Andere kanalen in FrankrijkEngelse versieCanal de Berry

Het Canal de Berry bestaat uit drie takken. Centraal ligt 'la Fontblisse', een klein dorpje dat 25 kilometer ten oosten van Saint Amand-Montrond ligt in de Cher.Vanuit la Fontblisse loopt een kanaaltak naar het westen, een tak naar het noorden en een tak naar het zuiden. De tak naar het zuiden loopt via St Amand stroomopwaarts langs de rivier de Cher naar Montluçon, de tak naar het westen loopt langs de rivieren Auron, Yèvre en Cher langs plaatsen als Bourges en Vierzon en de tak naar het noorden sluit in de buurt van Nevers aan op het Canal latéral à la Loire. 
Het kanaal is smaller dan de andere kanalen in Frankrijk die ik heb gezien. Het kanaal kon dan ook alleen door een speciaal soort boten worden gebruikt, zgn. berrichons. De sluizen zijn slechts 2,70 meter breed en 27,75 meter lang.

Het kanaal is gebouwd tussen 1811 en 1834

We beginnen onze verkenningstocht van het Canal de Berry in La Guerche-sur-l’Aubois dat ten zuiden van Nevers ligt. Met de Michelin-kaart zoeken we het kanaal op. We steken via een klein bruggetje het smalle kanaal over. We zien geen sluis. Wel zien we links een hoge brug waar de spoorweg het kanaal kruist. Het kanaal is onder de doorgang helemaal smal. Aan beide zijden van de vaarweg is onder de brug ruimte voor de jagers op het jaagpad gelaten.

We besluiten eerst de andere kant op te lopen. Misschien vinden we een sluis om de bocht. Ik weet helemaal niet waar de sluizen zich bevinden. De kanaaloevers zien er hier goed onderhouden uit maar dat komt misschien omdat hier langs het kanaal het Hotel de Ville staat.

We vinden geen sluis om de bocht en lopen terug. Dan de kant van het spoor maar eens proberen. Inderdaad zien we daar al gauw een sluisje. Van afstand ziet het er prachtig uit.I

Achter een bruggetje zien we de sluisdeuren. Ze zijn van hout. De planken zijn diagonaal bevestigd. Omdat het kanaal zo smal is, is er maar een deur aan elke zijde van de sluis. Aan de hoge kant staat geen water in het kanaal. De kanaalbedding is compleet begroeid.

Een peilstok aan de sluismuur hangt er zonder enig nut. We ontmoeten een vrouw die haar stokoude moeder in een rolstoel voort duwt. Op het bruggetje bij de sluis staan ze stil. We spreken hen aan: “Wij houden van de oude Franse kanalen.” Het gesprek loopt verder vanzelf. Ze woonde wat verder op aan het kanaal. De  vrouw vertelt hoe zij in haar jeugd samen met de dochter van de sluiswachter met de vrachtboten naar beneden schutte, een stukje mee voer en bij haar huis weer werd afgezet. Ze vindt het erg jammer dat het kanaal niet meer wordt bevaren. Ze vindt het een schande dat het kanaal wordt verwaarloosd. Aan deze zijden van de sluis wordt het nog onderhouden door de visvereniging maar aan de andere kant van de sluis groeien bomen in het kanaal en wemelt het van de slangen en andere enge beesten. Er waren plannen geweest om een fietspad  langs het kanaal aan te leggen maar daar niets van gekomen.

Sinds een half jaar wonen er nieuwe mensen in het sluiswachtershuis die het bord op het huis die de afstanden tot de volgende grote plaatsen aangeeft hebben vernieuwd.
Ik vraag naar de volgende sluis. Deze, Faguin genaamd, ligt zo’n twee kilometer verder op richting Sancoins net buiten het dorp bij een oude watermolen. We rijden erheen en zien inderdaad een sluis die in verval is maar met een sfeervol sluiswachtershuis.
Daarna rijden we verder naar het zuiden. Bij Augny-sur-Aubois snijdt het Canal de Berry  diep door het heuvellandschap. Hier bevind zich een zogenaamde tranchée. Aan de oever van het kanaal wordt gewerkt. Het lijkt of ze voornemens zijn een fietspad of zo aan te leggen. Ook hier is niet meer dan een miezerig stroompje water in het kanaal. Er stijgt een onaangename geur uit op.
We rijden met de auto verder naar het zuiden en komen in Saint-Amand Montrond, een redelijk grote stad. In deze stad staat een prachtige Cisterciënzer abdij, l’abbaye de Noirlac.
We reizen nog een klein stukje verder in de richting van Montluçon. We steken het kanaal over. Precies op deze plaats hebben ze een rotonde over het kanaal gelegd. Een paar kilometer buiten St-Amand vind ik wat ik zoek, een kanaalbrug over de Cher. Van afstand ziet het er veelbelovend uit. Bij de kanaalbrug gekomen blijkt er geen water in te zitten en is de naastgelegen sluis volgestort met grond. We dalen af naar de Cher en zitten even aan de oevers van de rivier. Vanaf hier is het wel een prachtig gezicht, de kanaalbrug.
De Cher voert op het moment niet veel water. Bij een van de openingen stroomt het water via een klein watervalletje tussen twee pijlers naar beneden. Aan de kant van het water ligt een lichtblauw roeibootje. 
Boven kijk ik nog naar wat details. In een grote stenen bolder zijn de sleuven van de scheepstouwen nog te zien. Op de achtergrond de lege kanaalbedding. Hier geen begroeiing in de bedding maar keurig verzorgde taluds van pas gemaaid gras.
Een paar dagen later kijk ik nog wat verder naar het zuiden. Ik zoek het Canal de Berry  weer op en merk weer hoe verschillend het kanaal door de verschillende gemeenten wordt behandeld. Soms lijkt het kanaal nog bevaarbaar maar in Vallon en Sully hebben ze sportvelden over het kanaal aangelegd. Iets verder naar het noorden ligt Queugne. Vrij makkelijk vind ik daar een kanaalbrug en de enige dubbele sluis van het kanaal (La Queune).
Hier is vroeger veel activiteit geweest, dat is te zien aan de omgeving. Aan beide zijden van het kanaal staat een rijtje woningen. Ze zijn feestelijk versierd met bloemen.
Aan de kanaalbrug en de bovenzijde van de sluis staat het kanaal droog maar aan de lage kant staat weer water in het kanaal. De dubbele sluis ziet er nog redelijk uit. Twee van de drie deuren zijn nog aanwezig. Hier werden ook bureaucratische plichten verricht. Boven een deur zie ik bordje met ‘Bureau de Statistique’.
De kanaalbrug gaat over een klein stroompje. De weg loopt zelfs gewoon door de rivierbedding. De kanaalbrug zelf heeft twee gemetselde bogen. Merkwaardigerwijs is ook hier de kanaalbrug hier verbreed tot de Freycinet maten terwijl de sluis nog haar oorspronkelijke breedte heeft.

Ik maak nog enige foto’s van kenmerkende details. Het bord boven de deur van het sluiswachtershuis, een waterput , een wateruitlaat, een ijzeren bolder zoals je die bij alle sluizen vindt en een diepte meter.

 

 

Ik kijk ook nog even bij de iets verder opgelegen sluis Grandfond. Een sluisdeur hangt scheluw in zijn hengsels. Maar door de opening kijk je uit over het kanaal als voor 3 januari 1955, toen het kanaal werd gedeclasseerd.

 

 

Andere kanalen