English versionTweede dag: van Talenne tot vlak voor Decize


Het is een prachtige voorjaarsavond. Het rode zonlicht schijnt over het Canal latéral à la Loire. We liggen op een prachtig plekje. Het kanaal en de Loire raken elkaar hier. Vanaf onze boot kijken we door de bomen op de Loire die hier al een stuk breder is dan in Digoin.

Inmiddels zijn we bijna in Decize. We hebben vandaag een enorme afstand afgelegd: 53 kilometer.

Vanochtend vroeg haalde ik brood in Coulanges dat op ruim een kilometer afstand van onze boot lag. De zon scheen al en boven het kanaal hing weer een lichte damp die het kanaal een wat magische aanblik geeft.
Om negen uur gingen we door de eerste sluis en voeren door naar Diou. Daar tankten we water. Omdat de N79 ook in Diou nog goed hoorbaar was voeren we door naar de volgende sluis: l'écluse de la Bêbre. Dat was gisteren onze eerste sluis vanaf de basis. Ik bekijk de kanaalbrug over de Besbre. Het kanaal ligt wel een meter of acht hoger dan het riviertje. Pepijn zoekt in het riviertje naar schelpen.
Na de broodmaaltijd worden we om één uur geschut. Direct na de sluis ligt de zijtak van Dompierre. We varen weer langs de ijzergieterij van Peugeot. Met dit prachtige weer in het zonnetje varen levert een enorm contrast op met de zwart uitgeslagen fabriek aan onze linkerhand.
De sluizen liggen een behoorlijk stuk uit elkaar, gemiddeld een kilometer of vier. We hebben nu geen zicht meer op de Loire. Direct na de lunch zijn het wat saaie rechte stukken, later wordt het landschap meer gevarieerd. Aan de zuidkant varen we langs groene heuvels met af en toe een geel koolzaadveld ertussen. Langs het kanaal staan veel bomen. De beplanting is gevarieerd, niet één soort zoals aan het Canal du Midi (platanen) of het Canal de Bourgogne (populieren),

De kanaalwanden zijn meestal opgebouwd uit stalen damwanden. Dieren die in het kanaal terechtkomen, kunnen er meestal niet meer uitkomen. We zien daarom verscheidene dode reeën drijven en ook twee dassen. Gelukkig zien we later op de dag ook weer levende dieren. Zo zien we twee ooievaars die hun nest in een boom hebben gebouwd en nog een zwemmende beverrat.

Een sluiswachter bedient meestal een sluis of drie. Er is weinig vaarverkeer dus dat kan makkelijk. Later op de middag kan één sluiswachter het toch niet helemaal overzien. Hij vertelt me dat bij alle drie de sluizen boten liggen. Hij racet daarom heen en weer over het jaagpad met zijn bestelautootje.

We varen lang door. Het sturen is wel weer wennen. Ondanks dat we zeer voorzichtig zijn hebben Pepijn en ik ieder al een stootwil lek gevaren. Gelukkig is Marga tijdens het varen al met het eten begonnen en kunnen we direct nadat we hebben aangelegd aanschuiven. We liggen tegen een kant met hoog gras. Pepijn en Maarten maken een paadje naar de boot door het gras met een tak weg te slaan. Ze werken het even later met een schaartje bij!

 

Canal latéral à la Loire            Andere kanalen            Vorige dag            Volgende dag