Zesde vaardag: van Hédé naar St-Domineuc


Donderdagmorgen moet ik op de fiets nog even flink op de pedalen om bij de bakker te komen. Het dorpje Hédé ligt een stukje hoger, tegen een heuvel. Ik fiets in het dorpje nog even rond om te kijken of ze een ansichtkaart hebben van de sluizentrap van Hédé maar het dorp is helemaal niet op toeristen ingericht. Na het ontbijt wachten we op de sluiswachter. Hij is laat. We hadden gisteren aan de laatste sluiswachter half tien doorgegeven maar dan is hij er nog niet. Opeens zien we iemand bij de sluis. De bovendeuren gaan al open. We maken snel los en varen de sluiskolk in. Harm helpt met het dichtdoen van de sluisdeur. De sluiswachter heeft een schuif in de benedendeur al een stukje open gezet zodat de sluisdeur het laatste stukje opeens ‘vanzelf’ dichtklapt. Harm schrikt ervan. De sluiswachter lacht. En als we voor en achter met een touw klaar staan zegt hij dat één genoeg is. Hij gebaart dat ik met de gashendel een beetje voor- en achteruit kan geven als dat nodig is.  
We hadden gisteren ontdekt dat er een vogeltje broedt in een van de sluisdeuren. Als de benedendeuren opengaan varen we er vlak langs. We maken een foto.  
De procedure van schutten herhaalt zich bij de volgende sluis met één verschil. Harm doet nu voor het dichtklappen van de sluisdeur net of hij het laatste stukje met zijn pink duwt. De deur klapt weer dicht. De sluiswachter kan de humor van Harm wel waarderen. We merken inmiddels dat alle sluizen al voor ons klaar staan. De sluiswachter was dan wel iets later dan half tien maar hij heeft de sluizen al voorbereid op onze komst! We schutten snel naar beneden. Na vier sluizen wordt hij afgelost door een wat oudere sluiswachter. De sluiswachter van de eerste vier sluizen fietst verder. Omdat alle sluizen weer uitnodigend op ons staan te wachten, verdenken we hem ervan de sluizen van zijn collega al te hebben geprepareerd.  
De laatste drie sluizen van de sluizentrap van Hédé worden bediend door een vrouw. Ik hoor haar bellen met een sluis verderop dat er een hoge boot aankomt en dat het gaat spannen of we onder de brug doorkunnen. Ik denk te verstaan dat ze het waterpeil iets moeten laten zakken.  
We varen makkelijk in de ochtend de sluizentrap door. Na de volgende sluis volgt weer een lage brug met een doorvaarhoogte van 2,50 meter. Pepijn en Harm staan op de kant te kijken hoeveel speling er is het is echt millimeter werk maar het gaat. Het levert een aantal prachtige foto’s op. Ik zie geen handige plek om Harm en Pepijn aan boord te krijgen en vaar alleen verder. Harm en Pepijn moeten het stuk naar de volgende sluis, die van Tinténiac, lopen. Overigens is aan het peil bij de sluisdeuren niet te zien dat ze het waterpeil hebben verlaagd. Het water stroomt gewoon over de deuren heen.  

In Tinténiac houden we pauze. We zoeken ook in dit dorp tevergeefs naar een kaartje van de sluizentrap van Hédé maar doen wel een paar boodschappen. We kopen er onder andere een nieuwe binnenband voor Pepijn’s fiets.

We varen ’s middags verder. Pepijn fietst met mijn fiets nog even terug om fietsen in een fietsenwinkel te bekijken. Ondertussen zet Harm een nieuwe band om de racefiets. Als hij de band wil oppompen breekt het ventiel gewoonweg in tweeën. Dat schiet ook niet op. Bij de volgende sluis, die van Gromillais, zien we zowaar een tegenligger in de sluis. We moeten wachten. Als we in de sluis zijn, komt Pepijn weer aan boord. We varen door naar St-Domineuc. Daar blijven we voor de nacht.

Harm fietst vandaar over de weg terug naar Tinténiac om opnieuw een fietsband te halen. Verder doet hij zich te goed aan twee biertjes in een internetcafé. Ik lig een poos in het gras in de zon te dommelen. Pepijn is een sudocu aan het maken. Als ik genoeg in de zon heb gelegen, maak ik het eten klaar. Het wordt ook ietsje kouder. De wind zet aan en er is wat bewolking. In de avond luwt de wind weer.

’s Avonds gaan we met z’n drieën naar het café om de hoek. Het café baadt in het licht van tl-buizen. Het is er niet zo gezellig. Aan de bar staan twee mannen via de barman met elkaar te praten. De een drinkt bier, de ander wijn. Het gesprek gaat over bier. De man van het bier praat razendsnel maar heeft moeite met de p en de r: het woord prr-prr-prr-prression horen we meerdere malen vallen.

 

Varen in Bretagne            Andere kanalen            Vorige dag            Volgende dag