Vierde vaardag: van Pont-Rean naar Betton


Als we dinsdag wakker worden, schijnt de zon weer volop. De bakkerij ligt maar 50 meter lopen van onze boot. Na het ontbijt varen we de eerste sluis door die direct achter de brug van Pont-Rean ligt. Harm en ik waren daar gisteren tijdens onze verkenning van het dorp al even geweest. 
Terwijl we worden geschut worden onze bewegingen gevolgd door een jong hondje en een kat. De kat zit lang te kijken. Ik zie dat hij overweegt op onze boot te springen en inderdaad springt hij op een gegeven moment aan boord. Pepijn vindt het direct leuk en zet hem op de foto. Als we geschut zijn moet hij echter van boord. Pepijn zet hem op de kant maar loopt daarbij wel een krab op.  
Direct na Pont-Rean varen we een tijdje langs een dierentuin. We zien ezels en lama’s. In de buurt van Bruz passeren we twee sluizen direct na elkaar. De sluisdeuren worden met de hand geopend, de schuiven worden elektrisch aangedreven. Bij de volgende sluis, die van Cicé, ligt een ijzeren ophaalbrug over de sluiskolk. We varen eerst de sluiskolk in, dan wordt de brug voor ons geopend. Het is een fraai gezicht.
We varen verder en komen door een groot recreatiegebied vlak onder Rennes. Bij de laatste sluis voor Rennes ligt weer een prachtige sluiswachterswoning. We praten met de sluiswachter. Volgens hem wordt het verder de hele week mooi weer. Hij vraagt waar de dames zijn op onze boot. Als ik vertel dat die thuis zitten vraagt hij zich af wie er dan kookt. Wij kunnen uitstekend voor ons zelf zorgen, zeg ik maar verzwijg daarbij dat we een enorme voorraad van het thuisfront hebben meegekregen.
 We varen nu door een industriegebied en opeens verschijnt het stadion van Stade Rennais voor ons. Pepijn is direct gebiologeerd. Hij is een liefhebber van franse shirts en hoopt stiekem op shirt van Stade Rennais. 
In de buurt van het stadion zien we ook een LeClerq, een grote supermarkt. Achter de laatste sluis in de Vilaine leggen we aan en lopen naar de supermarkt. We halen er eten voor de rest van de week. Daarna varen we door tot in het centrum van Rennes waar we aan een kade vlak voor het Canal d’Ille-et-Rance aanleggen. Het is heerlijk weer geworden. Iets verder op aan de kade speelt iemand op een djembee. We lunchen voor het eerst buiten op het dek. Het geeft mij een decadent gevoel. 
Aan de hand van een wandelkaart die we bij de VVV hebben opgehaald lopen we door Rennes. We komen langs een aantal imposante gebouwen zoals de abdij Saint-Georges met een bloemrijke tuin. We zoeken in de stad verder naar een sportwinkel voor een shirt. Als we eindelijk een sportwinkel gevonden hebben blijken de shirts van Stade Rennais alleen bij het stadion te koop te zijn. Harm en ik drinken bij de boot nog wat als Pepijn in zijn eentje naar het stadion fietst.  
Om vijf uur vertrekken we verder. Die tijd hebben we tevoren doorgegeven aan de sluiswachter. We passeren de eerst sluis die onder een weg en een enorme treurwilg verborgen ligt. Naast het kanaal ligt een drukke weg die flink lawaai maakt. Juist op dat moment belt Valérie over onze auto. Ik kan haar echter niet goed verstaan en vraag haar over vijf minuten nog eens te bellen.
 We komen bij sluis twee. Dat is een bijzondere sluis. Deze heeft geen gewone deuren maar een stalen schot dat domweg naar beneden kan worden gekiept. Het is net of er een enorme emmer in de sluiskolk wordt leeggegooid maar we hebben geen problemen de boot in toom te houden.
Ondertussen belt Valérie weer. Ze vertelt me dat onze boot door een monteur wordt terug gevaren naar Redon en dat die met onze auto naar Lyvet kan komen. Ik stem onmiddellijk met het voorstel in dat hij met zijn vrouw en twee hondjes in mijn auto naar Lyvet rijdt. Dat scheelt ons geweldig veel tijd op de terugreis. Ik beëindig het telefoongesprek met een juich richting Harm en Pepijn.  
We varen Rennes uit. Het kanaal slingert sterk door het landschap. Langs het kanaal sporten veel fietsers, joggers en wandelaars en er is ook iemand die gewoon langs de kant gitaar aan het spelen is. Harm raakt daarvan in vervoering. De oude sluizen met begroeide sluisdeuren zijn idyllisch.
We varen door het prachtige kanaal verder tot het plaatsje Betton. Dat het daarbij bij de laatste sluis iets later wordt dan zeven uur, is voor de sluiswachter kennelijk geen probleem. We leggen in Betton aan bij een grote asfaltplein met grote lichtmasten. We hebben beslist mooiere ligplaatsen gehad maar we kunnen hier wel water tanken. Pepijn en Harm fietsen met zijn tweeën ’s avonds nog een rondje. De omgeving is heuvelig. Ze hebben flink moeten klimmen. Er is veel akkerbouw. Voor de tweede keer spelen we een spelletje scrabble. Ik mag hierover niets aan Harm’s thuisfront berichten want anders staat de spelletjestafel bij thuiskomst voor hem klaar.

 

Varen in Bretagne            Andere kanalen            Vorige dag            Volgende dag