In deze regio bevindt zich het centrum van de wijnproduktie van Peru. De beroemde lokale sterke drank ‘Pisco’ wordt hier ook gebrouwen en wordt veel in cocktails geschonken.
We stoppen bij een Pisco distillery. Een bad met een eeuwenoude pers
staat achter een muur. De bak onder de pers is nu helemaal leegt,
de druiven van dit jaar zijn al allemaal verwerkt.
Aan de andere kant van de muur staan de kruiken voor de opslag van de drank.
Een ketel staat nog na te dampen van deze morgen. In de ketel gaat tevens wat
citroen om er extra smaak aan de Pisco te geven (Pisco sour).
Vanuit de ketel gaat een leiding onder een 'zwembad' door. Door de koeling condenseert
de damp weer en wordt aan het einde van de buis opgevangen.
Uiteraard kan er geproefd (en gekocht) worden. De Psco sour (met citroen, 21
procent) is het lekkerst. De wijn (16 procent) en pure Pisco (45 procent) zijn
beide een stuk minder lekker.
We rijden verder naar de magische lagune Huacachina, net voorbij
Ica.
Het is een echte oase met palmbomen
in de woestijn, waarvan het water een heilzame werking schijnt te hebben.
De oase ligt midden tussen de zandduinen in.
De zandduinen rond de lagune zijn honderd meter hoog.
Vanaf een van de zandduinen gaan we zandsurfen. De klim omhoog door het losse
zand en in de brandende zon is erg vermoeiend.
Boven worden de surfplanken aan de onderkant met was ingesmeerd om snel te kunnen glijden. Halverwege de heuvel ligt een pad, dat niemand gezien had. Maarten komt wel hier erg hard neer. Onderweg kun je remmen door je voeten voor je in het zand te steken (ik zit, evenals de rest, op de plank). Als ik dit doe als de snelheid erg hoog wordt, krijg ik flink zand over mij heen. Ondanks de zonnenbril komen de ogen ook vol zand te zitten.
De meesten houden het na 1 afdaling wel voor gezien. Met enkele anderen ga ik nog een keer van de heuvel af. De tocht naar boven is erg vermoeiend en een 10 meter onder de top houd ik wel voor gezien en ga naar onder.
Dit keer ben ik te voorzichtig door de valpartijen van zonet. Door het vele
remmen en doordat de plank helemaal scheef gaat, kom ik helemaal onder
het zand te zitten. De ogen hebben nu ook erge last van de contactlenzen en
zand.
De lunch is bij de oase, waarna er nog even tijd is om naar het water te lopen. Hier vinden de ijsjes (Magnum) gretig aftrek bij dit warme weer.
De bus rijdt verder richting Nasca. Het gebied is nog steeds een grote, droge
woestijn.
Onderweg stoppen we bij een museum over de pre-inca cultuur.
Hier zijn veel dekens en mummies te zien. Achter het museum is een miniatuur
gemaakt van de Nasca lijnen.
Een stuk verder richting
Nazca brengen we een bezoek aan het museum van Maria Reiche, een Duitse
antropologe die jarenlang onderzoek deed naar de oorsprong van de mysterieuze
Nazca-lijnen in de woestijn.
Veel is er niet te zien. Het is de vroegere woning van Maria Reiche, de een paar geleden op 95-jarige leeftijd is overleden. In deze omgeving werd ze beschouwd als een vrouw die niet helemaal goed bij haar hoofd was. Het graf ligt langs de woning en ze zijn nog bezig met het aanleggen van een tuin.
Verder richting Nazca
stoppen we bij een uitzichttoren langs de weg. Vanaf deze toren kunnen we de
eerste 2 Nasca lijnen zien liggen. Erg goed zijn ze niet te zien en de derde
(die er ook vlakbij ligt) zien we helemaal niet liggen.
In Nasca hebben we een erg leuk hotel. Achter het hotel is een tuin en binnen in het hotel staan een aantal computers om te kunnen internetten.
's Avonds eet ik pizza, die heerlijk smaakt. 2 Orkestjes spelen er indianen
muziek met o.a. panfluiten.
Om 9:00 uur lopen we terug naar het hotel. Mijn ogen hebben nu nog steeds last
van het zand dat er in is gekomen bij het zandsurfen.