English versieonEerste vaardag: van Lattes naar l'Étang de Thau


Vanochtend ben ik vroeg wakker. Het is nog geen zeven uur. Ik blijf nog even in bed liggen maar ga er dan snel uit. Ik voel me wel uitgerust. Ik zet een pot thee en loop naar de bakker iets verder in het haventje. Ik haal stokbrood en voor iedereen een chocoladebroodje of een 'pain au raisin'. Het haventje is nog door een sluisdeur van de rivier de Lez afgesloten. We zijn nog aan het ontbijt als een andere boot al vertrekt. We sluiten snel aan. De Lez ligt tussen twee hoge dijken zodat we weinig van de omgeving zien. Na een kilometer komen we bij een dam in de rivier met daarnaast een sluis, la troisième écluse geheten alhoewel er verder op de kaart geen andere sluis te vinden is. De sluis is nog geen tien jaar oud maar in een ovale vorm gebouwd zoals de sluizen in het zeventiende-eeuwse Canal du Midi. Het schutten is weer even wennen. De sluiswachter geeft ons nog een paar aanwijzingen die weer ons op het goede spoor zetten.

Als we wat verder de rivier afzakken, liggen er af en toe boten langs de kant. Er ligt zelfs een kleine onderzeeër tussen.

Dan varen we opeens tussen de étangs, de kustmeren in Zuid-Frankrijk. Aan stuurboord zie ik over het water in de verte de abdij van Maguelonne op een heuvel liggen. Voor mij ligt Pavelas-les-Flots, een kustplaats waarvan de skyline wordt gedomineerd door een verkeerstorenachtig gebouw. We zijn nu een kilometer van de kust. 

We naderen de kruising van de Lez met het Canal du Rhône à Sète: Les Quatres Canaux. Zoals door de verhuurder aanbevolen varen we het Canal du Rhône à Sète naar bakboord in om daar later te keren. De bocht naar stuurboord is erg nauw en scherp. Er staat inmiddels een behoorlijke wind. Het keren lukt me pas de derde keer. Ik moet wel weer even wennen aan het varen.

 

Onmiddellijk zien we in de étangs om ons heen flamingo's met hun lange nekken de bodem afstruinen. We zijn blij verrast. Later zie ik ook hoe de flamingo's vliegen. Het is een prachtig gezicht. Als ze staan domineert de witte kleur maar als ze vliegen zie ik ook rood en zwart. Ze hebben een geweldig lange nek. Het geluid wat ze maken houdt overigens het midden tussen dat van een gans en een kikker.

Verder zien we ook nog andere steltlopers in het water rondstappen, onder meer een kleine zilverreiger met z'n witte kuif die heel actief naar voedsel zoekt in het ondiepe water. 

 

We varen in westelijke richting opnieuw langs Les Quatres Canaux. We varen in zout water. Het Canal du Rhône à Sète loopt evenwijdig aan de Middellandse Zee op enkele honderden meters afstand door een aantal zgn. étangs. De étangs zijn eigenlijk overblijfselen van oude baaien waarvoor een strand of duinwal is gevormd of gemaakt. Tussen een étang en de zee is vaak niet meer dan een smalle strook land, soms niet meer dan een dijkje. Het kanaal loopt dwars door die étangs en is meestal alleen door twee dijkjes hiervan gescheiden. Her en der zie ik visnetten op de kant die liggen te drogen.

Het kanaal is in 1811 gereed gekomen en verbindt zoals de naam als zegt de Rhône met Sète, een plaats aan het Étang de Thau. Aan de andere zijde van het Étang de Thau begint het Canal du Midi. We varen in totaal 23 km over het Canal du Rhône à Sète. Ons eerste doel is daarbij de drijvende brug bij de abdij van Maguelonne. De grote stalen constructie wordt al weggevaren als we er aan komen.

Na de brug meren we aan en ik loop met Marga en haar vader in de richting van de abdij. De abdij lijkt niet toegankelijk en we lopen door naar de Middellandse Zee. De wind is inmiddels gaan liggen en het is heerlijk weer. Ik loop op blote voeten door het zeewater en vind een aantal mooie schelpen. Als we terug naar de boot lopen, besef ik pas dat mijn vaarschema nog steeds haalbaar is. Ik had voor het Canal du Rhône à Sète twee dagen gepland maar het kan makkelijk in één dag.

Als we terug bij de boot zijn en hebben gegeten is er zelfs nog tijd om nog even met de jongens te gaan zwemmen. We fietsen met z'n drieën snel naar het strand. Pepijn en Maarten zijn onmiddellijk gegrepen door het zand en water en maken bouwwerken aan de waterlijn. Ikzelf neem een duik in het behoorlijk frisse water maar in de zon warm ik snel weer op.

We vervolgen onze weg over het Canal du Rhône à Sète. Er komen wat langere rechtstanden in het kanaal. We varen nog twee uur door de étangs naar het westen naar Frontignan. We moeten op tijd zijn om de opening van de brug om vijf uur niet te missen. Om kwart over vier meren we bij de brug aan voor een paar andere boten die al liggen te wachten. Er liggen twee bruggen: een spoorbrug waar we makkelijk onderdoor kunnen en een lage stalen hefbrug voor het gewone verkeer. Als deze brug omhoog gaat steken de twee boten die achter ons lagen maar er al wel eerder waren, ongeduldig van wal. Ze worden meteen gegrepen door de wind die inmiddels weer is komen opzetten. Het duurt een hele poos voor ze weer met de steven naar de goede kant liggen. Ook de boot die van de andere kant van de brug komt, drijft bij de brug dwars op het kanaal. Als iedereen de zaak weer onder controle heeft, gaan wij zonder problemen door de brug en vervolgen onze weg.

We varen tegen de straffe wind in langs de petrochemische industrie bij Frontignan en worden door een waterscooter ingehaald. Daarna komen we bij het Étang de Thau. Hier zijn geen beschuttende dijkjes. We moeten het meer van 20 km lang en 4 km breed gewoon oversteken. Daarbij zijn er aan zuidkant zandbanken en ondiepten en aan de noordkant oesterparken.

Vanwege de onaantrekkelijkheid van het laatste deel van het kanaal overwegen we nog het meer over te steken maar de wind en golfslag brengen ons gauw van dat idee af. Het is te gevaarlijk om met deze wind en zo laat het Étang de Thau over te steken.

We varen terug en leggen aan bij een paar schattige huisjes vlakbij de plek waar het kanaal in het Étang de Thau uitmondt. De boot komt echter niet helemaal tegen de kant te liggen maar rust met zijn romp op stenen in het kanaal. Omdat deze helemaal vol met mosselen zijn begroeid, ben ik er niet helemaal gerust op. Als het iets gaat golven, schuren we steeds tegen de scherpe mosselschelpen aan. Alles is hier begroeid met mosselen of oesters. Onderweg zagen we nog een vrouw een maaltje mosselen bij elkaar schrapen van de kademuren. We gaan daarom nog wat dichter bij het Étang de Thau liggen. Daar hebben we net genoeg diepgang. Met de versterkte beschermrand van de boot komen we precies tegen de met mosselen begroeide kademuren aan. Hier liggen we beter. We hebben een prachtig zicht op Sète dat op een heuvel tussen het Étang de Thau en de Middellandse Zee ligt.

Ik haal met Pepijn nog wat boodschappen in Sète. Het is druk in de stad. Er liggen boten in allerlei formaten, van notendoppen tot grote zeeschepen. Als we terug komen is het eten al bijna klaar. We eten gebakken aardappeltjes, steak haché en sla. Het smaakt voortreffelijk. 's Avonds zien we er een groot kruis van licht op de heuvel staan. Verder branden de lichten van het stadion.

 

Canal du Midi            Andere kanalen            Vorige dag            Volgende dag