English versionZesde vaardag: van Castelnaudary naar La Segala


Donderdag is het duidelijk ander weer. Het is bewolkt en er staat een stevige wind. We doen eerst nog wat boodschappen in Castelnaudary en vertrekken laat. We kunnen nog een uurtje varen voor de sluiswachters hun middagpauze nemen. De eerste sluis duikt onverwacht op na een bocht. Ik zet Maarten af en kom weer los van de wal. Ik besef spoedig dat we beter aan hadden kunnen leggen want we waaien naar de sluis toe. En die is nog helemaal gevuld zodat we niet naar binnen kunnen varen. Ik stuur weer naar de kant maar Marga durft de sprong niet aan. Ik zwalk over het water als speelbal van de wind en mijn eigen onervarenheid in dit soort situaties. Het duurt lang voordat de sluis opengaat. Uiteindelijk weet ik de boot te draaien en vaar weer bij de sluis weg. En net als ik gedraaid ben zwaaien de sluisdeuren open.

Ik draai weer en vaar de sluis binnen. Als het al te laat is besef ik dat we met deze wind beter eerst achter vast kunnen maken. De boot komt bijna dwars in de sluis te liggen. Ik kan via de reling van de boot nog net op de wal klimmen en trek de boot tegen de kant.

De volgende sluis maken we eerst achter vast en is er inderdaad geen vuiltje aan de lucht. De wind speelt ons overigens ook de rest van de dag parten. Vanwege de stevige wind durf ik niet op een klein plekje tussen twee boten af te meren en ook durfde ik niet af te meren aan de loefzijde van een steiger in Castelnaudary. Er liggen veel boten in de buurt afgemeerd. We moeten maar zien hoe lang we het met de watervoorraad redden

Vandaag zien we dat ook de dubbele en drietrapssluizen hier met de hand worden bediend. We krijgen nu nauwelijks nog tegenliggers te zien. Er is alleen een enkele zeilboot die behangen met stootwillen het kanaal voor het oorspronkelijke doel gebruikt. Het varen van de Atlantische Oceaan naar de Middellandse Zee.

We varen een aantal sluizen gelijk met een aantal Fransen op. Ze varen vlak achter ons. In één sluis krijgen we een hoop geschreeuw in onze richting. Vanwege onze linkse schroef leg ik liever aan stuurboord aan. Bij een dubbele sluis zet ik Pepijn echter aan bakboord af omdat de andere walkant er woest uitziet. We hebben met Pepijn afgesproken dat hij over de bovenste sluis dan naar de goede kant loopt.

Ik stuur daarom de boot naar stuurboord. Inmiddels hebben de Fransen achter ons hun mannetje aan stuurboord afgezet. Als ze zien dat ik naar stuurboord vaar beginnen ze te schreeuwen dat wij naar bakboord moeten. Ik kan Pepijn echter niet meer bereiken vanwege het lawaai van stromend water in de sluis en stuur stoïcijns naar stuurboord. Nu moet hun mannetje zich ook haasten om via de hoge sluis naar de andere kant te komen. Na dit voorval kijken ze ons nauwelijks nog aan.

In het hoogste rak bij de Col de Naurouze staan langs het kanaal weer fantastisch oude platanen. Sommigen hebben een omtrek van meer dan vier meter en zijn bijna vijftig meter hoog. We varen tot bijna bij de eerste sluis naar beneden (Écluse de l'Ocean) en maken vast aan twee van deze reuzen.

We bekijken we de obelisk die voor Riquet is opgericht, de geestelijke vader van het Canal du Midi. We lopen langs l'Écluse de l'Ocean  naar Port Lauragais waar aan de parkeerplaats aan de A61 een museum over het Canal du Midi is. Er hangen fraaie foto's en er is een aardige video over het kanaal. Als we over het jaagpad teruglopen worden we opgelopen door een Oudhollandse motortjalk in franse dienst: de Neeltje Jacoba uit Chagny. Het is een boot van wel 25 meter lang. Ik kijk bij het schutten. De kapitein doet alles alleen. Hij stuurt de sluis in en geeft op zijn gemak een achtertros aan de éclusière. Dan zet hij de motor in de vooruit en het roer naar stuurboord en c' est tout.

Buiten de sluis legt hij aan. Ook dat doet hij alleen. Zijn vrouw komt nergens aan. Terwijl hij voorzichtig over het gangboord naar voren schuifelt, schuift de boot langzaam langs de wal. Hij geeft ons een tros aan en maakt een sliptros voor op zijn schip. Dan loopt hij op zijn dooie gemak naar achteren en maakt een achtertros vast. Ook hierbij staat de motor langzaam in z'n vooruit. Er is geen enkele vorm van stress.

Hard werken in de sluis

Vanmiddag schoten wij nog wel in de stress bij de één na laatste sluis (een dubbele). Door de krachten van het langsstromende water kon Marga het touw niet meer houden en liet het een stuk door haar handen glijden. We komen bijna tegen de voorste sluisdeuren aan te liggen. Met het vel van de handen, redde Marga het nog net. De lol is er wel meteen vanaf. De laatste sluis voor vandaag en de waterscheiding (Écluse de la Méditeranee) nemen we gelukkig soepel.

's Avonds varen we een klein stukje terug en leggen we aan in La Segala, een klein dorpje precies op de waterscheiding. Dit is het enige dorpje dat we de hele reis hebben gezien met een gezicht naar het water. Er is een ruime kade met in verschillende pastelkleuren gepleisterde huizen. De épicerie annex bar/restaurant is het centrale punt in het dorp. Bij het bruggetje over het kanaal ligt weer een oude wasplaats. Maarten en Pepijn willen dat wel eens uitproberen en wassen elk een onderbroek en een korte broek uit.

 

Afgemeerd bij oude wasplaats bij la Segala

 

Canal du Midi            Andere kanalen            Vorige dag            Laatste dag