Eerste vaardag: van Redon naar St-Vincent-sur-Oust


Na een lange reisdag waarin we meer dan 1000 kilometer hebben gereden, komen we in Redon aan. Ik ben er eerder geweest en kan de haven gemakkelijk vinden. Op straat word ik meteen aangesproken door een man die zegt af en toe bij de verhuurmaatschappij te werken. De mensen van de verhuurmaatschappij zijn er niet, zegt hij. Hij vraagt een euro voor eten van zijn zoontje. Het blijkt een bedelaar. Ik begrijp hem niet direct en als ik hem begrijp, houd ik nog even vol hem niet te begrijpen. Ik vind dit een vervelend treffen.

Het bureautje van de verhuurmaatschappij blijkt gewoon open en ik word ontvangen door Valérie die aan de balie staat en twee monteurs. De formaliteiten worden snel vervuld. Ik schrik wel als blijkt dat men geen rekening heeft gehouden met het verplaatsen van mijn auto. Ik heb een eenrichtingsvaart geboekt van Redon naar Lyvet. Bij eerdere tochten bij andere maatschappijen was het verplaatsen van mijn auto van de ene basis naar de andere nooit een probleem, hier wel. Ik zeg dat ook in mijn beste Frans: “In heel Frankrijk kan men mijn auto verplaatsen en in Bretagne niet?” Volgens Valérie kunnen we een grote taxi bestellen waar ook de fietsen in kunnen. Ik vraag haar het telefoonnummer van de taxi voor me op te schrijven. Dan belooft ze me dinsdag of woensdag te bellen. Misschien is er toch een mogelijkheid de auto te verplaatsen, anders bestelt zij die taxi voor mij.

Als ik uit het bureau kom, blijken mijn vriend Harm en mijn zoon Pepijn, met wie ik dit jaar de reis maak, alle bagage al van de auto naar de boot te hebben gebracht. Ik krijg een snelle uitleg van de monteur. We besluiten nog een stuk te gaan varen. Pepijn heeft daar erg veel zin aan en geeft in de discussie daarover de doorslag. We varen eerst een stukje naar het westen, naar La Gacilly. Dat is twee uur varen van Redon in de tegenovergestelde richting. Mijn ervaring van andere jaren is dat we de voorgestelde route meestal makkelijk halen zodat een extra trip in beginsel mogelijk is.  

De monteurs helpen ons nog door de enige sluis die we voor deze trip moeten passeren, daarna stappen ze van de boot af. Direct buiten de sluis slaan we linksaf en varen langs een roestige oude draaibrug waarover een vervallen spoor loopt. Het is een smal kanaal waar we doorvaren, het Canal de Nantes à Brest. Het kanaal ligt wat lager dan de omgeving zodat we tussen groene wallen doorvaren.
We passeren een aantal bruggen en komen na een kilometer of zeven op de rivier de Oust. De omgeving verandert ineens. Het uitzicht wordt weids. Het is evenwel al laat en we moeten nog eten. 
We varen niet verder door en leggen aan op een prachtige plaats tussen steile rotsen die aan weerszijden van de rivier liggen. Ik warm het meegebrachte eten op terwijl Pepijn meteen de rotsen op klimt. Het blijkt een oefenplaats voor bergbeklimmers. Na het eten pakken we verder uit en maken de bedden op. Ondertussen zien we een aantal fransen die razendsnel de rotsen op klauteren.  
Bij onze aanlegplaats ligt een aantal lange kajaks met wel acht bankjes erin. Ook zien we iets verder een café restaurant liggen. Ik neem er een kijkje. Het café blijkt open. De Franse rotsbeklimmers zijn er ook. Aan het einde van de avond drinken Harm en ik er een biertje en Pepijn een orangina. Het bier uit de tap, Affligem, smaakt voortreffelijk en we nemen er snel nog een. Na zo’n lange reisdag hebben we dorst gekregen. Als we terug lopen naar de boot, is het stikdonker. Ik hannes met het slot van de boot waarvan ik nog niet zo goed weet hoe het werkt. Daarna kruipen we snel in ons bed. Het is doodstil buiten.

 

Varen in Bretagne            Andere kanalen            Volgende dag