Na het ontbijt bezoeken we de lokale
markt in Giseny. Deze markt ligt tegenover het missiehuis. Op de markt zien we
hoe dieren hier in de openlucht, tussen de vliegen, geslacht wordt. Langs de markt
wordt houtskool in jute zakken verkocht.
In het missiehuis is een groep jongens bezig met het maken van ansicht kaarten van materiaal uit de natuur. De meisjes maken er poppen. Ik koop een aantal ansicht kaarten om later op te sturen (vanuit Zaire komt post nooit aan, omdat de postzegels gestolen worden). De kaarten maken bij de ontvangers veel indruk. Bij Oce zal mijn kaart een ronde langs de verschillende secretariaten maken.
Als de landrover en aanhanger ingeladen zijn, rijden we naar de grens met Zaire.
Bij de grens om Zaire in te komen (Rwanda zijn we dan al uit) moeten we een uur wachten. Peter blijkt geen visum te hebben en mag het land van de douane niet in. Zelfs smeergeld kan hun niet overtuigen.
De douana laat de aanhanger openen en gaat deze doorzoeken. Vooral de beauty case van Ditte (met krultang?) krijgt veel aandacht. Met wat dollars wordt de douane overtuigt dat niet alles uitgepakt hoeft te worden. De vlak hangt bij de grens in Zaire halfstok omdat koning Boudewijn van Belgie (de vroegere koning van de Kongo) dood is. Erg vreemd dat er hier nu nog om getreurd wordt.
Zonder Peter rijden we verder richting Goma.
Goma blijkt een vervallen stadje te zijn, net over de grens. Hier rusten we uit op een terrasje met koffie en een broodje. We staan volop in de belangstelling van de lokale bevolking, die ons vanalles proberen te verkopen. Sommige dingen (maskers, schilderijen) zijn best wel mooi, maar ik heb geen zin deze dingen 4 weken mee te slepen in een landrover.
In Goma wisselen we geld voor de komende week. We wisselen Amerikaanse dollars
(20$ p.p.) in voor Zaires (Zairees geld). Het wisselen gebeurt zwart, wat verboden
is, in de open lucht. De wisselkoers is 1 US$ = 4 700 000 Zaires. Alleen biljetten
van 1 000 000 en 500 000 Zaires zijn geldig. Hierdoor wordt een briefje van
20 US$ een hele pak biljetten. Het grootste biljet in het land is dus maar 40
cent waard. Andere touristen zijn in geen velden of wegen te bekennen.
Voor een overval heb je in dit land een kruiwagen of vrachtwagen nodig!
Jan Willen rijdt nog terug naar de grens met Rwanda. Hier blijkt Peter toch nog mee te mogen, als hij zijn pas en een stapel dollars achter laat.
Vanuit Goma rijden we naar Djomba. Hier kunnen zilverrug gorilla's bezocht worden. Het eerste stuk weg is nog verhard, met veel voetgangers en houten steps. Er zijn weinig andere auto's op de weg aanwezig.
Onderweg hebben we een aantal controles. Een keer moet J.W. deigen met 8 schreeuwende touristen bij de baas van de politieman op de stoep te gaan staan, om geen smeergeld te moeten betalen. Volgens de politieman was de verzekering van de aanhanger niet geldig in Zaire. Het was dubieus of de politieman de datum van verzekeringsbewijs wel kon lezen.
Langs de weg strekt zich een
moerasgebied uit. Een snelstromende rivier stroomt tussen de bananenbomen op
de helling van een berg. Aan de andere kant van de weg zijn dan alleen nog maar
bananenbomen te zien. Je waant je al midden in de jungle.
We rijden ondertussen op een
zandweg. De weg wordt slechter en slechter. Op een gegeven moment moeten we
allemaal uitstappen omdat de landrover niet meer uit een kuil kan komen met
de aanhanger.
Vanaf dit punt lopen we verder over de weg. Het is toch niet er meer volgens J.W.
Een groep 'zingende' en bedelende
kinderen (give me a bic, give me money) loopt de hele weg achter ons aan. De
landrover is over een 'bruggetje' van boomstammen over een beek gereden. In
de verte is de Nyiragonga te zien. Deze vulkaan is 3470 meter hoog en zal ik
later beklimmen.
Na 4 km wandelen komen we bij de "camping" op 2000 meter hoogte aan. Onderweg hebben we nog steeds geen blanke gezien. Ook hebben we geen dorp meer gezien, als je een groepje huizen tenminste niet een dorp wil noemen. De kampeerplaats is een stukje gras langs een ruine van een theehuis. Twee dorpelingen mogen van J.W. als bewaker optreden.
's Avonds blijkt er toch bier te zijn. Tevens drink ik een flesje lokaal gebrouwen bananenbier (Pombe genoemd). Dit bier smaakt prima. Een van de "bewakers" gaat een ketel halen uit een hutje in de buurt waarin dit bier gebrouwen wordt om ons te tonen.
Gezamelijk maken we in het donker (met lampen vanuit de landrover) het eten klaar. Er is rijst met bruine bonen en veel te veel uien. Vlees eten we niet zoveel op deze vakantie, omdat dit niet meegenomen kan worden zonder koelkast. Om de kou te verdrijven wordt een kampvuurtje gemaakt. Om 10:00 uur gaan we naar de tent om te slapen. De grond onder mijn matje is erg hard en net onder mijn rug blijkt een bult te zitten. Het slapen gaat niet snel vanavond op deze manier. De gevolgen van bruine bonen met te veel uien hoor je in de tenten om je heen.