Dag 17: Inka-trail, 3e dag


Om 6:00 is er weer thee op bed.


Het is vandaag goed weer. Het kamp ligt nog in de schaduw van de bergen, maar even verderop schijnt de zon al volop.

7:30 begint een steile klim naar de Runkuraqay ruine.

Na 10 minuten lopen we al in de zon en gaant de jas en trui weer uit.

Doordat ieder kwartier gerust wordt, valt de klim ook wel mee.


Tot de ruine blijkt toch niet zo lang te zijn dan verwacht. In de verte kun je de camping nog zien liggen. Vroeger zou dit een bebost gebied zijn geweest. Door de houtkap van de wandelaars is er weinig overgebleven van de bomen. Alleen een stuk verder en op de moeilijk bereikbare plaatsen staan nog bomen. We wandelen nu door het gebied van de uiterst zeldzame Andes-brilberen. Uiteraard is er geen tourist die deze dieren ooit te zien krijgt. Door het lawaai zijn de beren in een dichter bos, verderop in de bergen verhuisd.
Het pad is vandaag veranderd in een honderden meters lange stenen trap. Tijdens de beklimming passeren we twee donkere bergmeren. Je ziet ze pas liggen als je er voorbij bent en achterom kijkt. De trail loopt verder naar een pas op een hoogte van 3960 meter. Langs het pad groeit mooi gekleurd mos.


Op de tweede pas is even tijd om uit te kijken over het pad achter en voor ons. Een klein klimmetje leidt naar een nog mooiere uitkijkplaats.


Het gedeelte tussen de eerste en tweede pas is misschien wel het indrukwekkendste deel van de Camino del Inca. Het geplaveide pad is hier door de Inka-bouwmeesters bijzonder fraai met natuursteenplaten aangelegd, tussen de tropische vegetatie door.

Vlak na de pas begint een stuk met zeer veel bloeiende orchideeen.



Het pad daalt af naar de Sayacmarca ruine. Dit staat verwarrend als ook een pas op onze kaart omdat je even een stuk (steil omhoog) moet klimmen om er te komen (en hetzelfde stuk weer omlaag).


Bij de ruine is nog een overblijfsel van een aquaduct te zien. Kolibri's vliegen er veel rond om nectar uit de vele bloemen te halen.
De gids heeft een veel te ruime tijd afgesproken en een half uur voor de afgesproken is iedereen al weer onderweg op het Inca pad.



Het pad gaat omlaag, door een donker nevelwoud, waarna het weer begint te stijgen voor de volgende pas.

Langs het pad is het zeer kleurrijk door het rood, geel en wit mos. Dit is weer een nat stuk van de trail.



Na het donkere bos komen we door een 20 meter lange Inka-tunnel.


Het pad stijgt verder naar de laatste te overwinnen pas die op 3950 m ligt. Het laatste stuk voor de pas is vrij vlak. Tussen de bomen langs het pad door zijn er prachtige vergezichten over de omgeving.

Bovenop de pas lunchen we. Door de zon is het behoorlijk heet op deze plek, ondanks de hoogte.

Net onder de pas zien we Puyupatamarca ruine (3600 m) al liggen. Vanaf deze pas zullen we de rest van de trail alleen maar afdalen via stenen 'treden'. Volgens de gids zullen we nu 3000 treden gaan afdalen naar het volgende kamp.

Na een zeer steile afdaling stoppen we even bij de Puyupatamarca ruine, voor een korte uitleg.

Het afdalen gaat na het steile stuk beter. Sommige stukken kun je flink doorlopen. Op een moment denk ik even niet na en kom langs het pad in de bamboe terecht. Zelf lig ik in de struiken (langs de helling, meer dan een meter lager dan het pad), voordat ik weet wat er gebeurd. Enkele van de groep zijn een stuk meer geschrokken van de valpartij. Behalve een gekneusde middelvinger (die ik een maand later nog zal voelen), is er niets gebeurd.

Door de langzame afdaling over de stevige stenen kun je sommige gedeelte zelfs afrennen.



Een specht zit rustig langs het pad zijn nestje uit een stam te hakken.
Vlakbij een hoogspanningsleiding zijn we boven Wiñay Wayna, de derde kampeerplaats, uitgekomen. Een zandpad, dat glibberig en steil is, gaat richting het kamp. Dit vind ik zelf het meest zware gedeelte van de hele Inca Trail en het hoort ook niet bij het oorspronkelijk Inca Trail.

Om 16:45 uur staan we dan eindelijk bij de tenten. Op deze plek staat ook een lodge. Er kan gedouched worden (tegen betaling) en er is drank te krijgen. Het bier is duur vergeleken met andere plekken. De kassiere is ontzettend onvriendelijk en zegt steeds dat ze geen wisselgeld heeft. Het flesje bier smaakt nu wel erg lekker.

We liggen zoals de voorgaande dagen weer om 20:00 uur in de tent. Omdat er hier veel gestolen wordt (mensen kunnen vrij snel vanuit de 'bewoonde wereld' hier komen), moeten alle spullen in de tent. Met 3 personen wordt het dan wel erg krap, waardoor het slapen nog moeilijker gaat.




de volgende dag