Weer ben ik veel te vroeg wakker.
We reizen om 8:30 uur verder met de bus naar Cuzco, de archeologische ‘hoofdstad’
van Zuid-Amerika. Het is een mooie tocht langs de oever van het Titicaca-meer
en vervolgens over uitgestrekte hoogvlakten, waarbij enkele hoge passen worden
genomen.
Op de hoogste pas stoppen we om fotos te kunnen maken. Het is hier behoorlijk
koud.
We hebben een klein stuk verder een picknick lunch bij een thermaal waterbron.
Er wordt een hek om de bron en een beekje gezet. Als ze entree vragen, lopen
we een stukje terug waar nog geen hek staat. Later zal Evelien toch de entree
gaan betalen (0.5 sol).
In het zonnetje is het lekker nu. Vanuit de bovenkant van een rots stroomt warm water het beekje in. Er is ruim voldoende brood, kaas, eieren en pate (en vis).
De bus gaat verder richting Cusco als de lucht begint te betrekken.
We maken een stop bij
Inca ruines (Raqchi). Dit was ooit het grootste Inca gebouw, maar het is
door de Spanjaarden verwoest. Langs het terrein lopen nog lange Inca muren.
Aan het eind van de rondleiding begint het behoorlijk te hagelen en later te regenen. Gelukkig staat de bus klaar bij de uitgang.
In het begin van de avond (17:30) arriveren we in Cuzco en overnachten in een hotel ( het ninos hotel) dat zich op tien minuten wandelen van het gezellige centrale plein bevindt. Het hotel, een particulier project van een Nederlands echtpaar, wordt geleid door voormalige straatkinderen die elk zorg dragen voor één van de kamers. Deze kamers, die naar hen vernoemd zijn, worden door hen schoongemaakt en vaak versierd met eigen tekeningen. De opbrengst van de kamerverhuur in dit koloniale hotel komt ten goede aan de schoolopleiding van deze kinderen.
Na de uitgebreide uitleg van Evelien over de komende dagen, eten we vlakbij in het centrum van Cusco.
Na het eten ga ik terug naar het hotel om op tijd te gaan slapen. Sommigen gaan de rest van de avond nog
stappen in het centrum.