English versionDerde vaardag: van Pouilly naar Vandenesse


Vanochtend doen we kalm aan. We hebben pas om elf uur afgesproken door de tunnel te gaan. Ik fiets met Pepijn Pouilly in voor twee stokbrood en chocolade- en rozijnenbroodjes. Terwijl Charlotte daarna met Pepijn boodschappen doet, drinken Marga en ik koffie op een bankje in het zonnetje. Het is prachtig weer vandaag. De lucht is helemaal blauw. Op goed geluk maak in onder de plastic tent door een foto van de elektrische sleepboot die vroeger de boten door de tunnel trok. Hij is nog erg aardig gelukt. 
Om 11 uur meld ik mij bij het kantoortje van sluis 1 en vul ik een formulier in. Daarna mogen we door de tunnel. Marga gaat op de fiets over de heuvel. Die vindt het maar niets, 3333 meter lang onder de grond varen. Via een versmalling van het kanaal varen we naar de tunnel. De kolonie roeken hoog boven ons bombardeert ons met hun poep. Marga zwaait ons bij het begin van de tunnel uit en maakt foto's. Ik kies ervoor om buiten te sturen. Dan heb je toch het beste zicht. Dan duiken we in het donkere gat.  

 In de verte zien we een heel klein lichtpuntje. Dat is de uitgang waar we naar toe moeten. De tunnelwanden zijn gemaakt van gelige stenen. Het duurt een poosje voor ik de gaten van de luchtkokers ontdek. Deze zitten niet midden boven de tunnel zoals ik verwacht had maar vlak bij de zijkant. Jammer dat ze aan de bovenkant dichtzitten.

 Halverwege ontdekken we dat ze toch niet allemaal dichtzitten. We stoppen en maken een foto door de schacht naar boven. De wand druipt van het vocht.  
Aan de zoldering van de tunnel hangen stalactieten. De tunnel doet in meerdere opzichten denken aan een grot. Er vliegen ook vleermuizen. Ondertussen wordt het lichtpuntje voor ons groter en groter en die achter ons kleiner. Op verzoek van de kinderen druk ik eens op de claxon. We horen de galm heel lang naklinken. Aan de andere kant wacht Marga ons op. Ze heeft de claxon gehoord.  

We moeten enorm aan het overvloedige licht wennen als we de tunnel uitvaren. We komen weer in een sleuf uit die weelderig is begroeid met mos, varens en andere planten. Het lijkt wel of we door het oerwoud varen, zo hoog zijn de bomen rondom ons.  

Buiten de tunnel maken we vast in een haventje. We zijn de enigen. Van de sluiswachter hoor ik dat er vandaag drie boten door de tunnel zouden varen maar dat er twee schepen 'en panne' zijn. Bij de sluis na het haventje ligt in een droogdok de bak waarmee vroeger schepen die te hoog waren door de tunnel konden worden gesleept.    

Om twee uur dalen we acht sluizen af naar Vandenesse-en-Auxois, een werkelijk prachtig stukje kanaal. We varen door een intieme vallei naar beneden. Weilanden met witte koeien (Charolaise), prachtige sluizen en twee vriendelijke sluiswachters die ons naar beneden begeleiden. Verder zien we bij sluis 6 een aantal poppen aan de waterkant zitten. De een vist, de ander klimt in een boom, nog een ander heeft een bootje. Het is een leuk gezicht.

We meren af in een havenkom waar al een aantal schepen liggen: een Engelsman, en twee hotelboten. Het is een mooie ligplaats met uitzicht op het kasteel van Chateauneuf. Nu ik 's avonds deze aantekeningen maak, is het kasteel fraai verlicht.

Rond de haven wordt door velen hard gewerkt. Morgen is hier een of andere feestelijkheid. Op de aanplakbiljetten lees ik 'Vide Grenier', hetgeen ongeveer 'Leeg uw zolder' betekent, een rommelmarkt dus. De jongens spelen ondertussen met een leuk zwart hondje dat bij een van de standbouwers hoort.

Bij de levensmiddelenwinkel van het dorp kun je alles bestellen. We bestellen een voetbal voor de jongens. Zoals ik gespitst ben op het kanaal zo zien zij overal voetbalvelden om zich heen liggen.

's Middags maak ik in mijn eentje een fietstocht langs het kanaal. De volgende tien kilometer is de Autoroute du Soleil weer nadrukkelijk als buurman aanwezig. Bij Pont d'Ouche draait de autoweg naar het zuiden en het Canal de Bourgogne naar het noorden. Hier is een klein aquaduct. Toevallig komt er net een hotelboot aangevaren. Ik wacht met het maken van een foto tot hij net op het aquaduct is.  
Daarna fiets ik verder langs het kanaal. Aan één kant zijn nog resten van een oude spoorlijn zichtbaar. Door de concurrentie van spoorlijnen hebben veel schippers het moeilijk gehad maar hier heeft het kanaal het langer uitgehouden dan het spoor. Het riviertje, de Ouche, meandert steeds aan de andere zijde van het kanaal. Ik ben benieuwd of ik nog wasplaatsen vind. Er moeten er hier een aantal zijn maar ik vermoed dat die verder richting Dijon liggen. Bij het laatste plaatsje voor vandaag, Pont Gissey-sur-Ouche, vind ik toch nog een overdekte wasplaats (niet aan rivier of kanaal).  

Ik fiets langs een andere weg terug maar dat valt me vies tegen. De route is dan misschien wel korter maar ik moet flink klimmen. Als ik dan ook nog de weg kwijt raak, verlies ik mijn laatste restje energie. Als ik eindelijk weer bij de boot kom zijn de anderen net uitgegeten. Pas na de maaltijd (sla met gebakken aardappeltjes) knap ik weer een beetje op.  

Het weer was vandaag geweldig. In mijn afwezigheid hebben de jongens een waterballet gehouden.

 

Canal de Bourgogne            Andere kanalen            Vorige dag            Volgende dag