(Test uit motor jaarboek 1984)

KAWASAKl GPZ 305, OPVALLEND, ZUINIG EN SPORTIEF


Bekijken we de verkoopcijfers van motorfietsen die regelmatig op ons bureau dwarrelen kunnen we daar verschillende conclusies uit trekken. Dat de verkoop bar slecht gaat bijvoorbeeld (maar daar hebben wij het nu niet over) maar ook dat de slagzin 'Een zware is de ware nog steeds opgeld doet. De klasse boven de 750 cc neemt nog steeds het grootste deel van de verkopen voor zijn rekening, gevolgd door de zware middenklasse. De lichte klasse doet het helemaal niet in ons land, en ook de lichte middenklasse, 250-400 cc, blijft achter. Gezien het aanbod is dat een beetje teleurstellend, want er is aanbod zat in deze klasse. Alle Japanse merken bieden meerdere modelvarianten aan, met n, twee en vier cilinders; als custom, off-the-road of supersport. Ook Kawasaki, momenteel het tweede merk in ons land (ook dat kan uit de verkoopcijfers gehaald worden) biedt grote verscheidenheid: de Z 155A een toerfietsje, de 250 Belt Drive een Custom, de Z 400, een viercilinder toermotor en het onderwerp van deze test, de nieuwe GPZ 305.

Bike305Met de aanduiding GPZ (vraag me niet wat het betekent, met Grand Prix zal ik er echter niet zover vandaan zitten) wordt meteen al duidelijk gemaakt waar het om gaat: een supersportief model. Niet te missen zijn dan ook de kenmerkende familietrekjes: stylering en kuipje als de grote broers 750 en 1100 GPZ, uiteraard in rood uitgevoerd, Uni-Track veersysteem, veel, erg veel, gebruik van zwart en mat-zwart ook voor het motorblok. Dat motorblok is geheel nieuw: luchtgekoelde viertakt tweecilinder - in lijn uiteraard - met bovenliggende nokkenas. Zoals bij de grote broers vrij sobere technieken: gewoon twee kleppen per cilinder, geen balansas, wel zes versnellingen en - zoals tegenwoordig inmiddels algemeen gebruikelijk, elektronische ontsteking. Via een boring x slag verhouding van 61 x 52,4 komt de cilinder op precies 306 cc. Een wat vreemd getal, ook niet helemaal verklaarbaar. Een cilinderinhoud van rond de 300 cc is eigenlijk echt Japans. Vroeger al had je, bijvoorbeeld van de Yamaha en Honda kwartliters, 305 cc uitvoering.
Choke Ik dacht dat dit alleen maar was omdat je met geringe wijzigingen - alleen grotere zuigers - een groter nevenmodel kon maken, en dat de afmetingen van de cilinders verhinderen dat dit nevenmodel een echte 350, een traditionele cilinderinhoud werd. Bij de GPZ ligt dat iets anders. Bij mijn weten bestaat er helemaal geen 250 uitvoering (altijd voorzichtig met dit soort uitspraken, voor je het weet blijken er alweer allerlei modellen bijgekomen), en daarom zal de cilinderinhoud wel komen door wetten in een of ander exportland waar alleen maar 300 cc motorfietsen verkocht mogen worden. Hoe dan ook, via de cilinderinhoud, een compressieverhouding van 1:9,7, 32 mm Constant Vacuum carburateurs en de al gemelde elektronische ontsteking ligt het vermogen volgens de fabriek op 26,5 kW of 36 pk bij 10.000 tpm.

FrameMooi rijwiel.
Technisch interessanter dan het blok - zonder afbreuk te doen aan dat mooie blok, dat echt niet opvalt door technische hoogstandjes is misschien wel het rijwielgedeelte. Rond het tweecilinderblok werd een klassiek dubbel wiegframe gebouwd (het blok ligt daar via rubbers in) uiteraard met Kawasaki's eigen enkele veersysteem, Uni-Track, achter. Voor zit de gebruikelijke hydraulisch gedempte telescoop (met lucht ondersteuning). De gegoten wielen zijn, ook bij de zwaardere GPZ's rood gespoten het voorwiel zitten twee schijven, achter is voor deze klasse, gebruikelijke trommel gebruikt. Ook in de details komen we sterke overeenkomsten tegen met de grote GPz's. Natuurlijk stuurkuipje, ook echter het stuur, of beter gezegd, de stuurhelften. Niet zo heel mooi uitgevoerd in zo erg veel standen instelbaar als op de 750 en de 1100, wel enigszins verstelbaar, en natuurlijk mat-zwart. Het dash-board is eveneens wat sober, echter wel met alles er op wat er op moet. Mooi meegenomen in deze klasse is de benzine meter tussen belde tellers.
InstrumentenHet rijden.
Met gebruik van de choke - nog steeds niet op het stuur maar nog moeilijk te bedienen via een hendel op de carburateur, start de twin goed. (Overigens, intrekken van de koppeling is op deze Kawa niet nodig, tenminste als de motor in vrij staat. Anders wl zo verstandig om huppelend afslaan te voorkomen ... ) Als op andere Kawa's laat die choke zich niet erg goed doseren. Alles of niets blijft het parool, en gedurende de periode dat het Kawaatje nog niet lekker warm is blijft dat vervelend. Is het blok eenmaal op temperatuur neemt het mooi gas op. De stappen tussen de lagere versnellingen konden, dank zij het gebruik van de zesbak, klein gehouden worden, en daardoor mag de acceleratie er zeker zijn. Trek je even lekker door - dat mag tot niet minder dan 11.000 tpm - ben je velen te snel af. Dank zij de lichte koppeling en de goede versnellingsbak is het vele schakelen dat nodig is om het potentieel van het blok helemaal uit te buiten beslist niet iets wat je met tegenzin doet. Integendeel, vaak schakel je vaker dan eigenlijk nodig omdat je zo lekker kan 'spelen'.

Bij dat alles produceert het twinnetje een heel eigen, wat pruttelend geluid. Zacht, beschaafd, bij het klimmen van de toerentallen best wel mooi. De zitpositie is zoals je dat verwacht: sportief, zonder echter al te gedwongen te worden. Wel is het zo dat de 305 natuurlijk een klein fietsje is, en dat brengt dan met zich mee dat vooral niet zo lange rijders zich 100% op hun gemak voelen. Langere piloten zitten ook nog wel goed, steken echter een beetje te veel naar alle kanten uit. Het best voelen rijder en machine zich thuis op de mooie bochtige buitenwegen. Het lage gewicht, het mooi opgebouwde frame, het pittige motortje en de sportieve zitpositie maken de 305 tot een echt gooi- en smijt fietsje. Je kan er lekker plat mee, zonder dat er van alles aan de grond komt. Mede dank zij die goed gespatieerde versnellingsbak heb je altijd ruim voldoende vermogen bij de hand, terwijl de goed te doseren dubbele schijf vr er voor zorgt dat n en ander niet uit de hand kan lopen. Dat gooi- en smijtkarakter houdt niet in dat je je maar niet op de snelweg moet vertonen met de Kawa. Ook daar is hij in zijn element, kan met zijn top van (op de meter) ruim 170 heel erg goed meekomen - te goed misschien wel, tenslotte komen we steeds vaker verdachte auto's op en langs de snelwegen tegen - en laat zich ook in de rechte lijn niet van de wijs brengen. Je mist op die snelweg echter wel dat stuk pure lol wat je beleeft op de buitenwegen en, eventueel, in de stad. Op de snelweg, bij de hogere snelheden, heb je goed baat van het kleine kuipje. De voorspanning van de veer van het Uni Trak systeem is veelvuldig instelbaar.

UnitrackNatuurlijk, je zit niet volkomen beschermd tegen alle elementen, je bent echter wel het grootste deel van de hinderlijke wind kwijt. Wel even oppassen bij zijwindstoten, het blijft tenslotte een stuurkuipje. De bij een staande twee cilinder horende trillingen bespeur je, dank zij het goed opgehangen blok, vrijwel niet. Rond het midden toerengebied ietsjes, in de lage en de hoge toerenregionen totaal niet. De spiegels zijn dan ook, mede dank zij het goede formaat, prima bruikbaar. De diverse schakelaars liggen goed onder bereik. Prettig groot, gelukkig niet zo ver uitstekend als op de grotere modellen, mooi 'inklikkend'. Een automaat voor de richtingaanwijzers werd deze keer niet gemonteerd. De beide tellers geven mooi rustig aan, evenals de (analoge) benzinemeter, die redelijk betrouwbaar is.

Prestaties
Gezien de opgave van de fabriek en de snelheden die je haalt verwachten we voor het meten van de Kawa nog al wat, en met een vermogen van 30 pk of 22 KW bij 9800 tpm aan het achterwiel werd die verwachting volkomen bewaarheid. Terugkerend naar de krukas betekent dat ruim 37 pk. Zeker niet mis voor een 306 cc dus. De topsnelheid, ook nog benvloed door het geringe frontale oppervlak en het lage gewicht, mag er dus eveneens zijn: dik 170 km/h op de teller, trek er 10 af voor eventuele fouten en het is nog indrukwekkend. Erg prettig daarbij is dat er alleszins redelijk (wat heet, puur zuinig) met benzine wordt omgesprongen. Gedurende de testperiode, met alle mogelijke soorten van gebruik inclusief de metingen op de bank, kwamen wij tot 1:29!! Eerlijkheidshalve moet daarbij worden opgemerkt dat er overwegend rustig werd (moest, in verband met de maagdelijke kilometerstand) gereden. Het meest gunstige verbruik lag op 1:33, bij sneller rijden kwamen we in de buurt van 1:20. Prima getallen, die ook nog goed zullen blijven als er forser wordt gereden. Snel gebruik resulteert dan waarschijnlijk in 1:17-18, maar dan nog. (Overigens te meer een bewijs dat rustig rijden wel heel erg veel invloed heeft op de verbruikscijfers). Olieverbruik werd niet geconstateerd, maar aangezien die zelfde olie in verband met dat inrijden al weer na 900 kilometer ververst werd zou het verbruik wel erg hoog geweest moeten zijn om geconstateerd te kunnen worden.

Conclusie
De Kawasaki GPz 305 is een prima vertegenwoordiger van de lichte middenklasse. Het in het oog springend uiterlijk wordt gekoppeld aan prima prestaties en een alleszins redelijk - zeg maar puur zuinig - verbruik. De stuurkwaliteiten staan op hoog niveau, het vermogen is ruim voldoende om ook lange, snelle trips te maken. Bagage moet daarbij dan wel beperkt blijven, aangezien een tanktas zich weliswaar goed laat monteren maar de plaats op de 17-liter tank beperkt is. Het comfort is goed, de buddy echter wat zacht zodat je na zo'n 250-300 kilometer rijden een beetje gaat doorzitten. Een prima motorfiets voor iemand die genoeg heeft aan een beperkte cilinderinhoud - en dat zijn er waarschijnlijk meer dan je er nu op de wegen tegenkomt -, die niet al te veel plaats nodig heeft en houdt van bochtjes pikken. Een prima motor misschien ook wel om er bij te hebben (Stel je eens voor: een GPZ 750 of 1100 voor het grote werk, de kleine 'replica' voor woon/werk verkeer of stadswerk), hoewel de prijs voor dat doel waarschijnlijk een belemmering zal zijn. De prijs bedraagt op twee gulden na f 7000,-. Te veel voor een 'motortje erbij' misschien, niet te veel gezien de concurrentie, want met de Kawa krijg je een paar dingen mr dan die concurrentie: Uni Trak vering (doet het erg goed), een functioneel kuipje en een ultra sportief uiterlijk, plus natuurlijk dat prima benzineverbruik.

Terug naar history GPz305