschaduw zal wegdrukken. Dat zal hen -ook na de wetswijziging- niet meteen tot beunhazen maken. Professionaliteit is immers niet eenduidig verbonden met "wit werken". Waren bisnisjongens vóór 1 oktober 2000 soms niet professioneel bezig? Of hoe zit dat?
Rob8
Wat kunnen wij de frissere bisnisjongens en bedrijfseigenaren in deze "witte" tijden adviseren voor het aan de man te brengen van hun service? Zij legden reeds de klemtoon op discretie in hun aanprijzingen. Maar moeten zij ook zo'n plichtsgetrouwe slagzin gebruiken die je tegenwoordig bij drank-reclames ziet. Zo van: "Geniet maar neuk en pijp met mate?" Voor sommige mannen kan deze gekochte liefhebberij best een verslaving zijn. In de condoom- en geslachtsziekten (soa)-voorlichting wordt daarnaast gewezen op de risico's. Dus dan maar de slogan "Wij doen het altijd mèt"? In hoeverre mag of moet de nu legale branche het opwindende en geile van de geboden service beklemtonen? Hoe heter, hoe beter, zou je denken, maar in de jongensprostitutie gaat die vlieger niet zomaar op. In de krantenadvertenties van de clubs ligt het accent veel meer op de gezelligheid, de leuke jongens. En dat er nìeuwe jongens zijn, want verandering van spijs doet eten. Maar misschien kunnen de frissere bisnisjongens en clubeigenaren nog het beste benadrukken dat "het oudste beroep van wereld" nog altijd jong en dynamisch is. Want het mag toch wel opmerkelijk heten, dat de prostitutie -ondanks alle taboes- zich voortdurend heeft weten aan te passen aan de telkens veranderende sociale omstandigheden. Ik dank jullie wel.

Paul van Gelder

Rob8

redline
Bekijk ook site van fotograaf Rob Philip: Beelden van Bisnisjongens.
redline